Bosch GRL 400 H Professional: Nederlands
Nederlands: Bosch GRL 400 H Professional

Nederlands |
61
Bosch Power Tools
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Manutenzione ed assistenza
Manutenzione e pulizia
Avere cura di tenere la livella laser, la stazione di ricarica ed il
ricevitore laser sempre puliti.
Non immergere la livella laser, la stazione di ricarica ed il rice-
vitore laser in acqua o in altri liquidi.
Pulire ogni tipo di sporcizia utilizzando un panno umido e mor-
bido. Non utilizzare mai prodotti detergenti e neppure solventi.
Pulire regolarmente la livella laser, specialmente le superfici
dell’uscita del raggio laser prestando particolare attenzione
alla presenza di pelucchi.
Se nonostante gli accurati procedimenti di produzione e di
controllo la livella laser, la stazione di ricarica ed il ricevitore
laser dovessero guastarsi, la riparazione va fatta effettuare da
un punto di assistenza autorizzato per gli elettroutensili
Bosch. Non aprire da soli la livella laser, la stazione di ricarica
ed il ricevitore laser.
Per ogni tipo di richiesta o di ordinazione di pezzi di ricambio,
è indispensabile comunicare sempre il codice prodotto a die-
ci cifre riportato sulla targhetta di fabbricazione della livella
laser, della stazione di ricarica e del ricevitore laser.
Servizio di assistenza ed assistenza clienti
Il servizio di assistenza risponde alle Vostre domande relative
alla riparazione ed alla manutenzione del Vostro prodotto
nonché concernenti le parti di ricambio. Disegni in vista
esplosa ed informazioni relative alle parti di ricambio sono
consultabili anche sul sito:
www.bosch-pt.com
Il team assistenza clienti Bosch è a Vostra disposizione per ri-
spondere alle domande relative all’acquisto, impiego e rego-
lazione di apparecchi ed accessori.
Italia
Officina Elettroutensili
Robert Bosch S.p.A. c/o GEODIS
Viale Lombardia 18
20010 Arluno
Tel.: +39 (02) 36 96 26 63
Fax: +39 (02) 36 96 26 62
Fax: +39 (02) 36 96 86 77
E-Mail: officina.elettroutensili@it.bosch.com
Svizzera
Tel.: +41 (044) 8 47 15 13
Fax: +41 (044) 8 47 15 53
Smaltimento
Avviare ad un riciclaggio rispettoso dell’ambiente la li-
vella laser, la stazione di ricarica, il ricevitore laser, le
batterie ricaricabili, gli accessori e gli imballaggi scar-
tati.
Non gettare livella laser, stazione di ricarica, ricevitore laser e
batterie ricaricabili/batterie tra i rifiuti domestici!
Solo per i Paesi della CE:
Conformemente alla direttiva europea
2002/96/CE gli apparecchi elettrici diven-
tati inservibili e, in base alla direttiva euro-
pea 2006/66/CE, le batterie ricaricabili/
batterie difettose o consumate devono es-
sere raccolte separatamente ed essere in-
viate ad una riutilizzazione ecologica.
Le batterie ricaricabili/le batterie non funzionanti potranno
essere consegnate direttamente presso:
Italia
Ecoelit
Viale Misurata 32
20146 Milano
Tel.: +39 02 / 4 23 68 63
Fax: +39 02 / 48 95 18 93
Svizzera
Batrec AG
3752 Wimmis BE
Batterie ricaricabili/Batterie:
Ni-MH:
Nichel metal idrato
Con ogni riserva di modifiche tecniche.
Nederlands
Veiligheidsvoorschriften
Rotatielaser
Alle aanwijzingen moeten worden gelezen
en in acht worden genomen om zonder ge-
varen en veilig met het meetgereedschap te
werken. Maak waarschuwingsplaatjes op
het meetgereedschap nooit onleesbaar.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
f
Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde be-
dienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of
andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot ge-
vaarlijke stralingsblootstelling leiden.
f
Het meetgereedschap wordt geleverd met een waar-
schuwingsplaatje in het Engels (in de weergave van het
meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aan-
geduid met nummer 14).
IEC 60825-1:2007-03
<1mW, 635 nm
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 61 Monday, June 27, 2011 12:55 PM

62
| Nederlands
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Bosch Power Tools
f
Plak over de Engelse tekst van het waarschuwings-
plaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voor-
dat u het gereedschap voor het eerst gebruikt.
f
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk
niet zelf in de laserstraal.
Dit meetgereedschap brengt
laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort.
Daardoor kunt u personen verblinden.
f
Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril.
De laserbril
dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar
biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
f
Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het ver-
keer.
De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ul-
travioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
f
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalifi-
ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele
vervangingsonderdelen.
Daarmee wordt gewaarborgd
dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
f
Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder
toezicht gebruiken.
Anders kunnen personen worden
verblind.
f
Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving
met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistof-
fen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden.
In
het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof
of de dampen tot ontsteking brengen.
f
Open het accupack niet.
Er bestaat gevaar voor kortslui-
ting.
Bescherm het accupack tegen hitte, bijvoor-
beeld ook tegen aanhoudend zonlicht, vuur, wa-
ter en vocht.
