Karcher Nettoyeur cryogénique IB 15-120: Bediening

Bediening: Karcher Nettoyeur cryogénique IB 15-120

background image

     - 

6

Tussen spuitpistool en sproeier kan een 

verlenging geplaatst worden.

Een hoekstraalpijp wordt tussen het spuit-

pistool en de sproeier geplaatst.

1 Hoekstraalpijp 105°

2 Hoekstraalpijp 90°

Waarschuwing

Verwondingsgevaar. Bij gebruik van de 

hoekstraalpijp werkt naast de reactiekracht 

ook een koppel in op het spuitpistool. Houd 

het spuitpistool goed vast.

Begin het werk met een lage straaldruk en 

verhoog de straaldruk indien nodig.

De handgreep kan aan het verlengstuk 

worden bevestigd.

(enkel bij Advanced spuitpistool)

De werkverlichting wordt tussen het spuit-

pistool en de sproeier aangebracht. Het in- 

en uitschakelen is in het hoofdstuk "Bedie-

ning/basisinstellingen" beschreven.

Waarschuwing

Voor een storingsvrij bedrijf moet de pers-

lucht een laag vochtgehalte vertonen. De 

luchtdruk moet vrij zijn van olie, vuil en 

vreemde lichamen.

De compressor moet minstens met nakoe-

ler, olie- en waterafscheider uitgerust zijn.

Drukontlastklep sluiten.

Perslucht-toevoerleiding aan de pers-

luchtaansluiting van het apparaat aan-

sluiten.

De max. toegestane toevoerdruk van 

1,6MPa (16 bar) mag niet overschre-

den worden.

Gevaar

Gevaar door elektrische schok.

Het gebruikte stopcontact moet geïnstal-

leerd worden door een electricien en moet 

voldoen aan IEC 60364-1.

Het apparaat moet beveiligd zijn door een FI-

veiligheidsschakelaar van het type B, 30 mA.

Stroomleiding van het apparaat voor elk 

gebruik controleren op beschadigingen. 

Apparaat met een beschadigde stroomka-

bel niet gebruiken.  Beschadigde kabel 

door electricien laten vervangen.

Het verlengsnoer moet een IPX4-bescher-

ming garanderen en de kabeluitvoering 

moet minstens overeenkomen met H 07 

RN-F 3G1,5.

Netstekker in het stopcontact steken.

Gevaar

Gevaar van brandwonden door droog ijs. 

Droog ijs heeft een temperatuur van -79 °C. 

Droog ijs en koude onderdelen van het ap-

paraat nooit onbeschermd aanraken. Vei-

ligheidshandschoenen en veiligheidskledij 

dragen.

Deksel droogijsreservoir openen.

Droogijsreservoir op vreemde voorwer-

pen en condensaat controleren, vreem-

de voorwerpen en condensaat 

verwijderen.

Droogijsbrokjes in het reservoir vullen.

Voorzichtig

Beschadigingsgevaar voor het apparaat. 

Als spuitmiddel mogen alleen droogijsbrok-

jes gebruikt worden. Het gebruik van ande-

re spuitmiddelen leidt tot het verval van de 

garantie.

Deksel droogijsreservoir sluiten.

Waarschuwing

Om storingen door samensmelten van 

droogijsbrokjes te vermijden, is het zinvol 

de inhoud van het droogijsreservoir volle-

dig te verbruiken vooraleer nieuw droog ijs 

gevuld wordt. Voor langere bedrijfsonder-

brekingen moet het apparaat gebruikt wor-

den tot het droogijsreservoir leeg is of moet 

het reservoir door de functie Droogijsledi-

ging leeggemaakt worden.

Instructie

De instellingen zijn afhankelijk van het ma-

teriaal van het reinigingsobject en de ver-

ontreiniging. 

Nood-stop-knop door draaien ontgren-

delen.

Apparaatschakelaar op „I“ stellen.

Sleutelschakelaar met de wijzers van 

de klok draaien.

Straaldruk met de toetsen Straaldruk 

verhogen/verlagen instellen.

Instructie

Hoe hoger de ingestelde spuitdruk, hoe ho-

ger (agressiever) de reinigingswerking.

Droogijsdosering met de toetsen 

Droogijsdosering verhogen/verlagen in-

stellen.

Sleutelschakelaar tegen de wijzers van 

de klok in draaien en sleutel uitnemen.

Door het automatische sluiten van het 

sleutelgat wordt vervuiling tijdens de 

werking voorkomen.

Bij uitgenomen sleutel is het apparaat 

tegen verstellen van de instellingen en 

resetten van de statistische waarden 

beveiligd.

