Karcher ICC 2 D ECO STAGE IIIa: Voor de inbedrijfstelling

Voor de inbedrijfstelling: Karcher ICC 2 D ECO STAGE IIIa

background image

     - 

6

Handgreep omhoogtrekken.

Op de vastzetknop drukken en de 

handgreep loslaten.

Hendel onder de stoel naar boven trek-

ken.

Stoel verschuiven, hefboom loslaten en 

vastzetten.

Door vooruit- en terugbewegen van de 

stoel controleren of hij vast zit.

Aan handwiel aan de achterzijde van de 

stoel draaien.

In de richting van de wijzers van de 

klok: vering harder

Tegen de wijzers van de klok in: vering 

zachter

Op hendel (1) drukken.

Stoel verschuiven, hefboom loslaten en 

vastzetten.

Door vooruit- en terugbewegen van de 

stoel controleren of hij vast zit.

Hendel (2) zo ver zwenken, tot op de 

schaal uw lichaamsgewicht bereikt is.

Instelling van het lichaamsgewicht van 

50-130 kg.

Door zwenken tot het eindpunt wordt de 

instelling op 50 kg teruggezet.

Handgreep (3) zwenken.

Zitoppervlak verschuiven.

Verbruiksapparaat in de 12V-aanslui-

ting steken.

(zie schakellijst)

Blazer in-/uitschakelen.

(zie schakellijst)

voor verwarming: 2-traps

voor airconditioning: 3-traps

Airconditioning in-/uitschakelen.

(zie schakellijst)

Schuif bedienen.

(zie schakellijst)

Schuif ingeschoven = verse lucht

Schuif uitgetrokken = circulatielucht

Schuif bedienen.

(zie schakellijst)

Schuif ingeschoven = koud

Schuif uitgetrokken = warm

Tip

Het apparaat werd voor een veilig transport 

met spanriemen gezekerd.

Ga bij het afladen als volgt te werk:

Spanriemen verwijderen.

Parkeerrem losmaken.

Apparaat van het transportvoertuig 

naar beneden rijden.

Veegmachine op een egaal oppervlak 

neerzetten.

Contactsleutel uitnemen.

Parkeerrem vastzetten.

Gevaar

Explosiegevaar!

Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing 

aangegeven brandstof mag worden ge-

bruikt.

Niet in gesloten ruimtes tanken.

Roken en open vuur is verboden.

Let erop dat er geen brandstof op hete 

oppervlakken komt.

Motor uitzetten.

Tankdop openen.

Diesel tanken.

Tank maximaal tot 1 cm onder de on-

derkant van de vulpijp vullen, omdat de 

brandstof bij warmte uitzet.

Overgelopen brandstof wegvegen en 

vuldop van brandstoftank sluiten.

Hoeveelheid brandstof van te voren 

schatten, om overlopen te verhinderen.

Pistool van brandstofvulslang zo ver 

mogelijk in de vulpijp stoppen. Zodra 

het volgens voorschrift gebruikte pistool 

van de brandstofvulslang voor de eer-

ste keer afslaat, dan niet meer verder 

tanken.

Motoroliepeil controleren. *

Radiateur controleren en onderhouden. 

*

Luchtdruk banden controleren. *

Vloeistofpeil van de brandstoftank con-

troleren. *

Chauffeursstoel instellen.

Zuigkanaal controleren. *

Instelling zuigmond controleren. *

Installaties betreffende de lichttechniek 

controleren, of ze functioneren. *

Signaal- en waarschuwingsinstallaties 

controleren, of ze functioneren. *

Watertank vullen. *

Zijbezems controleren. *

Veeggoedcontainer legen.

* Beschrijving zie hoofdstuk 'Reparaties en 

onderhoud'.

Waarschuwing

Vastgestelde mankementen moeten direct 

verholpen worden of het voertuig moet bui-

ten bedrijf gesteld worden.

