HEIDENHAIN ND 200: 4 Installatie

4 Installatie: HEIDENHAIN ND 200

background image

Installatiehandleiding

nl

ND 200

70

4 Installatie

AANWIJZING

Storingen door ontbrekende of onjuiste aarding!

Apparaat nooit zonder goede aardingsaansluiting

bedienen.

Aardingsaansluiting aan de achterzijde van de

behuizing verbinden met het centrale aardingspunt

van het apparaat.

Minimale doorsnede van de verbindingskabel: 6 mm

2

.

AANWIJZING

Gevaar voor beschadiging van inwendige componenten!

Stekkers uitsluitend bij uitgeschakeld apparaat

aansluiten of loskoppelen.

Afhankelijk van de uitrustingsvariant kan de

installatie afwijken van de procedure zoals

beschreven in dit hoofdstuk. Indien de bij

het product meegeleverde bijlage informatie

betreffende de installatie bevat, dan heeft de

hierin beschreven informatie prioriteit boven de

informatie in dit hoofdstuk.

De verantwoordelijkheid voor elk systeem waarin

dit product wordt gebruikt, ligt bij de monteur of

installateur van dit systeem.

In de afbeeldingen van penbezettingen zijn

doorgaans de bezettingen van de aansluitingen

op het apparaat en niet van de connectoren

weergegeven.

Aan personeel gestelde eisen

De onderstaande stappen mogen uitsluitend

door deskundig personeel worden uitgevoerd!

Meer informatie zie "Kwalificaties van het

personeel", Bladzijde 66.

4.1 Apparatenoverzicht

Achterzijde apparaat

Zie afbeelding "A" op de uitklapbare voorzijde. In de

afbeelding is de achterzijde van het apparaat ND 287

weergegeven. De constructie van de ND 287 en ND 280

is dezelfde met uitzondering van de in het onderstaande

overzicht aangegeven, extra aansluitmogelijkheden van de

ND 287.

1

Netschakelaar

2

Netaansluiting

3

Zekering

4

Aardingsaansluiting

X1

15-polige sub-D-aansluiting voor

HEIDENHAIN-meetsysteem met

11 µA

SS

-interface of 1 V

PP

-interface of EnDat-interface (puur serieel)

Alleen ND 287 (optie)

:

vervanging van de meetsysteemmodule

door een analoge module voor aansluiting

van een analoge sensor

X31

Seriële 9-polige sub-D-aansluiting

V.24/RS-232-C voor de gegevensoverdracht

X32

Seriële USB-aansluiting, type B (UART) voor

de gegevensoverdracht

Alleen ND 287:

X41

25-polige sub-D-aansluiting voor schakelin-

gangen en -uitgangen

X2

Optie: uitbreiding met een insteekmodule

zoals voor aansluiting X1

X26(X27)

Optie: uitbreiding met een ethernet-insteek-

module (100baseT) voor netwerkverbinding

via TCP/IP-protocol

background image

ND 200

Installatiehandleiding

nl

71

4.2 Netspanning aansluiten WAARSCHUWING

Gevaar voor elektrische schokken!

Niet goed geaarde apparaten kunnen leiden tot ernstig

letsel of de dood als gevolg van elektrische schokken.

Altijd 3-polige netkabel gebruiken.

Zorgen voor een correcte aansluiting van de

aardleiding op de gebouwinstallatie.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door gebruik van netkabels die niet voldoen

aan de minimale eisen!

Altijd netkabels gebruiken die ten minste voldoen aan

de vermelde minimale eisen.

Netaansluiting met de meegeleverde netkabel op de

netstekkerdoos met aardleiding aansluiten. Informatie

over de locatie van de stroomaansluiting aan achterzijde

van het apparaat zie "Achterzijde apparaat", Bladzijde 70.

4.3 Elektrostatische ontlading AANWIJZING

Dit product bevat componenten

die door elektrostatische ontlading

(ESD) onherstelbaar beschadigd

kunnen raken.

