Karcher ICC 2 D ADV STAGE IIIa: Stillegging Onderhoud

Stillegging Onderhoud: Karcher ICC 2 D ADV STAGE IIIa

background image

     - 

10

Speciaal werktuig (accessoire) erin 

hangen en tegen de wijzers van de klok 

draaien.

Bevestigingen van de zuigslang losma-

ken.

Slang aan het aansluitstuk koppelen.

Bevestigingen van de zuigsproeier los-

maken.

Zuigsproeier met zuigslang verbinden.

Gas bij stationaire werking op ca. 1800 

1/min instellen.

Tip

Het toerental van de motor kan via het dis-

play van het multifunctioneel instrument 

opgeroepen worden.

Hydraulisch systeem voor werking in-

schakelen (eerste trap).

Pedaal voor het optillen van de zuig-

mond bedienen.

1. Trap = zuigmond opheffen

2. Trap = zijbezems in-/uitschakelen

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Zuigbuis met plaat voor werken met 

bladzuiger afdekken.

Veeggoedreservoir laten zakken.

Watertoevoer van veegwerking op 

bladzuigerwerking omschakelen.

Zuigturbine inschakelen (tweede trap).

Sproeiwater inschakelen.

Waterhoeveelheid via ventiel instellen.

Zuigbuisafdekking verwijderen.

Watertoevoer van bladzuigerwerking 

op veegwerking omschakelen.

Waarschuwing

Het apparaat moet bij transport tegen ver-

schuiven gezekerd zijn.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Parkeerrem vastzetten.

Apparaat aan de wielen met spieën 

vastzetten.

Apparaat met spanriemen aan de be-

vestigingsogen links en rechts zekeren.

Waarschuwing

Gevaar voor beschadiging! Het voorste 

sleepoog mag niet voor het bevestigen van 

het apparaat gebruikt worden.

Gevaar

Bij bergingswerken op openbare wegen in 

de gevarenzone van het langsrijdende ver-

keer, waarschuwingskleding dragen.

Gevaar

De hydraulische aandrijving van de veeg-

machine staat wegslepen alleen enkele 

meters stapvoets toe uit het gevaarlijke ge-

bied. De veegmachine niet meer dan stap-

voets bewegen.

Gevaar

Het apparaat is niet geschikt voor opladen 

per takel.

Tip

Bij wegslepen erop letten, dat het bezem-

systeem niet beschadigd wordt.

Sproeiwater weg laten lopen.

Veeggoedcontainer legen.

Sleeptouw vastmaken aan het sleep-

oog van voren of van achteren.

Apparaat op het transportvoertuig trek-

ken.

Tip

Wanneer het bypassventiel geopend is, is 

een zacht bewegen van het apparaat mo-

gelijk.

Bypassventiel met hendel uit boord-

werktuig of steeksleutel (SW 9) ope-

nen.

Als de veegmachine voor langere tijd niet 

gebruikt wordt, let dan op de volgende pun-

ten:

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Zijbezems ophalen om de borstels niet 

te beschadigen.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Veegmachine tegen wegrollen beveili-

gen, parkeerrem vastzetten.

Brandstoftank voltanken.

Motorolie en motoroliefilter wisselen.

Wanneer vorst verwacht wordt, sproei-

water laten weglopen en controleren, of 

genoeg antivries in de koelvloeistof zit.

Waterreservoir en leidingsysteem leeg 

maken.

Accu afklemmen.

Accu elke 2 maanden opladen.

Veegmachine aan de binnen- en bui-

tenkant reinigen.

Apparaat op een beschutte en droge 

plaats neerzetten.

Voor reinigings- en onderhoudswerk-

zaamheden van het apparaat, het ver-

vangen van onderdelen of het 

ombouwen voor een andere functie 

dient het apparaat te worden uitgescha-

Na het werken met de bladzuiger

Transport

Wegslepen

Bypassventiel (accessoire)

Stillegging Onderhoud

 Algemene aanwijzingen

97 NL

background image

     

11

keld en eventueel de contactsleutel te 

worden verwijderd.

Bij werkzaamheden aan de elektrische 

installatie dient de accustekker te wor-

den uitgetrokken of de klemmen van de 

accu te worden losgemaakt.