Er bestaat explosiegevaar.
f
Voorkom aanraking van het niet-gebruikte accupack
met paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven
en andere kleine metalen voorwerpen die overbrug-
ging van de contacten kunnen veroorzaken.
Kortsluiting
tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot
gevolg hebben.
f
Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu-pack lek-
ken. Voorkom contact daarmee. Bij onvoorzien contact
met water afspoelen. Als de vloeistof in de ogen komt,
dient u bovendien een arts te raadplegen.
Gelekte accu-
vloeistof kan tot huidirritaties en brandwonden leiden.
f
Laad het accupack alleen met het in deze gebruiksaan-
wijzing aangegeven oplaadapparaat op.
Voor een op-
laadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is,
bestaat brandgevaar wanneer het met andere accu’s wordt
gebruikt.
f
Gebruik alleen originele Bosch-accupacks met de op
het typeplaatje van het meetgereedschap aangegeven
spanning.
Bij gebruik van andere accupacks, zoals imita-
ties, opgeknapte accupacks of accupacks van andere mer-
ken, bestaat gevaar voor persoonlijk letsel en materiële
schade door exploderende accupacks.
Breng het laserdoelpaneel 37 niet in de
buurt van een pacemaker.
De magneten
van het laserdoelpaneel brengen een veld
voort dat de functie van een pacemaker na-
delig kan beïnvloeden.
f
Houd het laserdoelpaneel 37 uit de buurt van magneti-
sche gegevensdragers en magnetisch gevoelige appa-
ratuur.
Door de werking van de magneten van het laser-
doelpaneel kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.
Acculader
Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle
voorschriften.
Als de waarschuwingen en voor-
schriften niet worden opgevolgd, kan dit een elek-
trische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Houd het oplaadapparaat uit de buurt van re-
gen en vocht.
Het binnendringen van water in het
oplaadapparaat vergroot het risico van een elek-
trische schok.
f
Laad met het oplaadapparaat geen accu’s van andere
fabrikanten op.
Het oplaadapparaat is alleen geschikt
voor het opladen van het Bosch-accupack dat in de rotatie-
laser is geplaatst. Bij het opladen van accu’s van andere fa-
brikanten bestaat brand- en explosiegevaar.
f
Houd het oplaadapparaat schoon.
Door vervuiling be-
staat gevaar voor een elektrische schok.
f
Controleer voor elk gebruik oplaadapparaat, kabel en
stekker. Gebruik het oplaadapparaat niet als u een be-
schadiging hebt vastgesteld. Open het oplaadapparaat
niet zelf en laat het alleen door gekwalificeerd perso-
neel en alleen met originele vervangingsonderdelen re-
pareren.
Beschadigde oplaadapparaten, kabels en stek-
kers vergroten het risico van een elektrische schok.
f
Gebruik het oplaadapparaat niet op een gemakkelijk
brandbare ondergrond (zoals papier of textiel) of in
een brandbare omgeving.
Vanwege de bij het opladen
optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat
brandgevaar.
f
Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu-pack lek-
ken. Voorkom contact daarmee. Bij onvoorzien contact
met water afspoelen. Als de vloeistof in de ogen komt,
dient u bovendien een arts te raadplegen.
Gelekte accu-
vloeistof kan tot huidirritaties en brandwonden leiden.
f
Houd toezicht op kinderen.
Daarmee wordt gewaarborgd
dat kinderen niet met het oplaadapparaat spelen.
f
Kinderen en personen die op grond van hun fysieke,
zintuiglijke of geestelijke vermogens, hun onervaren-
heid of hun gebrek aan kennis niet in staat zijn het op-
laadapparaat veilig te bedienen, mogen dit oplaadap-
paraat niet zonder toezicht of instructie door een
verantwoordelijke persoon gebruiken.
Anders bestaat
het gevaar van verkeerde bediening en lichamelijk letsel.
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 62 Monday, June 27, 2011 12:55 PM

Nederlands |
63
Bosch Power Tools
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Laserontvanger
Lees alle voorschriften en neem deze in
acht.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN
GOED.
Breng het meetgereedschap niet in de
buurt van een pacemaker.
De magneet-
plaat
22
brengt een veld voort dat de func-
tie van een pacemaker nadelig kan beïn-
vloeden.
f
Houd het meetgereedschap uit de buurt van magneti-
sche gegevensdragers en magnetisch gevoelige appa-
ratuur.
Door de werking van de magneetplaat
22
kan on-
herroepelijk gegevensverlies optreden.
f
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalifi-
ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele
vervangingsonderdelen.
Daarmee wordt gewaarborgd
dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
f
Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving
met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistof-
fen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden.
In
het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof
of de dampen tot ontsteking brengen.
Product- en vermogensbeschrijving
Gebruik volgens bestemming
Rotatielaser
Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en contro-
leren van nauwkeurig verticale hoogteverlopen. Het meetge-
reedschap is niet bestemd voor verticaal waterpassen.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik buitenshuis.
