Pioneer PLASMA DISPLAY: BEDIENEN VAN HET ON-SCREEN DISPLAY

BEDIENEN VAN HET ON-SCREEN DISPLAY: Pioneer PLASMA DISPLAY

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

11

Du

Menubewerkingen

Het venster van het on-screen display (OSD) wordt

in een gedeelte van het scherm weergegeven, zoals

onderstaande afbeelding laat zien.

* De exacte positie van het OSD is afhankelijk van de

beeldinstelling.

In deze handleiding wordt het OSD-gedeelte vergroot

weergegeven.

MAIN MENU

1 / 2

EXIT

PICTURE

SOUND

SCREEN

OPTION1

ADVANCED OSD

        NEXT PAGE

:     OFF

SEL.

EXIT

OK

MENU

In het onderstaande wordt beschreven hoe de menu’s en

de gekozen items worden bediend.

1. Druk op de MENU/SET-toets van de afstandsbediening

om het “MAIN MENU” weer te geven.

MAIN MENU

1 / 2

EXIT

PICTURE

SOUND

SCREEN

OPTION1

ADVANCED OSD

        NEXT PAGE

:     OFF

SEL.

EXIT

OK

MENU

MAIN MENU

2 / 2

        PREVIOUS PAGE

LANGUAGE

COLOR SYSTEM

SOURCE INFORMATION

SEL.

EXIT EXIT

OK

MENU

2. Druk op de cursortoetsen 

▲ ▼

 van de afstandsbediening

om het menu te selecteren dat u wilt openen.

3. Druk op de MENU/SET-toets van de afstandsbediening

om een submenu of een item te selecteren.

PICTURE

1 / 2

CONTRAST

BRIGHTNESS

SHARPNESS

COLOR

TINT

AV SELECTION

DNR

        NEXT PAGE

:     STD

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

4. Wijzig het niveau of de instelling van het geselecteerde

item met behulp van de cursortoetsen 

 van de

afstandsbediening.

5. De aanpassingen of instellingen worden in het geheugen

opgeslagen. De wijzigen blijven van kracht tot u ze

opnieuw veranderd.

6. Herhaal de stappen 2 – 5 om andere items te wijzigen, of

druk op de EXIT-toets van de afstandsbediening om naar

het hoofdmenu terug te keren.

* Om de balk onderaan het scherm in te stellen moet de 

 of

 -toets binnen 5 seconden worden ingedrukt. Gebeurt dit

niet, dan blijft de huidige instelling van kracht en verschijnt

het vorige scherm weer.

Opmerking:

 Het hoofdmenu verdwijnt als op de EXIT-

toets wordt gedrukt.

Informatie

 Geavanceerde menufunctie

Wanneer “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/

2) op “ON” staat, worden alle menu-items weergegeven.

MAIN MENU

1 / 2

PICTURE

SOUND

SCREEN

OPTION1

OPTION2

OPTION3

ADVANCED OSD

        NEXT PAGE

:     ON

SEL.

EXIT EXIT

OK

MENU

BEDIENEN VAN HET ON-SCREEN DISPLAY 

(OSD)

Instellen van de menutaal

U kunt voor weergave van de menu’s kiezen uit zeven

talen.

Voorbeeld: Instellen van de menutaal op “DEUTSCH”

Selecteer “LANGUAGE” uit het “MAIN MENU” en druk

op de MENU/SET-toets.

Het “LANGUAGE”-menu verschijnt.

Selecteer  “DEUTSCH” van het “LANGUAGE”-menu en

druk op de MENU/SET-toets.

LANGUAGE

LANGUAGE

:     

DEUTSCH

EXIT RETURN

OK

MENU

ADJ.

De taal wordt op “DEUTSCH” ingesteld en het hoofdmenu

verschijnt weer.

Informatie

 Taalinstellingen

ENGLISH ........

Engels

DEUTSCH .......

Duits

FRANÇAIS ......

Frans

ESPAÑOL .......

Spaans

ITALIANO ........

Italiaans

SVENSKA .......

Zweeds

:У66@)G ............

Russisch

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD)

12

Du

Hoofdmenu

Submenu

Submenu 2

Submenu 3

Submenu 4

RESET

REFERENCE

PICTURE

CONTRAST

←→

  0

52

72

JA

14

BRIGHTNESS

←→

  0

32

64

JA

14

SHARPNESS

←→

  0

16

32

JA

14

COLOR

←→

  0

32

64

JA

14

TINT

R

←→

G     0

32

64

JA

14

AV SELECTION

DYNAMIC/STD/MOVIE1/MOVIE2/DEFAULT

JA

14

DNR

OFF/LOW/MID/HIGH

JA

14

COLOR TEMP.

LOW/MID LOW/MID/HIGH

JA

14

WHITE BALANCE

R.HIGH

←→

  0

40

70

JA

15

G.HIGH

←→

  0

40

70

JA

15

B.HIGH

←→

  0

40

70

JA

15

R.LOW

←→

  0

40

70

JA

15

G.LOW

←→

  0

40

70

JA

15

B.LOW

←→

  0

40

70

JA

15

RESET

OFF

←→

ON

JA

15

GAMMA

1

←→

2

←…→

4

JA

15

LOW TONE

AUTO

←→

1

←…→

3

JA

15

C. DETAIL ADJ

RED

Y

←→

M 0

32

64

JA

15

GREEN

C

←→

Y

0

32

64

JA

15

BLUE

M

←→

C 0

32

64

JA

15

YELLOW

G

←→

R

0

32

64

JA

15

MAGENTA

R

←→

B

0

32

64

JA

15

CYAN

B

←→

G

0

32

64

JA

15

RESET

OFF

←→

ON

JA

15

Hoofdmenu

Submenu

Submenu 2

Submenu 3

Submenu 4

RESET

REFERENCE

SOUND

BASS

←→

  0

13

26

JA

16

TREBLE

←→

  0

13

26

JA

16

BALANCE

L

←→

R

-22

0

+22

JA

16

AUDIO INPUT1

VIDEO 1-3 / COMPNT 1-2 / PC1DSUB / PC2-BNC / PC3-DVI

JA

16

AUDIO INPUT2

VIDEO 1-3 / COMPNT 1-2 / PC1DSUB / PC2-BNC / PC3-DVI

JA

16

AUDIO INPUT3

VIDEO 1-3 / COMPNT 1-2 / PC1DSUB / PC2-BNC / PC3-DVI

JA

16

Hoofdmenu

Submenu

Submenu 2

Submenu 3

Submenu 4

RESET

REFERENCE

SCREEN

SCREEN SIZE

4:3/FULL/WIDE/ZOOM/2.35:1/14:9

16

V.POSITION

←→

-64

0

+64

JA

16

H.POSITION

←→

-128

0

+127

JA

16

V.SIZE

←→

0

←→

64

JA

16

H.SIZE

←→

0

←→

64

JA

16

AUTO PICTURE

OFF

←→

ON*

2

NEE

16

PHASE*

1

←→

*

2

0

←→

64

JA

16

CLOCK*

1

←→

*

2

0

64

128

JA

16

Hoofdmenu

Submenu

Submenu 2

Submenu 3

Submenu 4

RESET

REFERENCE

OPTION1

OSD

DISPLAY OSD

OFF

←→

ON

JA

17

OSD ADJUST

1

←…→

6

JA

17

OSD ANGLE

H

←→

V

JA

17

OSD ORBITER

OFF

←→

ON

JA

17

OSD CONTRAST

LOW

←→

NORMAL

JA

17

BNC INPUT

RGB

←→

COMP.

←→

SCART1

←→

SCART2

JA

17

D-SUB INPUT

RGB

←→

SCART3

17

RGB SELECT

AUTO/STILL/MOTION/WIDE1/WIDE2/WIDE3/WIDE4/DTV

JA

18

HD SELECT

1080B/1035

I

/1080A

NEE

18

INPUT SKIP

OFF

←→

ON

JA

18

ALL RESET

OFF

←→

ON

18

           :De gearceerde vakken duiden op de standaard waarden.

←→

Druk op de 

 of 

 -toets om deze waarden in te stellen.

           :Menu-items in een omlijnd vak zijn beschikbaar wanneer ADVANCED OSD is ingesteld op ON.

Menuopbouw

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

13

Du

*1   Alleen wanneer AUTO PICTURE is ingesteld op OFF.

*2   Alleen RGB/PC

Hoofdmenu

Submenu

Submenu 2

Submenu 3

Submenu 4

RESET

REFERENCE

 OPTION2

PWR. MGT.