Reparaties mogen uitsluitend door 

goedgekeurde klantenservicewerk-

plaatsen of door vaklui voor dit gebied 

worden uitgevoerd die met de betref-

fende veiligheidsvoorschriften ver-

trouwd zijn.

Mobiel commercieel geëxploiteerde ap-

paratuur dient volgens VDE 0701 op 

veiligheid te worden gecontroleerd.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Veeggoedcontainer legen.

Zuigmond en zijbezems ophalen.

Parkeerrem vastzetten.

Waarschuwing

Beschadigingsgevaar! De elektrische com-

ponenten in het motorcompartiment mogen 

niet met de hogedrukstraal gereinigd wor-

den.

Apparaat dagelijks reinigen na het werk.

Tip

Geen agressieve reinigingsmiddelen ge-

bruiken.

Watertoevoer voor zijbezems en zuig-

mond op werking met hogedrukreiniger 

omschakelen.

Hogedrukreiniger inschakelen.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Handspuitpistool afnemen.

Hogedrukslang afrollen.

Veeggoedreservoir reinigen.

Geperforeerde staalplaat van wateraf-

voer aan beide kanten reinigen.

Afdichtvlakken van het zuigkanaal reini-

gen.

Zijbezems reinigen.

Zuigmond reinigen.

Grofvuilklep reinigen.

Wanneer de slangleiding tussen veeg-

goedreservoir en zuigmond verstopt is, als 

volgt handelen:

slangleiding van de klauwkoppeling on-

der het voertuig losmaken.

handwiel van het ventiel tegen de wij-

zers van de klok in openen.

slangleiding aan de klauwkoppeling 

met de waterleiding verbinden en door-

spoelen.

loskoppelen van de waterleiding en de 

slangleiding weer met de zuigmond ver-

binden.

handwiel in de richting van de wijzers 

van de klok sluiten.

Spansluitingen van het afdekrooster 

openen.

Afdekrooster eraf nemen.

1 Koeler airconditioningssysteem (acces-

soire)

2 Oliekoeler

3 Radiateur

De reiniging van de radiateur mag al-

leen met de motor uit gebeuren.

De radiateur moet met een onderdruk-

waterstraal of met perslucht zoals bo-

ven beschreven gereinigd worden.

De reiniging mag niet met een hoge-

drukreiniger gebeuren.

Apparaat starten.

Gas bij stationaire werking op ca. 1800 

1/min instellen.

Hydraulisch systeem voor werking in-

schakelen (eerste trap).

Waterslang voor de zuigmond leggen.

Zuigturbine en zijbezems inschakelen 

(tweede trap).

Tip

Zuigturbine ca. 2 minuten laten lopen.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Motor uitzetten.

Afdekrooster reinigen.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Motor uitzetten.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Minstens 1 mi-

nuut wachten tot het blazerrad niet meer 

draait.

Reiniging

Reiniging van het apparaat.

Slangleiding reinigen.

Radiateur reinigen

Zuigkanaal en veeggoedreservoir reini-

gen.

Afdekrooster van het zuigkanaal reini-

gen.

Zuigkanaal reinigen.

98 NL

background image

     - 

12

Bovenste schroef (1) eraf schroeven.

Lijst (2) verwijderen.

Onderste schroeven (3) losmaken.

Afdekrooster verwijderen en zuigkanaal 

reinigen.

Tip

De werkurenteller motor geeft de tijd van 

de onderhoudsintervallen aan.

Onderhoud dagelijks:

Dynamo reinigen.

Motoroliepeil controleren.

Oliepeil van het hydraulisch systeem 

controleren.

Radiateur reinigen.

Afdekrooster van het zuigkanaal reini-

gen.

Koelvloeistofstand controleren.

Luchtfilter controleren, zo nodig reini-

gen.

Slang luchtfilter/motor controleren.

Zijbezems en zuigmond op verslijt en 

erin gewikkelde banden controleren. 

Werking van alle bedieningsonderdelen 

controleren.

Onderhoud wekelijks:

Afdichting aanzuigbuis controleren.

Afdichtingen veeggoedreservoir contro-

leren.

Lagers smeren.

Luchtdruk banden controleren.

Ruitensproeierwaterstand controleren.