Veiligheidsvoorzieningen voor de

omgang met ESD-gevoelige compo-

nenten altijd in acht nemen.

Aansluitpennen nooit zonder een go-

ede aarding aanraken.

4.4 Meetsystemen aansluiten Aansluitmogelijkheden

Meetsystemen worden op de meetsysteem-ingangen

X1 (X2) aan de achterzijde van het apparaat aangesloten.

Informatie over de locatie van de aansluitingen zie

"Achterzijde apparaat", Bladzijde 70.

Soort en aantal aansluitingen voor meetsystemen kunnen

per apparaatuitvoering verschillen.

Kabels van de meetsystemen aansluiten

Meetsystemen permanent op de desbetreffende

aansluitingen aansluiten.

Bij stekkers met schroeven: schroeven niet te vast

aandraaien.

Niet-gebruikte pennen of litzedraden mogen niet

bezet worden.

Aansluitbezetting X1 (X2)

Aansluitbezetting voor 11 µA

pp

, 1 V

pp

 en EnDat 2.1, zie "H" in

de bijlage.

Alleen ND 287: aansluitbezetting bij gebruik van de analoge

module, zie "M" in de bijlage.

background image

Installatiehandleiding

nl

ND 200

72

4.5 Computer en printer aansluiten

Het systeem is voorzien van twee seriële interfaces voor

bidirectionele gegevenscommunicatie:

X31: 9-polige D-sub-interface V.24/RS-232-C

X32: USB-interface (UART)

De gegevensoverdracht is altijd uitsluitend via

een van de seriële interfaces mogelijk.

Software-updates kunnen uitsluitend via de

USB-interface X32 naar het apparaat worden

verzonden.

Computer of printer via de V.24/RS-232-C-interface

aansluiten

Op de aansluiting X31 kan een computer of een printer

met een seriële data-interface V.24/RS-232-C worden

aangesloten.

COM-poort van de computer of printer met een seriële

kabel (zie "Toebehoren", Bladzijde 69) op de aansluiting

X31 aansluiten. Informatie over de locatie van de

aansluitingen zie "Achterzijde apparaat", Bladzijde 70.

De kabel moet stevig vastzitten. De

aansluitschroeven mogen niet te vast

aangedraaid zijn.

V.24/RS-232-C: aansluitbezetting X31

De bedrading van de aansluitkabels is afhankelijk

van het aan te sluiten apparaat (zie technische

documentatie voor het externe apparaat).

Aansluitbezetting:

met handshake zie afbeelding 1 in "I" in de bijlage

zonder handshake zie afbeelding 2 in "I" in de bijlage

Signaalniveau zie "Technische gegevens", Bladzijde 74.

Computer via USB aansluiten

Op aansluiting X32 kan een computer via de USB-interface

worden aangesloten.

USB-poort van de computer met behulp van een USB-

kabel (zie "Toebehoren", Bladzijde 69) op aansluiting

X32 aansluiten. Informatie over de locatie van de

aansluitingen zie "Achterzijde apparaat", Bladzijde 70.

USB type B (UART): aansluitbezetting X32

Aansluitbezetting, zie "J" in de bijlage.

4.6 Alleen ND 287: schakelingangen en -uitgangen bedraden

De bedrading van de schakelingangen en -uitgangen

is afhankelijk van de randapparatuur bij de klant (zie

documentatie van de fabrikant).

Aan personeel gestelde eisen

Afhankelijk van de aan te sluiten randapparatuur

dient voor de aansluitwerkzaamheden mogelijk

een elektrotechnicus te worden ingeschakeld.

Voorbeeld: overschrijding van de SELV.