Op de chauffeursstoel plaatsnemen.

Rijpedaal NIET gebruiken.

Parkeerrem vastzetten.

Hydraulisch systeem voor werking uit-

schakelen.

Hendel voor rijrichting op positie (0) zet-

ten (neutraal).

Contactsleutel op positie „I“ draaien.

Voorgloeilamp licht op.

Wanneer de voorgloeilamp uitgaat, de 

contactsleutel op positie „II“ draaien.

Is het apparaat gestart, dan contact-

sleutel loslaten.

Tip

 De startmotor nooit langer dan 10 secon-

den gebruiken. Voor het opnieuw gebrui-

ken van de startmotor minstens 10 

seconden wachten.

Op de rempedaal drukken.

Hendel voor rijrichting op positie (1) zet-

ten (vooruit rijden).

Parkeerrem losmaken.

Langzaam op het gaspedaal drukken. 

Parkeerrem

Parkeerrem vastzetten

Parkeerrem loslaten

Chauffeursstoel instellen

Zitpositie instellen

Stoelvering instellen

Comfortstoel (accessoire)

Zitpositie instellen

Stoelvering instellen

Zitpositie instellen

12V-aansluiting

Blazer

Airconditioningssysteem (acces-

soire)

Sturing verse lucht/circulatielucht

Verwarming

Voor de inbedrijfstelling

Afladen

Inbedrijfstelling

 Algemene aanwijzingen

Tanken

Tanken met jerrycan

Tanken met pistool van brandstofvul-

slang

Controle- en onderhoudswerkzaam-

heden

Werking

Apparaat starten

Voorgloeien

Motor starten

Apparaat verrijden

Vooruit rijden

93 NL

background image

     

7

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Bij het achteruit-

rijden mogen derden niet in gevaar ge-

bracht worden, eventueel aanwijzingen 

laten geven.

Op de rempedaal drukken.

Hendel voor rijrichting op positie (2) zet-

ten (achteruit rijden).

Parkeerrem losmaken.

Langzaam op het gaspedaal drukken. 

Tip

Rijgedrag

Bij het achteruitrijden klinkt een waar-

schuwingssignaal.

Met het gaspedaal kan de rijsnelheid 

traploos geregeld worden.

Vermijd schokkerig gebruik van het pe-

daal, omdat de hydraulische installatie 

anders beschadigd kan raken.

Bij capaciteitsafname op hellingen het 

rijpedaal zachtjes terugnemen.

Wisseling van rijrichting pas na stilstand 

van het voertuig doen.

Rijpedaal loslaten, het apparaat remt 

zelf en blijft staan.

Tip

De remwerking kan door drukken op de 

voetrem ondersteund worden.

Waarschuwing

Zijbezems en zuigmond voor het rijden 

over hindernissen opheffen.

Hindernissen tot een hoogte van 150 mm:

langzaam en voorzichtig in een hoek 

van 45° voorwaarts over hindernis rij-

den.

Hindernissen van meer dan 150 mm hoog-

te:

Er mag alleen over hindernissen heen 

gereden worden met een geschikte op-

rijdrempel.

Waarschuwing

Gevaar voor beschadiging! Verzeker u er-

van, dat het voertuig niet erop rust.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Bij geopende 

grofvuilklep kan de veegwals stenen of split 

naar voren wegslingeren. Erop letten, dat 

geen mensen, dieren of voorwerpen in ge-

vaar gebracht worden.

Waarschuwing

Geen pakbanden, draad of dergelijke opve-

gen, dit kan tot verstopping van het zuigka-

naal leiden.

Waarschuwing

Om beschadiging van de grond te vermij-

den, niet de veegmachine op één plaats 

gebruiken.

Tip

Om een optimaal reinigingsresultaat te krij-

gen, moet de rijsnelheid aan de omstandig-

heden aangepast worden.

Tip

Tijdens het gebruik moet het veeggoedre-

servoir op gezette tijden geledigd worden.