Waterfilter reinigen (al naar gelang de 

waterkwaliteit vaker).

Oliepeil van de waterpomp controleren.

Grofvuilklep op functioneren controle-

ren en of hij gemakkelijk werkt.

Controleren of geleiderollen gemakke-

lijk gaan.

Zijbezemsysteem smeren.

Extra onderhoud elke 50 bedrijfsuren:

controleren of parkeerrem goed werkt.

controleren of hydraulische systeem 

lekt.

V-snaar op verslijt controleren.

koelmiddel op bescherming tegen vorst 

controleren.

slangen en klembeugels controleren.

wielen controleren.

Aansluitingen en leidingen controleren.

Extra onderhoud elke 150 bedrijfsuren:

Motorolie verversen.

motoroliefilterelement wisselen.

luchtfilter wisselen.

waterafscheider op het brandstoffilter 

ledigen.

Accuzuurpeil controleren.

ventilatiespleten van de dynamo reini-

gen.

Beschrijving zie hoofdstuk 'Onderhouds-

werkzaamheden'.

Tip

Alle service- en onderhoudswerken bij on-

derhoud door de klant, dienen door een ge-

kwalificeerde vakman uitgevoerd te 

worden. Zo nodig kan altijd een Kärcher-

specialist erbij geroepen worden.

Onderhoud na 50 bedrijfsuren:

Eerste inspectie uitvoeren.

Extra onderhoud elke 150 bedrijfsuren

Tip

Om aanspraken op garantie te houden, 

moeten tijdens de garantietijd alle service- 

en onderhoudswerken door de geautori-

seerde Kärcher-klantendienst overeen-

komstig het onderhoudsboekje gedaan 

worden.

Voorbereiding:

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Veeggoedreservoir helemaal opheffen.

Zijbezems laten zakken.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Parkeerrem vastzetten.

Gevaar

Bij reparatiewerken op openbare wegen in 

de gevarenzone van het langsrijdende ver-

keer, waarschuwingskleding dragen.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Bij alle onder-

houdswerken veeggoedreservoir helemaal 

omhoog kantelen en bezemsysteem laten 

zakken, om het hydraulisch systeem druk-

loos te maken.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Bij werken in het 

veeggoedreservoir, deksel zekeren.

Gevaar

Gevaar voor verwonding door nadieselen 

van motor! Na het afzetten van de motor 5 

seconden wachten. In deze tijd absoluut 

wegblijven van het werkgebied.

Voor alle onderhouds- en reparatie-

werkzaamheden apparaat voldoende 

laten afkoelen.

Koelvloeistof is heet.

Warme onderdelen, zoals aandrijfmotor 

en uitlaat niet aanraken.

Let bij de omgang met accu's absoluut op 

de volgende waarschuwingstip:

Gevaar

Rekening houden met de voorschriften 

voor het voorkomen van ongevallen zoals 

DIN VDE 0510, VDE 0105 T.1.

Gevaar

Explosiegevaar! Geen materiaal of iets der-

gelijks op de accu, d.w.z. op de polen en 

verbindingsstrips van accucellen leggen.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in 

contact met lood laten komen. Na het wer-

ken aan accu's altijd de handen reinigen.

Gevaar

Brand- en explosiegevaar!

Roken en open vuur is verboden.

Ruimtes waarin accu's opgeladen wor-

den, dienen goed geventileerd te zijn, 

omdat bij het opladen zeer explosief 

gas ontstaat.

Gevaar

Gevaar voor invreten!

Onderhoudsintervallen

Onderhoud door de klant

Onderhoud door de klantenservice

Onderhoudswerkzaamheden

Algemene veiligheidsinstructies

Motorolie, stookolie, diesel en 

benzine niet in het milieu te-

recht laten komen. Gelieve bo-

dem te beschermen en oude 

olie op een milieuvriendelijke 

manier tot afval verwerken.

Veiligheidsvoorschriften accu's

Aanwijzingen voor de accu, in 

de gebruiksaanwijzing en in de 

voertuighandleiding opvolgen!

Veiligheidsbril dragen!

Kinderen uit de buurt houden 

van zuren en accu's!

Explosiegevaar!

Vuur, vonken, open licht en ro-

ken verboden!

