Bosch GPL 5 Professional: Nederlands
Nederlands: Bosch GPL 5 Professional

OBJ_BUCH-815-002.book Page 34 Tuesday, March 13, 2012 2:43 PM
34 | Nederlands
Houder
Nederlands
Breng de houder 8 niet in de buurt van
een pacemaker. De magneten 12 brengen
Veiligheidsvoorschriften
een veld voort dat de functie van een pace-
maker nadelig kan beïnvloeden.
Puntlaser
Alle aanwijzingen moeten worden gelezen
f Houd de houder 8 uit de buurt van magnetische gege-
en in acht worden genomen om zonder ge-
vensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur.
varen en veilig met het meetgereedschap te
Door de werking van de magneten 12 kan onherroepelijk
werken. Maak waarschuwingsplaatjes op
gegevensverlies optreden.
het meetgereedschap nooit onleesbaar.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
Product- en vermogensbeschrijving
f Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde be-
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meet-
dienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of
gereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl
andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot ge-
u de gebruiksaanwijzing leest.
vaarlijke stralingsblootstelling leiden.
f Het meetgereedschap wordt geleverd met een waar-
Gebruik volgens bestemming
schuwingsplaatje in het Engels (in de weergave van het
Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en contro-
meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aan-
leren van horizontale en verticale lijnen en loodpunten.
geduid met nummer 5).
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van
het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Opening voor laserstraal
2 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
IEC 60825-1:2007-03
3 Deksel van batterijvak
<
1 mW, 635 nm
4 Aan/uit-schakelaar
5 Laser-waarschuwingsplaatje
6 Statiefopname 1/4"
f Plak over de Engelse tekst van het waarschuwings-
plaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voor-
7 Serienummer
dat u het gereedschap voor het eerst gebruikt.
8 Houder
f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk
9 Vastzetschroef van houder
niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt
10 Schroefgaten van houder
laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort.
11 Riemgeleiding
Daardoor kunt u personen verblinden.
12 Magneten
f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril
13 Statiefopname 1/4" op houder
dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar
14 Statiefopname 5/8" op houder
biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
15 Meetplaat met voet*
f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het
16 Beschermetui
verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming
17 Laserbril*
tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van
18 Statief*
kleuren.
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard
f Laat het meetgereedschap repareren door gekwalifi-
meegeleverd.
ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele
vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd
Technische gegevens
dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Puntlaser GPL 5
f Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder
Zaaknummer
3 601 K66 2..
toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden
Werkbereik
30 m
verblind.
Waterpasnauwkeurigheid
±0,3 mm/m
f Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving
met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistof-
Zelfwaterpasbereik kenmerkend
fen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In
langs de
het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof
–lengteas
± 5°
of de dampen tot ontsteking brengen.
– breedteas
± 3°
Het serienummer 7 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identifi-
catie van uw meetgereedschap.
1 609 929 S07 | (13.3.12) Bosch Power Tools

OBJ_BUCH-815-002.book Page 35 Tuesday, March 13, 2012 2:43 PM
Nederlands | 35
Puntlaser GPL 5
f Voorkom heftige schokken of vallen van het meetge-
reedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetge-
Waterpastijd kenmerkend
<4s
reedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet,
Bedrijfstemperatuur
–10 °C...+40 °C
altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie
Bewaartemperatuur
–20 °C...+70 °C
„Waterpasnauwkeurigheid”).
Relatieve luchtvochtigheid max.
90 %
f Schakel het meetgereedschap uit wanneer u het ver-
Laserklasse
2
plaatst of vervoert. Bij het uitschakelen wordt de pende-
leenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewe-
Lasertype
635 nm, <1 mW
gingen beschadigd raken.
Statiefopname
1/4"
In- en uitschakelen
Batterijen
3x1,5VLR06(AA)
Als u het meetgereedschap wilt inschakelen duwt u de aan/uit-
Gebruiksduur ca.
24 h
schakelaar 4 omhoog, zodat op de schakelaar „I” verschijnt.
Gewicht volgens
Onmiddellijk na het inschakelen zendt het meetgereedschap
EPTA-Procedure 01/2003
0,25 kg
uit elk van de laserstraalopeningen 1 één laserstraal.
Afmetingen
f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk
(lengte x breedte x hoogte)
104x40x80mm
zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af-
Beschermingsklasse
IP 5X
stand.
Het serienummer 7 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identifi-
Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen duwt u de aan/
catie van uw meetgereedschap.
uit-schakelaar 4 omlaag, zodat op de schakelaar „0” verschijnt.
