Alexika T 50 digital ULTRA-TURRAX: Aandrijving Wetenswaardigheden

Aandrijving Wetenswaardigheden: Alexika T 50 digital ULTRA-TURRAX

background image

38

Aandrijving Wetenswaardigheden

Het toerental wordt traploos ingesteld met be-

hulp van de draaiknop. Het toerental kan worden 

afgelezen van het LED-display. Een waarde van 

bijvoorbeeld 8,6 komt overeen met 8.600 rpm.

De aandrijfeenheden opent met een afgiftever-

mogen van ca. 700 Watt bij 10.000 rpm bij de 

IKA ULTRATURRAX

®

 T 50 digital

 een breed 

veld van mogelijkheden van de dispergeertech-

niek in het dagelijkse leven van het laboratorium.

Maatgevend voor de dispergeerwerkingsgraad is 

het product uit het schuifgradiënt en de verbli-

jfstijd van de partikels in het schuifveld.Het op-

timale bereik voor de omvangssnelheid van de 

rotorstator opstelling ligt bij 10-24 m/s.

Meestal is een bewerkingstijd van enkele minu-

ten voldoende, om de gewenste eindfi jnheid te 

bereiken. Lange bewerkingstijden verbeteren de 

te bereiken fi jnheid slechts in geringemate. Dit 

verhoogt slechts de temperatuur van het medium 

door de ingebrachte energie.

Onder dispergeren wordt verstaan het in stuk-

ken delen en uit elkaar strooien van een vaste, 

vloeibare of gasachtige fase in een, hiermee niet 

volledig mengbaar, continu spectrum.

Het rotor-stator-principe

Op basis van het hoge toerental van de rotor 

wordt het te verwerken mediumzelfstandig axi-

aal in de dispergeerkop gezogen en aansluitend 

radiaal door de spleet van de rotor-stator opstel-

ling geperst. Door de grote versnellingskrach-

tenwordt hetmateriaal door zeer sterke schuif-

krachten belast. In de schuifspleet tussen rotor 

en stator treedt bovendien een grote turbulentie 

op, die leidt tot een optimale menging van de 

suspensie.

R O

T O

R

S T

AT

O R

Montage van dwarsamen en statief

Om veilig werken te garanderen wordt de aan-

drijfeenheid door middel van een kruismof R 271 

(3) aan het telescoopstatief R 2723 (5) of statief 

2722 (5) bevestigd.

Om de stabiliteit van de mechanische opbouw 

te vergroten, moet de aandrijfeenheid zo dicht 

mogelijk tegen de statief stang aan gemonteerd 

worden.

De meegeleverde dwarsarm wordt op de volgen-

de wijze gemonteerd (overzicht afb. 1):

• Dwarsarm (nr. 1) in de fl ens zetten

• Cilinderschroef (nr. 2) erin schroeven

•  De  cilinderschroef  (nr.  2)  aanhalen  met  de 

    schroevendraaier DIN 911 SW 4

Door vibraties kan de cilinderschroef (nr. 2) los-

raken. Controleer daarom voor de veiligheid af 

en toe de bevestiging van de dwarsarm. Trek de 

cilinderschroef (nr. 2) evt. vast.

Fig. 4

Оглавление