Onderhoudswerkzaamheden „dagelijks 

voor het bedrijfsbegin“ uitvoeren (zie 

hoofdstuk „Onderhoud en instandhou-

ding“).

Gevaar

Verwondingsgevaar door rondslingerende 

droogijsbrokjes. Spuitpistool niet op perso-

nen richten. Derden verwijdern van de ge-

bruiksplaats en ervoor zorgen dat tijdens 

de werking geen persoon in de buurt kun-

nen komen (bijv. door afsluiting).

Tijdens de werking de sproeiopening niet 

aanraken of niet in de droogijsstraal grij-

pen.

Voor het scheiden van de verbinding tus-

sen spuitpistool en spuitmiddelslang en 

tussen spuitmiddelslang en apparaat zeker 

de luchtdruktoevoer afsluiten, het apparaat 

drukvrij maken en de stroomstekker uit het 

stopcontact trekken.

Werkbereik afzetten om de toegang 

van personen tijdens de werking te ver-

hinderen.

Gevaar

Verstikkingsgevaar door kooldioxide. De 

droogijsbrokjes bestaan uit vaste kooldioxi-

de. Bij de werking van het apparaat stijgt 

het kooldioxidegehalte in de lucht op de 

plaats van gebruik. Werkplaats voldoende 

verluchten, indien nodig een waarschu-

wingstoestel of ademhalingsbeschermin-

gen gebruiken.

Symptomen van een te hoge kooldioxide-

concentratie in de ingeademde lucht:

3...5%: hoofdpijn, hoge ademfrequen-

tie.

7...10%: hoofdpijn, braakneigingen, 

eventueel bewusteloosheid.

Sproeierverlenging (toebehoren)

Hoekstraalpijp (accessoires)

Handgreep (toebehoren)

Werkverlichting (accessoires)

Luchtdruk aansluiten

Netaansluiting opbouwen

Bediening

Droog ijs vullen

Instellingen

Gebruik

57 NL

background image

     

7

Bij het optreden van die symptomen het ap-

paraat onmiddellijk uitschakelen en naar 

buiten gaan, bij de verderzetting van het 

werk de verluchtingsmaatregelen verbete-

ren of een beademingstoestel gebruiken.

Kooldioxide verzamelt zich op lager gele-

gen plaatsen. Verzameling verhinderen 

door actieve verluchtingsmaatregelen.

Veiligheidsgegevensblad van de droogijs-

fabrikant in acht nemen.

Gevaar

Gevaar door gezondheidsschadelijke stof-

fen Indien bij de verwerking stof dat scha-

delijk is voor de gezondheid kan ontstaan, 

moeten voor het begin van de werkzaam-

heden overeenkomstige veiligheidsmaat-

regelen getroffen worden.

Gevaar

Explosiegevaar!

Lichte metalen en ijzerhoudende onderde-

len niet tegelijkertijd bewerken.

Indien afwisselend lichte metalen en ijzer-

houdende onderdelen bewerkt worden, 

moeten de werkruimte en de afzuiginrich-

ting voor de bewerking van het andere ma-

teriaal gereinigd worden.

Gevaar door stofexplosie. Indien bij het 

werk brandbaar stof ontstaat, moeten stof-

ophopingen vermeden worden. Stof regel-

matig verwijderen vooraleer kritische 

hoeveelheden zijn ontstaan. 

Bij het werken in kleine ruimten moet 

gezorgd worden voor voldoende ver-

luchting om de kooldioxideconcentratie 

in de ruimte onder de gevaarlijke waar-

de te houden.

Reinigingsobject indien nodig vastzet-

ten.

Gevaar

Verwondingsgevaar door elektrostatische 

ontladingen, beschadigingsgevaar voor 

elektronische componenten. Bij het reini-

gen kan het reinigingsobject elektrisch ge-

laden worden. Reinigingsobject elektrisch 

aarden en aarding tijdens het volledige rei-

nigingsproces behouden. 

Waarschuwing

Gevaar voor verwonding door struikelen.

Straalmiddelslang en stuurleiding zodanig 

leggen dat tijdens het werk geen struikelge-

vaar bestaat.

Voorzichtig

Beschadigingsgevaar door vreemde voor-

werpen die in het droogijsreservoir vallen. 

Tijdens de werking het deksel van het 

droogijsreservoir gesloten houden.

Aardingskabel elektrisch geleidend met 

het reinigingsobject verbinden of reini-

gingsobject op een andere manier aar-

den.