Laserontvanger
Het meetgereedschap is bestemd voor het snel vinden van ro-
terende laserstralen met de in de „Technische gegevens” ver-
melde golflengte.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis
en buitenshuis.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeeldingen
van rotatielaser, oplaadapparaat en laserontvanger op de pa-
gina’s met afbeeldingen.
Rotatielaser en oplaadapparaat
1
Weergave automatisch waterpassen
2
Aan/uit-toets en toets schokwaarschuwing
3
Indicatie waarschuwing voor schok
4
Variabele laserstraal
5
Opening voor laserstraal
6
Indicatie oplaadtoestand
7
Accupack
8
Batterijvak
9
Vergrendeling batterijvak
10
Vergrendeling accupack
11
Contactbus voor oplaadstekker
12
Statiefopname 5/8"
13
Serienummer rotatielaser
14
Laser-waarschuwingsplaatje
15
Oplaadapparaat
16
Netstekker van oplaadapparaat
17
Oplaadstekker
Laserontvanger*
18
Vergrendeling van het batterijvakdeksel
19
Aan/uit-toets laserontvanger
20
Toets Instelling meetnauwkeurigheid
21
Toets Geluidssignaal
22
Magneetplaat
23
Middenmarkering
24
Ontvangstveld voor laserstraal
25
Display
26
Libel laserontvanger
27
Serienummer laserontvanger
28
Deksel van batterijvak
29
Opname voor houder
32
Vastzetschroef van houder
33
Bovenkant van houder
34
Bevestigingsschroef van houder
35
Houder
Indicatie-elementen laserontvanger
a
Indicatie instelling „middel”
b
Batterijwaarschuwing
c
Richtingindicatie boven
d
Indicatie geluidssignaal
e
Middenindicatie
f
Indicatie instelling „fijn”
g
Richtingindicatie onder
Toebehoren en vervangingsonderdelen
30
Statief*
31
Bouwlaser-meetlat*
36
Laserbril*
37
Laserdoelpaneel*
38
Opbergkoffer
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard
meegeleverd.
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 63 Monday, June 27, 2011 12:55 PM

64
| Nederlands
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Bosch Power Tools
Technische gegevens
Montage
Energievoorziening rotatielaser
Gebruik met batterijen of accu’s
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-
mangaanbatterijen of accu’s geadviseerd.
Als u het batterijvak
8
wilt openen, draait u de vergrendeling
9
in stand
en trekt u het batterijvak naar buiten.
Let bij het inzetten van de batterijen of accu’s op de juiste
poolaansluitingen overeenkomstig de afbeelding in het batte-
rijvak.
Vervang altijd alle batterijen of accu’s tegelijkertijd. Gebruik
alleen batterijen of accu’s van één fabrikant en met dezelfde
capaciteit.
Sluit het batterijvak
8
en draai de vergrendeling
9
in stand .
Als u de batterijen of accu's verkeerd heeft geplaatst, kan het
meetgereedschap niet worden ingeschakeld. Plaats de batterij-
en of accu's met de juiste poolaansluitingen in het batterijvak.
f
Neem de batterijen of accu’s uit het meetgereedschap
als u het langdurig niet gebruikt.
Als de batterijen of ac-
cu’s lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en
leegraken.
Rotatielaser
GRL 400 H
Professional
Zaaknummer
3 601 K61 800
Werkbereik (radius)
1)
– Zonder laserontvanger ca.
– Met laserontvanger ca.
10 m
200 m
Waterpasnauwkeurigheid
1) 2)
±
0,08 mm/m
Zelfwaterpasbereik kenmer-
kend
±
8 % (
±
5°)
Waterpastijd kenmerkend
15 s
Rotatiesnelheid
600 min
-1
Bedrijfstemperatuur
–10 ... +50 °C
Bewaartemperatuur
–20 ... +70 °C
Relatieve luchtvochtigheid max.
90 %
Laserklasse
2
Lasertype
635 nm, <1 mW
Ø Laserstraal bij de opening ca.
1)
5 mm
Statiefopname (horizontaal)
5/8"-11
Accu’s (NiMH)
Batterijen (alkali-mangaan)
2 x 1,2 V HR20 (D) (9 Ah)
2 x 1,5 V LR20 (D)
Gebruiksduur ca.
– Accu’s (NiMH)
– Batterijen (alkali-mangaan)
30 h
50 h
Gewicht volgens
EPTA-Procedure 01/2003
1,8 kg
Afmetingen
(lengte x breedte x hoogte)
183 x 170 x 188 mm
Beschermingsklasse
IP 56 (bescherming tegen
stof en waterstralen)
1) bij 20 °C
2) langs de assen
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van de rotatielaser. De han-
delsbenamingen van afzonderlijke rotatielasers kunnen afwijken.
Het serienummer
13
op het typeplaatje dient voor de eenduidige iden-
tificatie van uw rotatielaser.
