Karcher KM 90-60 R P Advanced: Stillegging Onderhoud

Stillegging Onderhoud: Karcher KM 90-60 R P Advanced

background image

     

7

Instructie:

 Na het uitzetten van het appa-

raat minstens 1 minuut wachten vooraleer 

u het veeggoedreservoir opent of leeg-

maakt. Op die manier kan het stof zakken.

Veeggoedreservoir lichtjes optillen en 

uittrekken.

Veeggoedcontainer legen.

Veeggoedreservoir erin schuiven en la-

ten vastklikken.

Tegenoverliggend veeggoedreservoir 

leegmaken.

Instructie:

 Na het uitschakelen van het ap-

paraat wordt de stoffilter automatisch gerei-

nigd. Ca. 2 minuten wachten vooraleer de 

apparaatkap geopend wordt.

Programmaschakelaar op markering 1 

(rijden) zetten. Zijbezems en veegrol 

worden opgeheven.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Apparaatkap openen.

Brandstoftoevoer sluiten.

Apparaatkap sluiten.

Gevaar

Gevaar voor letsels en beschadigingen! 

Houd bij het transport rekening met het ge-

wicht van het apparaat.

Gevaar

Bij het verladen van het apparaat moet de 

vrijloophefboom in de onderste stand 

staan. Pas dan zijn de rijaandrijving en de 

parkeerrem bedrijfsklaar. Het apparaat 

moet bij hellingen of dalingen altijd met 

zelfaandrijving worden bewogen.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Brandstoftank leegmaken.

Apparaat aan de wielen met spieën 

vastzetten.

Apparaat met spankabels of koorden 

vastzetten.

Bij het transport in voertuigen moet het 

apparaat conform de geldige richtlijnen 

beveiligd worden tegen verschuiven en 

kantelen.

Instructie:

 Markeringen voor bevestigings-

punten op het basisframe in de gaten hou-

den (kettingsymbolen). Het apparaat mag 

voor het laden of lossen alleen op hellingen 

tot max. 18 % gebruikt worden.

Gevaar

Gevaar voor letsel en beschadiging! Het 

gewicht van het apparaat bij opbergen in 

acht nemen.

Als de veegmachine voor langere tijd niet 

gebruikt wordt, let dan op de volgende pun-

ten:

Brandstoftank voltanken en brandstof-

kraan sluiten.

Motorolie verversen.

Programmaschakelaar op markering 1 

(rijden) zetten. Veegrol en zijbezems 

worden opgeheven om de borstels niet 

te beschadigen.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Bougies eruitschroeven en ca. 3 cm

3

olie in de bougieopeningen doen. De 

motor zonder bougie meerdere malen 

laten draaien. Bougie terugschroeven.

Veegmachine aan de binnen- en bui-

tenkant reinigen.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Apparaat op een beschutte en droge 

plaats neerzetten.

Veegmachine tegen wegrollen beveili-

gen.

Accu afklemmen.

Accu elke 2 maanden opladen.

Voor reinigings- en onderhoudswerk-

zaamheden van het apparaat, het ver-

vangen van onderdelen of het 

ombouwen voor een andere functie 

moet het apparaat uitgeschakeld en de 

contactsleutel verwijderd worden.

Bij werkzaamheden aan de elektrische 

installatie moet de batterij afgeklemd 

worden.

Reparaties mogen uitsluitend door 

goedgekeurde klantenservicewerk-

plaatsen of door vaklui voor dit gebied 

worden uitgevoerd die met de betref-

fende veiligheidsvoorschriften ver-

trouwd zijn.

Mobiel commercieel geëxploiteerde ap-

paratuur dient volgens VDE 0701 op 

veiligheid te worden gecontroleerd.

Gebruik uitsluitend de bij het apparaat 

geleverde of de in de gebruiksaanwij-

zing bepaalde veegrollen/zijbezems. 

De toepassing van andere veegrollen/

zijbezems kan negatieve gevolgen heb-

ben voor de veiligheid.

De in het apparaat gemonteerde batte-

rij is onderhoudsvrij.

Voorzichtig

Beschadigingsgevaar! De reiniging van het 

apparaat mag niet met een waterslang of 

hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kort-

sluiting of andere schade).

Geen agressieve en schurende reinigings-

middelen gebruiken.

Gevaar

Verwondingsgevaar! Stofmasker en veilig-

heidsbril dragen.

