Salter BPW-9154 MiBody Bluetooth Automatic Wrist Blood Pressure Monitor – страница 6
Инструкция к Весам ювелирным Salter BPW-9154 MiBody Bluetooth Automatic Wrist Blood Pressure Monitor

VEILIGHEIDSINFORMATIE
NL
De onderstaande tekens kunnen voorkomen in de handleiding, op etiketten of in andere gedeeltes. Deze zijn een vereiste
voor standaard gebruik.
Symbool voor “DE GEBRUIKERS-
Het Bluetoothcombinatieteken
HANDLEIDING MOET GELEZEN WORDEN”
Symbool voor “CONFORM MDD 93/42/
Symbool voor “TYPE BF TOEGEPASTE
0120
EEG-VOORSCHRIFTEN”
ONDERDELEN”
Symbool voor “BESCHERMING VAN
HET MILIEU” – Afgedankte elektrische
producten mogen niet worden
Symbool voor “FABRIKANT”
weggegooid bij het huishoudelijk afval.
Gelieve te recyclen waar mogelijk.
Raadpleeg de lokale autoriteiten voor
recyclingadvies.
Symbool voor “SERIENUMMER” Symbool voor “GELIJKSTROOM”
PAS OP!
• Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig en grondig vóór gebruik.
• Dit product is alleen bedoeld voor gebruik door volwassenen.
• Dit apparaat is bedoeld voor niet-invasieve meting en bewaking van de arteriële bloeddruk. Het is niet bedoeld voor
gebruik op andere ledematen dan de pols, of voor andere functies dan het verkrijgen van een bloeddrukmeting.
• Verwar zelfcontrole niet met zelfdiagnose. Dit apparaat maakt het mogelijk om uw bloeddruk te bewaken. Begin of
eindig een medische behandeling alleen op een behandelingsadvies van een arts.
• Indien u medicijnen gebruikt, raadpleeg dan uw arts om de meest geschikte tijd voor het meten te bepalen. Wijzig
nooit een voorgeschreven medicatie zonder toestemming van uw arts.
• Dit apparaat is niet geschikt voor constante controle bij medische noodgevallen of operaties.
• Als de druk van de manchet meer dan 40 kPa (300 mmHg) bedraagt, zal het apparaat automatisch leeglopen. Als de
manchet niet leegloopt als de druk 40 kPa (300 mmHg) bedraagt, moet u de manchet losmaken van de pols en op
de START/STOP knop drukken om het opblazen te stoppen.
• Gebruik de meter niet als er sprake is van een sterk elektromagnetisch veld (bijvoorbeeld medische radiofrequente
apparatuur) dat een stoorsignaal of elektrische snelle transiënten/burstsignalen uitzendt.
• De maximale temperatuur dat het toegepaste onderdeel kan bereiken is 42,5ºC terwijl de omgevingstemperatuur
40ºC is.
• Het apparaat is non-AP/APG-apparatuur. Het is niet geschikt voor gebruik in de buurt van ontvlambare
anesthesiemengsels met lucht (of zuurstof, distikstofmonoxide).
• Houd het apparaat buiten bereik van baby’s of kinderen, aangezien inademen of inslikken van kleine onderdelen
gevaarlijk of zelfs fataal kan zijn.
• Gebruik ACCESSOIRES en afneembare onderdelen die gespecificeerd/geautoriseerd zijn door de FABRIKANT. Anders
kan het schade aan het apparaat of gevaar voor de gebruiker/patiënt veroorzaken.
101

WEERGAVEHANDLEIDING
NL
SYMBOOL BESCHRIJVING UITLEG
Systolische bloeddruk
Diastolische bloeddruk
Polsslag slag/minuut
Lage batterijspanning en gelieve de batterijen te
Lage batterijspanning
vervangen
Apparaat Meeteenheid van bloeddruk
Tijd Uur:minuut (maand/dag/jaar)
Onregelmatige hartslagdetector Detector voor onregelmatige hartslag
Bluetooth Succesvolle Bluetoothverbinding
Fout Fout
Gebruikers-id Het geselecteerde gebruikers-id
Geheugen Terugroepen van geschiedenisopnames
102

BATTERIJEN PLAATSEN EN VERVANGEN
NL
1. Open de batterijhouder.
2. Plaats de batterijen volgens de polariteitsaanduidingen.
(Selecteer altijd de toegestane/aangegeven batterij: twee AAA-alkalinebatterijen).
3. Sluit de batterijhouder.
Vervang de batterijen onder de volgende omstandigheden:
• wordt weergegeven op het lcd-scherm
• Het lcd-scherm wordt gedimd
• Bij het aanzetten van de meter licht het lcd-scherm niet op.
PAS OP!
• Verwijder de batterijen als het apparaat gedurende een langere tijd waarschijnlijk niet zal worden gebruikt.
• Versleten batterijen zijn schadelijk voor het milieu. Gooi ze niet weg bij het dagelijkse vuilnis.
• Verwijder de oude batterij uit het apparaat volgens uw plaatselijke recyclingrichtlijnen.
DATUM & TIJD INSTELLEN
1. Als de meter uitstaat, drukt u gedurende drie seconden op de knop
103
SET
MEM
.
2. De uurcijfers beginnen te knipperen. Druk op de knop
SET
MEM
om het uur te wijzigen.
3. Druk op
SET
MEM
om te bevestigen.
4. De minuutcijfers beginnen te knipperen. Druk op de knop
SET
MEM
om de minuten te wijzigen.
5. Druk op
SET
MEM
om te bevestigen.
6. De maandcijfers beginnen te knipperen. Druk op de knop
SET
MEM
om de maand te wijzigen.
7. Druk op
SET
MEM
om te bevestigen.
8. De dagcijfers beginnen te knipperen. Druk op de knop
SET
MEM
om de dag te wijzigen.
9. Druk op
SET
MEM
om te bevestigen.
10. De jaarcijfers beginnen te knipperen. Druk op de knop
SET
MEM
om het jaar te wijzigen.
11. Druk op
SET
MEM
om te bevestigen.
12. dOnE (voltooid) zal worden weergegeven, waarna de meter wordt uitgeschakeld.
Let op! Om de tijd of datum bij te werken of te wijzigen, herhaalt u de bovenstaande procedure om de gewenste wijzigingen
te maken.
MiBODY-APP
Voordat u uw apparaat voor de eerste keer gebruikt:
1. Download en installeer de Salter MiBody-app uit de App Store. Gebruik de zoekwoorden “Salter” of “MiBody”.
2. Zet Bluetooth “On” in het menu “Settings” (Instellingen) van uw iPhone/iPad.
3. Open de MiBody-app en volg de instructies op het scherm om uw gebruikersaccount in te stellen.