OFF

←→

ON

JA

19

PURECINEMA

OFF

←→

ON

JA

19

LONG LIFE

ABL

AUTO/LOCK 1/LOCK 2/LOCK 3

JA

19

ORBITER

AUTO 1

JA

20

AUTO 2

JA

20

MANUAL

H-DOT/V-LINE/TIME

JA

20

OFF

JA

20

INVERSE

OFF

JA

20

ON

WORKING TIME/WAITING TIME

JA

20

WHITE

JA

20

SCREEN WIPER

OFF

JA

21

ON

WORKING TIME/WAITING TIME/SPEED

JA

21

SOFT FOCUS

OFF/1/2/3/4

JA

21

SIDE MASK

0

←…→

3

←…→

15

JA

21

S1/S2

AUTO

←→

OFF

JA

22

DVI SET-UP

PLUG/PLAY

PC

←→

STB/DVD

NEE

22

BLACK LEVEL

LOW

←→

HIGH

NEE

22

Hoofdmenu

Submenu

Submenu 2

Submenu 3

Submenu 4

RESET

REFERENCE

 OPTION3

TIMER

PRESENT TIME

DAYLIGHT SAIVING TIME OFF

←→

ON

NEE

22

DAY/HOUR/MINUTES

NEE

22

PROGRAM

OFF

JA

23

ON

DATE/ON/OFF(HOUR, MINUTE)/INPUT/FUNCTION

JA

23

PWR. ON MODE

LAST / VIDEO 1-3 / COMPNT 1-2 / PC1DSUB / PC2-BNC / PC3-DVI

JA

23

KEY LOCK

OFF

←→

ON

JA

23

IR REMOTE

OFF

←→

ON

JA

24

LOOP OUT

OFF

←→

ON

JA

24

ID NUMBER

ALL

←→

1

←…→

256

JA

24

VIDEO WALL

DIVIDER

OFF/1/4/9/16/25

JA

25

POSITION

No.1

←…→

No.4/No.7

←…→

No.15/No.16

←…→

No.31/No.32

←…→

No.56

25

DISP. MODE

NORMAL

←→

ADJUST

JA

25

AUTO ID

OFF

←→

ON

JA

25

SCREEN

SCREEN SIZE

4:3/FULL/WIDE/ZOOM/2.35:1/14:9

26

V.POSITION

←→

-64

0

+64

JA

26

H.POSITION

←→

-128

0

+127

JA

26

V.SIZE

←→

0

←→

64

JA

26

H.SIZE

←→

0

←→

64

JA

26

AUTO PICTURE

OFF

←→

ON*

2

NEE

26

PHASE*

1

←→

*

2

0

←→

64

JA

26

CLOCK*

1

←→

*

2

0

64

128

JA

26

P. ON DELAY

OFF/ON/MODE1/MODE2

JA

26

ABL LINK

OFF

←→

ON

JA

26

REPEAT TIMER

OFF

JA

27

ON

DIVIDER/SOURCE/WORK TIME

JA

27

Hoofdmenu

Submenu

Submenu 2

Submenu 3

Submenu 4

RESET

REFERENCE

ADVANCED OSD

OFF

←→

ON

JA

27

LANGUAGE

ENGLISH/DEUTSCH/FRANÇAIS/ESPAÑOL/ITALIANO/SVENSKA/

:У66@)G

NEE

11

COLOR SYSTEM

AUTO/3.58NTSC/4.43 NTSC/PAL/PAL 60/PAL-N/PAL-M/SECAM

NEE

27

SOURCE INFORMATION —

27

Informatie

 Herstellen van alle standaard waarden

Selecteer “ALL RESET” van het “OPTION1”-menu. Merk op dat ook de standaard waarden van alle overige instellingen

worden hersteld.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD)

14

Du

Het instellingenmenu PICTURE

Instellen van het beeld

Contrast, helderheid, scherpte, kleur en tint kunnen naar

voorkeur worden ingesteld.

Voorbeeld: Instellen van het contrast

Selecteer “CONTRAST” van het “PICTURE”-menu en stel

het contrast in.

PICTURE

1 / 2

CONTRAST

BRIGHTNESS

SHARPNESS

COLOR

TINT

AV SELECTION

DNR

        NEXT PAGE

:     STD

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

CONTRAST

5 2

Opmerking:

 Als de melding “CAN NOT ADJUST”

verschijnt …

Controleer of AV SELECTION niet is ingesteld op

DEFAULT wanneer u “PICTURE” submenu wilt openen.

Informatie

 Beschikbare beeldinstellingen

CONTRAST:

 Wijzigt het witniveau in het beeld.

BRIGHTNESS: 

Wijzigt het zwartniveau in het beeld.

SHARPNESS:

 Wijzigt de scherpte van het beeld. Stelt

bij weergave van VIDEO het beelddetail in.

COLOR:

 Wijzigt de kleurdensiteit.

TINT:

 Wijzigt de tint van het beeld. Instellen op een

natuurlijke weergave van huidskleuren, achtergronden,

enz.

 Instellen van computerbeelden

Bij een computersignaal kunnen alleen het contrast en

de helderheid worden gewijzigd.

 Herstellen van de standaard waarden

Zet de instelling “AV SELECTION” op “DEFAULT”.

Aanpassen van het beeld aan de hoeveelheid

licht in de kamer

Er zijn vier standen die u kunt gebruiken om het beeld aan

te passen aan de heersende omstandigheden.

Voorbeeld: Instellen van de stand “MOVIE1”

Zet  “AV SELECTION” van het “PICTURE”-menu op

“MOVIE1”.

PICTURE

1 / 2

CONTRAST

BRIGHTNESS

SHARPNESS

COLOR

TINT

AV SELECTION

DNR

        NEXT PAGE

:     

STD

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

AV SELECTION

:     

MOVIE 1

Informatie

 AV SELECTION-instellingen

MOVIE 1, 2:

 Selecteer deze stand wanneer u in een

donkere kamer naar videobeelden kijkt.

Deze stand biedt een donkerder en fijner beeld zoals u

dat in een bioscoop gewend bent.

Selecteer MOVIE2 voor het meest donkere beeld.

STD:

 Selecteer deze stand wanneer u in een lichte kamer

naar videobeelden kijkt. In deze stand is het onderscheid

tussen de lichte en de donkere gedeelten duidelijker.

DYNAMIC:

 Deze stand geeft het beeld een hogere

helderheid dan in STD.

DEFAULT:

 Gebruik deze instelling om de standaard

waarden te herstellen.

Onderdrukken van beeldruis

Gebruik deze instellingen als er beeldruis optreedt wanneer

de televisieontvangst slechts is of tijdens weergave van

videobanden met een slechte beeldkwaliteit.

Voorbeeld: Instellen op “HIGH”

Zet “DNR” van het “PICTURE”-menu op “HIGH”.

PICTURE

1 / 2

CONTRAST

BRIGHTNESS

SHARPNESS

COLOR

TINT

AV SELECTION

DNR

        NEXT PAGE

:     STD

:     

OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

DNR

:     

HIGH

Informatie

 DNR

* “DNR” is de afkorting voor Digital Noise Reduction,

wat digitale ruisonderdrukking betekent.

* Deze functie vermindert de hoeveelheid beeldruis.

 Soorten ruisonderdrukking

Er zijn drie soorten ruisonderdrukking en elke soort

onderdrukt het ruis op een ander niveau.

Het effect van respectievelijk de standen LOW, MID

en HIGH neemt in sterkte toe.

OFF:

 De ruisonderdrukking is uitgeschakeld.

Instellen van de kleurtemperatuur

Volg deze procedure om de kleurtemperatuur van het

plasmascherm in te stellen.

Voorbeeld: Instellen op “HIGH”

Zet  “COLOR TEMP.” van het “PICTURE”-menu op

“HIGH”.

PICTURE

2 / 2

        PREVIOUS PAGE

COLOR TEMP.

GAMMA

LOW TONE

C.DETAIL ADJ.

:     

HIGH

:     2

:     AUTO

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 COLOR TEMP-instellingen

LOW: 

Veel rood

MID LOW:

 Iets rood

MID:

 Normaal (iets blauw)

HIGH:

 Veel blauw

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

15

Du

Instellen van de kleur op het gewenste niveau

Volg deze procedure om de witbalans voor elke

kleurtemperatuur in te stellen om zo de gewenste

kleureigenschappen te verkrijgen.

Voorbeeld: Instellen van de “R.HIGH” of “HIGH”

kleurtemperatuur.

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet  “COLOR TEMP.” van het “PICTURE”-menu op

“HIGH” en druk op de MENU/SET-toets.

Het “WHITE BALANCE”-menu verschijnt.

Stel de witbalans van “R.HIGH” in.

WHITE BALANCE

COLOR TEMP. HIGH

R.HIGH

G.HIGH

B.HIGH

R.LOW

G.LOW

B.LOW

RESET

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

R.HIGH

7 0

Informatie

 WHITE BALANCE-instellingen

R/G/B.HIGH:

 Instelling voor de witbalans voor het

witniveau

R/G/B.LOW:

 Instelling voor de witbalans voor het

zwartniveau

RESET:

 Herstelt de standaard waarden van alle

instellingen. Kies “ON” met behulp van de

cursortoetsen 

 en 

 en druk op de MENU/SET-toets.

 Herstellen van de standaard waarden

Selecteer  “RESET” van het “WHITE BALANCE”-

menu.

Wijzigen van de gammacurve

Met deze instelling kan de helderheid van de partijen in

het middenbereik worden ingesteld zonder dat dit van

invloed is op de donkere en de zeer heldere partijen.

Voorbeeld: Instellen op “3”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “GAMMA” van het “PICTURE”-menu op “3”.

PICTURE

2 / 2

        PREVIOUS PAGE

COLOR TEMP.

GAMMA

LOW TONE

C.DETAIL ADJ.

:     MID

:     

3

:     AUTO

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 GAMMA-instellingen

Het beeld wordt donkerder naarmate het nummer hoger

wordt (in de volgorde 1, 2, 3 en 4).

Instellen van de nuance

Met deze instellingen kan de nuance wordt verhoogd,

vooral in de donkere partijen.

Voorbeeld: Instellen op “2”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “LOW TONE” van het “PICTURE”-menu op “2”.

PICTURE

2 / 2

        PREVIOUS PAGE

COLOR TEMP.

GAMMA

LOW TONE

C.DETAIL ADJ.

:     MID

:     2

:    

 2

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 LOW TONE-instellingen

AUTO:

 Beoordeelt het beeld en past het automatisch

aan.

1:

 Past de dithering-methode toe die het meest geschikt

is voor stilstaande beelden.

2:

 Past de dithering-methode toe die het meest geschikt

is voor bewegende beelden.

3:

 Past de error diffusion-methode toe.

Instellen van de kleuren

Volg deze procedure om de kleurtoon en kleurdensiteit

van rood, groen, blauw, geel, magenta en cyaan in te

stellen.

U kunt dan de groene kleur van bomen, de blauwe kleur

van luchtpartijen, e.d. accentueren.