Apparaatkap openen.

Apparaat met perslucht uitblazen.

Apparaat met een vochtige, in een mild 

zeepsopje gedrenkte doek reinigen.

Apparaatkap sluiten.

Apparaat met een vochtige, in een mild 

zeepsopje gedrenkte doek reinigen.

Inspectiechecklijst in acht nemen!

Instructie:

 De bedrijfsurenteller geeft het 

tijdstip van de onderhoudsintervallen aan.

Instructie:

 Alle service- en onderhouds-

werken bij onderhoud door de klant, dienen 

door een gekwalificeerde vakman uitge-

voerd te worden. Indien nodig kan altijd een 

Kärcher-specialist geraadpleegd worden.

Instructie:

 Beschrijving zie hoofdstuk On-

derhoudswerkzaamheden.

Onderhoud dagelijks:

Motoroliepeil controleren.

Luchtdruk banden controleren.

Vulpeil van de hydraulische olie contro-

leren.

Werking van alle bedieningsonderdelen 

controleren.

Zitcontactschakelaar op functionaliteit 

controleren.

Onderhoud wekelijks:

Brandstofleidingsysteem op dichtheid 

controleren.

Luchtfilter controleren.

Controleren of beweeglijke onderdelen 

gemakkelijk lopen.

Afdichtlijsten in het veegbereik contro-

leren op instelling en slijtage.

Veeggoedcontainer legen

Apparaat uitschakelen

Brandstofkraan sluiten

Transport

Opslag

Stillegging Onderhoud

 Algemene aanwijzingen

Reiniging

Reiniging binnenkant apparaat

Reiniging buitenkant apparaat

Onderhoudsintervallen

Onderhoud door de klant

66 NL

background image

     - 

8

Stoffilter controleren en indien nodig fil-

terkast reinigen.

Onderhoud alle 100 bedrijfsuren:

Motorolie verversen (eerste verversing 

na 20 bedrijfsuren).

Bougie controleren.

Spanning, slijtage en werking van de 

aandrijfriemen (V-snaar en rondprofiel-

snaar) controleren.

Luchtfilter reinigen.

Onderhoud na slijtage:

Afdichtlijsten vervangen.

Veegrol vervangen.

Zijbezems vervangen.

Instructie:

 Om aanspraken op garantie te 

behouden, moeten tijdens de garantietijd 

alle service- en onderhoudswerken door de 

geautoriseerde Kärcher-klantendienst 

overeenkomstig het onderhoudsboekje ge-

daan worden.

Onderhoud na 20 bedrijfsuren:

Eerste inspectie uitvoeren.

Onderhoud alle 100 bedrijfsuren

Onderhoudswerkzaamheden laten uit-

voeren volgens de inspectiechecklijst.

Onderhoud alle 200 bedrijfsuren

Onderhoudswerkzaamheden laten uit-

voeren volgens de inspectiechecklijst.

Onderhoud alle 300 bedrijfsuren

Onderhoudswerkzaamheden laten uit-

voeren volgens de inspectiechecklijst.

Gevaar

Verwondingsgevaar!

De motor heeft ca. 3 - 4 seconden naloop 

nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut 

uit de buurt blijven van het aandrijfbereik.

Verbrandingsgevaar!

Voor alle onderhouds- en reparatiewerk-

zaamheden apparaat voldoende laten af-

koelen.

Voorzichtig

Motorolie, stookolie, diesel en benzine niet 

in het milieu terecht laten komen. Gelieve 

bodem te beschermen en oude olie op een 

milieuvriendelijke manier tot afval verwer-

ken.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Apparaat voldoende laten afkoelen.

Voor bepaalde onderhoudswerkzaamhe-

den (bv. batterijwissel) is het noodzakelijk 

om de achterwandbekleding weg te ne-

men.

Apparaatkap openen.

1 Schroeven zuigturbineslang

2 Schroeven achterwandbekleding

2 schroeven aan de zuigturbineslang 

losdraaien en zuigslang wegnemen.

Alle 6 schroeven links, rechts en achter-

aan op de achterwandbekleding los-

draaien.

Apparaatkap sluiten.

1 Achterwandbekleding

2 Accu

Achterwandbekleding samen met de 

zuigturbineslang naar achteren wegne-

men.

Let er bij de montage van de hoekbe-

kleding op dat de montageband altijd 

boven het hoekprofiel ligt.