Gevaar van brandwonden!

Eerste hulp!

Waarschuwingstekst!

Verwijdering!

Accu niet in vuilnisbak gooien!

99 NL

background image

     

13

Zuurspetters in het oog of op de huid 

met veel schoon water uit- resp. af-

spoelen.

Daarna direct een dokter raadplegen.

Verontreinigde kleding met water uit-

wassen.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Accu in de accuklemmen plaatsen.

Klemmen op de accubodem vast-

schroeven.

Poolklem (rode kabel) op de pluspool 

(+) aansluiten.

Poolklem op minpool (-) aansluiten.

Tip

Bij het uitbouwen van de accu moet men 

erop letten, dat eerst de minpoolleiding los-

gemaakt wordt. Controleren, of de accupo-

len en poolklemmen voldoende door 

poolbeschermingsvet beschermd worden.

Waarschuwing

Bij met zuur gevulde accu's regelmatig de 

vloeistofstand controleren.

Het zuur van een volledig opgeladen 

accu heeft bij 20 °C een soortelijk ge-

wicht van 1,28 kg/l.

Het zuur van een gedeeltelijk ontladen 

accu heeft een soortelijk gewicht tus-

sen 1,00 en 1,28 kg/l.

In alle cellen moet het soortelijk gewicht 

van het zuur gelijk zijn.

Alle celsluitingen uitdraaien.

Uit iedere cel met de zuurtester een 

monster nemen.

Het zuurmonster weer terugdoen in de-

zelfde cel.

Bij te lage vloeistofstand cellen met ge-

destilleerd water tot aan de markering 

bijvullen.

Accu laden.

Celsluitingen inschroeven.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Houd u aan de 

veiligheidsvoorschriften bij het omgaan met 

accu's. De gebruiksaanwijzing van de fabri-

kant van het laadapparaat opvolgen.

Gevaar

Accu alleen met het geschikte laadappa-

raat opladen.

Accu afklemmen.

Pluspool-leiding van het laadtoestel 

met de pluspoolaansluiting van de accu 

verbinden.

Minpool-leiding van het laadtoestel met 

de minpoolaansluiting van de accu ver-

binden.

Stekker in het stopcontact steken en 

laadtoestel inschakelen.

Accu met de kleinst mogelijke laad-

stroom laden.

Tip

Wanneer de accu opgeladen is, het laad-

apparaat eerst van het stroomnet en dan 

van de accu halen.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Luchtdrukapparaat aansluiten op het 

bandventiel.

Luchtdruk controleren en indien nodig 

druk bijstellen.

Gevaar

Bij reparatiewerken op openbare wegen in 

de gevarenzone van het langsrijdende ver-

keer, waarschuwingskleding dragen.

Gevaar

Verwondingsgevaar!

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Contactsleutel uitnemen.

Ondergrond controleren op stabiliteit. 

Apparaat nog extra vastzetten met een 

blok achter de wielen; dit om wegrollen 

te vermijden.

Parkeerrem vastzetten.

Banden controleren

Bandenloopvlak controleren op voor-

werpen die in het profiel terechtgeko-

men zijn.

Voorwerpen verwijderen.

Geschikt, in de handel gebruikelijk ban-

denreparatiemiddel gebruiken.

Tip

De aanbevelingen van de desbetreffende 

fabrikant opvolgen. Verderrijden is met in-

achtneming van de opgaven van de fabri-

kant van het product mogelijk. Verwisselen 

van band of wiel zo spoedig mogelijk laten 

plaatsvinden.

Bevestigingspunt voor krik (voorwielen)

Het bij de levering behorende bevestigings-

punt gebruiken.

Bevestigingspunt voor krik (achterwielen)

Krik op het betreffende opnamepunt 

van de voor- resp. achteras plaatsen.

Wielmoeren/wielbouten losmaken.

Apparaat met de krik opheffen.

Wielmoeren/wielbouten verwijderen.

Wiel wegnemen.

Reservewiel plaatsen.

Wielmoeren/wielbouten aanleggen.

Apparaat met de krik laten zakken.

Wielmoeren/wielbouten aanhalen.

Tip

Geschikte in de handel verkrijgbare krik ge-

bruiken.

Gevaar

Verbrandingsgevaar!