Oplaadapparaat
Zaaknummer
2 610 A13 782
Nominale spanning
V~
100–240
Frequentie
Hz
50/60
Oplaadspanning accu
V=
7,5
Laadstroom
A
1,0
Toegestaan oplaadtempera-
tuurbereik
°C
0–45
Oplaadtijd
h
14
Aantal accucellen
2
Nominale spanning
(per accucel)
V=
1,2
Gewicht volgens
EPTA-Procedure 01/2003
kg
0,2
Isolatieklasse
/
II
Laserontvanger
LR 1
Professional
Zaaknummer
3 601 K15 400
Te ontvangen golflengte
635–650 nm
Werkbereik
3)
200 m
Ontvangsthoek
120°
Te ontvangen rotatiesnelheid
>200 min
-1
Meetnauwkeurigheid
4)
– Instelling „fijn”
– Instelling „middel”
±
1 mm
±
3 mm
Bedrijfstemperatuur
– 10 °C ... +50 °C
Bewaartemperatuur
– 20 °C ... +70 °C
Batterij
1 x 9 V 6LR61
Gebruiksduur ca.
50 h
Gewicht volgens
EPTA-Procedure 01/2003
0,36 kg
Afmetingen
(lengte x breedte x hoogte)
148 x 73 x 30 mm
Beschermingsklasse
IP 65 (stofdicht en be-
schermd tegen straalwater)
3) De reikwijdte (radius) kan afnemen door ongunstige omgevingsom-
standigheden (zoals fel zonlicht).
4) Afhankelijk van afstand tussen laserontvanger en rotatielaser
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van de laserontvanger. De
handelsbenamingen van afzonderlijke laserontvangers kunnen afwij-
ken.
Het serienummer
27
op het typeplaatje dient voor de eenduidige iden-
tificatie van uw laserontvanger.
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 64 Monday, June 27, 2011 12:55 PM

Nederlands |
65
Bosch Power Tools
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Gebruik met accupack
Laad het accupack
7
vóór het eerste gebruik op. Het accupack
kan uitsluitend worden opgeladen met het daarvoor bestem-
de oplaadapparaat
15
.
f
Let op de netspanning!
De spanning van de stroombron
moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje
van het oplaadapparaat.
Steek de bij uw stroomnet passende netstekker
16
in het op-
laadapparaat
15
en laat deze vastklikken.
Steek de oplaadstekker
17
van het oplaadapparaat in de aan-
sluiting
11
van het accupack. Sluit het oplaadapparaat op het
stroomnet aan. Het opladen van het lege accupack duurt on-
geveer 14 uur. Oplaadapparaat en accupack zijn beschermd
tegen te lang opladen.
Een nieuw of lang niet gebruikt accupack levert pas na onge-
veer vijf oplaad- en ontlaadcycli zijn volledige capaciteit.
Laad het accupack
7
niet na elk gebruik op, omdat anders de
capaciteit ervan verminderd wordt. Laad het accupack alleen
op als de oplaadindicatie
6
knippert of continu brandt.
Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen geeft aan
dat het accupack versleten is en moet worden vervangen.
Als het accupack leeg is, kunt u het meetgereedschap ook met
behulp van het oplaadapparaat
15
gebruiken, als dit op het
stroomnet is aangesloten. Schakel het meetgereedschap uit,
laad het accupack ca. 10 minuten op en schakel vervolgens
het meetgereedschap met het aangesloten oplaadapparaat
weer in.
Als u het accupack
7
wilt vervangen, draait u de vergrendeling
10
in stand
en trekt u het accupack
7
naar buiten.
Zet een nieuw accupack in en draai de vergrendeling
10
in
stand .
f
Neem het accupack uit het meetgereedschap als u het
gedurende lange tijd niet gebruikt.
Accu’s kunnen roes-
ten of hun lading verliezen als deze lang worden bewaard.
Indicatie oplaadtoestand
Als de oplaadindicatie
6
voor het eerst rood knippert, kan het
meetgereedschap nog ongeveer 2 uur worden gebruikt.
Als de oplaadindicatie
6
continu rood brandt, zijn er geen me-
tingen meer mogelijk. Het meetgereedschap wordt na 1 mi-
nuut automatisch uitgeschakeld.
Energievoorziening laserontvanger
Voor het gebruik van de laserontvanger worden alkaliman-
gaanbatterijen geadviseerd.
Druk op de vergrendeling
18
van het batterijvak en klap het
batterijvakdeksel
28
open.
Let bij het inzetten van de batterij op de juiste poolaansluitin-
gen overeenkomstig de afbeelding in het batterijvak.
Nadat de batterijwaarschuwing
b
voor het eerst in het display
25
is verschenen, kan de laserontvanger nog ongeveer 3 uur
worden gebruikt.
f
Neem de batterij uit de laserontvanger als u deze gedu-
rende lange tijd niet gebruikt.
De batterij kan roesten of
zijn lading verliezen als deze lang wordt bewaard.
Gebruik
Ingebruikneming rotatielaser
f
Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel
zonlicht.
f
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem-
peraturen of temperatuurschommelingen.
Laat het bij-
voorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetge-
reedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op
de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik
neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschom-
melingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereed-
schap nadelig worden beïnvloed.
f
Voorkom heftige schokken of vallen van het meetge-
reedschap.
Na sterke externe inwerkingen op het meetge-
reedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet,
altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Wa-
terpasnauwkeurigheid rotatielaser”, pagina 67).