Let bij de omgang met accu's absoluut op 

de volgende waarschuwingstip:

Gevaar

Explosiegevaar! Geen materiaal of iets der-

gelijks op de accu, d.w.z. op de polen en 

verbindingsstrips van accucellen leggen.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in 

contact met lood laten komen. Na het wer-

ken aan accu's altijd de handen reinigen.

Gevaar

Brand- en explosiegevaar!

Roken en open vuur is verboden.

Ruimtes waarin accu's opgeladen wor-

den, dienen goed geventileerd te zijn, 

omdat bij het opladen zeer explosief 

gas ontstaat.

Gevaar

Gevaar van brandwonden!

Zuurspetters in het oog of op de huid 

met veel schoon water uit- resp. af-

spoelen.

Daarna direct een dokter raadplegen.

Verontreinigde kleding met water uit-

wassen.

Andere kledij aantrekken.

Onderhoud door de klantenservice

Onderhoudswerkzaamheden

Algemene veiligheidsinstructies

Voorbereiding

Achterwandbekleding wegnemen

Veiligheidsvoorschriften accu's

Aanwijzingen voor de accu, in 

de gebruiksaanwijzing en in de 

voertuighandleiding opvolgen!

Veiligheidsbril dragen!

Kinderen uit de buurt houden 

van zuren en accu's!

Explosiegevaar!

Vuur, vonken, open licht en ro-

ken verboden!

Gevaar van brandwonden!

Eerste hulp!

Waarschuwingstekst!

Verwijdering!

Accu niet in vuilnisbak gooien!

67 NL

background image

     

9

Achterwandbekleding wegnemen.

Zie hoofdstuk „Onderhoudswerkzaam-

heden/achterwandbekleding wegne-

men“.

Accu in de accuklemmen plaatsen.

Instructie

: Inbouwrichting wat betreft 

de poolaansluitingen in acht nemen!

Poolklem (rode kabel) op de pluspool 

(+) aansluiten.

Poolklem op minpool (-) aansluiten.

Instructie:

 Controleren of de batterijpolen 

en poolklemmen voldoende door poolbe-

schermingsvet beschermd worden.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Houd u aan de 

veiligheidsvoorschriften bij het omgaan met 

accu's. De gebruiksaanwijzing van de fabri-

kant van het laadapparaat opvolgen.

Gevaar

Accu alleen met het geschikte laadappa-

raat opladen.

Accu afklemmen.

Pluspool-leiding van het laadtoestel 

met de pluspoolaansluiting van de accu 

verbinden.

Minpool-leiding van het laadtoestel met 

de minpoolaansluiting van de accu ver-

binden.

Stekker in het stopcontact steken en 

laadtoestel inschakelen.

Instructie:

 Wanneer de batterij opgeladen 

is, het laadapparaat eerst van het stroom-

net en dan van de batterij halen.

Achterwandbekleding wegnemen.

Poolklem op minpool (-) afklemmen.

Poolklem op pluspool (+) afklemmen.

Batterij uit de batterijhouder nemen.

Verbruikte batterijen moeten volgens 

de Europese richtlijn 91/ 157 EWG of 

de overeenkomstige nationale voor-

schriften op milieuvriendelijke wijze ver-

wijderd worden.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Luchtdrukapparaat aansluiten op het 

bandventiel.

Luchtdruk controleren en indien nodig 

druk bijstellen.

Toegestane bandenluchtdruk zie tech-

nische gegevens.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Contactsleutel uitnemen.

Ondergrond controleren op stabiliteit. Ap-

paraat tegen het wegrollen beveiligen.

Krik op het betreffende opnamepunt 

van de voor- resp. achteras plaatsen.

Tip

Geschikte in de handel verkrijgbare krik ge-

bruiken.

Wielmoeren/wielbouten met passend 

gereedschap ca. 1 omwenteling lossen.

Achterwiel vervangen

Veeggoedreservoir aan de overeen-

komstige kant lichtjes optillen en eruit 

trekken.

Apparaat met de krik opheffen.

Wielmoeren/wielbouten losschroeven 

en eruit nemen.

Wiel wegnemen.

Defect wiel in een vakgarage laten re-

pareren.

Wiel aanbrengen en wielmoeren/wiel-

bouten tot aanslag erin schroeven en 

licht aandraaien.

Apparaat met de krik laten zakken.