APPARATEN KOPPELEN
NL
1. Zet Bluetooth “On” in het menu “Settings” (Instellingen) van uw iPhone/iPad.
2. Open de MiBody-app.
3. Druk op de toets om de “Settings” (Instellingen) in te voeren.
4. Druk op de toets .
5. Druk op de toets .
6. Als de bloeddrukmeter is uitgeschakeld, houdt u de knop
104
START
STOP
0
ingedrukt totdat
0
wordt weergegeven op het scherm.
7. Op uw iPhone/iPad tikt u op het pictogram van de bloeddrukmeter om een verbinding te maken met de bloeddrukmeter.
Selecteer het gebruikersnummer dat u wilt koppelen. Tik op de knop Done (Gereed) om het koppelen te voltooien.
8. Als de koppeling is gelukt, wordt [] weergegeven
9. Als de koppeling is mislukt, wordt E1 weergegeven.
10. De bloeddrukmeter wordt automatisch uitgeschakeld.
11. Herhaal de procedure voor elke gebruiker en elke iPhone/iPad.
Opmerking: Elk gebruikersnummer kan slechts aan één iOS-apparaat worden gekoppeld. De resultaten zullen alleen naar
het gekoppelde apparaat worden verzonden.
DE MANCHET PLAATSEN
1. Verwijder alle accessoires (horloge, armband, enz.) van uw linkerpols. Als uw arts u heeft gediagnosticeerd met een
slechte bloedsomloop in uw linkerpols, gebruikt u uw rechterpols.
2. Rol uw mouw op of duw uw mouw omhoog om de huid bloot te leggen.
3. Breng de manchet aan om uw linkerpols met uw handpalm naar boven gericht.
4. Plaats de bovenste rand van de manchet op ongeveer 1-1,5 cm afstand van de pols.
5. Bevestig de polsmanchet om uw pols, waarbij u geen extra ruimte overlaat tussen de manchet en uw huid. Als de
manchet te los zit, zal de meting niet nauwkeurig zijn.
6. Tijdens de meting dient de meter zich op dezelfde hoogte als uw hart te bevinden.
BLOEDDRUKMETING
1. Nadat u de manchet juist hebt geplaatst, waarbij u ervoor zorgt dat de meter zich op dezelfde hoogte bevindt als uw
hart, drukt u op de knop
START
STOP
. De meter wordt ingeschakeld en het gebruikersnummer wordt weergegeven.
2. Druk op de knop
SET
MEM
of
SET
MEM
om het gebruikersnummer te wijzigen.
3. Druk op de knop
START
STOP
om te bevestigen en de meting te starten.
4. De meting is automatisch en duurt ongeveer dertig seconden. De meter wordt opgeblazen en er komt druk op uw pols te
staan. Na de meting loopt de meter leeg en worden de resultaten weergegeven op het scherm.
5. Als het gebruikersnummer wordt gekoppeld aan een iPhone/iPad, wordt weergegeven en de gegevens worden
draadloos verzonden naar uw mobiele apparaat.
6. Als het apparaat buiten bereik is of de app gesloten is, wordt weergegeven. De gegevens worden opgeslagen op
de meter en de volgende keer dat de meter wordt gebruikt zullen ze worden overgezet.
Let op! De MiBody-app moet open staan of op de achtergrond actief zijn om gegevens te kunnen ontvangen. De MiBody-app
ontvangt geen gegevens als de app volledig is gesloten of als Bluetooth is uitgeschakeld.
Pas op! De gegevens worden niet opgeslagen of overgedragen voor GuESt -gebruikers (gastgebruikers) .

TERUGROEPEN VAN OPNAMES
NL
1. Druk op de knop
105
SET
MEM
om toegang te krijgen tot het geheugen. De meter zal de laatste meetgegevens weergeven.
2. Druk op de knop
SET
MEM
of
SET
MEM
om door de afgelopen opnames te bladeren.
SET
MEM
om vooruit te gaan;
SET
MEM
om achteruit te gaan;
PAS OP!
De meest recente opname (1) wordt als eerste weergegeven. Elke nieuwe meting wordt toegekend aan de eerste (1)
opname. Alle andere opnames worden een getal opgeschoven (bijvoorbeeld 2 wordt 3 enz.) en de laatste opname (60)
wordt van de lijst verwijderd.
Als u meetgegevens van andere gebruikers wilt bekijken: Druk op de knop START om de meter aan te zetten om de
juiste gebruiker te selecteren. Druk op de knop STOP om de meter uit te schakelen. Druk dan op de knop “MEM” om
toegang te krijgen tot het geheugen.
De gastgebruiker kan alleen de laatste opname bekijken.
VERWIJDEREN VAN DE OPNAMES
Als u geen nauwkeurige meting hebt verkregen, kunt u alle meetresultaten wissen door de onderstaande stappen te volgen:
1. Onder de Memory Recalling Mode (modus geheugen oproepen) houdt u de knop
SET
MEM
gedurende drie seconden ingedrukt.
2. Als op het lcd-scherm de melding dEL ALL (alles verwijderen) knippert , druk dan op de knop
SET
MEM
om het verwijderen te
bevestigen.
De melding dEL dOnE, (verwijderen voltooid) zal verschijnen op het lcd-scherm, wat aangeeft dat het wissen van het
geheugen is voltooid. Dan zal het automatisch uitgeschakeld worden.
3. Als u het wissen wilt annuleren, drukt u op de knop
START
STOP
om de meter uit te schakelen.
4. Als er geen geheugen in de meter is, zal wanneer u op de knop
SET
MEM
drukt om de geschiedenis op te zoeken, op het
lcd-scherm --- worden weergegeven.
TIPS VOOR HET METEN
Het kan onnauwkeurigheid veroorzaken als de meting in de volgende omstandigheden wordt uitgevoerd.
1. Binnen 1 uur na het eten van een maaltijd of het drinken.
2. Directe meting na thee, koe of roken.
3. Binnen 20 minuten na het nemen van een bad.
4. Bij het praten of het bewegen van uw vingers.
5. In een zeer koude omgeving.
6. Wanneer u naar het toilet moet.
7. Rust 5 minuten voordat u begint met meten
8. Wacht tenminste 3 minuten tussen de metingen. Hierdoor kan uw bloedcirculatie herstellen.
9. Probeer onder soortgelijke omstandigheden te meten, neem dagelijkse metingen op ongeveer hetzelfde tijdstip, op
dezelfde pols, of zoals voorgeschreven door een arts.