Meetgereedschap opstellen
Stel het meetgereedschap op een stabiele
ondergrond op of monteer het op een sta-
tief
30
.
Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid
reageert het meetgereedschap zeer gevoe-
lig op trillingen en verplaatsingen. Let daar-
om op een stabiele positie van het meetgereedschap om on-
derbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te
voorkomen.
In- en uitschakelen
f
Richt de laserstraal niet op personen of dieren (in het
bijzonder niet op hun ooghoogte) en kijk zelf niet in de
laserstraal (ook niet van een grote afstand).
Het meet-
gereedschap zendt onmiddellijk na het inschakelen de va-
riabele laserstraal
4
uit.
Als u het meetgereedschap wilt
inschakelen
, drukt u kort op
de aan/uit-toets
2
. De indicaties
3
,
1
en
6
lichten kort op. Het
meetgereedschap begint meteen met automatisch waterpas-
sen. Tijdens het waterpassen knippert de waterpasindicatie
1
groen. De laser roteert niet en knippert.
Het meetgereedschap is waterpas gesteld zodra de waterpa-
sindicatie
1
continu groen brandt en de laser continu schijnt.
Nadat het waterpassen is afgesloten, start het meetgereed-
schap automatisch in de rotatiefunctie.
Het meetgereedschap werkt uitsluitend in de rotatiefunctie
met vaste rotatiesnelheid, die ook voor de toepassing van een
laserontvanger geschikt is.
Bij fabrieksinstelling is de schokwaarschuwingsfunctie auto-
matisch ingeschakeld. De schokwaarschuwingsindicatie
3
is
groen verlicht.
Als u het meetgereedschap wilt
uitschakelen
, drukt u kort op
de aan/uit-toets
2
. Als de schokwaarschuwing is geactiveerd
(schokwaarschuwingsindicatie
3
knippert rood) drukt u de
aan/uit-toets eenmaal kort in voor het opnieuw starten van de
schokwaarschuwingsfunctie en vervolgens opnieuw kort voor
het uitschakelen van het meetgereedschap.
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 65 Monday, June 27, 2011 12:55 PM

66
| Nederlands
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Bosch Power Tools
f
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe-
heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge-
bruik uit.
Andere personen kunnen door de laserstraal
verblind worden.
Het meetgereedschap wordt ter bescherming van de batterij-
en automatisch uitgeschakeld wanneer het zich langer dan
2 uur buiten het zelfwaterpasbereik bevindt of de schokwaar-
schuwing langer dan 2 uur geactiveerd is (zie „Automatisch
waterpassen rotatielaser”, pagina 66). Positioneer het meet-
gereedschap opnieuw en schakel het weer in.
Ingebruikneming laserontvanger
f
Bescherm de laserontvanger tegen vocht en fel zon-
licht.
f
Stel de laserontvanger niet bloot aan extreme tempe-
raturen of temperatuurschommelingen.
Laat deze bij-
voorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat de laseront-
vanger bij grote temperatuurschommelingen eerst op de
juiste temperatuur komen voordat u deze in gebruik
neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschom-
melingen kan de nauwkeurigheid van de laserontvanger
nadelig worden beïnvloed.
Stel de laserontvanger minstens 50 cm van de rotatielaser
verwijderd op. Plaats de laserontvanger zodanig dat de laser-
straal het ontvangstveld
24
kan bereiken.
In- en uitschakelen
f
Bij het inschakelen van de laserontvanger klinkt een
luid geluidssignaal.
„Het A-gewogen geluidsdrukniveau
van het geluidssignaal bedraagt op 0,2 m afstand maxi-
maal 95 dB(A).”
f
Houd de laserontvanger niet dicht bij uw oor.
Het luide
geluid kan het gehoor beschadigen.
Als u de laserontvanger wilt
inschakelen
, drukt u op de
aan/uit-toets
19
. Er klinken twee geluidssignalen en alle indi-
caties in het display lichten kort op.
Als u de laserontvanger wilt
uitschakelen
, drukt u opnieuw
op de aan/uit-toets
19
.
Als er ongeveer 10 minuten geen toets op de laserontvanger
wordt ingedrukt en het ontvangstveld
24
10 minuten lang niet
door een laserstraal wordt bereikt, wordt de laserontvanger
automatisch uitgeschakeld om de batterij te ontzien. De uit-
schakeling wordt aangegeven door een geluidssignaal.
Instelling van middenindicatie kiezen
Met de toets
20
kunt u vastleggen met welke nauwkeurigheid
de positie van de laserstraal op het ontvangstveld als in het
„midden” wordt aangegeven:
– Instelling „fijn” (indicatie
f
in display),
– Instelling „middel” (indicatie
a
in display),
Bij wijziging van de nauwkeurigheidsinstelling klinkt een ge-
luidssignaal.
Na het inschakelen van de laserontvanger is altijd de nauw-
keurigheid „middel” ingesteld.
Richtingindicaties
De indicaties onder
g
, midden
e
en boven
c
(resp. aan de
voor- en achterzijde van de laserontvanger) geven de positie
van de roterende laserstraal in het ontvangstveld
24
aan. De
positie kan bovendien door een geluidssignaal worden aange-
geven (zie „Geluidssignaal voor het aangeven van de laser-
straal”, pagina 66).