Voorbeeld: Instellen van de kleursterke van blauw

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Selecteer “C.DETAIL ADJ” van het “PICTURE”-menu en

druk op de MENU/SET-toets.

Het “C.DETAIL ADJ”-menu verschijnt.

Stel de kleursterkte van “BLUE” van “C.DETAIL ADJ” in.

C.DETAIL ADJ

RED

GREEN

BLUE

YELLOW

MAGENTA

CYAN

RESET

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

M

G

R

B

C

Y

C

R

B

G

Y

M

Informatie

 C.DETAIL ADJ -instellingen

RED: 

Stelt de kleursterkte van rood in.

GREEN:

 Stelt de kleursterkte van groen in.

BLUE:

 Stelt de kleursterkte van blauw in.

YELLOW: 

Stelt de kleursterkte van geel in.

MAGENTA:

 Stelt de kleursterkte van magenta in.

CYAN:

 Stelt de kleursterkte van cyaan in.

RESET: 

Herstelt de standaard waarden van alle

instellingen.

Kies “ON” met behulp van de cursortoetsen 

 en 

 en

druk op de MENU/SET-toets.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD)

16

Du

Het instellingenmenu SOUND

Instellen van de hoge en lage tonen, de

balans en selecteren van de audio-ingang

De hoge en lage tonen en de balans tussen het linker en

het rechter kanaal kunnen naar eigen voorkeur worden

ingesteld.

Voorbeeld: Instellen van de lage tonen

Stel de lage tonen in via “BASS” van het “SOUND”-menu.

SOUND

BASS

TREBLE

BALANCE

AUDIO INPUT1

AUDIO INPUT2

AUDIO INPUT3

:     VIDEO1

:     COMPNT1

:     PC1DSUB

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Opmerking:

 Als de melding “CAN NOT ADJUST”

verschijnt …

Zet  “AUDIO INPUT” van het “SOUND”-menu in de

juiste stand.

Informatie

 SOUND-instellingen

BASS:

 Bepaalt de sterkte van de lage frequenties.

TREBLE:

 Bepaalt de sterkte van de hoge frequenties.

BALANCE:

 Bepaalt de balans tussen het linker en het

rechter kanaal.

Instellen van de toekenningen van de audio-

aansluitingen

Met deze instelling worden de aansluitingen AUDIO1, 2

en 3 op de gewenste audio-ingang ingesteld.

Voorbeeld: Instellen van “AUDIO INPUT1” op

“VIDEO2”

Zet  “AUDIO INPUT1” van het “SOUND”-menu op

“VIDEO2”.

De beschikbare audio-ingangen zijn afhankelijk van deze

instellingen.

SOUND

BASS

TREBLE

BALANCE

AUDIO INPUT1

AUDIO INPUT2

AUDIO INPUT3

:     

VIDEO2

:     COMPNT1

:     PC1DSUB

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 AUDIO INPUT-instellingen

Het is niet mogelijk om een enkele audio-ingang te

selecteren als het audiokanaal voor meer dan één

ingangsaansluiting.

Instellingenmenu SCREEN

Instellen van positie, formaat, fase en

pixelklok

Het is mogelijk om de positie van het beeld te wijzigen en

flikkeringen van het beeld te verhelpen.

Voorbeeld: Instellen van de verticale positie van een

normaal beeld

Stel de verticale positie in via “V.POSITION” van het

“SCREEN”-menu.

Het beeldformaat verandert telkens wanneer op de 

 of 

 -

toets wordt gedrukt in onderstaande volgorde:

4:3 

 FULL

* Het beeldformaat kan ook worden gewijzigd met behulp

van de SCREEN SIZE-toets van de afstandsbediening.

* De instellingen van het “SCREEN”-menu zijn in de fabriek

niet voorgeprogrammeerd.

SCREEN

SCREEN SIZE

V. POSITION

H. POSITION

V. SIZE

H. SIZE

AUTO PICTURE

PHASE

CLOCK

:     4 : 3

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

V.POSITION

+ 6 4

Informatie

 Wanneer “AUTO PICTURE” op “OFF” staat

SCREEN

SCREEN SIZE

V. POSITION

H. POSITION

V. SIZE

H. SIZE

AUTO PICTURE

PHASE

CLOCK

:     

FULL

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Wanneer de automatische beeldinstelling is

uitgeschakeld, verschijnen de instellingen PHASE en

CLOCK zodat u de fase en pixelklok handmatig kunt

instellen.

 Automatische beeldinstellingen

ON:

 De instellingen PHASE, CLOCK en positie

worden automatisch aangepast.

Niet beschikbaar voor digitale ZOOM.

OFF:

 De instellingen PHASE, CLOCK en positie

worden handmatig aangepast.

* Als de instelling PHASE niet handmatig kan worden

gewijzigd, dan moet “AUTO PICTURE” op “OFF”

worden gezet.

 Instellingen voor de beeldpositie

V.POSITION:

 Bepaalt de verticale positie van het

beeld.

H.POSITION:

 Bepaalt de horizontale positie van het

beeld.

V.SIZE:

 Bepaalt de hoogte van het beeld (behalve bij

het breedbeeldformaat WIDE)

H.SIZE:

 Bepaalt de breedte van het beeld (behalve bij

het breedbeeldformaat WIDE)

PHASE

*

:

 Bepaalt de mate waarin er flikkeringen in

het beeld verschijnen

CLOCK

*

:

 Bepaalt de mate waarin er strepen in het

beeld verschijnen

* De instellingen PHASE en CLOCK zijn alleen

beschikbaar wanneer de functie “AUTO PICTURE”

voor automatische beeldinstelling is uitgeschakeld.

* AUTO PICTURE, PHASE en CLOCK zijn alleen

beschikbaar bij RGB-signalen. Bovendien zijn ze niet

beschikbaar bij bewegende beelden afkomstig van

RGB-, VIDEO- of COMPONENT-signalen.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

17

Du

Instellingenmenu OPTION1

Instellen van de on-screen display

Er zijn diverse keuzemogelijkheden voor de positie van

het menu, de stand (horizontaal of verticaal), enz.

Voorbeeld: Uitschakelen van het on-screen display

Selecteer “OSD” van het “OPTION1”-menu en druk op de

MENU/SET-toets.

Het “OSD”-menu verschijnt.

Zet “DISPLAY OSD” van het “OSD”-menu op “OFF”.

OSD

DISPLAY OSD

OSD ADJUST

OSD ANGLE

OSD ORBITER

OSD CONTRAST

:     

OFF

:     1

:     H

:     OFF

:     LOW

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 DISPLAY OSD-instellingen

ON:

 Er wordt informatie over het beeldformaat, het

volume, enz. getoond.

OFF:

 Er wordt geen informatie over het beeldformaat,

het volume, enz. getoond.

Ook functioneert de DISPLAY-toets van de

afstandsbediening niet.

 OSD ADJUST-instellingen

Bepaalt de positie van het menu op het scherm.

U kunt kiezen uit de posities 1 t/m 6.

 OSD ANGLE-instellingen

Bepaalt de stand (liggend “H” of staand “V”). Wanneer

het plasmascherm verticaal is geïnstalleerd, moet “OSD

ANGLE” op “V” worden gezet.

“H”

“V”

 OSD ORBITER-instellingen

ON:

 Telkens wanneer het on-screen display wordt

weergegeven, verschijnt de positie van het menu met 8

beeldpunten.

OFF:

 Het on-screen display verschijnt telkens op

dezelfde positie.

 OSD CONTRAST-instellingen

NORMAL:

 Het on-screen display heeft een normaal

contrast.

LOW:

 Het on-screen display heeft een laag contrast.

Instellen van de PC2/COMPONENT-

aansluitingen

Via de instelling “BNC INPUT” kan de PC2/

COMPONENT2-aansluiting worden ingesteld op RGB,

component  en SCART1 of 2.

Voorbeeld:  Instellen van “BNC INPUT” op “COMP.”.

Zet “BNC INPUT” van het “OPTION1”-menu op “COMP.”.

OPTION1

1 / 3

OSD

BNC INPUT

D-SUB INPUT

RGB SELECT

HD SELECT

INPUT SKIP

ALL RESET

        NEXT PAGE

:     

COMP.

:     RGB

:     AUTO

:     1080B

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 BNC INPUT-instellingen

RGB:

 Gebruik de 5 BNC-aansluitingen voor HD, VD

en RGB-signalen.

COMP.:

 Gebruik de 3 BNC-aansluitingen voor

component-signalen.

SCART1:

 Gebruik de 4 BNC-aansluitingen voor RGB

met composite sync. Zie blz. 6.

SCART2:

 Gebruik de 3 BNC-aansluitingen voor RGB

en de VIDEO1-aansluiting voor composite sync. Zie

blz. 6.

OPTION1

1 / 3

OSD

BNC INPUT

D-SUB INPUT

RGB SELECT

HD SELECT

INPUT SKIP

ALL RESET

        NEXT PAGE

:     RGB

:     RGB

:     AUTO

:     1080B

:     OFF

:     OFF

SEL.

EXIT RETURN

OK

MENU

OPTION1

OSD

BNC INPUT

D-SUB INPUT

RGB SELECT

HD SELECT

INPUT SKIP

ALL RESET

:     RGB

:     RGB

:     AUTO

:     1080B

:     OFF

:     OFF

      1024

768

SEL.

EXIT RETURN

OK

MENU

Instellen van de PC1-aansluiting

Via de instelling “D-SUB INPUT” kan het type signaal

worden geselecteerd dat via de PC1-aansluiting wordt

ingevoerd.

Voorbeeld: Instellen van “D-SUB INPUT” op

“SCART3”.

Zet  “D-SUB INPUT” van het “OPTION1”-menu op

“SCART3”.