ADVIES VOOR GEBRUIK EN ONDERHOUD
NL
Om de beste prestaties te verkrijgen, volgt u onderstaande instructies.
• Bewaar het apparaat op een droge plaats en vermijd zonlicht.
• Dompel het apparaat niet onder in water. Reinig het apparaat alleen met een droge doek.
• Vermijd schudden en botsen.
• Vermijd een stoge omgeving en een instabiele omgevingstemperatuur.
• Gebruik de licht vochtige doek om het vuil te verwijderen.
• Vermijd het wassen van de manchet.
Reinigen: Een stoge omgeving kan invloed hebben op de prestaties van het apparaat. Gebruik de zachte doek om het vuil
voor en na gebruik te verwijderen.
Zorg ervoor dat het apparaat veilig functioneert en in goede werkomstandigheden is voordat u het gebruikt.
Volg de instructies voor de juiste vervanging van verwisselbare of afneembare delen die aangegeven zijn door het
SERVICEPERSONEEL van de FABRIKANT als “vervangbaar”.
Weggooien: Aangetaste sensoren kunnen leiden tot onnauwkeurige metingen, en losgemaakte elektroden kunnen leiden tot
het niet meer kunnen aanzetten van de meter.
Gooi ACCESSOIRES, afneembare onderdelen en MEDISCH ELEKTRISCH MATERIAAL weg volgens de lokale richtlijnen.
OVER BLOEDDRUK
Wat is systolische druk en diastolische druk?
Systolische
Diastolische
Als de hartkamers samentrekken en bloed uit het hart pompen, bereikt
bloedafvoerende
bloedtoevoerende
de bloeddruk zijn maximale waarde in de cyclus, dat systolische
slagader
ader
druk wordt genoemd. Wanneer de hartkamers ontspannen, bereikt de
bloeddruk zijn minimale waarde in de cyclus, wat diastolische druk
span
ontspan
wordt genoemd.
Wat is de standaard bloeddrukclassificatie?
De bloeddrukclassificatie die gepubliceerd is door de World Health Organization (WHO) en de International Society of
Hypertension (ISH) in 1999 is als volgt:
Graad 3 hypertensie (ernstig)
Graad 2 hypertensie (matig)
PAS OP!
Graad 1 hypertensie (mild)
Alleen een arts kan u uw normale bloeddrukbereik vertellen. Neem
Deelgroep: grensgeval
contact op met een arts als uw meetresultaat buiten het bereik
Hoge-normale bloeddruk
valt. Houd er rekening mee dat alleen een arts u kan vertellen of
Normale bloeddruk
uw bloeddrukwaarde een gevaarlijk punt heeft bereikt.
Optimale
Diastolische bloeddruk (mmHg)
bloeddruk
Systolische bloeddruk (mmHg)
Bloeddruk
Niveau
Optimaal Normaal Hoog-normaal Mild Matig Ernstig
(mm Hg)
SYS <120 120–129 130–139 140–149 160–179 ≥180
DIA <80 80–84 85–89 90–99 100–109 ≥110
106

DETECTOR VAN ONREGELMATIGE HARTSLAG
NL
Deze bloeddrukmeter is uitgerust met de intelligente functie van een detector van een onregelmatige hartslag (IHB).
Gedurende elke meting registreert deze apparatuur de hartslagintervallen en werkt het de standaarddeviatie uit. Als de
berekende waarde groter is dan of gelijk is aan 15, zal het apparaat het IHB-symbool op laten lichten op het scherm bij het
tonen van het meetresultaat.
PAS OP!
Het verschijnen van het IHB-pictogram geeft aan dat er een onregelmatige polsslag werd gedetecteerd tijdens de
meting die overeenkomt met een onregelmatige hartslag. Meestal is dit NIET een reden tot bezorgdheid. Als het
symbool echter vaker verschijnt, raden wij u aan een arts te raadplegen. Wees u ervan bewust dat het apparaat geen
hartonderzoek vervangt, maar dient om een onregelmatige hartslag in een vroeg stadium te detecteren.
VRAGEN & ANTWOORDEN
Voor een volledige lijst van veelgestelde vragen over MiBody kunt u terecht op www.uk.salterhousewares.com/mibody
Waarom varieert mijn bloeddruk, zelfs binnen één dag?
1. Individuele bloeddruk varieert gedurende de dag. Het wordt ook beïnvloed door de manier waarop u uw manchet
vastmaakt en de metingpositie. Voer de meting daarom uit onder vergelijkbare omstandigheden.
2. De variaties van de meting zijn groter als de persoon medicijnen slikt.
3. Tenminste 4-5 minuten wachten voordat u een andere meting uitvoert.
Waarom is de bloeddruk die het ziekenhuis wordt gemeten anders dan thuis?
De bloeddruk is anders, zelfs binnen 24 uur, vanwege het weer, emoties, sport enz. Vooral de “witte jassen” in het ziekenhuis
zorgen ervoor dat de resultaten in het ziekenhuis hoger zijn dan thuis. Aan de volgende dingen moet u aandacht besteden
bij het meten van uw bloeddruk thuis:
• Of de manchet op de juiste manier vastzit.
• Of de manchet te strak of te los zit.
• Of de manchet om de pols zit.
• Of u zich angstig voelt onder druk.
U kunt beter 2-3 keer diep ademhalen voordat u begint.
Advies: richt u 4-5 minuten op iets anders totdat u gekalmeerd bent.
Is het resultaat hetzelfde als ik meet op de rechterpols?
Het is prima om op beide polsen te meten, maar er zullen verschillende resultaten ontstaan voor dezelfde persoon.
Meet daarom elke keer op dezelfde pols.
107

PROBLEMEN OPLOSSEN
NL
Dit gedeelte bevat een lijst met foutmeldingen en veelgestelde vragen voor problemen die kunnen optreden met uw
bloeddrukmeter. Als de producten niet functioneren zoals u denkt dat ze zouden moeten functioneren, klik dan hier om
onderhoud te regelen.
PROBLEEM SYMPTOOM CONTROLEER DIT OPLOSSING
Batterijen zijn leeg. Vervang met nieuwe batterijen.
Display is vaag of wil
Geen stroom
niet oplichten.
Batterijen zijn onjuist geplaatst. Plaats de batterijen correct
Batterijen bijna
Op het display
Batterijen zijn leeg. Vervang met nieuwe batterijen
leeg
weergegeven
Zorg ervoor dat Bluetooth is
E 1 wordt
Gegevenscommunicatie is mislukt.
ingeschakeld op de telefoon of
weergegeven
binnen het afstandsbereik is
E 2 wordt
Bevestig de manchet weer en meet
De manchet zit zeer strak.
weergegeven
opnieuw.
E 3 wordt
Ontspan een moment en meet
De druk van de manchet is te hoog.
weergegeven
daarna opnieuw.
E 9 wordt
Product is niet geactiveerd. Gereactiveerd
weergegeven
Beweging kan de meting
E 10 of E 11 wordt
De meter heeft een beweging
beïnvloeden. Ontspan een moment
weergegeven
tijdens de meting waargenomen.
Foutmelding
en meet daarna opnieuw.
E 20 wordt
Het meetproces neemt geen
Maak de kleding bij de arm wat
weergegeven
polsslag waar.
losser en meet dan opnieuw.
E 21 wordt
Ontspan een moment en meet
Meting incorrect.
weergegeven
daarna opnieuw.
Neem de meting opnieuw af. Als het
probleem zich blijft voordoen, neem
dan contact op met de winkelier of
EExx wordt op het
Een kalibratiefout is opgetreden.
onze klantenservice voor verdere
display weergegeven.
hulp. Raadpleeg de garantie voor
contactgegevens en instructies
voor het retourneren.
108

