Stiebel Eltron CNS F с 01.03.2010: !
!: Stiebel Eltron CNS F с 01.03.2010

.C.C&
`HZ`<HBZ+V/p.C&
ŗŝ
CZ%
qqqĪZ`.<é<`VHCĪHB
OPGELET oververhitting
Toestel niet afdekken.
Ga niet op het toestel staan.
!
Let bij gebruik van het staande, mobiele toestel op het
volgende:
—
dek de aansluitkabel niet af met een tapijt of
loper. Leg de aansluitkabel buiten het loopgebied
om te voorkomen dat iemand over de leiding
struikelt en het toestel wordt omgegooid;
—
gebruik bij voorkeur geen verlengkabels.
Gebruik, indien nodig, alleen een onbeschadigde
verlengkabel met een kabeldiameter die
voldoende groot is voor het volledige vermogen
van het toestel, evenals onbeschadigde
stekkers resp. koppelingen en neem voldoende
veiligheidsmaatregelen;
—
plaats het toestel op een vaste ondergrond.
Bij een zachte ondergrond kan het toestel
omkantelen of kunnen de ventilatieopeningen
worden geblokkeerd;
—
verschuif of draag het toestel nooit door aan de
aansluitkabel te trekken.
CE-logo
Het CE-logo geeft aan dat het toestel voldoet aan alle fundamentele
vereisten:
— Richtlijn voor de elektromagnetische compatibiliteit;
— Laagspanningsrichtlijn.
2.3 Keurmerk
Zie typeplaatje.
De kenplaat zit aan de rechterbuitenkant op het toestel.
3. Toestelomschrijving
Het toestel is een elektrisch convectieverwarmingstoestel en
kan als wandtoestel of anders als mobiel staand toestel met
gemonteerde voeten worden gebruikt.
Het toestel is bijv. geschikt als volledige verwarming of als
verwarming voor het tussenseizoen of aanvullende verwarming
in kleine ruimten, zoals een hobbykamer of logeerkamer.
De lucht in het toestel wordt door een verwarmingselement
verwarmd en treedt via natuurlijke convectie aan de bovenzijde
door het luchtuitlaatrooster naar buiten. Door de in de onderzijde
van het toestel beschikbare openingen stroomt er koele
omgevingslucht na.
Na de wandmontage resp. montage van de voeten en de
elektriciteitsaansluiting via een netstekker is het toestel klaar
voor gebruik.
4. Bediening
4.1
Beschrijving van het bedieningspaneel
»
Schakel het toestel in via de schakelaar aan de rechterzijde van
het toestel.
»
Stel de gewenste kamertemperatuur traploos in met behulp
van de temperatuurinstelknop (voor temperatuurwaarden zie
hoofdstuk Technische gegevens).
26
_0
7
_3
1
_0
037
Zodra de ingestelde kamertemperatuur is bereikt, wordt deze door
periodieke verwarming constant op de ingestelde temperatuur
gehouden (het verwarmingsvermogen van het toestel moet dan
wel aan de benodigde warmtebehoefte van de kamer voldoen).
Wanneer er verschillende toestellen in een kamer beschikbaar
zijn, is de instelling via de temperatuurinstelknop op elk toestel
mogelijk verschillend.
Het toestel moet tijdens het ventileren van de kamer worden
uitgeschakeld om een te hoog stroomverbruik te voorkomen,
wanneer de vensters zijn geopend.
4.2 Vorstbeveiliging
»
Zet de temperatuurinstelknop tegen de rechteraanslag
aan. In deze stand schakelt de thermostaat de verwarming
automatisch in, als de kamertemperatuur tot onder de
vorstbeschermingstemperatuur daalt.
4.3 Thermostaatbegrenzingen
Het is mogelijk om met de beide pennen die aan de achterzijde
van de schakelbehuizing zitten, de thermostaat op een bepaalde
instelling vast te leggen of het temperatuurinstelbereik te
begrenzen.
»
Breek de pen eruit.
»
Steek een pen in het gat aan de overkant (zie afbeelding) om de
ingestelde temperatuur vast te leggen.

.C.C&
V.C.&.C&©pVxHV&.C&CHCV+He
qqqĪZ`.<é<`VHCĪHB
CZ%
ŗŗ
C
V<
C
Z
1
1
1
2
2
6
_0
7
_3
1
_0
0
3
8
1 Pen
2 Temperatuurinstelknop
»
Stel altijd de minimumwaarde en maximumwaarde in op
de temperatuurinstelknop en steek de pen altijd in een
iets verplaatst gat aan de overkant (zie afbeelding) om het
temperatuurinstelbereik te begrenzen.
2
6
_0
7
_3
1
_0
1
7
1
1
1
1
2
1 Pen
2 Temperatuurinstelknop
4.4
Buiten werking stellen
»
Stel de schakelaar rechts op het toestel in op UIT.
5. Reiniging, verzorging en onderhoud
Als er een lichte, bruinachtige verkleuring optreedt op de behuizing
van het toestel, moet deze zo vlug mogelijk met een vochtige doek
worden afgeveegd. Reinig het toestel in koude toestand met de
klassieke onderhoudsproducten. Vermijd schurende en bijtende
onderhoudsproducten.
OPGELET voor brand
Spuit geen reinigingsspray in de luchtspleten.
Let erop dat er geen vocht binnendringt in het toestel.
Het is raadzaam bij de periodieke onderhoudsbeurten ook de
controle- en regelelementen te laten testen. Uiterlijk tien jaar na
de eerste ingebruikneming dient een installateur de veiligheids-,
controle- en regelelementen te controleren.
6. Wat moet u doen als ...
... het toestel niet verwarmt:
controleer de ingestelde temperatuur op het toestel en de zekering
van de huisinstallatie.
Het toestel heeft een veiligheidstemperatuurregelaar die het
toestel bij oververhitting uitschakelt. Na het verhelpen van de
oorzaak (bijvoorbeeld afgedekte luchtuitlaat- of -inlaatopening)
wordt het toestel na een afkoeltijd van enkele minuten weer
ingeschakeld.
Als u de fout niet kunt verhelpen, informeert u de installateur.
Als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeef t
(nr. XXXXXX - XXXX - XXXXXX), kan hij u sneller en beter helpen.