Laserontvanger te laag:
Als de laserstraal door de bovenste
helft van het ontvangstveld
24
loopt, verschijnt de onderste
richtingindicatie
g
in het display.
Indien het geluidssignaal ingeschakeld is, klinkt er een signaal
met een langzaam ritme.
Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl omhoog.
Zodra de middenmarkering
23
wordt benaderd, wordt alleen
nog de punt van de richtingindicatie
g
weergegeven.
Laserontvanger te hoog:
Als de laserstraal door de onderste
helft van het ontvangstveld
24
loopt, verschijnt de bovenste
richtingindicatie
c
in het display.
Indien het geluidssignaal ingeschakeld is, klinkt er een signaal
met een snel ritme.
Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl omlaag.
Zodra de middenmarkering
23
wordt benaderd, wordt alleen
nog de punt van de richtingindicatie
c
weergegeven.
Laserontvanger in het midden:
Als de laserstraal door het
ontvangstveld
24
ter hoogte van de middenmarkering
23
loopt, brandt de middenindicatie
e
. Indien het geluidssignaal
is ingeschakeld, klinkt er een aanhoudend signaal.
Geluidssignaal voor het aangeven van de laserstraal
De positie van de laserstraal op het ontvangstveld
24
kan
door een geluidssignaal worden aangegeven.
Na het inschakelen van de laserontvanger is het geluidssig-
naal altijd uitgeschakeld.
Als u het geluidssignaal inschakelt, kunt u uit twee geluidsvo-
lumes kiezen.
Druk voor het inschakelen of veranderen van het geluidssig-
naal op de toets Geluidssignaal
21
tot het gewenste geluids-
volume wordt weergegeven. Bij een gemiddeld geluidsvolu-
me knippert de geluidssignaalindicatie
d
in het display. Bij
een hoog geluidsvolume brandt de indicatie permanent. Bij
een uitgeschakeld geluidssignaal gaat de indicatie uit.
Automatisch waterpassen rotatielaser
Na het inschakelen controleert het meetgereedschap de hori-
zontale stand en compenseert het oneffenheden binnen het
zelfwaterpasbereik van ca. 8% (5°) automatisch.
Als het meetgereedschap na het inschakelen of na een posi-
tieverandering meer dan 8 % scheef staat, is waterpas stellen
niet meer mogelijk. In dit geval wordt de rotor gestopt. De la-
ser knippert en de waterpasindicatie
1
brandt continu rood.
Positioneer het meetgereedschap opnieuw en wacht het wa-
terpassen af. Zonder opnieuw positioneren wordt na 2 minu-
ten de laser en na 2 uur het meetgereedschap automatisch
uitgeschakeld.
Nadat het meetgereedschap waterpas is gesteld, controleert
het voortdurend of het waterpas staat. Bij positieveranderin-
gen wordt het automatisch opnieuw waterpas gesteld. Ter
voorkoming van verkeerde metingen stopt de rotor tijdens
het waterpassen. De laser knippert en de waterpasindicatie
1
knippert groen.
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 66 Monday, June 27, 2011 12:55 PM

Nederlands |
67
Bosch Power Tools
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Schokwaarschuwingsfunctie
Het meetgereedschap bezit een schokwaarschuwingsfunctie.
Deze voorkomt bij veranderingen van plaats en schokken van
het meetgereedschap of bij trillingen van de ondergrond het
waterpas stellen op veranderde hoogte. Daardoor worden
hoogtefouten voorkomen.
Na het inschakelen van het meetgereedschap is de
schokwaarschuwingsfunctie bij fabrieksinstelling ingescha-
keld (de schokwaarschuwingsindicatie
3
brandt). De
schokwaarschuwing wordt ca. 30 seconden na het inschake-
len van het meetgereedschap resp. na het inschakelen van de
schokwaarschuwingsfunctie geactiveerd.
Als bij een plaatsverandering van het meetgereedschap het
bereik van de waterpasnauwkeurigheid wordt overschreden
of een sterke schok wordt geregistreerd, wordt de
schokwaarschuwing gegeven. De rotatie wordt gestopt, de la-
ser knippert, de waterpasindicatie
1
gaat uit en de
schokwaarschuwingsindicatie
3
knippert rood.
Als de schokwaarschuwing geactiveerd is, drukt u kort op de
aan/uit-toets
2
. De schokwaarschuwingsfunctie wordt op-
nieuw gestart en het meetgereedschap begint met waterpas-
sen. Zodra het meetgereedschap waterpas is gesteld (de wa-
terpasindicatie
1
brandt continu groen) start het automatisch
in de rotatiefunctie. Controleer vervolgens de hoogte van de
laserstraal aan een referentiepunt en corrigeer de hoogte in-
dien nodig.
Als na een afgegeven schokwaarschuwing de functie door het
indrukken van de aan/uit-toets
2
niet opnieuw wordt gestart,
worden na 2 minuten de laser en na 2 uur het meetgereed-
schap automatisch uitgeschakeld.
