Karcher HKF 50 E: Inhoudsopgave Zorg voor het milieu

Inhoudsopgave Zorg voor het milieu: Karcher HKF 50 E

background image

Nederlands

 27

Gelieve vóór het eerste ge-

bruik van uw apparaat deze 

gebruiksaanwijzing te lezen en ze in acht te 

nemen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing 

voor later gebruik of voor eventuele volgen-

de eigenaars.

– Voor de eerste inbedrijfstelling veilig-

heidsinstructies nr. 5.951-949 in elk ge-

val lezen!

– Bij transportschade onmiddellijk de han-

delaar op de hoogte brengen.

Zorg voor het milieu

27

Symbolen in de gebruiksaanwijzing

27

Reglementair gebruik

27

Functie

27

Veiligheidsinstructies

27

Technische gegevens

30

Inbedrijfstelling

31

Bediening

32

Buitenwerkingstelling

32

Onderhoud

32

Hulp bij storingen

33

Toebehoren

34

CE-verklaring

34

Garantie

34

Gevaar

Wijst op een onmiddellijk dreigend gevaar. 

In geval van niet-naleving van de instructie 

dreigen ernstige en zelfs dodelijke verwon-

dingen.

Waarschuwing

Wijst op een eventueel gevaarlijke situatie. 

In geval van niet-naleving van de instructie 

kunnen lichte verwondingen of materiële 

schade optreden.

Instructie

Wijst op gebruikstips en belangrijke infor-

matie.

– De binnenreinigers HKF 50 E en HKF 

50 P zijn spuitinstallaties om vaten en 

reservoirs te reinigen.

– De reinigingskop wordt door een ope-

ning met een overeenkomstige mini-

mumdiameter in het reservoir gebracht.

– Een afzonderlijke hogedrukpomp wordt 

door een hogedrukslang met de binnen-

reiniger verbonden.

Waarschuwing

Een lijst van de toegelaten reinigingsvloei-

stoffen vindt u in hoofdstuk „Technische ge-

gevens“.

Als onreglementair geldt het gebruik buiten 

gesloten reservoirs en met hogere druk- en 

temperatuurwaarden dan vermeld in de 

technische gegevens.

– De binnenreiniger bestaat uit de aandrij-

ving, de montagebuis en de reinigings-

kop. De sproeiers aan de reinigingskop 

draaien rond twee assen en behande-

len daardoor elke plaats van het reser-

voir.

– De reinigingskop draait door een elek-

tro- of persluchtmotor. Het toerental is 

daarom onafhankelijk van de druk en de 

hoeveelheid reinigingsvloeistof. Bij een 

elektrische aandrijving is het toerental 

constant, bij een persluchtaandrijving 

kan het toerental ingesteld worden via 

de perslucht.

– Overeenkomstige nationale voorschrif-

ten van de wetgever in acht nemen.

– Veiligheidsvoorschriften die bij de ge-

bruikte reinigingsmiddelen geleverd zijn 

(doorgaans op het verpakkingsetiket) in 

acht nemen.

– Om gevaren door een verkeerde bedie-

ning te vermijden, mag de installatie al-

leen bediend worden door personen die 

zijn ingewerkt in de bediening, die hun 

capaciteiten bewezen hebben en die 

belast zijn met het gebruik.

– De gebruiksaanwijzing moet toeganke-

lijk zijn voor elke bediener.

Bij een verkeerde bediening of misbruik 

dreigen gevaren voor de bediener en voor 

andere personen door:

– hoge druk

– Hoge elektrische spanningen (HKF 

50 E)

– reinigingsmiddelen of gebruikte reini-

gingsvloeistof

– Ontploffingsgevaar

Gevaar

Knelgevaar door aandrijving van de bin-

nenreiniger. Aandrijving van de binnen-

reiniger alleen in gesloten reservoirs in 

bedrijf nemen.

Verwondingsgevaar door ontsnappen-

de hogedrukstraal, daarom de binnen-

reiniger alleen in gesloten reservoirs in 

bedrijf nemen.

Gezondheidsgevaar door reststoffen in 

reservoirs die gereinigd worden of door 

de gebruikte reinigingsvloeistof. Daar-

om voorgeschreven voorzorgsmaatre-

gelen nemen.