Gas bij stationaire werking op de instel-

ling toerental motor op 1600-1800 1/

min instellen.

(zie instrumentenpaneel)

Tip

Het toerental van de motor kan via het dis-

play van het multifunctioneel instrument 

opgeroepen worden.

Hydraulisch systeem voor werking in-

schakelen (eerste trap).

(zie bedieningspaneel)

Zuigturbine en zijbezems inschakelen 

(tweede trap).

Tip

Bij uitgeschakeld hydraulisch systeem voor 

werking is alleen rijden mogelijk.

Toerental zijbezems met de draairege-

laar instellen.

(zie bedieningspaneel)

In de richting van de wijzers van de 

klok: toerental zijbezems wordt groter

Tegen de wijzers van de klok in: toeren-

tal zijbezems wordt kleiner

Op de schakelaar sproeiwater drukken.

(zie instrumentenpaneel)

Het sproeiwater voor de zijbezems en zuig-

mond wordt geactiveerd.

Tip

De functie van de sproeiwaterpomp wordt 

d.m.v. een geel controlelampje aangege-

ven, zie multifunctioneel instrument.

Wanneer de watertank leeg is, gaat het 

gele controlelampje uit.

Sproeiwater uitschakelen.

Watertank vullen.

Waterhoeveelheid van de zijbezem-

sproeiers met het regelventiel instellen.

In de richting van de wijzers van de 

klok: hoeveelheid water wordt groter

Tegen de wijzers van de klok in: hoe-

veelheid water wordt kleiner

Tip

Als accessoire is een uitvoering met 2 re-

gelventielen voor een gescheiden regeling 

van de waterhoeveelheid verkrijgbaar.

Voor het verhogen van de duur van de inzet 

(voorraad vers water) is het apparaat met 

een wateromloopsysteem uitgerust. Bij het 

wateromloopsysteem wordt water uit het 

veeggoedreservoir naar de zuigmond ge-

leid en zo in de kringloop gebracht. Als ex-

tra kan vers water erbij gedoseerd worden.

Veeggoedreservoir tot het einde van 

het voorste schuine vlak met water vul-

len. Voor het opzuigen van bladeren 

minder water in het veeggoedreservoir 

doen.

Hendel voor recycling op ON zetten.

Extra toevoer van vers water naar de 

zuigmond met de hendel zuigmond re-

guleren.

Zuigturbine inschakelen, reinigings-

werk beginnen.

Op het einde van de werkzaamheden 

de zuigturbine pas ca. 30 seconden na 

het opheffen van de zuigmond uitscha-

kelen. Daardoord wordt nadruppelen, 

wanneer het apparaat uitgeschakeld is, 

voorkomen. 

Iedere keer wanneer het veeggoedre-

servoir geledigd wordt, het zeef in het 

veeggoedreservoir met de waterslang 

uitspoelen en de ruimte achter het zeef 

reinigen.

Bij werken zonder wateromloop, de 

hendel voor recycling op OFF zetten.

Hendel voor recycling onvoorwaardelijk 

bij uitgeschakeld apparaat op OFF zet-

ten, anders bestaat gevaar voor ver-

stopping van de slangleiding naar de 

zuigmond.

Achteruit rijden

Remmen

Over hindernissen heen rijden

Veegbedrijf

Toerental motor instellen

Hydraulisch systeem voor werking in-

schakelen

Toerental zijbezems inschakelen

Sproeiwater in-/uitschakelen

Waterhoeveelheid van de zijbezem-

sproeiers reguleren.

Wateromloopsysteem

Werken zonder wateromloopsysteem

94 NL

background image

     - 

8

Ook zonder wateromloop dient het zeef 

en de daarachter liggende ruimte bij het 

leegmaken van het veeggoedreservoir 

gereinigd te worden.

4-Bezemsysteem:

tuimelschakelaar naar beneden duwen. 