Veiligheidskledij, veiligheidshand-

schoenen, nauwaansluitende veilig-

heidsbril en oorbescherming dragen.

Luchtdruktoevoer activeren.

Nood-stop-knop door draaien ontgren-

delen.

Bedrijfsmodus Luchtdrukstraal „1“ of 

droogijsstraal „2“ instellen aan de scha-

kelaar voor bedrijfsmodi van het spuitpi-

stool.

Veilige standplaats kiezen en een goe-

de lichaamshouding aannemen om 

door de reactiedruk van het spuitpistool 

het evenwicht niet te verliezen.

Om het plotselinge optreden van een 

terugslag te voorkomen kan een lang-

zame stijging van de straaldruk worden 

ingesteld (zie "Bediening/basisinstellin-

gen" menupunt Softstart).

Beveiligingsknop van het spuitpistool 

indrukken.

Droogijsstraal activeren door het bedie-

nen van de hendel van het spuitpistool 

en reinigingsproces uitvoeren.

Waarschuwing

Bij het gebruik van het Advanced spuitpi-

stool kan de toevoeging van droogijsbrok-

jes uit- en ingeschakeld worden met de 

knop Droogijsdosering uit/in op het spuitpi-

stool. Bij een uitgeschakelde dosering 

brandt de knop rood, op het display wordt 

„Ice off“ weergegeven.

Tevens kan bij het gebruik van het Advan-

ced spuitpistool de straaldruk en de droog-

ijshoeveelheid op het spuitpistool geregeld 

worden.

Voorzichtig

Beschadigingsgevaar voor het doseerap-

paraat door vuil. Bij de straalwerking het 

deksel van het droogijsreservoir gesloten 

laten om het binnendringen van afgestraal-

de verontreinigingen te verhinderen.

Hendel van het spuitpistool loslaten.

Noodstopknop indrukken.

De droogijsdosering wordt stilgelegd en de 

luchtstroom uit de sproeier wordt onderbro-

ken.

Luchtdruktoevoer onderbreken.

Nood-stop-knop door draaien ontgren-

delen.

Hendel van het spuitpistool loslaten.

Bij pauzen kan het spuitpistool op de 

houder aan het apparaat geplaatst wor-

den.

Waarschuwing

Bij langdurige bedrijfsonderbrekingen kun-

nen de droogijsbrokjes in het droogijsreser-

voir samensmelten. Werk indien mogelijk 

niet langer dan 20 minuten onderbreken. 

Bij langere onderbrekingen moet het 

droogijsreservoir leeggemaakt worden.

Een waterfascheider reinigt de naar het ap-

paraat geleide perslucht. Daardoor verza-

melt zich condensaat in de 

waterfascheider, die af en toe leeggemaakt 

moet worden.

Opvangbak onder de condensaataf-

voer zetten.

Drukontlastklep langzaam openen en 

wachten tot het condensaat uit het ap-

paraat is weggelopen.

Waarschuwing

Ter bescherming van het milieu moet het 

condensaat conform de geldige bepalingen 

worden weggedaan.

Apparaatschakelaar op „I“ stellen.

Toets statstiek even indrukken, de be-

drijfsduur wordt aangegeven.

t: Bedrijfsduur sinds de afgelopen reset.

T: Totale bedrijfsduur.

Toets statstiek even indrukken, de ver-

werkte droogijshoeveelheid wordt aan-

gegeven.

m: Droogijshoeveelheid sinds de afge-

lopen reset.

M: Droogijshoeveelheid totaal.

Toets statstiek even indrukken, het ge-

middelde droogijsverbruik wordt aange-

geven.

q: Gemiddeld droogijsverbruik sinds de 

afgelopen reset.

Q: Gemiddeld droogijsverbruik totaal.

Sleutelschakelaar met de wijzers van 

de klok draaien.

Toets statistiek gedurende 4 sec. in-

drukken.

Waarschuwing

De totale waarden kunnen niet worden ge-

wist.

Toetsen straaldruk verhogen en straal-

druk verlagen tegelijk indrukken en in-

gedrukt houden, sleutelschakelaar met 

de wijzers van de klok draaien.

In de bedrijfsmodus Basisinstellingen heb-

ben de toetsen de volgende functies:

1 Waarde verhogen

2 Waarde verlagen

3 Menupunt omhoog

4 Menupunt omlaag

Uitschakelen in noodgevallen

Inbedrijfname na noodstop

Werking onderbreken

Condensaat aflaten

Statistiek-functie

Waarden opvragen

Waarden resetten

Basisinstellingen

58 NL

Оглавление