OPTION1

1 / 3

OSD

BNC INPUT

D-SUB INPUT

RGB SELECT

HD SELECT

INPUT SKIP

ALL RESET

        NEXT PAGE

:     RGB

:     

SCART3

:     AUTO

:     1080B

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 D-SUB INPUT-instellingen

RGB:

 Gebruik de D-SUB-aansluiting voor RGB-

signalen.

SCART3:

 Gebruik de D-SUB-aansluiting voor RGB-

signalen via SCART. Zie blz. 6.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD)

18

Du

Instellen van high-definition beelden op het

juiste beeldformaat

Volg deze procedure om het aantal verticale lijnen van het

ingevoerde HD-signaal in te stellen op 1035 of 1080.

Voorbeeld: Instellen van “HD SELECT” op “1035I”

Zet “HD SELECT” van het “OPTION1”-menu op “1035I”.

OPTION1

1 / 3

OSD

BNC INPUT

D-SUB INPUT

RGB SELECT

HD SELECT

INPUT SKIP

ALL RESET

        NEXT PAGE

:     RGB

:     RGB

:     AUTO

:     

1035

I

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 HD SELECT-instellingen

Deze 3 instellingen worden niet automatisch in de juiste

volgorde weergegeven.

1080B:

 Standaard digitale uitzendingen

1035I:

 Het Japanse “High Vision” signaalformaat

1080A:

 Speciale digitale uitzendingen (bijvoorbeeld:

DTC100)

Instellen van de te negeren ingangen

De functie “INPUT SKIP” zorgt ervoor, dat wanneer de

functie op “ON” staat de niet aanwezige signalen worden

overgeslagen en dat alleen die beelden worden

weergegeven van signalen die worden ingevoerd.

Voorbeeld: Instellen op “ON”

Zet “INPUT SKIP” van het “OPTION1”-menu op “ON”.

OPTION1

1 / 3

OSD

BNC INPUT

D-SUB INPUT

RGB SELECT

HD SELECT

INPUT SKIP

ALL RESET

        NEXT PAGE

:     RGB

:     RGB

:     AUTO

:     1080B

:     

ON

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 INPUT SKIP-instellingen

OFF:

 Alle signalen worden ongeacht hun

aanwezigheid, gescand en weergegeven

ON:

 Als er geen ingangssignaal aanwezig is, wordt dat

signaal overgeslagen.

* Tijdens het zoeken naar de aanwezige ingangssignalen

wordt de melding “SETTING NOW” weergegeven.

Herstellen van de standaard waarden

Voer onderstaande handelingen uit om de standaard

waarden van alle instellingen (van de menu’s PICTURE,

SOUND, SCREEN, OPTION1~3, enz.) te herstellen.

Zie blz. 12 voor details over de herstelde instellingen.

Zet “ALL RESET” van het “OPTION1”-menu op “ON” en

druk op de MENU/SET-toets.

OPTION1

1 / 3

OSD

BNC INPUT

D-SUB INPUT

RGB SELECT

HD SELECT

INPUT SKIP

ALL RESET

        NEXT PAGE

:     RGB

:     RGB

:     AUTO

:     1080B

:     OFF

:     

ON

SEL.

EXIT RETURN

OK

MENU

ALL RESET

SETTING NOW

Wanneer de melding “SETTING NOW” verdwijnt, zijn alle

instellingen op hun standaard waarde teruggezet.

Instellen van de juiste RGB-keuzestand voor

computerbeelden

Selecteer bij computerbeelden de juiste RGB-keuzestand

voor bewegende beelden, zoals video, breedbeeld of

digitale uitzendingen.

Voorbeeld: Instellen van “RGB SELECT” op

“MOTION”

Zet  “RGB SELECT” van het “OPTION1”-menu op

“MOTION”.

OPTION1

1 / 3

OSD

BNC INPUT

D-SUB INPUT

RGB SELECT

HD SELECT

INPUT SKIP

ALL RESET

        NEXT PAGE

:     RGB

:     RGB

:     

MOTION

      1024

×

768

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 RGB SELECT-standen

Om de volgende signalen correct te kunnen weergeven,

moet één van de volgende 8 standen worden gekozen.

AUTO:

 Kiest de meest geschikte stand voor de

specificaties van het ingangssignaal,  voorkomend in

de tabel “Tabel van ondersteunde computersignalen”

op blz. 29.

STILL:

 Voor weergave van diverse signalen die voldoen

aan de VESA-norm. (Gebruik deze stand voor

stilbeelden van een computer.)

MOTION:

 Het videosignaal (van een scan omvormer)

wordt omgezet in een RGB-signaal om het beeld

gemakkelijker te kunnen bekijken. (Gebruik deze stand

voor bewegende beelden van een computer.)

WIDE1:

 Wanneer een signaal met een resolutie van 852

punten 

 480 lijnen en een horizontale frequentie van

31,7 kHz wordt ingevoerd, kan het beeld in horizontale

richting worden samengedrukt. Om dit te voorkomen

zet u RGB SELECT op WIDE1.

WIDE2:

 Wanneer een signaal met een resolutie van 848

punten 

 480 lijnen en een horizontale frequentie van

31,0 kHz wordt ingevoerd, kan het beeld in horizontale

richting worden samengedrukt. Om dit te voorkomen

zet u RGB SELECT op WIDE2.

WIDE3:

 Wanneer een signaal met een resolutie van

1920 punten 

 1200 lijnen en een horizontale

frequentie van 74,0 kHz wordt ingevoerd, kan het beeld

in horizontale richting worden samengedrukt. Om dit

te voorkomen zet u RGB SELECT op WIDE3.

WIDE4:

 Wanneer een signaal met een resolutie van

1280 punten 

 768 lijnen en een horizontale frequentie

van 59,8 kHz of een signaal met een resolutie van 1680

punten x 1050 lijnen en een horizontale frequentie van

60 kHz  wordt ingevoerd, kan het beeld in horizontale

richting worden samengedrukt. Om dit te voorkomen

zet u RGB SELECT op WIDE4.

DTV:

  Kies deze stand wanneer u naar digitale televisie-

uitzendingen (480P) kijkt.

Zie blz. 29 voor details over bovenstaande instellingen.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

19

Du

Instellingenmenu OPTION2

I n s t e l l i n g   v a n   e n e r g i e b e h e e r   v o o r

computerbeelden

Deze functie voor energiebesparing (energiebeheer)

reduceert automatisch het stroomverbruik van het

plasmascherm wanneer er gedurende een bepaalde tijd

geen bediening plaatsvindt.

Voorbeeld: Inschakelen van energiebeheer

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “PWR.MGT” van het “OPTION2”-menu op “ON”.

OPTION2

2 / 3

        PREVIOUS PAGE

PWR. MGT.

PURECINEMA

LONG LIFE

SIDE MASK

S1/S2

DVI SET-UP

        NEXT PAGE

:     

ON

:     ON

:     3

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 Energiebeheer

* De energiebeheerfunctie reduceert automatisch het

stroomverbruik van het plasmascherm wanneer het

toetsenbord en de muis van de computer gedurende een

bepaalde tijd niet worden gebruikt. Deze functie is

beschikbaar wanneer het plasmascherm in combinatie

met een computer wordt gebruikt.

* Als de computer niet is ingeschakeld of als de computer

en de tuner niet goed zijn aangesloten, dan is het systeem

uitgeschakeld.

* Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de computer voor

details over het instellen en gebruik van de

energiebeheerfunctie van de computer.

 Instellingen voor energiebeheer

ON:

 De energiebeheerfunctie is ingeschakeld.

OFF:

 De energiebeheerfunctie is uitgeschakeld.

 Energiebeheerfunctie en STANDBY/ON-

indicator

De STANDBY/ON-indicator laat de huidige status van

de energiebeheerfunctie zien. Zie onderstaande tabel

voor een beschrijving van de indicatortoestand.

STANDBY/ON-indicator

Aanpassen van het beeld aan de film

Het filmbeeld wordt automatisch beoordeeld en

geprojecteerd met de instellingen die het beste bij de film

passen.

[Alleen MTSC, PAL, PAL60, 480I (60 Hz) , 525I (60 Hz),

576I (50 Hz), 625I (50 Hz), 1035I (60 HZ), 1080I (60 Hz)]

Voorbeeld: Instellen van “PURECINEMA” op “OFF”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “PURECINEMA” van het “OPTION2”-menu op “OFF”.

OPTION2

2 / 3

:     OFF

:     

OFF

:     3

:     OFF

SEL.

ADJ.

        PREVIOUS PAGE

PWR. MGT.

PURECINEMA

LONG LIFE

SIDE MASK

S1/S2

DVI SET-UP

        NEXT PAGE

EXIT RETURN

Informatie

 PURECINEMA-instellingen

ON:

 Automatische boordeling en projectie van het beeld

in PURECINEMANA

OFF:

 PURECINEMA is uitgeschakeld.

Verminderen van het gevaar voor inbranden

van het scherm

Om het gevaar voor het inbranden van het scherm te

verminderen zijn de helderheid en de positie van het beeld,

de positief-/negatieffunctie en de schermwisser instelbaar.

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Selecteer “LONG LIFE” van het “OPTION2”-menu en druk

op de MENU/SET-toets. Het “LONG LIFE”-menu verschijnt.

LONG LIFE

ABL

ORBITER

INVERSE

SCREEN WIPER

SOFT FOCUS

:     

AUTO

:     OFF

:     OFF

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

ABL (automatisch helderheidsbegrenzer)

Gebruik deze instelling om de helderheidsbegrenzer in te

schakelen.

Voorbeeld: Instellen van “ABL” op “LOCK1”

Zet “ABL” van het “LONG LIFE”-menu op “LOCK1”.

