HEIDENHAIN ND 200: 2 Veiligheid

2 Veiligheid: HEIDENHAIN ND 200

background image

Installatiehandleiding

nl

ND 200

66

1.3 Bewaren en doorgeven van de documentatie

Deze handleiding moet in de onmiddellijke nabijheid van

de werkplek worden bewaard en op elk gewenst moment

ter beschikking zijn van al het personeel. De exploitant

moet het personeel informeren over de plaats waar deze

handleiding wordt bewaard. Wanneer de handleiding

onleesbaar geworden is, moet de exploitant de fabrikant om

toezending van een vervangende handleiding verzoeken.

Bij overdracht of doorverkoop van het apparaat aan derden

moeten de volgende documenten aan de nieuwe eigenaar

worden verstrekt:

Bijlage, indien meegeleverd

Installatiehandleiding

Bedieningshandleiding

1.4 Doelgroep van de handleiding

De installatiehandleiding moet gelezen en in acht genomen

worden door elke persoon die is belast met een van de

volgende werkzaamheden:

Montage

Installatie

2 Veiligheid

Voor de bediening van het systeem gelden de algemeen

erkende veiligheidsvoorzieningen zoals die met name

bij de omgang met stroomvoerende apparaten vereist

zijn. Wanneer deze veiligheidsmaatregelen niet worden

opgevolgd, kan er schade aan het apparaat of letsel

optreden.

De veiligheidsvoorschriften kunnen per onderneming

verschillen. Indien de inhoud van deze korte instructie

conflicteert met de bedrijfsinterne regels van een

onderneming waarin dit apparaat wordt gebruikt, dan gelden

de strengste regels.

2.1 Kwalificaties van het personeel

Het personeel voor montage en installatie moet voldoen aan

de desbetreffende kwalificaties voor deze werkzaamheden,

en zich door middel van de documentatie van het apparaat

en de aangesloten randapparatuur voldoende hebben

geïnformeerd.

De eisen die aan het personeel gesteld worden voor de

afzonderlijke werkzaamheden aan het apparaat, worden

in de desbetreffende hoofdstukken van deze handleiding

aangegeven.

Hieronder volgt een nadere specificatie van de

personengroepen die zijn belast met montage en installatie,

met betrekking tot hun kwalificaties en taken.

Deskundig personeel

Het deskundige personeel wordt door de exploitant

geïnstrueerd voor wat betreft de verdere bediening en

parametrisering. Het deskundige personeel is op grond

van zijn vaktechnische opleiding, kennis en ervaring,

alsmede de kennis op het gebied van de desbetreffende

bepalingen in staat om de opgedragen werkzaamheden

met betrekking tot de desbetreffende toepassing uit te

voeren, en mogelijke gevaren zelfstandig te herkennen en te

vermijden.

Elektrotechnicus

De elektrotechnicus is op grond van zijn vaktechnische

opleiding, kennis en ervaring, alsmede de kennis op

het gebied van de desbetreffende normen in staat om

werkzaamheden aan elektrische installaties uit te voeren,

en mogelijke gevaren zelfstandig te herkennen en te

vermijden. De elektrotechnicus is speciaal opgeleid voor de

werkomgeving waarin hij werkzaam is.

De elektrotechnicus moet voldoen aan de bepalingen van

de geldende wettelijke voorschriften ter voorkoming van

ongevallen.

background image

ND 200

Installatiehandleiding

nl

67

2.2 Verplichtingen van de exploitant

De exploitant bezit het apparaat en de randapparatuur of

heeft beide gehuurd. Hij is te allen tijde verantwoordelijk

voor gebruik volgens de voorschriften.

De exploitant moet:

de verschillende taken bij het apparaat aan

gekwalificeerd, geschikt en bevoegd personeel toewijzen

het personeel aantoonbaar op het gebied van de

bevoegdheden en taken "Kwalificaties van het

personeel", Bladzijde 66 instrueren

ervoor zorgen dat het apparaat uitsluitend in technisch

correcte toestand wordt gebruikt

ervoor zorgen dat het apparaat wordt beveilig tegen

onbevoegd gebruik

2.3 Algemene veiligheidsinstructies

Het apparaat ondersteunt het gebruik van een

groot aantal randapparaten van verschillende

fabrikanten. HEIDENHAIN kan geen uitspraken

doen over de specifieke veiligheidsinstructies

voor deze apparaten. De veiligheidsinstructies

uit de desbetreffende documentatie moeten in

acht genomen worden. Indien deze informatie

niet beschikbaar is, moet deze bij de fabrikanten

worden aangevraagd.

De specifieke veiligheidsinstructies die in acht moeten

worden genomen voor de afzonderlijke werkzaamheden

aan het apparaat worden beschreven in de desbetreffende

hoofdstukken van deze handleiding.

2.3.1 Classificatie van de waarschuwingsaanwijzingen

Waarschuwingsaanwijzingen waarschuwen tegen gevaren

bij de omgang met het apparaat en geven instructies voor

het voorkomen van deze gevaren. Ze zijn naar de ernst

van het gevaar geclassificeerd en in de volgende groepen

onderverdeeld:

Soorten aanwijzingen GEVAAR

Duidt op een 

onmiddellijk dreigend gevaar

.

Wanneer dit niet wordt vermeden, leidt dit onherroepelijk

tot de 

dood

 of 

zeer ernstig letsel

.

WAARSCHUWING

Duidt op een 

mogelijk dreigend gevaar

.

Wanneer dit niet wordt vermeden, kan dit leiden tot de

dood

 of 

zeer ernstig letsel

.

VOORZICHTIG

Duidt op een 

mogelijk dreigend gevaar

.

Wanneer dit niet wordt vermeden, kan dit leiden tot 

licht

of 

gering letsel

.

AANWIJZING

Duidt op een 

mogelijk schadelijke situatie

.

Wanneer deze niet wordt vermeden, kan het 

apparaat

 of

iets in zijn omgeving beschadigd 

raken.

Een informatiekader bevat 

belangrijke extra of

aanvullende informatie

 over een activiteit of

concept.

Het vestigt bovendien de aandacht op situaties

of omstandigheden die kunnen leiden tot

meetfouten of storingen.