Wielmoeren/wielbouten met het vereis-

te draaimoment aandraaien.

Veeggoedreservoir erin schuiven en la-

ten vastklikken.

Voorwiel vervangen

1 Voorwiel

2 Moer

3 Opname

Apparaat met de krik opheffen.

Beide moeren aan de wielas 1-2 om-

draaiingen loszetten. Om los te draaien 

eventueel met een tweede schroeven-

draaier tegenhouden.

Wiel samen met de as wegnemen.

Defect wiel in een vakgarage laten re-

pareren.

Gerepareerd voorwiel met as en moer 

op de opname vastschroeven.

Apparaat met de krik laten zakken.

Gevaar

Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken!

Motor laten afkoelen.

Controle van het motoroliepeil op zijn 

vroegst 5 minuten na het uitzetten van 

de motor uitvoeren.

Apparaatkap openen.

1 Olieaftapslang

2 Oliepeilstok

Oliepeilstok uitdraaien.

Oliepeilstok afvegen en inschuiven 

(niet indraaien).

Oliepeilstok nog een keer eruit trekken 

en het oliepeil controleren.

Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- 

en „MAX“-markering bevinden.

Bevindt zich het oliepeil onder de 

„MIN"-markering, motorolie bijvullen.

Motor niet boven „MAX"-markering bij-

vullen.

Motorolie in de olievulopening vullen.

Instructie

: Om motorolie te vullen hulp-

middelen gebruiken zoals bijvoorbeeld 

een gebogen vultrechter of een oliewis-

selpomp 6.491-538.

Oliesoort zie het hoofdstuk Technische 

gegevens.

Minstens 5 minuten wachten.

Klopt het motoroliepeil, oliepeilstok in-

draaien.

Gevaar

Verbrandingsgevaar door hete olie!

Motor laten afkoelen.

Apparaatkap openen.

Opvangreservoir voor minstens 1 liter 

olie klaarzetten.

Sluitschroef van de olieaftapschroef 

draaien en olie aflaten.

Sluitschroef opnieuw indraaien en aan-

spannen.

Oliepeilstok uitdraaien.

Motorolie in de olievulopening vullen.

Oliesoort en vulhoeveelheid zie Techni-

sche gegevens.

Minstens 5 minuten wachten.

Motoroliepeil controleren.

Klopt het motoroliepeil, oliepeilstok in-

draaien.

Afgewerkte olie naar de betreffende in-

zamelcentra brengen.

Accu in apparaat plaatsen en aansluiten

Accu laden

Batterij demonteren

Bandenluchtdruk controleren

Band verwisselen

Aanhaalmoment (Nm)

56 Nm

Aanhaalmoment (Nm)

56 Nm

Motoroliepeil controleren en olie bijvullen

Motorolie verversen

68 NL

background image

     - 

10

Gevaar

Verbrandingsgevaar door hete oppervlak-

ken!

Motor laten afkoelen.

1 Vleugelschroef

2 Luchtfilterbehuizing

3 Filterelement

Vleugelschroef eruit draaien.

Luchtfilterbehuizing wegnemen.

Filterinzet eruit nemen.

Binnenkant van de luchtfilterbehuizing 

reinigen.

Filterelement reinigen of vervangen.

Filterelement inbouwen.

Luchtfilterbehuizing erop zetten en met 

de vleugelmoer bevestigen.

Voorzichtig

Verwondingsgevaar! Bougiestekker niet 

met de hand verwijderen.

1 Onderdrukleiding

2 Bougiestekker

3 Behuizing

Onderdrukleiding uit de behuizing trekken.

Bougiestekker verwijderen, daartoe ge-

schikt gereedschap/tang gebruiken.

Bougie uitschroeven en reinigen.

Gereinigde of nieuwe bougie inschroe-

ven.

Bougiestekker opsteken.

Onderdrukleiding opnieuw in de behui-

zing steken.

Gevaar

Verbrandingsgevaar door hete oppervlak-

ken!

Voorzichtig

Die controle mag alleen gebeuren bij een 

warme motor.

Apparaatkap openen.

1 Expansievat

2 Oliepeil MAX

3 Oliepeil MIN

Oliepeil op het expansievat controleren.

Het vulpeil moet opnieuw tussen de 

„Max“- en „Min-“markering staan.

Bij te weinig hydraulische olie:

 deksel van het expansievat wegnemen 

en hydraulische olie navullen.