Motor laten afkoelen.

Controle van het motoroliepeil op zijn 

vroegst 5 minuten na het uitzetten van 

de motor uitvoeren.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Oliepeilstok uittrekken.

Oliepeilstok afvegen en inschuiven.

Oliepeilstok uittrekken.

Accu in apparaat plaatsen en aansluiten

Vloeistofpeil van de accu controleren en 

bijstellen

Accu laden

Bandenluchtdruk controleren

Luchtdruk voor

3,75 bar

Luchtdruk achter

4,75 bar

Band verwisselen

Aanhaalmoment voorbanden

140 Nm

Aanhaalmoment achterban-

den

120 Nm

Motoroliepeil controleren en olie bijvul-

len

100 NL

background image

     - 

14

Oliepeil controleren.

Oliepeilstok weer erin doen.

Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- 

en „MAX“-markering bevinden.

Bevindt zich het oliepeil onder de 

„MIN"-markering, motorolie bijvullen.

Motor niet boven „MAX"-markering bij-

vullen.

Sluitschroef van de olievulopening los-

maken.

Motorolie erin doen.

Oliesoort: zie Technische gegevens

Olievulopening afsluiten.

Minstens 5 minuten wachten.

Motoroliepeil controleren.

Gevaar

Verbrandingsgevaar door hete olie!

Opvangreservoir voor minstens 6 liter 

olie klaarzetten.

Motor laten afkoelen.

Olieaftapschroef uitschroeven.

Sluitschroef van de olievulopening los-

maken.

Olie aftappen.

Oliefilter afschroeven.

Bevestigingspunt en afdichtvlakken rei-

nigen.

Afdichting van het nieuwe oliefilter voor 

het inbouwen met olie insmeren.

Nieuw oliefilter inbouwen en handvast 

aanhalen.

Olieaftapplug inclusief nieuwe afdich-

ting erinschroeven.

Tip

Olieaftapplug met een draaimomentsleutel 

op 25 Nm aanhalen.

Motorolie erin doen.

Oliesoort: zie Technische gegevens

Olievulopening afsluiten.

Motor ca. 10 seconden laten lopen.

Motoroliepeil controleren.

Het oliepeil moet zich binnen het kijkglas 

bevinden.

Olie erindoen:

Vulgebied reinigen.

Sluitschroef van de olievulopening los-

maken.

Olie erindoen.

Olievulopening afsluiten.

Oliepeil controleren.

Olie vervangen:

Opvangreservoir voor minstens 1 liter 

olie klaarzetten.

Olieaftapschroef uitschroeven.

Oliesoort: zie Technische gegevens

Het oliepeil moet zich binnen het kijkglas 

bevinden.

Vulgebied reinigen.

Sluitschroef van de olievulopening los-

maken.

Hydraulische olie bijvullen.

Oliesoort: zie Technische gegevens

Alle slangen van het hydraulische sy-

steem en aansluitingen op lekkage con-

troleren.

Onderhoud van het hydraulische systeem 

alleen door de Kärcher-klantendienst.

Gevaar

Gevaar voor verbranding door kokend wa-

ter! Radiateur minstens 20 minuten laten 

afkoelen.

Koelvloeistof biivullen in het koelvloei-

stofexpansievat.

Bij koude motor:

koelvloeistofpeil moet zich boven de 

onderste markering bevinden.

Bij warme motor:

koelvloeistofpeil moet zich onder de bo-

venste markering bevinden.

Koelvloeistof mag niet meer dan 50% 

antivries bevatten.

Gevaar

Explosiegevaar!

Onderhoud niet in gesloten ruimtes 

doen.

Roken en open vuur is verboden.

Motor uitzetten.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Geschikt opvangreservoir klaarzetten.

Brandstoffilterbehuizing losmaken.

Brandstoffilterbehuizing ledigen.

Brandstoffilterbehuizing verwijderen.

Brandstoffilter reinigen of vervangen.

Motorolie en motoroliefilter wisselen

Oliepeil van waterpomp controleren, olie 

bijvullen en wisselen.

Oliepeil hydraulisch systeem controle-

ren en hydraulische olie bijvullen

Hydraulisch systeem controleren

Radiateur controleren en onderhouden

Brandstoffilter reinigen en vervangen

101 NL

background image

     

15

Afdichtingen vervangen.