LONG LIFE

ABL

ORBITER

INVERSE

SCREEN WIPER

SOFT FOCUS

:     

LOCK1

:     OFF

:     OFF

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 ABL-instellingen

AUTO:

 De helderheid van het scherm wordt

automatisch aangepast aan de beeldkwaliteit.

LOCK1, 2, 3:

 Bepaalt de maximum helderheid.

De helderheid neemt bij achtereenvolgens LOCK1, 2 en

3 steeds verder af. Bij LOCK3 is de helderheid het laagst.

Energiebeheerfunctie

Aan

Uit

Herstellen van het beeld

Het beeld staat al aan.

Bedien toetsenbord of muis.

Het beeld verschijnt weer.

STANDBY/

ON-indicator

Groen

Rood

Energiebeheerstatus

Niet geactiveerd

Geactiveerd

Beschrijving

Er worden horizontale

en verticale

synchronisatiesignalen

van de computer

ontvangen.

Er worden geen

horizontale en/of verticale

synchronisatiesignalen

van de computer

ontvangen.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

20

Du

ORBITER

Gebruik deze instelling om de beeldverschuiving te

bepalen.

Voorbeeld: Instellen van “ORBITER” op “AUTO1”

Zet “ORBITER” van het “LONG LIFE”-menu op “AUTO1”.

LONG LIFE

ABL

ORBITER

INVERSE

SCREEN WIPER

SOFT FOCUS

:     AUTO

:     

AUTO1

:     OFF

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 ORBITER-instellingen

OFF:

 De ORBITER-functie is uitgeschakeld. Dit is de

standaard instellingen bij invoer van een computer-

signaal.

AUTO1:

 Het beeld verplaatst zich met tussenpozen over

het scherm, waarbij het beeld kleiner wordt. Dit is de

standaard instelling bij invoer van een video- of

componentsignaal. Zet de instelling op “OFF” als deze

signalen niet worden gebruikt.

AUTO2:

 Het beeld verplaatst zich met tussenpozen over

het scherm, waarbij het beeld groter wordt.

MANUAL:

 De gebruiker kan de ORBITER-functie

(horizontale punt, verticale lijn en tijd) handmatig

instellen.

Zie onderstaande uitleg.

* Wanneer een video- of een componentsignaal wordt

ingevoerd, hebben de AUTO1 en AUTO2 instellingen

alleen invloed op het bewegende beeld en wordt het

beeld niet kleiner of groter gemaakt.

Handmatig instellen van de ORBITER-functie

Stel de mate van verschuiving en de tijd tussen twee

verplaatsingen in.

Voorbeeld: Instellen om het beeld elke 3 minuten 2

horizontale punten en 4 verticale lijnen te verplaatsen

Selecteer “ORBITER” van het “LONG LIFE”-menu en druk

op de MENU/SET-toets in. Het “ORBITER”-menu

verschijnt.

Stel de items in.

ORBITER

H-DOT

V-LINE

TIME

:     

2 DOT

:     4 LINE

:     3 M

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 Instellen van de ORBITER-functie

H-DOT:

 Verplaatst het beeld 1 – 20 punten in

horizontale richting

V-LINE:

 Verplaatst het beeld 1 – 20 lijnen in verticale

richting

TIME:

 Interval van 1 – 5 minuten (1 horizontale punt

of 1 verticale lijn per interval)

INVERSE

Gebruik deze instelling om het beeld invers weer te geven

of om een wit scherm weer te geven.

Voorbeeld: Instellen van “INVERSE” op “WHITE”

Zet “INVERSE” van het “LONG LIFE”-menu op “WHITE”

LONG LIFE

ABL

ORBITER

INVERSE

SCREEN WIPER

SOFT FOCUS

:     AUTO

:     OFF

:     

WHITE

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 INVERSE-instellingen

ON:

 Het beeld wordt beurtelings als positief en als

negatief beeld weergegeven. U kunt de tijd instellen

door op de MENU/SET-toets te drukken terwijl deze

instelling op “ON” staat.

OFF:

 Er worden geen beelden invers weergegeven.

WHITE:

 Er wordt een volledig wit scherm weergegeven.

U kunt de tijd instellen door op de MENU/SET-toets te

drukken terwijl deze instelling op “ON” staat.

Instellen van de tijd voor weergave van een invers

beeld/wit scherm

Stel de duur van de weergave in.

Voorbeeld: Instellen om een beeld na 2 uren

gedurende een half uur invers weer te geven

Zet “INVERSE” van het “LONG LIFE”-menu op “ON” en

druk op de MENU/SET-toets.

Het “INVERSE/WHITE”-menu verschijnt.

Stel de tijden in.

INVERSE/WHITE

WORKING TIME

WAITING TIME

:     

01H30M

:     02H00M

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 Tijdsinstellingen

WORKING TIME:

  Stel de weergaveduur voor

“INVERSE/WHITE” in. Wanneer “WORKING TIME” op

“ON” wordt gezet, blijft de functie continu ingeschakeld.

WAITING TIME:

 Stel de wachttijd tot het inschakelen

van “INVERSE/WHITE” in.

* De “WAITING TIME” kan niet worden ingesteld als

“WORKING TIME” op “ON” is gezet.

* De  “WAITING TIME” en de “WORKING TIME”

kunnen in stappen van 3 minuten worden ingesteld op

maximaal 12 uren en 45 minuten.

* Na afloop van de “WORKING TIME” wordt het

plasmascherm stand-by gezet.

[Voorbeeld]

“WORKING TIME”

01u30m

“WAITING TIME”

02u00m

 Instellen van “WORKING TIME” op “ON”

Stel de werktijd in op 0 uren en 0 minuten. Op de plaats

van de tijdaanduiding verschijnt nu “ON”.

←−−−−

      2u       

−−−−→←−−

    1,5u   

−−→←−−−−

Start

Start invers/wit

Stand-by

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

21

Du

SCREEN WIPER

Wanneer deze instelling op “ON” wordt gezet, beweegt

zich een witte, verticale balk herhaaldelijk en met een

constante snelheid van links naar rechts over het scherm.

Voorbeeld: Instellen van “SCREEN WIPER” op “ON”

Zet  “SCREEN WIPER” van het “LONG LIFE”-menu op

“ON”.

LONG LIFE

ABL

ORBITER

INVERSE

SCREEN WIPER

SOFT FOCUS

:     AUTO

:     OFF

:     OFF

:     

ON

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 SCREEN WIPER

ON:

 De witte, verticale balk verschijnt. U kunt de tijd

instellen door op de MENU/SET-toets te drukken terwijl

deze instelling op “ON” staat.

OFF:

 De schermwisser is uitgeschakeld.

Instellen van de tijden voor de SCREEN WIPER

Stel de tijden en de snelheid in.

Voorbeeld: Instellen om de SCREEN WIPER over

30 minuten in te schakelen en gedurende anderhalf

uur te laten werken

Zet  “SCREEN WIPER” van het “LONG LIFE”-menu op

“ON” en druk op de MENU/SET-toets.

Stel de tijden en de snelheid in.

SCREEN WIPER

WORKING TIME

WAITING TIME

SPEED

:     

01H30M

:     00H30M

:     3

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 Tijdsinstellingen

WORKING TIME:

 Stel de tijdsduur voor “SCREEN

WIPER” in. Wanneer “WORKING TIME” op “ON”

wordt gezet, blijft de functie continu ingeschakeld.

WAITING TIME:

 Stel de wachttijd tot het inschakelen

van de “SCREEN WIPER” in.

SPEED:

 Stel de bewegingssnelheid van de “SCREEN

WIPER” in. De snelheid neemt toe naarmate het

nummer hoger wordt.

* De “WAITING TIME” kan niet worden ingesteld als

“WORKING TIME” op “ON” is gezet.

* De  “WAITING TIME” en de “WORKING TIME”

kunnen in stappen van 3 minuten worden ingesteld op

maximaal 12 uren en 45 minuten.

 Instellen van “WORKING TIME” op “ON”

Stel de werktijd in op 0 uren en 0 minuten. Op de plaats

van de tijdaanduiding verschijnt nu “ON”.

SOFT FOCUS

Deze instelling vermindert de randen en verzacht het beeld.

Voorbeeld: Instellen van ‘SOFT FOCUS” op “2”

Zet “SOFT FOCUS” van het “LONG LIFE”-menu op “2”.

LONG LIFE

ABL

ORBITER

INVERSE

SCREEN WIPER

SOFT FOCUS

:     AUTO

:     OFF

:     OFF

:     OFF

:     

2

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 SOFT FOCUS-instellingen

OFF:

 “SOFT FOCUS” is uitgeschakeld.

1, 2, 3, 4:

 Activeert “SOFT FOCUS”. Hoe hoger het

nummer, hoe zachter het beeld.

De instelling “SHARPNESS” van het “PICTURE”-

menu kan nu niet worden gewijzigd.

I n s t e l l i n g   v a n   d e   g r i j s w a a r d e   v o o r   d e

zijmaskering

Volg deze procedure voor het instellen van de grijswaarde

voor die delen van het scherm waarop geen beeld verschijnt

bij een beeldverhouding van 4:3 of 14:9.

Voorbeeld: Instellen van “SIDE MASK” op “5”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “SIDE MASK” van het “OPTION2”-menu op “5”.

OPTION2

2 / 3

:     OFF

:     ON

:     

5

:     OFF

        PREVIOUS PAGE

PWR. MGT.

PURECINEMA

LONG LIFE

SIDE MASK

S1/S2

DVI SET-UP

        NEXT PAGE

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 SIDE MASK-instellingen

Hiermee wordt de helderheid van het zwart (de

grijswaarde) van de zijkanten van het beeld bepaalt.

De standaard waarde is 0 (zwart). De grijswaarde kan

worden ingesteld op een waarde tussen 0 en 15. De

fabrieksinstelling is 3 (donkergrijs).

