Stiebel Eltron CNS F с 01.03.2010: !

!: Stiebel Eltron CNS F с 01.03.2010

background image

.C.C&

`HZ`<HBZ+V/p.C&

ŗŝ

’CZ%

qqqĪZ`.<é<`VHCĪHB

OPGELET oververhitting

Toestel niet afdekken.

     

  Ga niet op het toestel staan.

!

     

  Let bij gebruik van het staande, mobiele toestel op het 

volgende:

dek de aansluitkabel niet af met een tapijt of 

loper. Leg de aansluitkabel buiten het loopgebied 

om te voorkomen dat iemand over de leiding 

struikelt en het toestel wordt omgegooid;

gebruik bij voorkeur geen verlengkabels. 

Gebruik, indien nodig, alleen een onbeschadigde 

verlengkabel met een kabeldiameter die 

voldoende groot is voor het volledige vermogen 

van het toestel, evenals onbeschadigde 

stekkers resp. koppelingen en neem voldoende 

veiligheidsmaatregelen;

plaats het toestel op een vaste ondergrond. 

Bij een zachte ondergrond kan het toestel 

omkantelen of kunnen de ventilatieopeningen 

worden geblokkeerd;

verschuif of draag het toestel nooit door aan de 

aansluitkabel te trekken.

CE-logo

Het CE-logo geeft aan dat het toestel voldoet aan alle fundamentele 

vereisten:

— Richtlijn voor de elektromagnetische compatibiliteit;

— Laagspanningsrichtlijn.

2.3 Keurmerk

Zie typeplaatje.

De kenplaat zit aan de rechterbuitenkant op het toestel.

3. Toestelomschrijving

Het toestel is een elektrisch convectieverwarmingstoestel en 

kan als wandtoestel of anders als mobiel staand toestel met 

gemonteerde voeten worden gebruikt.

Het toestel is bijv. geschikt als volledige verwarming of als 

verwarming voor het tussenseizoen of aanvullende verwarming 

in kleine ruimten, zoals een hobbykamer of logeerkamer.

De lucht in het toestel wordt door een verwarmingselement 

verwarmd en treedt via natuurlijke convectie aan de bovenzijde 

door het luchtuitlaatrooster naar buiten. Door de in de onderzijde 

van het toestel beschikbare openingen stroomt er koele 

omgevingslucht na.

Na de wandmontage resp. montage van de voeten en de 

elektriciteitsaansluiting via een netstekker is het toestel klaar 

voor gebruik.

4. Bediening

4.1 

Beschrijving van het bedieningspaneel

»

Schakel het toestel in via de schakelaar aan de rechterzijde van 

het toestel.

»

Stel de gewenste kamertemperatuur traploos in met behulp 

van de temperatuurinstelknop (voor temperatuurwaarden zie 

hoofdstuk Technische gegevens).

26

_0

7

_3

1

_0

037

Zodra de ingestelde kamertemperatuur is bereikt, wordt deze door 

periodieke verwarming constant op de ingestelde temperatuur 

gehouden (het verwarmingsvermogen van het toestel moet dan 

wel aan de benodigde warmtebehoefte van de kamer voldoen).

Wanneer er verschillende toestellen in een kamer beschikbaar 

zijn, is de instelling via de temperatuurinstelknop op elk toestel 

mogelijk verschillend.

Het toestel moet tijdens het ventileren van de kamer worden 

uitgeschakeld om een te hoog stroomverbruik te voorkomen, 

wanneer de vensters zijn geopend.

4.2 Vorstbeveiliging

»

Zet de temperatuurinstelknop tegen de rechteraanslag 

aan. In deze stand schakelt de thermostaat de verwarming 

automatisch in, als de kamertemperatuur tot onder de 

vorstbeschermingstemperatuur daalt.

4.3 Thermostaatbegrenzingen

Het is mogelijk om met de beide pennen die aan de achterzijde 

van de schakelbehuizing zitten, de thermostaat op een bepaalde 

instelling vast te leggen of het temperatuurinstelbereik te 

begrenzen.

»

Breek de pen eruit.

»

Steek een pen in het gat aan de overkant (zie afbeelding) om de 

ingestelde temperatuur vast te leggen.

background image

.C.C&

V.C.&.C&©pVxHV&.C&CHCV+He

qqqĪZ`.<é<`VHCĪHB

CZ%’

ŗŗ

C

V<

C

Z

1

1

1

2

2

6

_0

7

_3

1

_0

0

3

8

1 Pen

2 Temperatuurinstelknop

»

Stel altijd de minimumwaarde en maximumwaarde in op 

de temperatuurinstelknop en steek de pen altijd in een 

iets verplaatst gat aan de overkant (zie afbeelding) om het 

temperatuurinstelbereik te begrenzen.

2

6

_0

7

_3

1

_0

1

7

1

1

1

1

2

1 Pen

2 Temperatuurinstelknop

4.4 

Buiten werking stellen

»

Stel de schakelaar rechts op het toestel in op UIT.

5.  Reiniging, verzorging en onderhoud

Als er een lichte, bruinachtige verkleuring optreedt op de behuizing 

van het toestel, moet deze zo vlug mogelijk met een vochtige doek 

worden afgeveegd. Reinig het toestel in koude toestand met de 

klassieke onderhoudsproducten. Vermijd schurende en bijtende 

onderhoudsproducten.

OPGELET voor brand

Spuit geen reinigingsspray in de luchtspleten.

Let erop dat er geen vocht binnendringt in het toestel.

Het is raadzaam bij de periodieke onderhoudsbeurten ook de 

controle- en regelelementen te laten testen. Uiterlijk tien jaar na 

de eerste ingebruikneming dient een installateur de veiligheids-, 

controle- en regelelementen te controleren.

6.  Wat moet u doen als ...

... het toestel niet verwarmt:

controleer de ingestelde temperatuur op het toestel en de zekering 

van de huisinstallatie.

Het toestel heeft een veiligheidstemperatuurregelaar die het 

toestel bij oververhitting uitschakelt. Na het verhelpen van de 

oorzaak (bijvoorbeeld afgedekte luchtuitlaat- of -inlaatopening) 

wordt het toestel na een afkoeltijd van enkele minuten weer 

ingeschakeld.

Als u de fout niet kunt verhelpen, informeert u de installateur. 

Als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeef t 

(nr. XXXXXX - XXXX - XXXXXX), kan hij u sneller en beter helpen.

Оглавление