Brandstoffilter weer eropschroeven.

Brandstofslangen en klembeugels op 

lekkage en beschadigingen controle-

ren.

Brandstofsysteem ontluchten.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Slang op de ontluchtingsschroef ste-

ken.

Ontluchtingsschroef ca. 1 omwenteling 

losmaken.

Geschikt opvangreservoir klaarzetten.

Pompen totdat luchtbelvrije brandstof 

wegstroomt.

Ontluchtingsschroef weer sluiten.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Slang op de aftapschroef steken.

Aftapschroef ca. 1 omwenteling losma-

ken.

Geschikt opvangreservoir klaarzetten.

Aftapschroef weer sluiten.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

Bevestigingen van de luchtfilterbehui-

zing losmaken.

Afsluitdeksel erafnemen.

Filterpatronen eruitnemen en reinigen.

Eventueel nieuwe filterpatronen erin-

zetten.

Afsluitdeksel reinigen.

Afsluitdeksel eropzetten en vastklem-

men.

Bevestigingen van de luchtfilterbehui-

zing aanbrengen.

Smeernippel rechts en links aan de 

vooras invetten.

Smeernippel rechts en links aan de 

achteras invetten.

Smeernippel aan scharnierende koppe-

ling invetten.

Smeernippel aan stuurcilinder invetten.

Smeernippel aan stuurcilinder invetten.

Smeernippel aan het bezemsysteem 

invetten (8x).

Alleen 4-bezemsysteem:

afdekkappen van het kogelgewricht op-

heffen.

kogelgewricht invetten (8x).

Alleen 4-bezemsysteem:

afdekkappen van het kogelgewricht op-

heffen.

kogelgewricht invetten (8x).

Het centrale smeersysteem verzorgt alle 

smeerplaatsen in bepaalde intervallen au-

tomatisch met vet.

Tip

Na intensieve reiniging van het apparaat 

moet een extra smeerbeurt plaatsvinden.

Brandstofsysteem ontluchten

Waterafscheider van brandstofsysteem 

leegmaken.

Luchtfilter reinigen en vervangen

Lagers smeren.

Bezemsysteem smeren

Centraal smeersysteem (accessoire)

102 NL

background image

     - 

16

Drukknop (DK) op het centrale smeer-

systeem gebruiken.

Het bezemsysteem wordt door het centrale 

smeersysteem niet gesmeerd.

V-snaaraandrijving sproeiwaterpomp 

op beschadiging en verslijt controleren.

Veeggoedcontainer omhoog brengen.

V-snaaraandrijving dynamo op bescha-

diging en verslijt controleren.

Ruitensproeiervloeistof bijvullen.

Sproeiers reinigen/instellen:

sproeiopeningen (1) met een draad rei-

nigen.

sproeirichting door het verdraaien van 

de sproeikop d.m.v. een draad instel-

len.

Ruitenwisserblad vervangen:

bevestigingsschroeven (2) verwijderen.

ruitenwisserblad vervangen.

Parkeerrem vastzetten.

Zijbezems opheffen.

Zijbezem op meenemer steken en vast-

schroeven.

Zijbezems met bevestigingspunt vervan-

gen:

centrale schroef losmaken.

zijbezem erafnemen.

nieuwe zijbezem eropschroeven.

Zijbezems zonder bevestigingspunt ver-

vangen:

zeskantmoeren losmaken.

zijbezem erafnemen.

nieuwe zijbezem eropschroeven.

Luchtdruk banden controleren en even-

tueel instellen.

Gas bij stationaire werking op de instel-

ling toerental motor op 1600-1800 1/

min instellen.

Zijbezems opheffen.

Veegmachine op een egale en gladde 

bodem rijden die duidelijk met stof of 

krijt bedekt is.

Zijbezems laten zakken en een tijdje la-

ten draaien.

Zijbezems opheffen.

Apparaat achterwaarts wegrijden.

Veegspiegel controleren.

Raakvlakken van zijbezems bij optimale in-

stelling (4-bezemsysteem).

Raakvlakken van zijbezems bij optimale in-

stelling (2-bezemsysteem).