Als u het meetgereedschap uitschakelt, wordt de pendeleen-
heid vergrendeld.
Montage
Automatische uitschakeling instellen
Batterijen inzetten of vervangen
Standaard wordt het meetgereedschap 20 minuten na het in-
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-
schakelen automatisch uitgeschakeld.
mangaanbatterijen geadviseerd.
Deze automatische uitschakeling kan van 20 minuten op
Als u het batterijvakdeksel 3 wilt openen, draait u de vergrende-
8 uur worden omgeschakeld. Schakel daarvoor het meetge-
ling 2 met de wijzers van de klok mee in stand en trekt u het
reedschap in, onmiddellijk weer uit en binnen 4 seconden op-
batterijvakdeksel los. Plaats de meegeleverde batterijen. Let
nieuw in. Ter bevestiging van de wijziging knipperen alle laser-
daarbij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de
stralen na de tweede keer inschakelen gedurende 2 seconden
binnenzijde van het batterijvak.
in een snel ritme.
Zet het batterijvakdeksel onder op de behuizing en druk het
f Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe-
vervolgens omhoog. Draai de vergrendeling 2 tegen de wij-
heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge-
zers van de klok in stand om het batterijvakdeksel te ver-
bruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal
grendelen.
verblind worden.
Als de laserstralen tijdens het gebruik in een langzaam ritme
Als u het meetgereedschap de volgende keer inschakelt, is de
knipperen, zijn de batterijen bijna leeg. Nadat de laserstralen
automatische uitschakeling weer op 20 minuten ingesteld.
voor het eerst knipperen, kan het meetgereedschap nog ca.
8 uur worden gebruikt.
Werkzaamheden met automatisch waterpassen
Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen bat-
Plaats het meetgereedschap op een rechte en stabiele onder-
terijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
grond of bevestig het op de houder 8 of het statief 18.
f Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het
Na het inschakelen worden door het automatisch waterpas-
langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden be-
sen oneffenheden binnen het zelfwaterpasbereik van
± 5°
waard, kunnen deze gaan roesten en leegraken.
(lengteas) resp. ±3° (breedteas) automatisch gecompen-
seerd. Het waterpassen is afgesloten zodra de punten van de
laserstraal niet meer bewegen.
Gebruik
Als automatisch waterpassen niet mogelijk is, bijvoorbeeld om-
Ingebruikneming
dat het oppervlak waarop het meetgereedschap staat meer dan
f Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel
5° bzw. 3° van de waterpaslijn afwijkt, knipperen de laserstra-
zonlicht.
len in een snel ritme. Stel in dit geval het meetgereedschap ho-
f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem-
rizontaal op en wacht het zelfwaterpassen af. Zodra het meet-
peraturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij-
gereedschap zich binnen het zelfwaterpasbereik van ±5° resp.
voorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetge-
±3° bevindt, schijnen de laserstralen weer continu.
reedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op
Bij trillingen of veranderingen van plaats tijdens het gebruik
de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik
vindt automatisch opnieuw waterpassen van het meetgereed-
neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschom-
schap plaats. Controleer na het waterpassen de positie van de
melingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereed-
laserstralen met betrekking tot referentiepunten om fouten
schap nadelig worden beïnvloed.
door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen.
Bosch Power Tools 1 609 929 S07 | (13.3.12)

OBJ_BUCH-815-002.book Page 36 Tuesday, March 13, 2012 2:43 PM
36 | Nederlands
Waterpasnauwkeurigheid
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit.
d
Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende tempera-
tuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.
180˚
Omdat de temperatuurverschillen in de buurt van de grond of
vloer het grootst zijn, dient u het meetgereedschap indien
mogelijk op een in de handel verkrijgbaar statief te monteren
en het in het midden van het werkoppervlak op te stellen.
Behalve externe invloeden, kunnen ook apparaatspecifieke
invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen
leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werk-
zaamheden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maxima-
– Draai het meetgereedschap ca. 180° zonder de hoogte te
le afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klanten-
veranderen. Laat het waterpassen en markeer het midden
service te laten repareren.
van de punt van de andere zijwaartse laserstraal op de
Als de waterpasnauwkeurigheid van de horizontale laserstra-
muur (punt II). Let erop dat punt II zoveel mogelijk recht
len voor de breedte- en lengteas binnen de maximaal toege-
boven of recht onder punt I ligt.
stane afwijking ligt, is daarmee ook de waterpasnauwkeurig-
– Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en II op
heid van de loodstralen (verticale as) gecontroleerd.
de muur levert de feitelijke hoogteafwijking van het meet-
gereedschap op.
Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas
Op het meettraject van 2 x 20 = 40 m bedraagt de maximaal
controleren
toegestane afwijking:
Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op
40 m x ± 0,3 mm/m = ± 12 mm.
een stabiele ondergrond vóór een muur nodig.
Het verschil d tussen de punten I en II mag daarom hoogstens
– Monteer het meetgereedschap op 20 meter afstand van de
12 mm bedragen.
muur op de houder resp. een statief of plaats het op een
Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de lengteas
stabiele en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereed-
controleren
schap in.
Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op
een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.
– Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op de hou-
der resp. een statief of plaats het op een stabiele en vlakke
ondergrond. Schakel het meetgereedschap in.
A
B
20 m
– Richt een van de beide zijwaartse laserstralen die langs de
breedteas van het meetgereedschap verlopen op de muur.
20 m
Laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het mid-
den van de punt van de laserstraal op de muur (punt I).
– Richt de horizontale laserstraal, die parallel aan de leng-
teas van het meetgereedschap verloopt, op de nabijgele-
gen muur A. Laat het meetgereedschap waterpassen. Mar-
keer het midden van de punt van de laserstraal op de muur
(punt I).
1 609 929 S07 | (13.3.12) Bosch Power Tools

OBJ_BUCH-815-002.book Page 37 Tuesday, March 13, 2012 2:43 PM
Nederlands | 37
Tips voor de werkzaamheden
A
f Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt voor
B
het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met
180˚
de afstand.
Bevestigen met houder
Als u het meetgereedschap op de houder 8 wilt bevestigen,
draait u de vastzetschroef 9 van de houder in de 1/4"-statief-
opname 6 op het meetgereedschap vast. Als u het meetge-
reedschap op de houder wilt draaien, draait u de schroef 9
iets los.
– Draai het meetgereedschap 180°, laat het nivelleren en
– Draai het meetgereedschap op de houder 8 opzij of naar
markeer het midden van de punt van de laserstraal op
achteren om de onderste loodstraal zichtbaar te maken.
muur B aan de andere kant (punt II).
– Draai het meetgereedschap op de houder 8 om met de ho-
– Plaats het meetgereedschap – zonder het te draaien –
rizontale laserstraal hoogten over te brengen.
dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen.
Met de houder 8 heeft u de volgende mogelijkheden om het
meetgereedschap te bevestigen:
– Monteer de houder 8 met de 1/4"-statiefopname 13 op
A
B
het statief 18 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief.
Voor de bevestiging op een in de handel verkrijgbaar
bouwstatief gebruikt u de 5/8"-statiefopname 14.
– Aan stalen delen kan de houder 8 met de magneet 12 wor-
den bevestigd.
– Op droogbouw- of houten wanden kan de houder 8 met
schroeven worden vastgeschroefd. Steek daarvoor
schroeven met een lengte van minstens 60 mm door de
schroefgaten 10 van de houder.
– Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van
– Aan buizen en dergelijke kan de houder 8 worden beves-
het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen),
tigd met een in de handel verkrijgbare riem die door de
dat het midden van de punt van de laserstraal precies de
riemvoering 11 wordt getrokken.
eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt.
Werkzaamheden met het statief (toebehoren)
Een statief 18 biedt een stabiele, in hoogte instelbare mee-
A
B
tondergrond. Plaats het meetgereedschap met de statiefop-
180˚
name 6 op de 1/4"-schroefdraad van het statief en schroef
het met de vastzetschroef van het statief vast.
d
Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren)
Met de meetplaat 15 kunt u de lasermarkering op de vloer
resp. de laserhoogte op een muur overbrengen.
Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing
ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere
plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen
– Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte te ver-
van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte.
anderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van
De meetplaat 15 heeft een reflecterende laag die de zicht-
de punt van de laserstraal op muur A (punt III). Let erop
baarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel
dat punt III zoveel mogelijk recht boven of recht onder
zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zicht-
punt I ligt.
baar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt.
– Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op
muur A levert de feitelijke hoogteafwijking van het meetge-
Laserbril (toebehoren)
reedschap langs de lengteas op.
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het ro-
Op het meettraject van 2 x 20 m = 40 m bedraagt de maxi-
de licht van de laser voor het oog helderder.
maal toegestane afwijking:
f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril
40 m x ± 0,3 mm/m = ± 12 mm.
dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar
Het verschil d tussen de punten I en III mag daarom hoog-
biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
stens 12 mm bedragen.
f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het ver-
keer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen
ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Bosch Power Tools 1 609 929 S07 | (13.3.12)