Oliesoort zie het hoofdstuk Technische 

gegevens.

Deksel sluiten.

Luchtdruk banden controleren.

Zijbezems opheffen.

Veegmachine op een egale en gladde 

bodem rijden die duidelijk met stof of 

krijt bedekt is.

Zijbezems laten zakken en een tijdje la-

ten draaien.

Zijbezems opheffen.

Apparaat achterwaarts wegrijden.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Veegspiegel controleren.

De breedte van de veegspiegel moet tus-

sen 40-50 mm liggen.

Instructie:

 Door de drijvende kogellager 

van de zijbezem stelt de veegspiegel zich 

bij slijtage van de borstels automatisch bij. 

Bij te sterke slijtage moet de zijbezem ver-

vangen worden.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Programmaschakelaar op markering 1 

(rijden) zetten. Zijbezems worden om-

hoog gebracht.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

3 bevestigingsschroeven aan de onder-

kant losdraaien.

zijbezem erafnemen.

Nieuwe zijbezem op meenemer steken 

en vastschroeven.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Programmaschakelaar op markering 1 

(rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog 

gebracht.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Apparaat met blok tegen wegrollen be-

veiligen.

Banden of snoeren van veegrol verwij-

deren.

Instructie:

 Door het drijvende kogellager 

van de keerrol stelt de veegspiegel zich bij 

slijtage van de borstels automatisch bij. Bij 

te sterke slijtage moet de veegrol vervan-

gen worden.

Programmaschakelaar op markering 1 

(rijden) zetten. Veegrol en zijbezems 

worden opgeheven.

Veegmachine op een egale en gladde 

bodem rijden die duidelijk met stof of 

krijt bedekt is.

Veegrol laten zakken en korte tijd laten 

draaien.

Veegrol omhoog brengen.

Pedaal voor het opheffen van de grof-

vuilklep bedienen en pedaal ingedrukt 

houden.

Apparaat achterwaarts wegrijden.

De vorm van de veegspiegel vormt een gelijkma-

tige rechthoek die tussen 50 -70 mm breed is.

Het verwisselen is nodig, als door het ver-

slijten van de borstels het veegresultaat 

zichtbaar minder wordt.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Programmaschakelaar op markering 1 

(rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog 

gebracht.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Apparaat met blok tegen wegrollen be-

veiligen.

Veeggoedreservoir aan de linkerkant 

lichtjes optillen en eruit trekken.

Luchtfilter vervangen

Bougie reinigen of vervangen

Oliepeil hydraulisch systeem controle-

ren en hydraulische olie bijvullen

Veegspiegel van de zijbezems controleren

Zijbezem verwisselen

Veegrol controleren

Keerspiegel van de keerrol controleren

Veegrol verwisselen

69 NL

background image

     

11

Bevestigingsschroef van het zijpaneel 

links losdraaien.

Zijpaneel wegnemen.

Trekveer eruit halen.

1 Bevestigingsschroef van de onderdruk-

doos

2 Bevestigingsmoer van de grofvuilklep

3 Schroef van de veegrolcoulisse

Bevestigingsschroef uit de onderdruk-

doos draaien en hendel loszetten.

Bevestigingsmoer van de grofvuilklep 

eruit draaien en grofvuilklep eruit halen.

Schroef op de veegrolcoulisse uitdraai-

en.

Veegrolafdekking naar links schuiven 

en wegnemen.

Veegrol uitnemen.

Nieuwe veegrol in de veegrolkast schui-

ven en op de aandrijfpen steken.

Instructie:

 Bij de inbouw van de nieu-

we veegrol op de positie van de borstel-

set letten.

Inbouwplaats van de veegrol in de rijrichting

Veegrolafdekking aanbrengen.

Bevestigingsschroeven en -moer vast-

schroeven.

Trekveer eruit halen.

Zijpaneel opschroeven.

Veeggoedreservoir aan beide kanten 

erin schuiven en laten vastklikken.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Programmaschakelaar op markering 1 

(rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog 

gebracht.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Apparaat met blok tegen wegrollen be-

veiligen.

Veeggoedreservoir aan beide kanten 

lichtjes optillen en eruit trekken.

Bevestigingsschroeven van de zijpane-

len aan beide kanten losdraaien.

Zijpanelen wegnemen.