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

22

Du

Instellen van het beeldformaat van het S1/S2

videosignaal

Als het S-videosignaal informatie over het beeldformaat

bevat en de instelling S1/S2 op “AUTO” is gezet, wordt

het beeld automatisch aangepast en schermvullend

weergegeven.

Deze functie is alleen beschikbaar wanneer een S-

videosignaal via de VIDEO3-aansluiting wordt ingevoerd.

Voorbeeld: Instellen van “S1/S2” op “AUTO”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “S1/S2” van het “OPTION2”-menu op “AUTO”.

OPTION2

2 / 3

:     OFF

:     ON

:     3

:     

AUTO

        PREVIOUS PAGE

PWR. MGT.

PURECINEMA

LONG LIFE

SIDE MASK

S1/S2

DVI SET-UP

        NEXT PAGE

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 S1/S2-instellingen

AUTO:

 Past het beeldformaat automatisch aan het S1/

S2-videosignaal aan.

OFF:

 De S1/S2-functie is uitgeschakeld.

Instellen van het signaal en het zwartniveau

voor een DVI-signaal

Kies het signaal voor de DVI-aansluiting (PC of STB/

DVD) en stel het zwartniveau in.

Voorbeeld: Instellen van de functie “PLUG/PLAY” op

“STB/DVD”.

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Selecteer “DVI SET-UP” van het “OPTION2”-menu en druk

op de MENU/SET-toets.

Het “DVI SET-UP”-menu verschijnt.

Zet “PLUG/PLAY” van het “DVI SET-UP”-menu op “STB/

DVD”.

DVI SET-UP

:     

STB/DVD

:     HIGH

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

PLUG/PLAY

BLACK LEVEL

Informatie

 PLUG/PLAY-instellingen

PC:

 Bij aansluiting van een pc. “BLACK LEVEL”

wordt automatisch ingesteld op “LOW”.

STB/DVD:

 Bij aansluiting van een set-top box, dvd,

enz.  “BLACK LEVEL” wordt automatisch ingesteld

op “HIGH”.

 BLACK LEVEL-instellingen

LOW:

 Bij aansluiting van een pc.

HIGH:

 Bij aansluiting van een set-top box, dvd, enz.

Verander de instelling van “HIGH” in “LOW” als het

zwartniveau er grijs uitziet.

Instellingenmenu OPTION3

Gebruik van de timer

Met deze functie kan het plasmascherm automatisch op

het geprogrammeerde tijdstip worden ingeschakeld.

 Zet “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Selecteer “TIMER” uit het “OPTION3”-menu en druk op

de MENU/SET-toets.

Het “TIMER”-menu verschijnt.

TIMER

:     OFF

SEL.

EXIT RETURN

OK

MENU

PRESENT TIME

PROGRAM

PRESENT TIME

Hiermee kan de huidige tijd worden ingesteld.

Voorbeeld: Instellen op woensdag, 22:05 uur

Selecteer  “PRESENT TIME” van het “TIMER”-menu en

druk op de MENU/SET-toets.

Het “PRESENT TIME”-menu verschijnt.

Stel de items in.

SEL.

PRESENT TIME

WEDNESDAY

22 : 05 : 00

RETURN

DAYLIGHT 

   SAVING TIME

SET

:     OFF

ADJ.

EXIT RETURN

Selecteer “SET” en druk op de MENU/SET-toets.

De instellingen worden opgeslagen en het “TIMER”-menu

verschijnt weer.

* Wanneer u in plaats van de MENU/SET-toets op de EXIT-

toets drukt, dan worden de instellingen niet opgeslagen.

SEL.

PRESENT TIME

WEDNESDAY

22 : 05 : 00

:     OFF

RETURN

DAYLIGHT 

   SAVING TIME

SET

EXIT RETURN

OK

MENU

Informatie

 PRESENT TIME-instellingen

DAYLIGHT SAVING TIME:

 Gebruik deze instelling

om de zomertijd (“DAYLIGHT SAVING TIME”) in te

stellen.

ON

: De huidige tijd + 1 uur

OFF

: Geen zomertijd

Dag:

 Stel de dag van de week in (b.v. zondag)

Uren

: Stel de uren in in de 24-uursaanduiding (tussen

00 en 23).

Minuten:

 Stel de minuten in (tussen 00 en 59).

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

23

Du

PROGRAM TIMER

Hiermee worden de dag en het tijdstip waarop het

plasmascherm wordt in- en uitgeschakeld en de te

gebruiken ingangsbron geprogrammeerd.

Voorbeeld: Instellen om het plasmascherm op

maandagochtend om 8:30 uur in te schakelen, de

op de PC2-aansluitingen aangesloten bron weer te

geven en om 10:30 uur weer uit te schakelen

Selecteer  “PROGRAM” van het “TIMER”-menu en druk

op de MENU/SET-toets.

Het “PROGRAM TIMER”-menu verschijnt.

Stel de items in.

De functie verandert telkens wanneer op de ZOOM 

/

 -

toets wordt gedrukt.

PROGRAM TIMER

DATE

MON

SEL.

ON

08 : 30

- - : - -

- - : - -

- - : - -

- - : - -

- - : - -

- - : - -

OFF

10 : 30

- - : - -

- - : - -

- - : - -

- - : - -

- - : - -

- - : - -

INPUT

PC2

FUNCTION

INVERSE

EXIT RETURN

ZOOM ADJ.

Informatie

 PROGRAM TIMER-instellingen

DATE:

 Stel de dag van de week in (b.v. zondag)

ON (uren, minuten):

 Stel het tijdstip in waarop het

plasmascherm moet worden ingeschakeld, in de 24-

uursaanduiding.

OFF (uren, minuten):

 Stel het tijdstip in waarop het

plasmascherm moet worden uitgeschakeld, in de 24-

uursaanduiding.

INPUT:

 Selecteer de ingang die moet worden

weergegeven wanneer het plasmascherm wordt

ingeschakeld.

FUNCTION:

 Selecteer de functie om het gevaar voor

inbranden van het scherm te verminderen.

 Wissen van een programma

Plaats de cursor op het DATE-veld van het te annuleren

programma en druk op de CLEAR-toets.

 Wissen van programmagegevens

Plaats de cursor op het te wissen veld (ON/OFF/INPUT/

FUNCTION) en druk op de CLEAR-toets.

 Speciale tekens van het PROGRAM TIMER-

menu

PROGRAM TIMER

DATE

MON

TUE

SAT

*

FRI

SAT

*

SEL.

ON

08 : 30

- - : - -

08 : 30

08 : 30

- - : - -

08 : 30

15 : 30

OFF

10 : 30

18 : 15

12 : 15

10 : 00

- - : - -

12 : 15

16 : 00

INPUT

PC2

VIDEO1

COMP.1

VIDEO1

PC1

FUNCTION

INVERSE

WHITE

WHITE

EXIT RETURN

ZOOM ADJ.

• Een sterretje “*” in het DATE-veld

Een sterretje “*” betekent “elke”.  “*FRI” betekent

bijvoorbeeld “elke vrijdag” en “*” betekent “dagelijks”.

• Een koppelteken “-” in het ON of OFF-veld

Een koppelteken “-” in het ON-veld of in het OFF-veld

geeft aan dat de functie niet kan worden ingesteld.

• Een koppelteken “-”in het FUNCTION-veld

Een koppelteken “-”  betekent “laatst gebruikte functie”

(de functie die was ingeschakeld op het moment waarop

het plasmascherm werd uitgeschakeld).

Instellen van de aanvangsmodus

Met deze instelling kan worden bepaald welke ingang

wordt gekozen wanneer het plasmascherm wordt

ingeschakeld.

Voorbeeld: Instellen op “VIDEO2”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet  “PWR. ON MODE” van het “OPTION3”-menu op

“VIDEO2”.

De beschikbare ingangen zijn afhankelijk van de voor de

ingangen gemaakte instellingen.

OPTION3

3 / 3

        PREVIOUS PAGE

TIMER

PWR. ON MODE

KEY LOCK

IR REMOTE

LOOP OUT

ID NUMBER

VIDEO WALL

       

:     

VIDEO2

:     OFF

:     ON

:     OFF

:     ALL

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 PWR. ON MODE-instellingen

LAST:

  De als laatst gebruikte ingangsbron (de bron

die werd gebruikt op het moment waarop het

plasmascherm werd uitgeschakeld).

VIDEO1, 2, 3:

 De VIDEO-ingangen

PC1, 2, 3:

 De PC-ingangen

COMPONENT1, 2:

 De COMPONENT-ingangen

Volg dezelfde procedure als voor het programmeren van

de programmatimer.

A c t i v e r e n / d e a c t i v e r e n   v a n   d e

bedieningsorganen op het voorpaneel

Via deze instelling kunnen de bedieningsorganen op het

voorpaneel worden geactiveerd en gedeactiveerd.

Voorbeeld: Instellen op “ON”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “KEY LOCK” van het “OPTION3”-menu op “ON” en

druk op de MENU/SET-toets.

OPTION3

3 / 3

        PREVIOUS PAGE

TIMER

PWR. ON MODE

KEY LOCK

IR REMOTE

LOOP OUT

ID NUMBER

VIDEO WALL

        

:     LAST

:     

ON

:     ON

:     OFF

:     ALL

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 KEY LOCK-instellingen

ON:

 Deactiveert de bedieningsorganen op het

voorpaneel.

OFF:

 Activeert de bedieningsorganen op het

voorpaneel.

* De POWER-toets blijft gewoon functioneren, ook

wanneer de KEY LOCK-toetsvergrendeling is

ingeschakeld.

* De instelling is van kracht zodra het on-screen display

verdwijnt.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

24

Du

Activeren/deactiveren van de draadloze

afstandsbediening

Via deze instelling kan de bediening via de draadloze

afstandsbediening worden geactiveerd en gedeactiveerd.

