AEG EWH 30 Trend: INSTALLATIE

INSTALLATIE: AEG EWH 30 Trend

Bediening - installatie

6. 

Probleem  

INSTALLATIE

Het water wordt niet

Er is geen spanning. Controleer de zeke-

warm en het waar-

ringen van de huisin-

schuwingslampje is

stallatie.

niet verlicht.

Het water wordt niet

De temperatuur is te

Stel de temperatuur

7. 

warm en het waar-

laag ingesteld.

hoger in.

Installatie, ingebruikname, evenals onderhoud en repara-

schuwingslampje is



verlicht.

installateur uitgevoerd worden.

Het toestel verwarmt

Wacht totdat het waar-

na, wanneer er bij-

schuwingslampje voor

voorbeeld veel water

de bedrijfsweergave is

7.1 

is afgetapt.

gedoofd.

Wij waarborgen de goede werking en de bedrijfszeker-

De uitstroomhoeveel-

De straalregelaar in

Reinig en/of ontkalk

heid uitsluitend bij gebruik van originele onderdelen en

heid is laag.

de kraan of de dou-

de straalregelaar of de

vervangingsonderdelen voor het toestel.

chekop is verkalkt of

douchekop.

vuil.

7.2 

Waarschuw de installateur als u de oorzaak zelf niet ver-

Info

helpen kunt. Om u nog sneller en beter te kunnen helpen,



deelt u hem de nummers op het typeplaatje mee (000000



en 0000-000000):

8. 

E-NO.: 000000

F-NO.: 0000-000000

8.1 

Bij het toestel wordt het volgende geleverd:

Veiligheidsklep

De meegeleverde veiligheidsklep mag in België niet

worden gebruikt, gebruik de op de markt gangbare

D0000037149

veiligheidskleppen (zie ook prijslijst).

Temperatuurindicator

8.2 Toebehoren

Drukkranen zijn verkrijgbaar als accessoire.

9. 

9.1 

Het toestel is voorzien voor vaste wandmontage op een

gesloten oppervlak. Zorg ervoor dat de wand voldoende

draagvermogen heeft.

Voor het afvoeren van het expansiewater dient een pas-

sende afvoer in de buurt van het toestel te zitten.

Monteer het toestel altijd verticaal, in een vorstvrije ruimte

en in de buurt van het tappunt.

Het toestel kan niet in een hoek worden gemonteerd,

omdat de schroeven voor de bevestiging aan de wand

langs de zijkant toegankelijk moeten zijn.

36

Installatie - voor de installateur

9.2 

10.1.2 

Info

Info











De aan het toestel bevestigde wandbevestiging is voor-

zien van slobgaten voor haken, waardoor montage op

Info

reeds bestaande ophangbouten van vorige toestellen



meestal mogelijk is.



» Breng anders de afmetingen voor de boorgaten over



op de wand (zie hoofdstuk "Technische gegevens/

maten en aansluitingen").

Het is verboden de maximaal toegelaten druk te over-

schrijden (zie hoofdstuk "Technische gegevens/gegeven-

» Boor de gaten en bevestig de wandbevestiging met

stabel").

schroeven en pluggen. Kies bevestigingsmateriaal

dat past bij de sterkte van de wand.

» Monteer een type-gekeurde veiligheidsklep in de

koudwateraanvoerleiding. Let erop dat daarvoor,

» Hang het toestel met de wandbevestigingen aan de

afhankelijk van de statische druk, eventueel ook een

schroeven of bouten. Houd daarbij rekening met het

reduceerventiel nodig is.

lege gewicht van het toestel (zie hoofdstuk "Tech-

nische gegevens/gegevenstabel") en voer de werk-

» Dimensioneer de afvoerleiding op een wijze dat het

zaamheden eventueel met twee personen uit.

water bij volledig geopende veiligheidsklep ongehin-

derd kan worden afgevoerd.

» Lijn het toestel horizontaal uit.

» Monteer de afblaasleiding van de veiligheidsklep

met een constante afwaartse helling in een vorstvrije

10. 

ruimte.

» De afblaasopening van de veiligheidsklep moet geo-

10.1 

pend blijven naar de atmosfeer.



10.2 

!







-

Het toestel moet met drukkranen worden gebruikt.



-

10.1.1 





!



-

-



 



-





Als materiaal is thermisch verzinkt staal, roestvrij staal,



koper of kunststof toegestaan.







Als materiaal zijn roestvrijstalen, koperen of kunststof



buizen toegestaan.

!

 De









-







Het toestel wordt geleverd met een voorbereide aansluit-

kabel met adereindhulzen zonder stekkers.

» Indien de kabellengte onvoldoende is, dient u de

aansluitkabel in het toestel af te klemmen. Gebruik

een geschikte installatiekabel.

» Let er bij het leggen van de nieuwe elektriciteitska-

bel op dat deze waterdicht door de aanwezige ka-

beldoorvoer wordt geleid en sluit deze in het toestel

op vakkundige wijze aan.