Verwondingsgevaar door omvervallen-

de binnenreiniger bij geringe indompel-

diepte. In dat geval de binnenreiniger 

extra beveiligen.

Verwondingsgevaar door omvervallend 

reservoir, daarom reservoir en binnen-

reiniger extra beveiligen.

Verwondingsgevaar door wegglijdende 

binnenreiniger, daarom binnenreiniger 

met klemring goed vastzetten.

Ontploffings- en brandgevaar bij gebruik 

van overeenkomstige reinigingsmiddelen 

en reststoffen in reservoirs. Contacteer in 

die gevallen Kärcher om na te gaan hoe de 

overeenkomstige reinigingsmiddelen ge-

bruikt worden.

Waarschuwing

Om beschadigingen aan de reinigingskop 

te vermijden, moet gelet worden op een 

vrije positionering in het reservoir. De reini-

gingskop mag in geen geval tegen de wand 

van het reservoir botsen.

In functie van de concentratie en het ge-

zondheidsrisico van de gebruikte reini-

gingsvloeistof moet de volgende 

veiligheidsuitrusting gedragen worden:

– vloeistofafstotende veiligheidskledij

– veiligheidsbril of gezichtsbescherming

– dichte handschoenen

– dicht schoeisel

Inhoudsopgave Zorg voor het milieu

Het verpakkingsmateriaal is 

herbruikbaar. Deponeer het 

verpakkingsmateriaal niet bij 

het huishoudelijk afval, maar 

bied het aan voor hergebruik.

Onbruikbaar geworden appa-

raten bevatten waardevolle 

materialen die geschikt zijn 

voor hergebruik. Lever de ap-

paraten daarom in bij een inza-

melpunt voor herbruikbare 

materialen. Batterijen, olie en 

dergelijke stoffen mogen niet in 

het milieu belanden. Verwijder 

overbodig geworden appara-

tuur daarom via geschikte inza-

melpunten.

Symbolen in de gebruiksaan- wijzing Reglementair gebruik

Reinigingskop

Min. reservoirope-

ning

HKF 50

55 mm

Gelieve reinigingsvloeistoffen niet in het 

milieu terecht te laten komen. Gelieve de 

bodem te beschermen en oude olie op 

milieuvriendelijke manier te verwijderen.

Gelieve mineraaloliehoudend afvalwater 

niet in de grond, waterlopen of rioleringen 

te laten terechtkomen.

Functie Veiligheidsinstructies

Persoonlijke bescherming

Bij het reinigen van ge-

luidsversterkende onder-

delen dient men 

gehoorbescherming te 

dragen ter voorkoming 

van gehoorbeschadigin-

gen.

background image

28 

Nederlands

Geautoriseerde bedieners zijn personen 

die het 18e levensjaar beëindigd hebben en 

in staat zijn om die installatie te bedienen 

(uitzonderingen voor personen in opleiding 

zie BGV D15 §6).

Afzonderlijke hogedrukpomp uitschake-

len.

Bij elektrische aandrijving van de bin-

nenreiniger: Netstekker uittrekken.

Bij persluchtaandrijving van de binnen-

reiniger: persluchttoevoer sluiten.

Toevoer van de reinigingsvloeistof slui-

ten.

Explosiegevaarlijke bereiken worden in 

functie van de frequentie en de duur van het 

optreden van gevaarlijke explosieve atmo-

sferen in de verordening inzake bedrijfsvei-

ligheid (BetrSichV) en de norm EN 1127-1 

in zones ingedeeld.

De definities van de zones valt binnen de 

verantwoordelijkheid van de exploitant.

Instructies voor de indeling van de zones 

vindt u in de verordening inzake bedrijfs-

veiligheid (BetrSichV), de norm EN 1127-1, 

de BGR 104 – ex-richtlijn van de BG Che-

mie en in de norm EN 60079-10.

Zone 0

Zone 0 is een bereik waar constant, ge-

durende langere tijd of frequent een ge-

vaarlijke explosieve atmosfeer als 

mengsel van lucht en brandbare gas-

sen, dampen of nevels voorhanden zijn.

Zone 1

Zone 1 is een bereik waar zich bij een 

normale werking occasioneel een ge-

vaarlijke explosieve atmosfeer als 

mengsel van lucht en brandbare gas-

sen, dampen of nevels kan vormen.