SPECIFICATIES
NL
Stroomtoevoer 2*AAA alkalinebatterijen
Displaymodus Digital LCD V.A. 36x41 mm
Meetmodus Oscillografische testmodus
Druk: 0kpa-40kpa (0mmHg-300mmHg) polsslagwaarde:
Meetbereik
(40-199) slag/minuut
Druk:
5ºC-40ºC binnen ± 0,4 kpa (3 mmHg)
Nauwkeurigheid
0ºC-45ºC (uit 5ºC-40ºC)
binnen ± 0,7 kpa (5mmHg)
polsslagwaarde: ± 5%
Temperatuur: 5ºC tot 40ºC relatieve vochtigheid ≤85%
Normale werkende staat
Luchtdruk: 86 kPa tot 106 kPa
Temperatuur: -20ºC tot 60ºC RV: 10% tot 93%
Opslag & transportstaat
Luchtdruk: 50 kPa tot 106 kPa
Meetomtrek van de pols Ongeveer 13,5 cm-21,5 cm
Nettogewicht Ong. 120 g (exclusief droge cellen)
Externe maten Ong. 80×65×22 mm (exclusief manchet)
Hulpstuk 2*AAA alkalinebatterijen, gebruikershandleiding
Bedieningsmodus Voortdurende werking
Beschermingsgraad Type BF toegepast onderdeel
Bescherming tegen binnendringen
IP20
van water
Softwareversie V01
Apparaatclassificatie Intern aangedreven ME-apparatuur
WAARSCHUWING! Dit apparaat mag niet aangepast worden.
109

CONTACTINFORMATIE
NL
Voor meer informatie over onze producten kunt u terecht op www.salterhousewares.com
Voor verkoop en onderhoud in het Verenigd Koninkrijk kunt u contact opnemen met HoMedics Group Ltd, HoMedics House,
Somerhill Business Park, Five Oak Green Road, Tonbridge, Kent TN11 0GP, VK. Tel. helpdesk: (01732) 360783. Voor Ierland
kunt u contact opnemen met Petra Brand Masters, Unit J4 Maynooth Business Campus, Maynooth, Co. Kildare, Ierland.
Tel +00 353 (0) 1 6510660. e-mail sales@petrabrandmasters.ie.
www.salterhousewares.com/servicecentres
EMC-RICHTLIJNEN
Tabel 1 Richtlijnen en fabrikantverklaring – elektromagnetische emissies – voor alle APPARATUUR en SYSTEMEN
Richtlijnen en verklaring van de producent – elektromagnetische emissie
De BPW-9154 is bedoeld voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving.
De klant of de gebruiker van de BPW-9154 dient ervoor te zorgen dat het in een dergelijke omgeving gebruikt wordt.
Emissietest Naleving Elektromagnetische omgeving – richtlijn
De BPW-9154 moet elektromagnetische energie uitstralen
Radiofrequente emissies
Groep 1
om de beoogde functie uit te kunnen voeren. Nabijgelegen
CISPR 11
elektronische apparatuur kan worden beïnvloed.
Radiofrequente emissie
Klasse B
CISPR 11
Harmonische emissies
Niet van toepassing
IEC 61000-3-2
Spanningsschommelingen/
flikkeremissies
Niet van toepassing
IEC 61000-3-3
110

Tabel 2 Richtlijnen en fabrikantverklaring – elektromagnetische immuniteit – voor alle ME-APPARATUUR en ME-SYSTEMEN
NL
Richtlijnen en verklaring van de producent – elektromagnetische emissie
De BPW-9154 is bedoeld voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving.
De klant of de gebruiker van de BPW-9154 dient ervoor te zorgen dat het in een dergelijke omgeving gebruikt wordt.
Elektromagnetische omgeving
Immuniteitstest IEC 60601 testniveau
Overeenstemmingsniveau
– richtlijn
Elektrostatische
±6 kV contact
±6 kV contact
Vloeren moeten van hout of beton
ontlading (ESO)
±8 kV lucht
±8 kV lucht
zijn of met keramische tegels
IEC 61000-4-2
bekleed zijn. Als vloeren met
synthetisch materiaal bedekt zijn,
dient de relatieve vochtigheid ten
minste 30% te bedragen.
Elektrische snelle
±2 kV voor
n.v.t.
transiënten/burst
stroomkabels
IEC 61000-4-4
Overspanning
±1 kV lijn(en) naar lijn(en)
n.v.t.
IEC 61000-4-5
±2 kV lijn(en) naar aarde
Spanningsdalingen,
<5% UT
n.v.t.
kortstondige
(>95% daling in UT )
onderbrekingen en
voor 0,5 rotatie
spanningsschommelingen
40% UT
n.v.t.
bij ingangslijnen van de
(60% daling in UT)
stroomvoorziening
voor 5 rotaties
IEC 61000-4-11
70% UT
n.v.t.
(30% daling in UT)
voor 25 rotaties
<5% UT
n.v.t.
(>95% daling in UT)
gedurende 5 sec
Stroomfrequentie 3A/m
3A/m 3A/m De sterkte van de magnetische
(50 Hz) magnetisch veld
velden van de netfrequentie dient
IEC 61000-4-8
op het niveau van een normale
commerciële of medische omgeving
te liggen.
LET OP: UT is de wisselstroomspanning op het lichtnet voorafgaand aan de instelling van het testniveau.
111