Als u de functie schokwaarschuwing wilt
uitschakelen
houdt
u de aan/uit-toets
2
gedurende 3 seconden ingedrukt. Als de
schokwaarschuwing geactiveerd is (schokwaarschuwingsin-
dicatie
3
knippert rood) drukt u de aan/uit-toets eerst kort in
en houdt u deze vervolgens nogmaals 3 seconden ingedrukt.
Als de schokwaarschuwing uitgeschakeld is, gaat de
schokwaarschuwingsindicatie
3
uit.
Als ui de schokwaarschuwing wilt
inschakelen
houdt u de
aan/uit-toets
2
gedurende 3 seconden ingedrukt. De
schokwaarschuwingsindicatie
3
brandt continu groen. Na
30 seconden wordt de schokwaarschuwing geactiveerd.
De instelling van de schokwaarschuwingsfunctie wordt bij het
uitschakelen van het meetgereedschap opgeslagen.
Waterpasnauwkeurigheid rotatielaser
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit.
Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende tempera-
tuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.
De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettraject van ca.
20 meter en kunnen bij 100 meter zelfs het twee- tot viervou-
dige van de afwijking bij 20 meter bedragen.
Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst
zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van
20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetge-
reedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het
werkvlak.
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
Behalve externe invloeden, kunnen ook apparaatspecifieke
invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen
leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werk-
zaamheden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap.
Voor de controle is een vrij meettraject van 20 meter op een
vaste ondergrond tussen twee muren A en B vereist. U moet
een omslagmeting over beide assen X en Y (zowel positief als
negatief) uitvoeren (vier volledige metingen).
– Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op een sta-
tief of plaats het op een vlakke en stabiele ondergrond.
Schakel het meetgereedschap in.
– Markeer na afsluiting van het waterpassen het midden van
de laserstraal op muur A (punt
I
).
– Draai het meetgereedschap 180°, laat het waterpassen en
markeer het midden van de punt van de laserstraal op de
tegenoverliggende muur B (punt
II
).
– Plaats het meetgereedschap – zonder het te draaien –
dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen.
– Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van
het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen),
dat het midden van de laserstraal precies de eerder gemar-
keerde punt
II
op muur B raakt.
A
B
20 m
A
B
180°
A
B
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 67 Monday, June 27, 2011 12:55 PM

68
| Nederlands
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Bosch Power Tools
– Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte te ver-
anderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van
de laserstraal op muur A (punt
III
). Let erop dat punt
III
zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt
I
ligt.
– Het verschil
d
tussen beide gemarkeerde punten
I
en
III
op
muur A levert de feitelijke afwijking van het meetgereed-
schap voor de gemeten as op.
Herhaal de meting voor de andere drie assen. Draai daarvoor
het meetgereedschap voor het begin van elke meting telkens
90°.
Op het meettraject van 2 x 20 = 40 m bedraagt de maximaal
toegestane afwijking:
40 m x
±
0,08 mm/m =
±
3,2 mm.
Het verschil
d
tussen de punten
I
en
III
mag daarom bij elk van
de vier metingen hoogstens 3,2 mm bedragen.
Als het meetgereedschap de maximale afwijking bij een van
de vier metingen overschrijdt, dient u het bij een Bosch-klan-
tenservice te laten controleren.
Tips voor de werkzaamheden met de rotatielaser
f
Gebruik altijd alleen het midden van de laserlijn voor
het markeren.
De breedte van de laserlijn verandert met
de afstand.
Laserbril (toebehoren)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het ro-
de licht van de laser voor het oog helderder.
f
Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril.
De laserbril
dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar
biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
f
Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het ver-
keer.
De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ul-
travioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Werkzaamheden met het statief (toebehoren)
Het meetgereedschap beschikt over een 5/8"-statiefopname
voor horizontaal gebruik op een statief. Plaats het meetge-
reedschap met de statiefopname
12
op de 5/8"-schroef-
draad van het statief en schroef het met de vastzetschroef van
het statief vast.
Bij een statief
30
met schaalverdeling op het uitschuifbaar
deel kunt u de hoogteverplaatsing rechtstreeks instellen.
Werkzaamheden met het laserdoelpaneel (toebehoren)
Met het laserdoelpaneel
37
kunt u de laserhoogte op een
muur overbrengen.
Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing
ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere
plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen
van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte.
Het laserdoelpaneel
37
heeft een reflecterende laag die de
zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij
fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen
zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op het laserdoelpa-
neel kijkt.
Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren)
Voor het controleren van oneffenheden of het aantekenen van
verval wordt het gebruik van de meetlat
31
samen met de la-
serontvanger geadviseerd.
Op de meetlat
31
is boven een relatieve schaalverdeling
(
±
50 cm) aangebracht. De nulhoogte daarvan kunt u onder
op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen
afwijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden af-
gelezen.
Tips voor de werkzaamheden met de
laserontvanger
Markeren
Bij de middenmarkering
23
rechts en links op de laserontvan-
ger kunt u de hoogte van de laserstraal markeren als deze
door het midden van het ontvangstveld
24
loopt. De midden-
markering bevindt zich 45 mm van de bovenkant van de laser-
ontvanger.