Aansluiting X41

Functiebezetting van de 25-polige sub-D-aansluiting

(I = schakelingang, O = schakeluitgang):

Pin Functie

1

0 V

2

I Nullen, foutmelding wissen

3

I As/askoppeling op waarde voor referentiepunt vast-

leggen

4

I Referentiemerksignalen negeren (X1)

5

I Meetreeks starten/weergave f (X1,X2)

6

I Weergavewaarde bij meetreeks extern selecte-

ren/weergave X1

7

I Minimum van de meetreeks weergeven/weergave

X2

8

I Maximum van de meetreeks weergeven/weergave

X1+X2

9

I Verschil max./min van de meetreeks weerge-

ven/weergave X1-X2

10

0 V

11

Vrij

12

Vrijhouden

13

Vrijhouden

14 O Weergave is 0

15 O Meetwaarde is groter dan of gelijk aan schakelg-

rens A1

16 O Meetwaarde is groter dan of gelijk aan schakelg-

rens A2

17

O Meetwaarde is kleiner dan de classificatie-onder-

grens

18 O Meetwaarde is groter dan de classificatie-boven-

grens

19 O Fehler

20

Vrij

21

Vrij

22 I Impuls: meetwaarde uitvoeren,

zie afbeelding 1 in "L" in de bijlage

background image

ND 200

Installatiehandleiding

nl

73

Pin Functie

23 I Contact: meetwaarde uitvoeren,

zie afbeelding 1 in "L" in de bijlage

24 I Referentiemerksignalen negeren (X2, optioneel)

25 I REF-modus uitschakelen of activeren (huidige REF-

status wordt gewijzigd)

Aansluitbezetting, zie "L" in de bijlage.

Schakelingangen voor meetwaardeuitvoer

Zie afbeelding 1 in "L" in de bijlage.

De schakelingangen zijn telkens actief wanneer er een Low-

signaal U

L

 actief is (contact of impuls tegen 0 V).

Ingangssignalen: signaal Waarde

Interne

pull-up-weerstand

1 k

Ω

, actief Low

Aansturen

Via contactaansluiting tegen

0 V of Low-niveau via TTL-com-

ponent

Vertraging voor

nullen/vastleggen

t

V

 ≤

 2 ms

Min. impulsduur voor al-

le signalen (behalve pen

22 en 23)

t

min

 ≥

 30 ms

Signaalniveau van de ingangen zie "Technische gegevens",

Bladzijde 74.

Open-collector-uitgangen

Zie afbeelding 2 in "L" in de bijlage.

Het apparaat is voorzien van open-collector-uitgangen, die

tegen 0 V (= actief Low) doorschakelen.

Uitgangssignalen: signaal Waarde

Open-collector-uitgan-

gen

actief Low

Vertraging tot de signaa-

luitvoer

t

V

 ≤

 20 ms

Signaalduur nuldoor-

gang, schakelgrens A1,

A2

t

0

 ≤

 180 ms

Signaalniveau van de uitgangen zie "Technische gegevens",

Bladzijde 74.

4.7 Alleen ND 287: optionele insteekmodule inbouwen

Informatie over de positie van de slots zie "Achterzijde

apparaat", Bladzijde 70.

Insteekmodule inbouwen

Zie "D" op de uitklapbare voorzijde.

1

2

Ethernet-insteekmodule

Analoge module of meetsysteemmodule

Apparaat uitschakelen en netstekker loskoppelen.

Torxbouten op de geselecteerde ingang losdraaien.

Afdekplaat van de slot verwijderen of bestaande module

loskoppelen.

Nieuwe ingangsmodule aanbrengen.

Torxbouten weer vastdraaien: 

aanhaalmoment 1,5 Nm.

Stekker aansluiten

Stekker vast op de desbetreffende aansluiting

aansluiten.

X1, X2: stekkers met schroeven niet te vast draaien.

X26(X27): klem van de RJ-45-stekker laten vastklikken.

Aansluitbezettingen

X1, X2: aansluiting van de analoge module, zie "M" in de

bijlage

X1, X2: aansluiting van de 11 µA

pp

/1 V

pp

 /EnDat 2.1-

module, zie "H" in de bijlage

X26(X27): aansluiting van de ethernetmodule, zie "K" in

de bijlage

Niet-gebruikte pennen of litzedraden mogen niet

bezet worden.