Tabel 4 Richtlijnen en fabrikantverklaring – elektromagnetische immuniteit – voor alle ME-APPARATUUR en ME-SYSTEMEN
NL
die niet LEVENSONDERSTEUNEND zijn
Richtlijnen en verklaring van de producent – elektromagnetische emissie
De BPW-9154 is bedoeld voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving.
De klant of de gebruiker van de BPW-9154 dient ervoor te zorgen dat het in een dergelijke omgeving gebruikt wordt.
IEC 60601
Overeen-
Immuniteitstest
Elektromagnetische omgeving – richtlijn
testniveau
stemmingsniveau
Draagbare en mobiele radiofrequente
communicatieapparatuur mag niet dichter bij onderdelen
van de BPW-9154, inclusief kabels, worden geplaatst dan
de aanbevolen separatieafstand zoals berekend met de
vergelijking die van toepassing is op de frequentie van
de zender.
Geleide RF
3 Vrms
n.v.t.
Aanbevolen separatieafstand
—
IEC 61000-4-6
150 kHz tot
d = 1,167
√
P
80 MHz
Uitgestraalde RF
3 V/m
3 V/m
—
IEC 61000-4-3
80 MHz tot
d = 1,167
√
P
80 MHz tot 800 MHz
2,5 GHz
—
d = 2,333
√
P
800 MHz tot 2,5 GHz
waarbij
P
staat voor het nominale maximumvermogen van
de zender in watt (W) volgens de fabrikant van de zender,
en
d
de aanbevolen separatieafstand in meters (m) is.
Veldsterktes van vaste radiofrequente zenders, zoals
bepaald door een onderzoek van het elektromagnetische
a
veld,
dienen lager te zijn dan het overeenstemmingsniveau
b
in elk frequentiebereik
.
Storing kan voorkomen in de nabijheid van
apparatuur waarop het volgende symbool staat:
OPMERKING 1 Op 80 MHz en 800 MHz is het hogere frequentiebereik van toepassing.
OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn mogelijk niet op alle situaties van toepassing. Elektromagnetische propagatie wordt
beïnvloed door absorptie en reflectie van bouwwerken, voorwerpen en mensen.
a
Veldsterktes van vaste zenders, zoals basisstations voor (mobiele/draadloze) telefoons en vaste telefoonlijnen,
radioamateuruitzendingen en AM en FM radiouitzendingen kunnen niet theoretisch met nauwkeurigheid bepaald
worden. Om de elektromagnetische omgeving als gevolg van vaste RF zenders te beoordelen, dient een onderzoek
van het elektromagnetische veld te worden overwogen. Als de gemeten veldsterkte op de locatie waarin de BPW-9154
gebruikt wordt, het hierboven genoemde toepasselijke RF overeenstemmingsniveau overschrijdt, dan dient de
BPW-9154 geobserveerd te worden om te verifiëren dat het apparaat normaal werkt. Als abnormale prestaties
worden waargenomen, kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals verplaatsing of richtingverandering van de
BPW-9154.
b
Over het frequentiebereik 150 kHz tot 80 MHz dient de veldsterkte minder dan 3V/m te bedragen.
112

Tabel 6 Aanbevolen afstanden tussen draagbare en mobiele RF-communicatiemiddelen en de APPARATUUR of het SYSTEEM
– voor ME-APPARATUUR of ME-SYSTEMEN die niet LEVENSONDERSTEUNEND zijn.
NL
Aanbevolen separatieafstanden tussen draagbare en mobiele radiofrequente communicatieapparatuur en de BPW-9154.
De BPW-9154 is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin uitgestraalde radiofrequente
storingen beheerst worden. De klant of gebruiker van de BPW-9154 kan helpen elektromagnetische interferentie
te voorkomen door een minimale afstand te handhaven tussen draagbare en mobiele radiofrequente
communicatieapparatuur (zenders) en de BPW-9154, zoals hieronder aanbevolen, in overeenstemming met het
nominale maximumvermogen van de communicatieapparatuur.
Nominaal maximaal
Separatieafstand in overeenstemming met frequentie van zender (m)
uitgangsvermogen
van de zender
150 kHz tot 80 MHz
80 MHz tot 800 MHz
800 MHz tot 2,5 GHz
—
—
—
(W)
d = 1,167
√
P
d = 1,167
√
P
d = 2,333
√
P
0,01 n.v.t. 0,117 0,233
0,1 n.v.t. 0,369 0,738
1 n.v.t. 1,167 2,333
10
n.v.t. 3,690 7,377
100
n.v.t. 11,67 23,33
Voor zenders met een nominaal maximumvermogen dat hierboven niet genoemd wordt, kan de aanbevolen
separatieafstand
d
in meter (m) worden bepaald met gebruik van de vergelijking die van toepassing is op de frequentie
van de zender, waarbij
P
staat voor het nominale maximumvermogen van de zender in watt (W) volgens de fabrikant
van de zender.
OPMERKING 1 Op 80MHz en 800MHz is de separatieafstand voor het hogere frequentiebereik van toepassing.
OPMERKING 4 Deze richtlijnen zijn mogelijk niet op alle situaties van toepassing. Elektromagnetische propagatie wordt
beïnvloed door absorptie en reflectie van bouwwerken, voorwerpen en mensen.
113