De zijbezems gaan naar beneden.

(zie instrumentenpaneel)

Tuimelschakelaar naar boven duwen. 

De zijbezems gaan omhoog.

2-Bezemsysteem:

Tuimeltaster naar beneden duwen. De 

zijbezems gaan naar beneden.

(zie instrumentenpaneel)

Tuimeltaster naar boven duwen. De zij-

bezems gaan omhoog.

De hydraulische zijbezemontlasting re-

duceert de bezemdruk op het wegdek.

Bij ontlaste bezems wordt de vloer be-

schermd tegen slijtage en de stilstand 

van de bezems verlengd.

Afhankelijk van het oppervlak van de rij-

weg en de optredende vervuiling kan de 

ontlasting traploos gevarieerd worden.

Zijbezems opheffen/laten zakken:

Tuimelschakelaar naar beneden du-

wen. De zijbezems worden naar bene-

den gelaten, ontlasting is niet actief.

(zie instrumentenpaneel)

Tuimelschakelaar in middenstand. De 

zijbezems worden naar beneden gela-

ten, ontlasting is geactiveerd.

Tuimelschakelaar naar boven duwen. 

De zijbezems gaan omhoog.

Hydraulische zijbezemontlasting instellen:

Ontlasting van de bezems met de draai-

regelaar instellen.

De zijbezems kunnen ieder apart in opge-

heven positie vastgezet worden.

Kogelhaan bij opgeheven zijbezems 

sluiten.

Joystick in positie (2) bewegen. De zij-

bezems schuiven uit.

Joystick in positie (4) bewegen. De zij-

bezems worden ingetrokken.

Tip

Alleen 2-bezemsysteem: Het uitschuiven 

van de zijbezems is alleen mogelijk, wan-

neer ze draaien.

Tip

Voor het opvegen van grotere voorwerpen, 

bijv. drankblikjes of grote hoeveelheden 

bladeren, dient de grofvuilklep korte tijd op-

geheven te worden.

Grofvuilklep opheffen:

Pedaal grofvuilklep naar voren drukken 

en vastgedrukt houden.

Voor het legen voet van het pedaal ne-

men.

Tip

Alleen bij volledig naar beneden gelaten 

grofvuilklep ist een optimaal reinigingsre-

sultaat te bereiken.

Om neerslag in het zuigkanaal en stofont-

wikkeling te vermijden, dient de watertoe-

voer naar de bezemsproeiers in werking te 

zijn.

Sproeiwater inschakelen.

(zie instrumentenpaneel)

Wanneer er nauwelijks of geen stofontwik-

keling is, de watertoevoer naar de bezem-

sproeiers afzetten.

Sproeiwater uitschakelen.

(zie instrumentenpaneel)

Tip

Om een optimaal reinigingsresultaat te krij-

gen, moet de rijsnelheid resp. de veeg-

breedte aan de omstandigheden 

aangepast worden.

Al naar gelang de vervuilingsgraad van de 

vlakken kunnen de voorste zijbezems uit-

geschoven of ingehaald worden.

Zijbezems uitschuiven (2).

Zijbezems inhalen (4).

Tip

De veegbreedte moet aan de vervuilings-

graad van de vlakken aangepast worden, 

om het veeggoed volledig te kunnen opzui-

gen.

De helling van de voorste zijbezems kan 

aan de rijbaangeometrie aangepast wor-

den.

Zijbezems rechts buigen (1).

Zijbezems links buigen (2).

Zijbezems opheffen/laten zakken

Hydraulische zijbezemontlasting (ac-

cessoire)

Stand

Ontlasting van de bezems

1

minimaal

5-8

gemiddeld (aanbevolen instel-

ling)

11

maximaal

Opheffen van zijbezems vastzetten (al-

leen 2-bezemsysteem)

Zijbezems uitschuiven/intrekken

Opvegen van grotere voorwerpen

Droge bodem vegen

Vochtige of natte bodem vegen

Vlakken vegen

Hellen van de voorste zijbezems (alleen 

4-bezemsysteem)

95 NL

background image

     

9

Zo nodig zijbezems rechts buigen.