Voorbeeld: Instellen op “OFF”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “IR REMOTE” van het “OPTION3”-menu op “OFF”

en druk op de MENU/SET-toets.

OPTION3

3 / 3

        PREVIOUS PAGE

TIMER

PWR. ON MODE

KEY LOCK

IR REMOTE

LOOP OUT

ID NUMBER

VIDEO WALL

        

:     LAST

:     OFF

:     

OFF

:     OFF

:     ALL

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 IR REMOTE-instellingen

ON:

 Maakt bediening via draadloze afstandsbediening

mogelijk.

OFF:

 Maakt bediening via draadloze afstandsbediening

niet mogelijk. Zet deze instelling op “OFF” om

ongewenst reageren van het plasmascherm op andere

afstandsbedieningen te voorkomen.

Instelling voor doorgifte van het signaal

Wanneer deze instellingen op “ON” wordt gezet, wordt

het ontvangen signaal doorgegeven.

Voorbeeld: Instellen op “ON”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “LOOP OUT” van het “OPTION3”-menu op “ON”.

OPTION3

3 / 3

        PREVIOUS PAGE

TIMER

PWR. ON MODE

KEY LOCK

IR REMOTE

LOOP OUT

ID NUMBER

VIDEO WALL

        

:     LAST

:     OFF

:     ON

:     

ON

:     ALL

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 LOOP OUT-instellingen

ON:

 Het ontvangen signaal wordt via de PC1-

aansluiting of de VIDEO1-aansluiting doorgegeven.

OFF:

 Het ontvangen signaal wordt niet doorgegeven.

* De doorgifte van signalen wordt onderbroken wanneer

het plasmascherm wordt uitgeschakeld, ook als LOOP

OUT op “ON” staat.

 Aansluiten van een ander plasmascherm

Zie blz. 3.

 Als er een signaal op PC1 aanwezig is

wanneer het plasmascherm wordt

ingeschakeld …

Het op de PC1-aansluiting ontvangen signaal wordt op

het plasmascherm weergegeven, ongeacht de instelling

van LOOP OUT.

Instellen van het identificatienummer

Het is mogelijk om bij gebruik van meerdere plasmaschermen

een uniek identificatienummer toe te kennen aan elk

plasmascherm om te voorkomen dat diverse plasmaschermen

Instellen van het identificatienummer in de

afstandsbediening

Voorbeeld: Instellen op “2”

Druk op de ID NO.SET-toets van de afstandsbediening.

Het “ID NO.SET”-menu verschijnt op het scherm.

Zet “ID NUMBER “ van het “ID NO.SET”-menu op “2”.

ID NO.SET

POSITION :     1

  

:     

2

  

ID NUMBER

ADJ.

EXIT RETURN

* Herstellen van de standaard waarde “ALL”

Druk op de CLEAR-toets.

Instellen van een videowand

Gebruik deze instelling om een videowand op te bouwen

die uit 4 tot 25 schermen bestaat.

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Selecteer “VIDEO WALL” van het “OPTION3”-menu en

druk op de MENU/SET-toets.

Het “VIDEO WALL”-menu verschijnt.

VIDEO WALL

DIVIDER

POSITION

DISP. MODE

AUTO ID

SCREEN

P. ON DELAY

ABL LINK

REPEAT TIMER

:     

1

:     NORMAL

:     OFF

:     OFF

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Opmerking:

 Zorg ervoor dat u in geval van nood de

netspanning van de gehele videowand in één keer kunt

uitschakelen.

op één afstandsbediening reageren.

Voorbeeld: Instellen op “2”

Zet  “ADVANCED OSD” van het hoofdmenu (1/2) op

“ON” en voer daarna de volgende handelingen uit.

Zet “ID NUMBER “ van het “OPTION3”-menu op “2”.

OPTION3

3 / 3

        PREVIOUS PAGE

TIMER

PWR. ON MODE

KEY LOCK

IR REMOTE

LOOP OUT

ID NUMBER

VIDEO WALL

:     LAST

:     OFF

:     ON

:     OFF

:     

2

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

* Herstellen van de standaard waarde “ALL”

Druk op de CLEAR-toets.

Informatie

 ID NUMBER-instellingen

ALL:

 Er wordt geen uniek identificatienummer aan het

plasmascherm toegekend.

1 t/m 256:

 Er wordt een uniek identificatienummer

aan het plasmascherm toegekend.

 Wanneer een uniek identificatienummer is

toegekend

Het unieke identificatienummer moet ook aan de bij

het plasmascherm behorende afstandsbediening worden

toegekend. Zie onderstaande paragraaf voor aanwijzingen

hiervoor.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

25

Du

VIDEO WALL POSITION

Instellen van de positie van elk plasmascherm in de

videowand.

Voorbeeld: Instellen op “4”.

Selecteer “POSITION” van het “VIDEO WALL”-menu en

druk op de MENU/SET-toets.

Het “VIDEO WALL POSITION”-menu verschijnt.

Zet  “POSITION” van het “VIDEO WALL POSITION”-

menu op “4”.

VIDEO WALL POSITION

POSITION NO.     

4

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 VIDEO WALL POSITION-instellingen

1 scherm:

 De positie van het plasmascherm hoeft niet

te worden ingesteld.

4 scherm

9 scherm

16 scherm

25 scherm

NO. 7

NO. 8

NO. 9

NO. 10

NO. 11

NO. 12

NO. 13

NO. 14

NO. 15

NO. 16

NO. 17

NO. 18

NO. 19

NO. 20

NO. 21

NO. 22

NO. 23

NO. 24

NO. 25

NO. 26

NO. 27

NO. 28

NO. 29

NO. 30

NO. 31

NO. 32 NO. 33 NO. 34 NO. 35 NO. 36

NO. 37 NO. 38 NO. 39 NO. 40 NO. 41

NO. 42 NO. 43 NO. 44 NO. 45 NO.46

NO. 47 NO. 48 NO. 49 NO. 50 NO. 51

NO. 52 NO. 53 NO. 54 NO. 55 NO. 56

DIVIDER

Instellen van het aantal plasmaschermen waaruit de

videowand bestaat.

Voorbeeld: Instellen op “4”.

Zet “DIVIDER” van het “VIDEO WALL”-menu op “4”.

VIDEO WALL

DIVIDER

POSITION

DISP. MODE

AUTO ID

SCREEN

P. ON DELAY

ABL LINK

REPEAT TIMER

:     

4

:     NORMAL

:     OFF

:     OFF

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 DIVIDER-instellingen

OFF, 1:

 1 plasmascherm (de matrix-weergavefunctie

is uitgeschakeld).

4:

 4 plasmaschermen (videowand van 2

×

2 schermen)

9:

 9 plasmaschermen (videowand van 3

×

3 schermen)

16:

 16 plasmaschermen (videowand van 4

×

4 schermen)

25:

 25 plasmaschermen (videowand van 5

×

5 schermen)

* Nadat u één van deze instellingen heeft gekozen, moet

u ook de positie van elk individueel plasmascherm in

de videowand instellen via “VIDEO WALL

POSITION”.

AUTO ID

Met deze functie kunnen de identificatienummers van

meerdere, op elkaar aangesloten plasmaschermen

automatisch worden toegekend.

Voorbeeld: Instellen op “ON”

Stel eerst het identificatienummer voor plasmascherm nr.

1 in via het “ID NUMBER”-menu.

Zet “AUTO ID” van het “VIDEO WALL”-menu op “ON”

en druk op de MENU/SET-toets.

AUTO ID

:     

ON

1

2

4

3

1

2

8

9

3

4

6

5

7

WIRED CABLE

             CONNECTION TURN

ADJ.

EXIT RETURN

AUTO ID

Informatie

 AUTO ID-instellingen

ON:

 Kent automatisch identificatienummers aan de

plasmaschermen toe. In onderstaand voorbeeld krijgt

plasmascherm 1 identificatienummer 1, plasmascherm

2 identificatienummer 2, enz. Dit is alleen onmogelijk

wanneer er een videowand van 2

×

2 of 3

×

3 schermen

wordt gebouwd.

REMOTE

IN

REMOTE

IN

REMOTE

OUT

REMOTE

OUT

REMOTE

IN

REMOTE

OUT

REMOTE

OUT

REMOTE

IN

No.1 No.2

No.3

No.4

No.1 No.2

No.3

No.4

No.1 No.2

No.3

No.4

No.1 No.2

No.3

No.4

Scherm 1

Scherm 2

Scherm 4

Scherm 3

OFF:

 De functie is uitgeschakeld.

DISP. MODE

Selecteer  één van de twee standen van de beeldmodus,

NORMAL of ADJUST.

Voorbeeld: Instellen op “ADJUST”.

Zet  “DISP. MODE” van het “VIDEO WALL”-menu op

“ADJUST”.

VIDEO WALL

DIVIDER

POSITION

DISP. MODE

AUTO ID

SCREEN

P. ON DELAY

ABL LINK

REPEAT TIMER

:     1

:     

ADJUST

:     OFF

:     OFF

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 DISP. MODE-instellingen

NORMAL:

 Combineert uitvergrote beelden en creëert

meervoudige beelden.

ADJUST:

 Corrigeert fouten in de uitlijning van

gecombineerde gedeelten van het beeld en creëert

meervoudige beelden.

NO. 1

NO. 2

NO. 4

NO. 3

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

26

Du

SCREEN

Het is mogelijk om de positie van het beeld te wijzigen en

flikkeringen van het beeld te verhelpen.

Voorbeeld: Instellen van de verticale positie van het

beeld

Selecteer  “SCREEN” van het “VIDEO WALL”-menu en

druk op de MENU/SET-toets.

Het “SCREEN”-menu verschijnt.