MiBODY
FIN
Salter MiBody on sarja toisiinsa liitettäviä laitteita, jotka auttavat painon ja terveyden hallinnassa. Mittaustulokset
lähetetään langattomasti mobiililaitteeseesi, ja voit katsella niitä maksuttomasti ladattavalla MiBody-sovelluksella.
Kehityssuuntaa voi seurata pitkällä aikavälillä, ja mittaustulosten mukana tulee terveelliset/suositellut raja-arvot. Tulokset
tallentuvat vain mobiililaitteeseesi, ja ne ovat vain sinun käytössäsi, ellet halua jakaa saavutuksiasi muiden kanssa.
MiBody-tuotteita tulee käyttää terveydenhuoltoalan ammattilaisten antamien ohjeiden lisäksi, ei niiden sijasta. Jos olet
huolissasi omasta terveydestäsi, kysy neuvoa terveydenhuoltoalan ammattilaiselta.
KÄYTTÖTARKOITUS
Salter MiBody -verenpainemittari on tarkoitettu verenpaineen ja sydämen sykkeen mittaamiseen ranteesta (ranteen
ympärysmitta 13,5–21,5 cm).
Laite on tarkoitettu vain aikuisten käyttöön sisätiloissa.
CONTRAINDICATIONS
Laitetta eivät saa käyttää raskaana olevat naiset tai alle 18-vuotiaat lapset.
Tämä laite ei ole tarkoitettu sairauden määrittämiseen. Ota yhteyttä lääkäriisi, jos tulokset viittaavat korkeaan
verenpaineeseen.
MITTAUSTAPA
Laite mittaa verenpaineen oskillometrisellä mittausmenetelmällä. Laite määrittää ilmanpainetta vastaavan ”nolla”-
paineen ennen jokaista mittausta. Tämän jälkeen laite alkaa täyttää mansettia ilmalla ja havaitsee samalla sykkeen
paineenvaihtelut, mitä käytetään systolisen (yläpaine) ja diastolisen (alapaine) verenpaineen määrittämiseen ja pulssin
mittaamiseen. Laite vertaa myös havaittujen pulssiaaltojen välistä lyhintä ja pisintä aikaväliä keskiarvoiseen aikaväliin ja
laskee vakiopoikkeaman. Laite näyttää varoitussignaalin lukeman yhteydessä, jos se havaitsee rytmihäiriön, kun aikavälien
ero ylittyy.
WEEE-SELITYS
Tämä merkki tarkoittaa, että tätä tuotetta ei saa hävittää muiden talousjätteiden mukana missään EU-maassa. Kontrolloimattomasta
jätteiden hävittämisestä mahdollisesti aiheutuvien ympäristöhaittojen tai terveysvaarojen estämiseksi hävitä tämä tuote vastuullisesti
edistääksesi materiaalivarojen uudelleenkäyttöä. Palauta käytetty laite käyttäen palautus- ja noutojärjestelmää tai ota yhteyttä laitteen
myyneeseen liikkeeseen. He voivat kierrättää tämän tuotteen ympäristöturvallisesti.
AKKUJA KOSKEVA DIREKTIIVI
Tämä symboli tarkoittaa, että akkuja ei saa hävittää talousjätteiden mukana, koska ne sisältävät aineita, jotka voivat olla vahingollisia
ympäristölle ja terveydelle. Vie akut niille tarkoitettuihin keräyspisteisiin.
TAKUU
Tämä tuote on tarkoitettu vain kotitalouskäyttöön. Salter korjaa tai vaihtaa tämän tuotteen, tai minkä tahansa tämän tuotteen osan maksutta,
jos 15 vuoden aikana ostopäiväyksestä voidaan osoittaa, että vika johtuu valmistusvirheestä tai viallisista valmistusmateriaaleista. Tämä takuu
kattaa vaa’an toimintaan vaikuttavat liikkuvat osat. Se ei kata tavallisesta käytöstä aiheutuvaa kulumista, tai vahingosta tai väärinkäytöstä
johtuvia vaurioita. Takuu mitätöityy, jos vaaka tai sen osia avataan tai puretaan osiin. Takuuvaateisiin täytyy liittää ostotodistus ja ne tulee
palauttaa toimituskulut maksettuina Salter –yhtiölle (tai Britannian ulkopuolella paikalliselle valtuutetulle Salter-edustajalle). Vaaka täytyy
pakata niin, että se ei vahingoitu kuljetuksessa. Tämä takuu on täydennys lakisääteisiin kuluttajaoikeuksiin, eikä se vaikuta kyseisiin oikeuksiin
millään tavalla. Muissa maissa ota yhteyttä paikalliseen valtuutettuun Salter-edustajaan.
www.salterhousewares.com/servicecentres
114

TURVALLISUUSTIETOJA
FIN
Seuraavat merkinnät saattavat esiintyä käyttöoppaassa, tarroissa tai muissa osissa. Ne ovat standardien mukaisia ja
käyttöön liittyviä vaatimuksia.
LUE KÄYTTÖOHJEET -symboli Bluetooth-yhteensopivuusmerkki
VASTAA LÄÄKINNÄLLISISTÄ LAITTEISTA
0120
ANNETTUA DIREKTIIVIÄ 93/42/ETY
BF-TYYPIN LIITYNTÄOSAT -symboli
-symboli
YMPÄRISTÖNSUOJELU-symboli -
Sähkökäyttöisiä tuotteita ei saa hävittää
kotitalousjätteiden mukana. Jätteet
VALMISTAJA-symboli
tulee toimittaa kierrätyspisteeseen
mikäli mahdollista. Kysy neuvoa
jätteiden kierrätyksestä paikalliselta
viranomaiselta tai jälleenmyyjältä.
VALMISTUSNUMERO-symboli TASAVIRTA-symboli
HUOMAUTUS
• Lue nämä käyttöohjeet tarkasti, ennen kuin käytät laitetta.
• Tämä laite on tarkoitettu vain aikuisten käyttöön.
• Tämä laite on tarkoitettu noninvasiiviseen (elimistön ulkopuoliseen) valtimoverenpaineen mittaamiseen ja
seurantaan. Se ei ole tarkoitettu käytettäväksi muissa raajojen osissa kuin ranteessa tai muuhun tarkoitukseen kuin
verenpaineen mittaamiseen.
• Itseseurantaa ei pidä sekoittaa itsediagnosointiin. Tämän laitteen avulla voit seurata omaa verenpainettasi.
Lääkehoito tulee aloittaa ja lopetta vain lääkärin ohjeiden mukaisesti.
• Jos sinulla on lääkitys, kysy lääkäriltäsi, mikä on paras ajankohta mitata verenpaineesi. Älä koskaan muuta sinulle
määrättyä lääkitystä ilman lääkärin lupaa.
• Tämä laite ei sovellu jatkuvaan verenpaineen seurantaan terveyteen liittyvissä hätätapauksissa tai leikkauksissa.
• Jos mansetin paine ylittää 40 kPa (300 mmHg), laite tyhjentyy automaattisesti. Jos mansetti ei tyhjene, kun paine
ylittää 40 kPa (300 mmHg), ota mansetti pois ranteesta ja paina START/STOP-painiketta, jotta ilmantäyttö loppuu.
• Älä käytä laitetta paikassa, missä on voimakas sähkömangeettinen kenttä (esim. lääkinnällinen radiotaajuuslaite),
josta tulee häiriösignaalia ja nopeasti ohimenevää sähkö- tai purskesignaalia.
• Liityntäosan korkein sallittu lämpötila on 42,5 °C ilman lämpötilan ollessa 40 °C.
• Laite ei ole AP-/APG-luokiteltu. Sitä ei saa käyttää lähellä tulenarkoja anesteettiseoksia, joissa on ilmaa, happea tai
typpioksidia.
• Laite täytyy pitää poissa lasten ulottuvilta, sillä pienten osien joutuminen nieluun tai hengitysteihin on vaarallista
ja voi jopa johtaa kuolemaan.
• Käytä vain VALMISTAJAN mainitsemia tai hyväksymiä LISÄVARUSTEITA ja tarvikkeita. Muussa tapauksessa ne
saattavat vahingoittaa laitetta tai aiheuttaa vaaratilanteita käyttäjälle/potilaalle.
115