Bevestigingsschroef (1) losmaken.

Zijdelingse helling van de zijbezems 

door het verzetten van de beugel (2) in-

stellen.

Tip

De achterste zijbezems altijd eerst instel-

len, omdat de verandering van de achterste 

helling ook de helling van de voorste zijbe-

zems beïnvloedt.

Voetruimtemat verwijderen.

Bodemplaten (1) en (2) verwijderen.

Bevestigingsschroef (1) losmaken.

Helling van de zijbezems in de rijrich-

ting door het verzetten van de beugel 

(2) instellen.

Tip

Rechter en linker kant altijd met de gelijke 

waarde verzetten.

V-snaar controleren

Ruitensproeiervloeistof bijvullen

Ruitensproeiers onderhouden

Zijbezem verwisselen

Veegspiegel van de zijbezems controle-

ren

Zijdelingse helling van de achterste zij-

bezems instellen (alleen 4-bezemsy-

steem)

Helling in de rijrichting van de achterste 

zijbezems instellen (alleen 4-bezemsy-

steem)

103 NL

background image

     

17

Bevestigingsschroeven (1) van de zij-

bezemsophanging losmaken.

Helling van de zijbezems in de rijrich-

ting door het verzetten van de beugel 

(2) instellen.

Bevestigingsschroeven (1) en (2) van 

de zijbezemsophanging losmaken.

Helling van de zijbezems instellen.

Persdruk van bezems door het verzet-

ten van de instelschroef (3) verhogen/

verlagen.

Tip

De instelling van de persdruk van de be-

zems is bij het 4-bezemsysteem alleen bij 

de voorste zijbezems mogelijk.

Tankkoppeling afschroeven.

Textielslang aan de tankkoppeling en 

hydrant aansluiten.

Waterreservoir bijvullen.

Tip

Waterreservoir vullen totdat bij de overloop 

water eruitkomt.

Tip

Wanneer het waterreservoir helemaal leeg-

gemaakt is, moet na het weer vullen het 

sproeiwatersysteem ontlucht worden.

Ventiel openen totdat het water zonder 

luchtbellen naar buiten komt.

Ventiel weer sluiten.

Aftapschroef onder het waterreservoir 

openen.

Tip

Erop letten, dat het naar buiten stromende 

water geen schade aanricht.

Waterkraan (1) sluiten.

Waterfilterbehuizing (D) erafschroeven.

Waterfilter reinigen of vernieuwen.

Waterfilterbehuizing reinigen.

Afdichtrubbers controleren.

Waterfilter monteren.

Waterkraan (1) openen.

Wartelmoer (D) eraf schroeven.

Sproeier (2) eraftrekken.

Sproeier reinigen.

Afdichtlijst instellen:

bevestigingsschroeven van de afdicht-

lijst losmaken.

Zuigmond ledigen.

Afdichtlijsten zijdelings en van achteren 

op een bodemafstand van 10 mm in-

stellen.

Bevestigingsschroeven van de afdicht-

lijst aanhalen.

Afdichtlijst vervangen:

bevestigingsschroeven van de afdicht-

lijst losmaken.

stabilisatieplaat erafnemen.

afdichtlijst verwijderen.

nieuwe afdichtlijst erinzetten en met 

stabilisatieplaat vastschroeven.

Zuigmond ledigen.

afdichtlijst instellen.

Bevestigingsschroeven van de afdicht-

lijst aanhalen.

Wiel wegnemen.

Bevestigingsmoeren van de geleiderol-

len verwijderen.

Geleiderollen vervangen.

Bevestigingsmoeren van de geleiderol-

len vastschroeven.

Helling in de rijrichting van de voorste 

zijbezems instellen (alleen 4-bezemsy-

steem)

Hellen van de zijbezems instellen (alleen 

2-bezemsysteem)

Persdruk van bezems instellen

Waterreservoir bijvullen

Sproeiwatersysteem ontluchten

Waterreservoir ledigen

Waterfilter reinigen en vervangen

Sproeiers aan de zijbezems reinigen

Afdichtlijst zuigmond instellen en ver-

vangen (alleen 4-bezemsysteem)

Geleiderollen zuigmond vervangen (al-

leen 4-bezemsysteem)

104 NL

Оглавление