10.3 

» Duw de temperatuurindicator in de opening tot hij

vergrendelt.

37

Installatie - voor de installateur

11. 

13. 

Info

11.1 

-

Info

 Het

-



 



-



Storing  

Het water wordt niet

De veiligheidstem-

Los de oorzaak van

» Spoel de koudwaterleiding grondig door vóór aan-

warm en het waar-

peratuurbegrenzer is

de storing op. Vervang

sluiting van het toestel op de waterleiding, zodat er

schuwingslampje is

geactiveerd, omdat de

de regelaar.

niet verlicht.

regelaar defect is.

geen vreemde voorwerpen in de boiler of de veilig-

heidsklep terecht kunnen komen.

De veiligheidstem-

Druk op de resettoets

» Open de afsluitklep in de koudwateraanvoerleiding.

peratuurbegrenzer is

(zie afbeelding).

» Open een tappunt tot het toestel is gevuld en het lei-

geactiveerd, omdat de

temperatuur lager is

dingnet luchtvrij is.

dan -15 °C.

» Stel het doorstroomvolume in. Let daarbij op het

Het water wordt niet

Het verwarmingsele-

Vervang het verwar-

maximaal toegelaten doorstroomvolume bij een

warm en het waar-

ment is defect.

mingselement.

volledig geopende kraan (zie hoofdstuk "Technische

schuwingslampje is

gegevens/gegevenstabel").

verlicht.

Het water wordt niet

De temperatuurrege-

Vervang de thermo-

» Reduceer, indien gewenst, het doorstroomvolume op

warm en het waar-

laar is defect.

staat.

de smoring van de veiligheidsklep.

schuwingslampje is

» Draai de temperatuurinstelknop naar de maximale

verlicht.

temperatuur.

De verwarmingstijd

Het verwarmingsele-

Ontkalk het verwar-

is zeer lang en het

ment is verkalkt.

mingselement.

» Schakel de netspanning in.

waarschuwingslampje

» Controleer de werkmodus van het toestel. Let daarbij

is verlicht.

op het uitschakelen van de thermostaat.

De veiligheidsklep

De klepzitting is vuil. Reinig de klepzitting.

» Controleer de werking van de veiligheidsklep.

druppelt na, wanneer

de verwarming is uit-

geschakeld.

11.1.1 

De waterdruk is te

Installeer een redu-

» Leg aan de gebruiker de werking van het toestel en

hoog.

ceerventiel.

van de veiligheidsklep uit en maak hem vertrouwd

met het gebruik.



» Wijs de gebruiker op mogelijk gevaar, met name het

gevaar van brandwonden.

» Overhandig deze handleiding.

11.2 

Zie hoofdstuk "Eerste ingebruikname".

12. 

» Verbreek de verbinding tussen het toestel en de

netspanning met de zekering in de huisinstallatie.

» Tap het toestel af. Zie het hoofdstuk "Onderhoud/

toestel aftappen".

D0000037143

38

Installatie - voor de installateur

14.5 

14. 

Zorg ervoor dat bij het onderhoud de veiligheidsweer-



stand tegen corrosie (560 Ω) niet beschadigd of verwijderd

-

wordt. Monteer de veiligheidsweerstand tegen corrosie na



vervanging weer conform de voorschriften.





Wanneer het toestel moet worden afgetapt, raadpleeg

dan het hoofdstuk "Het toestel aftappen".

14.1 

» Het is verplicht de veiligheidsklep regelmatig te

testen.

14.2 







Indien de boiler voor onderhoudswerkzaamheden of bij

vorstgevaar moet worden afgetapt voor de bescherming

van de volledige installatie, gaat u als volgt te werk:

» Sluit de afsluitklep in de koudwateraanvoerleiding.

» Open de warmwaterkleppen van alle tappunten tot

D0000037141

het toestel afgetapt is.

» Laat het restwater af aan de veiligheidsklep.

14.6 

14.3 





-

» Controleer de veiligheidsanode voor het eerst na één



jaar en vervang deze, indien nodig.





» Beslis daarna in welke tijdsintervallen de verdere

controles moeten worden uitgevoerd.

14.7 

14.4 

omruilen

» Verwijder losse kalkafzettingen uit de boiler.

» Ontkalk, indien noodzakelijk, het binnenreservoir met

21

in de handel verkrijgbare ontkalkingmiddelen.

» 

en behandel de oppervlakte van de boiler en de vei-

ligheidsanode niet met ontkalkingmiddelen.

D0000037142

1 Regelaarsensor

2 Begrenzersensor

» Steek de regelaarsensor en de begrenzersensor tot

tegen de aanslag in de sensorhuls.

39

Installatie - voor de installateur

15. 