NÄYTÖN OSAT
FIN
SYMBOLI KUVAUS SELITYS
Systolinen verenpaine
Diastolinen verenpaine
Pulssi sykettä/minuutti
Heikko paristo Heikko paristo ja vaihda paristot
Mittayksikkö Verenpaineen mittayksikkö
Aika Tunti: minuutti (kuukausi/päivä/vuosi)
Epäsäännöllisen sykkeen tunnistin Epäsäännöllisen sykkeen tunnistin
Bluetooth Onnistunut Bluetooth-liitäntä
Virhe Virhe
Käyttäjätunnus Valittu käyttäjätunnus
Muisti Tallennettujen lukemien haku muistista
116

PARISTOJEN ASENTAMINEN JA VAIHTAMINEN
FIN
1. Avaa paristokotelon kansi.
2. Laita paristot paikoilleen oikein päin.
(Käytä aina ilmoitetun tyyppisiä paristoja: kaksi AAA-alkaliparistoa.)
3. Sulje paristokotelon kansi.
Vaihda paristot seuraavissa tapauksissa:
• näytössä näkyy
• näyttö on himmeä
• näyttöön ei tule valoa, kun virta kytketään päälle.
HUOMAUTUS
• Poista paristot, jos laitetta ei käytetä pitkään aikaan.
• Käytetyt paristot ovat haitallisia ympäristölle. Älä hävitä niitä tavallisten kotitalousjätteiden mukana.
• Hävitä käytetyt paristot paikallisten kierrätysohjeiden mukaisesti.
PÄIVÄMÄÄRÄN JA KELLONAJAN ASETTAMINEN
1. Kun laite ei ole päällä, pidä
117
SET
MEM
-painiketta painettuna 3 sekuntia.
2. Tunnit vilkkuvat. Muuta tuntia painamalla
SET
MEM
-painiketta.
3. Vahvista painamalla
SET
MEM
.
4. Minuutit vilkkuvat. Muuta minuutteja painamalla
SET
MEM
-painiketta.
5. Vahvista painamalla
SET
MEM
.
6. Kuukaudet vilkkuvat. Muuta kuukausi painamalla
SET
MEM
-painiketta.
7. Vahvista painamalla
SET
MEM
.
8. Päivä vilkkuu. Muuta päivä painamalla
SET
MEM
-painiketta.
9. Vahvista painamalla
SET
MEM
.
10. Vuosi vilkkuu. Muuta vuosi painamalla
SET
MEM
-painiketta.
11. Vahvista painamalla
SET
MEM
.
12. Näytöllä näkyy seuraavaksi dOnE (valmis), ja laite kytkeytyy pois päältä.
Huom! Kun haluat päivittää tai muuttaa kellonaikaa tai päivämäärää, toista edellä annetut ohjeet.
MiBODY-SOVELLUS
Ennen kuin käytät laitetta ensimmäistä kertaa:
1. Lataa ja asenna Salter MiBody -sovellus App storesta. Käytä hakusanoina ”Salter” tai ”Mibody”.
2. Kytke Bluetooth On (Päällä) -asentoon iPhonen/iPadin Settings (Asetukset) -valikosta.
3. Avaa MiBody-sovellus ja aseta käyttäjätilisi seuraamalla näytöllä annettuja ohjeita.

LAITEPARIN MUODOSTUS
FIN
1. Kytke Bluetooth On (Päällä) -asentoon iPhonen/iPadin Settings (Asetukset) -valikosta.
2. Avaa MiBody-sovellus.
3. Siirry Settings (Asetukset) -valikkoon painamalla -painiketta.
4. Paina -painiketta.
5. Paina -painiketta.
6. Kun verenpainemittari ei ole päällä, pidä
118
START
STOP
0
-painiketta painettuna, kunnes näytössä näkyy
0
.
7. Yhdistä verenpainemittari koskettamalla iPhonessa/iPadissä olevaa verenpainemittarin kuvaketta. Valitse
käyttäjänumero, jonka haluat yhdistää. Lopeta koskettamalla Done (Valmis) -painiketta.
8. Jos yhdistäminen onnistui, näytössä näkyy [].
9. Jos yhdistäminen ei onnistunut, näytössä näkyy E1.
10. Verenpainemittari kytkeytyy automaattisesti pois päältä.
11. Toista sama jokaisen käyttäjän ja jokaisen iPhonen/iPadin kohdalla.
Huom! Jokainen käyttäjänumero voidaan yhdistää vain yhteen iOS-laitteeseen. Tulokset lähetetään vain laitepariksi
muodostettuun laitteeseen.
MANSETIN KIINNITYS
1. Ota pois kellot, korut jne. vasemmasta ranteestasi. Jos lääkäri on diagnosoinut heikon verenkierron vasemmassa
ranteessasi, käytä oikean käden rannetta.
2. Paljasta ranteesi iho vetämällä hiha ylös.
3. Kiinnitä mansetti vasempaan ranteeseen niin, että kämmen osoittaa ylöspäin.
4. Aseta mansetin yläreuna noin 1–1,5 cm:n etäisyydelle ranteesta.
5. Kiinnitä rannemansetti ranteesi ympärille niin, ettei mansetin ja ihon väliin jää tyhjää tilaa. Jos mansetti on liian
löysällä, mittaustulos on virheellinen.
6. Laitteen tulee olla sydämen tasolla mittauksen aikana.
VERENPAINEEN MITTAAMINEN
1. Kun olet kiinnittänyt mansetin oikein ja varmistanut, että laite on sydämesi tasolla, paina
START
STOP
-painiketta. Laite
kytkeytyy päälle ja käyttäjänumero näkyy näytössä.
2. Jos haluat vaihtaa käyttäjänumeron, paina painiketta
SET
MEM
tai
SET
MEM
.
3. Vahvista valintasi painamalla
START
STOP
-painiketta ja aloita mittaaminen.
4. Mittaus tapahtuu automaattisesti ja kestää noin 30 sekuntia. Mansetti täyttyy ilmalla ja kiristyy ranteesi ympärille. Ilma
poistuu mansetista mittauksen jälkeen, ja mittaustulos näkyy näytössä.
5. Jos käyttäjänumero on yhdistetty iPhoneen/iPadiin, näytössä näkyy , ja tiedot lähetetään langattomasti
mobiililaitteeseesi.
6. Jos laite on toiminta-alueen ulkopuolella tai sovellus on suljettu, näytössä näkyy , ja tiedot tallennetaan
laitteeseen ja siirretään seuraavalla kerralla kun laitetta käytetään.
Huom! Jotta tietoja voidaan vastaanottaa, MiBody-sovelluksen täytyy olla auki ja toiminnassa taustalla. MiBody-sovellus ei
vastaanota tietoa, jos se on suljettu kokonaan tai jos Bluetooth on pois toiminnasta.
Huomautus: GuESt-käyttäjien tietoja ei siirretä.