Voor het vegen aan de randen rechts:

Zijbezems links inhalen en rechts uit-

schuiven (1).

Voor het vegen aan de randen links:

Zijbezems rechts inhalen en links uit-

schuiven (3).

Voor het vegen van nauwe passages of 

trottoirs kan de zijbezem links vastgezet 

worden.

De zijbezem rechts kan nu verder met 

de joystick in positie (1) en (3) bewogen 

worden.

Wanneer de joystick in positie (2) en (4) 

bewogen wordt, schuiven beide zijbe-

zems in resp. uit.

Bij smalle bochten moet de buitenste 

bezem ingeschoven worden.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Bij het achteruit-

rijden mogen derden niet in gevaar ge-

bracht worden, eventueel aanwijzingen 

laten geven.

Gevaar

Gevaar voor kantelen! Het apparaat tijdens 

het ledigen op een vlak oppervlak zetten.

Gevaar

Gevaar voor kantelen! Bij ledigen op hellin-

gen resp. rampen, letten op de betreffende 

veiligheidsafstand.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Voor het ledigen 

van het veeggoedreservoir de zuigturbine 

uitschakelen.

Gevaar

Gevaar voor verwonding! Tijdens het ledi-

gen mogen zich geen personen en beesten 

in het zwenkbereik van het veeggoedreser-

voir ophouden.

Gevaar

Gevaar voor kneuzing! Nooit in het stan-

genstelsel van het ledigingsmechaniek grij-

pen.

Tip

Veeggoedreservoir altijd volledig tot de 

eindpositie opheffen.

Het sproeiwater voor de zijbezems en 

zuigmond uitschakelen.

Apparaat stopzetten.

Parkeerrem vastzetten.

Hendel voor rijrichting op positie (0) zet-

ten (neutraal).

Zijbezems inhalen.

Zijbezems opheffen.

Zuigturbine en zijbezems uitschakelen 

(tweede trap).

Zijkleppen openen.

Water aan beide kanten laten weglo-

pen.

Veeggoedreservoir opheffen (1).

Veeggoedcontainer legen.

Veeggoedreservoir naar beneden laten 

(2).

Tip

Tijdens het naar beneden laten van het 

veeggoedreservoir klinkt een waarschu-

wingssignaal.

Parkeerrem vastzetten.

Zijkleppen openen.

Water aan beide kanten laten weglo-

pen.

De bedieningshendel voor de pomp af-

nemen.

De bedieningshendel op de pomphen-

del steken.

Waarschuwing

Voor het begin van het pompen, de deksel 

van het veeggoedreservoir met de hand 

opheffen. Zo wordt beschadiging van de 

achterwandbekleding voorkomen.

Veeggoedreservoir door pompen op-

heffen.

Het sproeiwater voor de zijbezems en 

zuigmond uitschakelen.

Apparaat stopzetten.

Parkeerrem vastzetten.

Hendel voor rijrichting op positie (0) zet-

ten (neutraal).

Zijbezems inhalen.

Zijbezems opheffen.

Zuigturbine en zijbezems uitschakelen 

(tweede trap).

Hydraulisch systeem voor werking uit-

schakelen (eerste trap).

Gas bij stationaire werking op nullast-

toerental instellen.

Contactsleutel op '0' draaien en sleutel 

uittrekken.

Afsluitdeksel openen.

Vegen langs de rijbaanbegrenzing (al-

leen 4-bezemsysteem)

Vegen op smalle plaatsen

Veeggoedcontainer legen

Veeggoedreservoir manueel ledi-

gen

Apparaat uitschakelen

Bladzuigerwerking (accessoire)

96 NL

Оглавление