Stel de verticale positie in via “V.POSITION” van het

“SCREEN”-menu.

SCREEN

SCREEN SIZE

V. POSITION

H. POSITION

V. SIZE

H. SIZE

AUTO PICTURE

PHASE

CLOCK

:     4 : 3

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

V.POSITION

+ 6 4

Informatie

 SCREEN-instellingen

Dit zijn dezelfde instellingen als die van het

“SCREEN”-menu op blz. 16.

P. ON DELAY (vertraagd inschakelen)

Gebruik deze functie om de plasmaschermen één voor één

met enige onderlinge vertraging in te schakelen.

Hiervoor moet de automatische identificatie zijn

ingeschakeld.

Voorbeeld: Instellen op “ON”

Zet  “P. ON DELAY” van het “VIDEO WALL”-menu op

“ON”.

VIDEO WALL

DIVIDER

POSITION

DISP. MODE

AUTO ID

SCREEN

P. ON DELAY

ABL LINK

REPEAT TIMER

:     1

:     NORMAL

:     OFF

:     

ON

:     OFF

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 P. ON DELAY-instellingen

ON:

 De plasmaschermen worden één voor één

ingeschakeld met enige onderlinge vertraging.

OFF:

 De plasmaschermen worden allemaal

tegelijkertijd ingeschakeld.

(Alleen voor videowanden van 16 en 25 schermen)

MODE1:

 De plasmaschermen worden één voor één

ingeschakeld met enige onderlinge vertraging.

MODE2:

 De plasmaschermen worden één voor één

ingeschakeld met een iets langere onderlinge vertraging.

* Als deze functie eenmaal op “ON” is gezet, werkt de

POWER ON/OFF-toets van de afstandsbediening alleen

nog maar bij plasmascherm nr. 1. Als de POWER ON-

toets van de afstandsbediening van plasmascherm nr. 1

wordt ingedrukt, worden alle plasmaschermen één voor

één ingeschakeld.

* Vanaf het tweede plasmascherm functioneert noch de

POWER-toets van het plasmascherm noch de POWER

ON-toets van de afstandsbediening meer. U kunt een

plasmascherm echter gewoon inschakelen door de

POWER ON-toets van de bij het scherm behorende

afstandsbediening gedurende 3 seconden ingedrukt te

houden.

ABL LINK

Gebruik deze functie om ervoor te zorgen dat alle

plasmaschermen voortdurend een uniforme helderheid

hebben.

Hiervoor moet de automatische identificatie zijn

ingeschakeld en de DIVIDER op 1, 4 of 9 zijn ingesteld.

Voorbeeld: Instellen op “ON”

Zet “ABL LINK” van het “VIDEO WALL”-menu op “ON”

en druk op de MENU/SET-toets.

VIDEO WALL

DIVIDER

POSITION

DISP. MODE

AUTO ID

SCREEN

P. ON DELAY

ABL LINK

REPEAT TIMER

:     1

:     NORMAL

:     OFF

:     OFF

:     

ON

:     OFF

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 ABL LINK-instellingen

ON:

 Alle plasmaschermen hebben voortdurend een

uniforme helderheid. Deze instelling is alleen mogelijk

wanneer een 2

×

2 of 3

×

3 videowand is geselecteerd.

OFF:

 Elk plasmascherm in de videowand heeft

onafhankelijke helderheidsinstellingen.

* Om deze functie te kunne gebruiken moeten de

plasmaschermen op elkaar worden aangesloten met

behulp van afstandsbedieningskabels (los verkrijgbaar)

en wel op volgorde van de positienummers voor een

2

×

2 videowand. Zie onderstaande tekening.

* Als de instellingen van DIVIDER of POSITION worden

gewijzigd, wordt ABL LINK automatisch uitgeschakeld.

REMOTE

IN

REMOTE

IN

REMOTE

OUT

REMOTE

OUT

REMOTE

IN

REMOTE

OUT

REMOTE

OUT

REMOTE

IN

No.1 No.2

No.3

No.4

No.1 No.2

No.3

No.4

No.1 No.2

No.3

No.4

No.1 No.2

No.3

No.4

Scherm 1

Scherm 2

Scherm 4

Scherm 3

* Net als bij een 2

×

2 videowand moet bij een 3

×

3

videowand het laatste plasmascherm weer op het eerste

plasmascherm worden aangesloten.

Opmerking:

 De afstandsbediening kan gewoon

worden gebruikt, tenzij IR REMOTE op OFF is gezet.

background image

Nederlands

BEDIENEN V

AN HET ON-SCREEN DISPLA

Y (OSD

)

27

Du

REPEAT TIMER

Hiermee kunnen twee timers worden ingesteld. Elke timer

heeft de beschikking over de functies DIVIDER, SOURCE

en WORK TIME.

Hiervoor moet de automatische identificatie zijn

ingeschakeld en de DIVIDER op 1, 4 of 9 zijn ingesteld.

Voorbeeld:

TIMER1: VIDEO1 wordt gedurende 3 minuten

weergegeven

TIMER2: PC1 wordt gedurende 6 minuten

weergegeven in een 2

×

2 videowand

Selecteer  “REPEAT TIMER” van het “VIDEO WALL”-

menu en druk op de MENU/SET-toets.

Het “REPEAT TIMER”-menu verschijnt.

Stel de items in.

REPEAT TIMER

:     1

:    VIDEO1

:     00H03M

:     4

:    PC1DSUB

:     

00H06M

SEL.

ADJ.

EXIT RETURN

1  DIVIDER

    SOURCE

    WORK TIME

    

2  DIVIDER

    SOURCE

    WORK TIME

  

Informatie

 REPEAT TIMER-instellingen

DIVIDER:

 Deel de videowand in 1, 4 of 9 delen in.

SOURCE:

 Kies de weer te geven ingangsbron.

WORK TIME:

 Kan in stappen van 1 minuut worden

ingesteld op maximaal 4 uren en 15 minuten.

Als u beide timers instelt, worden timer 1 en timer 2

beurtelings uitgevoerd.

In een videowand kan timer 1 worden gebruikt om alle

plasmaschermen simultaan aan te sturen.

* De instellingen zijn van kracht zodra het on-screen

display verdwijnt.

Instellingenmenu ADVANCED OSD

Instellen van de menufunctie

Met deze instelling heeft u toegang tot het volledige menu.

Wanneer P. ON DELAY of ABL LINK is ingeschakeld,

kan het geavanceerde menu niet worden uitgeschakeld.

Voorbeeld: Instellen op “ON”

Zet  “ADVANCED OSD” van het “MAIN MENU”-menu

op “ON”.

MAIN MENU

1 / 2

:     

OFF

SEL.

ADJ.

EXIT EXIT

PICTURE

SOUND

SCREEN

OPTION1

ADVANCED OSD

        NEXT PAGE

MAIN MENU

1 / 2

:     

ON

SEL.

ADJ.

EXIT EXIT

PICTURE

SOUND

SCREEN

OPTION1

OPTION2

OPTION3

ADVANCED OSD

        NEXT PAGE

Informatie

 ADVANCED OSD-instellingen

ON:

 Het volledige menu is toegankelijk voor

geavanceerd gebruik.

OFF:

 Sommige onderdelen van het menu (zoals

OPTION2 en OPTION3) zijn niet toegankelijk.

Instellingenmenu COLOR SYSTEM

Instellen van het soort videosignaal

Volg deze procedure om de kleursystemen van composiet

videosignalen of Y/C gescheiden videosignalen in te

stellen.

Voorbeeld: Instellen van het kleursysteem op “3.58

NTSC”

Selecteer “COLOR SYSTEM” van het “MAIN MENU” en

druk op de MENU/SET-toets.

Het “COLOR SYSTEM”-menu verschijnt.

Zet “COLOR SYSTEM” op “3.58NTSC”.

COLOR SYSTEM

COLOR SYSTEM

:     

3.58NTSC

ADJ.

EXIT RETURN

Informatie

 Soorten videosignalen

Verschillende landen gebruiken verschillende soorten

videosignalen. Selecteer het kleursysteem dat in uw land

wordt gebruikt.

AUTO:

 Het kleursysteem wordt automatisch herkend

en geselecteerd.

PAL:

 Dit is het kleursysteem dat voornamelijk in Groot-

Brittannië en Duitsland wordt gebruikt.

SECAM:

 Dit is het kleursysteem dat voornamelijk in

Frankrijk en Rusland wordt gebruikt.

4.43 NTSC,

PAL60:

 Dit kleursysteem wordt voor

video gebruikt in landen die de kleursystemen PAL en

SECAM gebruiken.

3.58 NTSC:

  Dit is het kleursysteem dat voornamelijk

in Amerika en Japan wordt gebruikt.

PAL-M:

 Dit is het kleursysteem dat voornamelijk in

Brazilië wordt gebruikt.

PAL-N:

 Dit is het kleursysteem dat voornamelijk in

Argentinië wordt gebruikt.

Informatimenu SOURCE

INFORMATION

C o n t r o l e r e n   v a n   d e   f r e q u e n t i e s   e n   d e

polariteit van ingangssignalen en de resolutie

Gebruik deze functie om de frequentie en polariteit van

de huidige ingangssignalen van een computer, e.d. te

controleren.

Selecteer  “SOURCE INFORMATION” van het “MAIN

MENU” en druk op de MENU/SET-toets.

Het “ SOURCE INFORMATION “-menu verschijnt.

SOURCE INFORMATION

:     48.4kHz

:     60.0Hz

:     NEG.

:     NEG.

:     24

:     1024

×

768

EXIT RETURN

H. FREQUENCY

V. FREQUENCY

H. POLARITY

V. POLARITY

MEMORY

RESOLUTION

PC:

MEMORY geeft het geheugen aan.

Overige: MODE geeft de huidige modus aan.

Оглавление