TALLENNETTUJEN TIETOJEN HAKU MUISTISTA
FIN
1. Paina
119
SET
MEM
-painiketta päästäksesi muistiin. Näytössä näkyy viimeisin mittaustulos.
2. Selaa muistissa olevia tietoja painamalla
SET
MEM
- tai
SET
MEM
-painiketta.
SET
MEM
siirry eteenpäin
SET
MEM
siirry taaksepäin.
HUOMAUTUS
Viimeksi tallennettu lukema (1) näkyy ensimmäisenä. Jokainen uusi mittaus siirtyy ensimmäiseksi (1) tallennetuksi
lukemaksi. Kaikki muut tallennetut lukemat siirtyvät pykälän taaksepäin (esim. toisesta tulee kolmas jne.) ja
viimeinen tallennettu lukema (60) poistuu kokonaan.
Toisen henkilön mittaustulosten katselu Paina START (Käynnistä) -painiketta käynnistääksesi laitteen ja valitaksesi
oikean käyttäjän ja paina STOP (Pysäytä) -painiketta kytkeäksesi laitteen pois päältä. Paina sen jälkeen MEM (Muisti)
-painiketta päästäksesi muistiin.
Vain käyttäjä Guest (vieras) voi nähdä viimeisimmät tiedot.
TALLENNETTUJEN TIETOJEN POISTAMINEN
Jos saatu mittaustulos oli väärä, kaikki tulokset voidaan poistaa seuraavasti.
1. Paina muistista hakutilassa kumpaakin
SET
MEM
-painikkeita ja pidä painettuna 3 sekunnin ajan.
2. Kun näytössä vilkkuu dEL ALL (poista kaikki), vahvista poisto painamalla
SET
MEM
-painiketta.
Näytössä näkyy dEL dOnE (poisto tehty) ilmoituksena siitä, että poisto on tehty. Tämän jälkeen laite kytkeytyy pois
päältä automaattisesti.
3. Jos haluat peruuttaa poiston, sammuta laite painamalla
START
STOP
-painiketta.
4. Jos yrität katsoa muistissa olevia tietoja painamalla
SET
MEM
-painiketta, kun laitteen muisti on tyhjä, näytössä näkyy ---.
VINKKEJÄ MITTAUKSEEN
Mittaustulos saattaa olla virheellinen, jos mittaus tehdään seuraavissa olosuhteissa:
1. Yhden tunnin sisällä syömisestä tai juomisesta.
2. Välittömästi teen tai kahvin juonnin tai tupakoinnin jälkeen.
3. 20 minuutin sisällä kylpemisestä.
4. Puhumisen tai sormien liikuttelun aikana.
5. Erittäin kylmissä olosuhteissa.
6. Jos on tarve käydä WC:ssä.
7. Lepää 5 minuuttia ennen verenpaineen mittaamista.
8. Odota vähintään 3 minuuttia mittausten välillä. Näin verenkiertosi ehtii palautua.
9. Yritä tehdä mittaus samoissa olosuhteissa, esim. suurinpiirtein samaan aikaan, samasta ranteesta tai lääkärin ohjeiden
mukaisesti.

KÄYTTÖ- JA HOITO-OHJEITA
FIN
Parhaat tulokset saadaan seuraavia ohjeita noudattamalla.
• Säilytä kuivassa paikassa ja auringonvalolta suojattuna.
• Ei saa upottaa veteen. Puhdista pakkauksessa olevalla kuivalla liinalla.
• Vältä ravistamasta tai kolhimasta laitetta.
• Vältä paikkoja, missä on pölyä tai lämpötila vaihtelee suuresti.
• Puhdista laite kostealla liinalla.
• Älä pese mansettia.
Puhdistus: Pöly saattaa vaikuttaa laitteen toimintaan. Puhdista laite pehmeällä liinalla ennen käyttöä ja sen jälkeen.
Varmista ennen käyttöä, että laite on turvallinen käyttää ja että se on käyttökunnossa.
Kun vaihdat keskenään vaihdettavia tai irrotettavia osia, noudata VALMISTAJAN HUOLTOHENKILÖKUNNAN antamia
vaihto-osia koskevia ohjeita.
Hävittäminen: Kuluneet anturit saattavat johtaa virheellisiin mittaustuloksiin ja löystyneet elektrodit puolestaan siihen,
että laite ei käynnisty. Hävitä LISÄVARUSTEET, irrotettavat osat ja SÄHKÖKÄYTTÖINEN LÄÄKINTÄLAITE paikallisia määräyksiä
noudattaen.
TIETOA VERENPAINEESTA
Mitä ovat systolinen ja diastolinen paine?
Systolinen
Diastolinen
Kun sydänkammiot supistuvat ja pumppaavat verta pois sydämestä,
veri poistuu
veri kulkee
verenpaine saavuttaa kierron korkeimman arvon, jota kutsutaan
valtimosta
laskimoon
systoliseksi verenpaineeksi. Kun sydänkammiot rentoutuvat,
verenpaine saavuttaa kierron alhaisimman arvon, jota kutsutaan
supistuu
rentoutuu
diastoliseksi verenpaineeksi.
Mikä on standardi verenpaineluokitus?
Maailman terveysjärjestön (WHO) ja Kansainvälisen verenpaineyhdistyksen (ISH) vuonna 1999 esittämä verenpaineluokitus
on seuraava:
Asteen 3 hypertensio (vaikea)
Asteen 2 hypertensio (keskivaikea)
HUOMAUTUS
Asteen 1 hypertensio (lievä)
Vain lääkäri pystyy sanomaan, mikä on normaali verenpaineesi. Ota
Alaryhmä: tyydyttävä
yhteyttä lääkäriisi, jos verenpainemittauksesi tulos on ilmoitettujen
Kohonnut-normaali verenpaine
rajojen ulkopuolella. Muista, että vain lääkäri pystyy sanomaan, jos
Normaali verenpaine
Ihanteellinen
verenpaineesi on saavuttanut vaarallisen tason.
Diastolinen verenpaine (mmHg)
verenpaine
Systolinen verenpaine (mmHg)
Taso
Kohonnut-
Ihanteellinen Normaali
Lievä Kohtalainen Vaikea
Verenpaine (mmHg)
normaali
SYS <120 120–129 130–139 140–149 160–179 ≥180
DIA <80 80–84 85–89 90–99 100–109 ≥110
120