Voorste afdichtlijst

Bevestigingsmoeren van de voorste af-

dichtlijst (1) ietsje losdraaien, voor de 

verwisselingen afschroeven.

Nieuwe afdichtlijsten vastschroeven en 

moeren nog niet helemaal vastschroe-

ven.

Afdichtlijst richten.

Bodemafstand van de afdichtlijst zo in-

stellen dat hij met een naloop van 10 -

15 mm naar achteren ligt.

Moeren aandraaien.

Rubberlijst

Bij slijtage verwisselen.

Bevestigingsmoeren van de rubberlijst 

(2) afschroeven.

Nieuwe rubberlijst opschroeven.

Achterste afdichtlijst

Bodemafstand van de afdichtlijst zo in-

stellen dat hij met een naloop van 5 - 10 

mm naar achteren ligt.

Bij slijtage verwisselen.

Bevestigingsmoeren van de achterste 

afdichtlijst (3) afschroeven.

Nieuwe afdichtlijst opschroeven.

Zijdelingse afdichtlijsten

Bevestigingsmoeren van de zijdelingse 

afdichtlijst ietsje losdraaien, voor de 

verwisselingen afschroeven.

Nieuwe afdichtlijsten vastschroeven en 

moeren nog niet helemaal vastschroeven.

Ondergrond met 1 -3 mm sterkte onder-

schuiven om de bodemafstand instellen.

Afdichtlijst richten.

Moeren aandraaien.

Zijpanelen opschroeven.

Veeggoedreservoir aan beide kanten 

erin schuiven en laten vastklikken.

Waarschuwing

Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie 

stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschrif-

ten over de omgang met fijne stoffen in acht 

nemen.

Instructie

: Voor de uitbouw van de stoffil-

ter minstens 1 minuut wachten zodat het 

stof kan zakken.

Apparaatkap openen.

1 Schroef (2 stuks)

2 Deksel met reinigingsinstallatie

3 Steun

4 Stoffilter (vlakvouwfilter)

5 Zuigturbine

Afdichtlijsten instellen en verwisselen

Stoffilter controleren / vervangen

70 NL

background image

     - 

12

Schroeven losdraaien.

Deksel naar boven klappen en met 

steun borgen.

Stoffilter uitnemen.

Stoffilter controleren, reinigen of ver-

wisselen

Gereinigde of nieuwe stoffilter monteren.

Deksel sluiten.

Schroeven aanspannen.

Slangen aan de zuigturbine regelmatig 

op dichtheid en correcte positie contro-

leren.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Gevaar

De motor heeft ca. 3 - 4 seconden naloop 

nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut 

uit de buurt blijven van het aandrijfbereik.

Apparaatkap openen.

V-riem asaandrijving (1) en V-riem zuig-

turbine (2) controleren op spanning, slij-

tage en beschadiging.

V-riem asaandrijving (1) en V-riem zuigturbine 

(2)

Aandrijfriem (3) op spanning, slijtage en 

beschadiging controleren.

Aandrijfriem (3)

Aandrijfriem (4) op spanning, slijtage en 

beschadiging controleren.

Aandrijfriem (4)

Rondprofielsnaar zijbezem (5) op span-

ning, slijtage en beschadiging controle-

ren.

Rondprofielsnaar zijbezem (5)

V-riem van de keerrolaandrijving (6) op 

spanning, slijtage en beschadiging con-

troleren.

Indien nodig de V-riem aan de schroef 

naspannen.

V-riem keerrolaandrijving (6) en stelschroef (7)

De rijsturing/elektronica is ingebouwd ach-

ter het frontpaneel. Als er een zekering ver-

vangen dient te worden, dan moet het 

frontpaneel weggenomen worden.

Schroeven van het frontpaneel los-

draaien.

Frontbekleding wegnemen.

Defecte zekeringen vervangen.

Instructie:

 Zekeringsbekleding zie bin-

nenkant. Alleen zekeringen met dezelf-

de zekeringswaarde gebruiken.

Frontpaneel weer aanbrengen.

Zuigturbine controleren

Aandrijfriem controleren

Zekeringen rijsturing/elektronica ver-

vangen

F 1

Hoofdzekering

Accupoolzekering

125 A

F 2

Plaat

7,5 A

F 3

Laadregelaar

15 A

F 4

Plaat

25 A

F 5

Zwaailicht (optie)

7,5 A

71 NL

Оглавление