Citizen SRP-285N: Modus 1 - STAT
Modus 1 - STAT: Citizen SRP-285N

D – 16
File name : CBM_SR285,A_HDBSR285T19_Dutch.doc
version : 2010/04/26
NA Avagadro
getal
6.022136736
x10
23
mol
–1
e
Elektronlading
1.6021773349 x 10
–19
C
me
Massa van een elektron
9.109389754 x 10
–31
kg
mp
Massa van een proton
1.67262311 x 10
–27
kg
h
Plank constante
6.62607554 x 10
–34
J.s
k
Boltzmann constante
1.38065812 x 10
–23
J.K
–1
R
Gasconstante
8.3145107 J / mol
z
k
F
Faraday constante
96485.30929 C / mol
mn
Neutron constante
1.67492861 x 10
–27
kg
µ
Eenheid van atoommassa
1.66054021 x 10
–27
kg
ε
0
Diëlektrische doordringbaarheid 8.854187818 x10
–12
F/ m
µ
0
Magnetische doordringbaarheid 1.256637061 x 10
–6
H / m
ϕ
0
Flux quantum
2.0678346161 x 10
–15
Vs
a
0
Bohr straal
5.2917724924 x 10
–11
m
µB Bohr
magneton
9.274015431x10
–24
A
z
m
2
µN
Magnetisch moment van een
neutron
5.050786617 x 10
–27
J/ T
Volg de onderstaande stappen om een constante op de plaats van
de cursor in te voegen ( Zie Voorbeeld 52. ):
1. Druk op [ CONST ] om het constantenmenu weer te geven.
2. Druk op [ ] totdat de gewenste constante onderlijnd is.
3. Druk op [
].
Modus 1 - STAT
Er zijn drie menuwerkingen in het statistisch menu:
1–VAR
( voor
het analyseren van gegevens in één enkele gegevensset),
2–VAR
(voor het analyseren van gepaarde gegevens in twee gegevenssets)
en
D–CL
( voor het wissen van alle gegevenssets ).
Statistieken met één of twee variabelen
Stappen:
1. Kies in het statistisch menu
1–VAR
of
2–VAR
en druk op
[
].
2. Druk op [ DATA ] en drie menu’s zullen op het scherm
verschijnen:
DATA–INPUT
,
LIMIT–SET
,
DISTR
. Selecteer
DATA–INPUT
en druk op [
].
3. Voer een x –waarde in en druk op [ ].
4. Voer de frequentie (
FREQ
) van de x-waarde in (in
1–VAR
modus) of de overeenkomende y-waarde ( in
2–VAR
modus )
en druk op [ ].
5. Herhaal stap 3 om meer gegevens in te voeren.

D – 17
File name : CBM_SR285,A_HDBSR285T19_Dutch.doc
version : 2010/04/26
6. Druk op [ 2nd ] [ STATVAR ] en gebruik [ ] of [ ] om door
het statistische resultatenmenu te schuiven en de statistische
variabelen te vinden die u wilt. ( Zie onderstaande tabel )
Variabele
Betekenis
n
Het aantal ingevoerde x-waarden of y-waarden.
of
Gemiddelde van de x-waarden of y-waarden.
Xmax
of
Ymax
Maximum van de x-waarden of y-waarden.
Xmin
of
Ymin
Minimum van de x-waarden of y-waarden.
Sx
of
Sy
Voorbeeld standaardafwijking van de x-
waarden of y-waarden.
1
n
)
x
x
(
S
2
x
−
∑
−
=
,
1
n
)
y
y
(
Sy
2
−
∑
−
=
σ
x
of
σ
y
Standaardafwijking van de populatie van de x-
waarden of y-waarden
n
)
x
x
(
x
2
∑
−
=
σ
,
n
)
y
y
(
y
2
∑
−
=
σ
Σ
x
of
Σ
y
De som van alle x-waarden of y-waarden
Σ
x
2
of
Σ
y
2
De som van alle x
2
-waarden of y
2
-waarden
Σ
x y
De som van (x
z
y) van alle x-y paren
Procesbegrenzing
Stappen : ( Zie Voorbeeld 53~54. )
1. Druk op [ DATA ] en drie menu’s zullen op het scherm
verschijnen:
DATA–INPUT
,
LIMIT–SET
,
DISTR
. Selecteer
LIMIT–SET
en druk op [
].
2. Voer een bovenste grenswaarde in (
X USL
of
Y USL
) en druk
vervolgens op [ ].
3. Voer een bovenste grenswaarde in (
X LSL
of
Y LSL
) en
druk vervolgens op [
].
4. Voer de gewenste gegevenssets in onder de
DATA–INPUT
modus.
5. Druk op [ STATVAR ] en gebruik [ ] of [ ] om door het
statistische resultatenmenu te schuiven en de variabelen van
de procesbegrenzing te vinden die u wilt. ( Zie onderstaande
tabel).
Variabele
Betekenis
Cax
of
Cay
Begrenzingnauwkeurigheid van de x-waarden
of y-waarden
,