Richten met de libel
Met de libel
26
kunt u de laserontvanger verticaal (loodrecht)
afstellen. Scheef aanbrengen van de laserontvanger leidt tot
foutieve metingen.
Bevestigen met houder (zie afbeelding A)
U kunt de laserontvanger met de houder
35
op een bouwla-
sermeetlat
31
(toebehoren) of op andere hulpmiddelen met
een breedte van maximaal 65 mm bevestigen.
Schroef de houder
35
met de bevestigingsschroef
34
in de
opname
29
aan de achterzijde van de laserontvanger vast.
Draai de vastzetschroef
32
los, duw de houder bijvoorbeeld
op de bouwlaser-meetlat
31
en draai de vastzetschroef
32
weer vast.
De bovenrand
33
van de houder bevindt zich op dezelfde
hoogte als de middenmarkering
23
en kan worden gebruikt
voor het markeren van de laserstraal.
A
B
180°
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 68 Monday, June 27, 2011 12:55 PM

Nederlands |
69
Bosch Power Tools
1 619 929 J22 | (27.6.11)
Bevestigen met magneet (zie afbeelding B)
Als een zekere bevestiging niet beslist noodzakelijk is, kunt u
de laserontvanger met de magneetplaat
22
aan de voorzijde
op stalen delen hechten.
Toepassingsvoorbeelden
Diepte van bouwputten controleren (zie afbeelding C)
Stel het meetgereedschap op een stabiele ondergrond op of
monteer het op een statief
30
.
Werkzaamheden met statief: Stel de laserstraal op de ge-
wenste hoogte af. Breng de hoogte op de bestemmingsplaats
over of controleer de hoogte.
Werkzaamheden zonder statief: Bepaal het hoogteverschil
tussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt met behulp
van het laserdoelpaneel
37
. Breng het gemeten hoogtever-
schil op de bestemmingsplaats over of controleer het geme-
ten hoogteverschil.
Bij het meten over een grote afstand moet u het meetgereed-
schap altijd in het midden van het werkoppervlak en op een
statief opstellen om storende invloeden te beperken.
Monteer bij werkzaamheden op een onzekere ondergrond het
meetgereedschap op het statief
30
. Let erop dat de
schokwaarschuwingsfunctie geactiveerd is om foutieve me-
tingen bij bewegingen van de ondergrond of schokken van het
meetgereedschap te voorkomen.
Overzicht van de indicaties
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd de rotatielaser, het oplaadapparaat en de laserontvan-
ger altijd schoon.
Dompel de rotatielaser, het oplaadapparaat of de laseront-
vanger niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen
reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de vlakken bij de laseropening van de
rotatielaser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Mochten de rotatielaser, het oplaadapparaat of de laseront-
vanger ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch
defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door
een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereed-
schappen. Open de rotatielaser, het oplaadapparaat of de la-
serontvanger niet zelf.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde-
len altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens
het typeplaatje van de rotatielaser, het oplaadapparaat of de
laserontvanger.
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie
en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde-
len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson-
derdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag
bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van
producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 22 55 65
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
La
serstr
aal
Ro
ta
tie
v
an
d
e
las
er
Groen
Rood
Groen
Rood
Meetgereedschap inschakelen (zelftest 1 seconde)
z
z
z
Nivelleren of opnieuw nivelleren
2x/s
2x/s
Meetgereedschap genivelleerd en gereed voor gebruik
z
z
z
Zelfnivelleerbereik overschreden
2x/s
z
Schokwaarschuwing geactiveerd
z
Schokwaarschuwing afgegeven
2x/s
2x/s
Batterijspanning voor maximaal 2 uur gebruik
2x/s
Accu leeg
z
2x/s
z
Knipperfrequentie (tweemaal per seconde)
Continufunctie
Functie gestopt
OBJ_DOKU-20994-002.fm Page 69 Monday, June 27, 2011 12:55 PM
Оглавление
- Deutsch
- English
- Français
- Español
- Português
- Italiano
- Nederlands
- Dansk
- Svenska
- Norsk
- Suomi
- ÅëëçíéêÜ
- Türkçe
- Polski
- Česky
- Slovensky
- Magyar
- Ðóññêèé
- Óêðà¿íñüêà
- Română
- Áúëãàðñêè
- Srpski
- Slovensko
- Hrvatski
- Eesti
- Latviešu
- Lietuviškai
- ﺔﻣﺪﳋاﻭ ﺔﻧﺎﻴﺼﻟا
- ﺐﻴﻛﱰﻟا
- ءادﻷاﻭ ﺞﹶﺘﻨﳌا ﻒﺻﻭ
- ﻥﺎﻣﻷا تﲈﻴﻠﻌﺗ
- ﺲ وﺮﺳ و ﺖﺒﻗاﺮﻣ
- هﺎﮕﺘﺳد دﺮﺑرﺎ هﻮﺤﻧ
- ﺐﺼﻧ
- نآ دﺮ ﻠﻤﻋ و هﺎﮕﺘﺳد ﺢ ﺮﺸﺗ
- ﻨﻤ ا ﺎﻫ ﺋﺎﻤﻨﻫار