15.1 

c06

c01

h46

i13

b01

40

a10

100

a40 a30

61

23

D0000037133

EWH 30

EWH 50

EWH 80

EWH 100

EWH 120

EWH 150

EWH 200















a10 Toestel Hoogte mm 642 897 871 1025 1178 1410 1715

a30 Toestel Diepte mm 410 410 520 520 520 520 520

a40 Toestel Diameter mm 405 405 510 510 510 510 510

b01 Doorvoer elektr.kabels Schroefkoppeling PG 16 PG 16 PG 16 PG 16 PG 16 PG 16 PG 16

c01 Koudwatertoevoer Buitendraad G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A

Afstand aan de achterzijde mm 85,5 85,5 95 95 95 95 95

c06 Warmwateruitloop Buitendraad G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A G 1/2 A

Afstand aan de achterzijde mm 85,5 85,5 95 95 95 95 95

h46 Temperatuurindicator

i13 Wandbevestiging Hoogte mm 530 590 585 735 890 1125 1425

Installatie - voor de installateur



15.3 

30 - 50 l

De opwarmtijd is afhankelijk van de boilerinhoud, van de

koudwatertemperatuur en van het verwarmingsvermo-

gen.

Diagram bij koudwatertemperatuur van 15 °C:

184

265

6

300

360

80_02_07_0005

5

80 - 200 l

4

3

265

2

300

350

1

360

415

450

0

80_02_07_0006

35 45 55 65 75

15.2 

21 3 4

5

L

N

678

D0000037038

1 Aansluitklem

2 Veiligheidstemperatuurbegrenzer

3 Thermostaat

4 Waarschuwingslampje als werkingsindicator

5 Verwarmingselement

6 Elektrische weerstand 560 Ohm

7 Anode

8 Reservoir

41

1

2

3

4

5

6

7

D0000037214

X Temperatuurinstelling [°C]

Y Opwarmtijd [h]

1 150 l

2 200 l

3 120 l

4 100 l

5 80 l

6 50 l

7 30 l

15.4 

Bij een storing kunnen er temperaturen tot 95 °C bij 0,6

MPa voorkomen.

GARANTIE

MILIEU EN RECYCLING

Installatie - Garantie - Milieu en recycling

15.5 

EWH 30

EWH 50

EWH 80

EWH 100

EWH 120

EWH 150

EWH 200















232087 232088 232089 232090 232091 232092 232093



Nominale inhoud l 30 50 80 100 120 150 200

Mengwatervolume van 40 °C (15 °C/65 °C) l 52 99 142 186 224 288 376



Aansluitvermogen ~ 230 V kW 2 2 2 2 2 2 3

Nominale spanning V 220-240 220-240 220-240 220-240 220-240 220-240 220-240

Fasen 1/N/PE 1/N/PE 1/N/PE 1/N/PE 1/N/PE 1/N/PE 1/N/PE

Frequentie Hz 50/60 50/60 50/60 50/60 50/60 50/60 50/60

Werkwijze Eenkring X X X X X X X

Opwarmtijd 2,0 kW (15 °C/60 °C) h 0,80 1,33 2,13 2,66 3,20 4,00

Opwarmtijd 3,0 kW (15 °C/60 °C) h 3,55



Temperatuurinstelbereik °C 7-75 7-75 7-75 7-75 7-75 7-75 7-75

Max. toegelaten druk MPa 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6

Testdruk MPa 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2

Max. toegelaten temperatuur °C 95 95 95 95 95 95 95

Max. doorstroomvolume l/min 23,5 23,5 23,5 23,5 23,5 23,5 23,5

Min. inlaatwaterdruk MPa 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1

Max. inlaatwaterdruk MPa 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6



Energieverbruik in stand-by/24 h bij 65 °C kWh 0,53 0,72 0,79 0,98 1,14 1,33 1,61



Kleur wit wit wit wit wit wit wit

Beschermingsgraad (IP) IP25 IP25 IP25 IP25 IP25 IP25 IP25

Uitvoering gesloten X X X X X X X

Elektriciteitskabel X X X X X X X

Lengte elektriciteitskabel ca. mm 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000

Afmetingen

Hoogte mm 642 897 871 1025 1178 1410 1715

Diepte mm 410 410 520 520 520 520 520

Diameter mm 405 405 510 510 510 510 510

Gewichten

Leeg gewicht kg 16,4 21,4 28,2 33,6 39,1 46,2 56,3

Gevuld gewicht kg 46,4 71,4 108,2 133,6 159,1 196,2 256,3

Garantie

Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de

garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet.

Bovendien kan in landen waar één van onze dochtermaat-

schappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze

producten, alleen garantie worden verleend door deze doch-

termaatschappij. Een dergelijk garantie wordt alleen verstrekt,

wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden

heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie

verleend.

Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen

dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen,

verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de importeur

verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.

Milieu en recycling

Wij verzoeken u ons te helpen ons milieu te beschermen. Doe

de materialen na het gebruik weg overeenkomstig de natio-

nale voorschriften.

42