Zone 2

Zone 2 is een bereik waar zich bij een 

normale werking geen of slechts gedu-

rende korte tijd een gevaarlijke explo-

sieve atmosfeer als mengsel van lucht 

en brandbare gassen, dampen of ne-

vels kan vormen.

Zone 20

Zone 20 is een bereik waar gedurende 

lange tijd of frequent een gevaarlijke ex-

plosieve atmosfeer in de vorm van een 

wolk uit in de lucht voorhanden brand-

baar stof voorhanden is.

Zone 21

Zone 21 is een bereik waar zich bij een 

normale werking occasioneel een ge-

vaarlijke explosieve atmosfeer in de 

vorm van een wolk van in de lucht voor-

handen brandbaar stof kan vormen.

Zone 22

Zone 22 is een bereik waar zich bij een 

normale werking geen of slechts gedu-

rende korte tijd een gevaarlijke explo-

sieve atmosfeer in de vorm van een 

wolk van in de lucht voorhanden brand-

baar stof kan vormen.

1 De binnenreiniger mag in zone 0 van re-

servoirs alleen gebruikt worden indien 

de reservoirs een grootte van 1 m dia-

meter bij een courante reservoirhoogte 

of een vergelijkbare grootte niet over-

schrijden.

2 Het massagehalte van de reinigings-

vloeistof aan niet-opgeloste vaste stof-

fen mag niet hoger liggen dan 1%.

3 De binnenreiniger moet elektrostatisch 

geaard worden.

4 De pomp voor de reinigingsvloeistof 

mag alleen gebruikt worden indien ze 

met vloeistof is gevuld.

5 De nominale druk van de pomp mag bij 

de werking met oplosmiddel niet hoger 

zijn dan 5 MPa.

6 De persluchtmotor mag alleen gebruikt 

worden indien de binnenreiniger voor-

zien is van reinigingsvloeistof.

7 Het toerental van de reinigingskop mag 

40 t/min niet overschrijden.

8 De bedrijfstemperatuur van de reini-

gingsvloeistof water met reinigingsmid-

delen mag 95 °C niet overschrijden.

9 De bedrijfstemperatuur van de reini-

ginsvloeistoffen oplosmiddelen, logen 

en zuren mag 20 °C niet overschrijden.

10 De binnenreiniger moet na een gepaste 

bedrijfsduur gecontroleerd worden op 

een perfecte toestand en functie (o.a. 

lagerbussen en afdichting aandrijving 

op slijtage resp. dichtheid). Indien nodig 

moet een reparatie uitgevoerd worden.

11 De binnenreiniger mag alleen gebruikt 

worden met reinigingsvloeistoffen en in 

mediums tegen dewelke de materialen 

voldoende bestand zijn.

12 Reinigingsvloeistoffen die brandbare 

oplosmiddelen bevatten, moeten over-

eenstemmen met de ontstekingsgroe-

pen IIA en IIB. Oplosmiddelen van de 

ontstekingsgroep IIC mogen niet ver-

spreid worden.

13 De binnenreiniger mag zich niet con-

stant, maar alleen tijdens de reiniging 

van het reservoir in zone 0 bevinden. 

De in het kader van BetrSichV geldende 

bedrijfsvoorschriften en andere nationa-

le bepalingen moeten gerespecteerd 

worden. Er moet rekening gehouden 

worden met het feit dat de verbinding 

reservoir / in het reservoir gebrachte 

binnenreiniger niet vlamveilig is.

14 Slangen moeten elektrostatisch gelei-

dend zijn (weerstand R < 1000 Ohm).

15 Er mogen alleen reinigingsvloeistoffen 

met een geleidingsvermogen G > 1000 

pS/m gebruikt worden.

16 Alle delen die in contact komen met het 

medium moeten aangesloten zijn aan 

het aardingssysteem.

Geautoriseerde bedieners

Wat te doen in noodgevallen

Indeling zones

Bijzondere omstandigheden in het 

Ex-bereik

background image

Nederlands

 29

A Zone 1/22

B Categorie 2/3

C Zone 0/20

D Categorie 1

Principiële schets van de indeling van de zones