D – 18
File name : CBM_SR285,A_HDBSR285T19_Dutch.doc
version : 2010/04/26
Cpx
of
Cpy
Potentiële begrenzingprecisie van de x-
waarden of y-waarden,
,
Cpkx
of
Cpky
Minimum (C
PU
, C
PL
) van de x-waarden of y-
waarden, waarbij C
PU
de bovenste
grenswaarde
van de begrenzingprecisie is en
C
PL
de onderste grenswaarde van de
begrenzingprecisie is.
C
pkx
= Min (C
PUX
, C
PLX
) = C
px
(1 – C
ax
)
C
pky
= Min (C
PUY
, C
PLY
) = C
py
(1 – C
ay
)
(Opmerking) : Wanneer u de procesbegrenzing in de
2–VAR
modus berekent dan zijn x
n
en y
n
onafhankelijk
van elkaar.
Waarschijnlijkheidsdistributie
Stappen : ( Zie Voorbeeld 55. )
1. Gebaseerd op de gegevenssets in de
1–VAR
modus, drukt u
op [ DATA ] en drie menu’s zullen op het scherm verschijnen:
DATA–INPUT
,
LIMIT–SET
,
DISTR
. Selecteer
DISTR
en druk op
[
].
2. Voer een
a
x
waarde in en druk vervolgens op [
].
3. Druk op [ STATVAR ] en gebruik [ ] of [ ] om door het
statistische resultatenmenu te schuiven en de statistische
waarschijnlijkheidsdistributie variabelen te vinden die u wilt.
( Zie onderstaande tabel )
Variabele
Betekenis
t
Testwaarde
P ( t )
Stelt de cumulatieve breuk voor van de
standaard normale distributie die kleiner is dan
de waarde t
R ( t )
Stelt de cumulatieve breuk voor van de
standaard normale distributie die tussen de
waarde t en 0 ligt. R ( t ) =1 – P( t )
Q ( t )
Stelt de cumulatieve breuk voor van de
standaard normale distributie die groter is dan
de waarde t Q ( t ) = | 0.5 – R( t ) |
Lineaire regressie
Stappen: ( Zie Voorbeeld 56. )
1. Gebaseerd op de gegevenssets in de
2–VAR
modus, drukt u
op [ STATVAR ] en gebruikt u [ ] of [ ] om door het
statistische resultatenmenu te schuiven en
a
,
b
, of
r
te vinden.
2. Om een waarde voor x (of y) te voorspellen wanneer er een
waarde voor y (of x) gegeven is, selecteer de x ' (of y ')
variabele, druk op [
], voer de opgegeven waarde in en
druk nogmaals op [
]. (Zie onderstaande tabel)

D – 19
File name : CBM_SR285,A_HDBSR285T19_Dutch.doc
version : 2010/04/26
Variabele
Betekenis
a
Snijpunt met de y-as van de lineaire regressie
∑
∑
−
=
x
n
b
y
a
b
Helling van de lineaire regressie
∑
∑
−
∑
∑ ∑
−
=
)
)
x
(
x
n
(
)
y
x
xy
n
(
b
2
2
r
Correlatiecoëfficiënt
∑
∑
∑
∑
−
−
∑
∑ ∑
−
=
)
)
y
(
y
n
)(
)
x
(
x
n
(
)
y
x
xy
n
(
r
2
2
2
2
x '
Voorspelde x-waarde, wanneer a, b, en y-
waarde opgegeven zijn.
b
a
y
'
x
−
=
y '
Voorspelde y-waarde, wanneer a, b, en x-
waarde opgegeven zijn.
bx
a
'
y
+
=
Gegevens corrigeren
Stappen : ( Zie Voorbeeld 57. )
1. Druk op [ DATA ].
2. Om de x-waarden of de frequentie van de x-waarde in de
1–
VAR
modus ( of de overeenkomende y-waarde in de
2–VAR
modus) te veranderen, kiest u
DATA–INPUT
. Om de bovenste
grenswaarde of onderste grenswaarde te veranderen,
selecteert u
LIMIT–SET
. Om a
x
te veranderen, kiest u
DISTR
.
3. Druk op [ ] om door de gegevens te schuiven die u
ingevoerd heeft.
4. Om een ingevoerde waarde te veranderen, dient u het weer
te geven en vervolgens de nieuwe gegevens in te voeren. De
nieuwe ingevoerde gegevens zullen de vroegere invoer
overschrijven. Druk op [ ] of [
] om de verandering op
te slaan.
(Opmerking) : Zelfs wanneer u de STAT modus afsluit, zullen
alle gegevens in de
1–VAR
en
2–VAR
modus
bewaart blijven tenzij u alle gegevens wist door
de
D–CL
modus te selecteren.
Оглавление
- General Guide
- Before starting calculation
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Guía GeneraI
- Antes de empezar los cálculos
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Guia Geral
- Antes de começar cálculos
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Allgemeine Hinweise
- Vor dem Rechnen
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Guide Général
- Avant de Commencer le Calcul
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Guida Generale
- Prima di iniziare i calcoli
- Modalità 0- MAIN.
- Modalità 1 - STATISTICHE
- Modalità 2 - Base-n
- Modalità 3 - CPLX
- Algemene inleiding
- Modus 0 - MAIN
- Modus 1 - STAT
- Modus 2 - Base-n
- Modus 3 - CPLX
- Generel vejledning
- Inden du går i gang med at foretage beregninger
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Основное руководство
- Перед началом вычислений
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Instrukcja Obs ł ugi
- Przed u ż yciem
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Mode 5 - QE
- Petunjuk Umum
- Sebelum mulai menghitung
- Mode 0 - MAIN
- Mode 1 - STAT
- Mode 2 - Base-n
- Mode 3 - CPLX
- Mode 5 - QE
- 一般操作說明
- 使用前說明
- 操作模式 0 - MAIN
- 操作模式 1 - STAT
- 操作模式 2 - Base-n
- 操作模式 4 - VLE