HEIDENHAIN ND 1400 Quick Start: Bediening

Bediening: HEIDENHAIN ND 1400 Quick Start

Bediening

7. Encoder instellen

11. Hoekcorrectie van de tafel

Punten tasten

• Raak de optie ENCODERS in het

kalibreren

Om elementen te tasten met een

instelmenu aan en daarna het veld

Deze kalibratie is niet nodig bij

taster:

AS om de gewenste encoderas te

toepassing van NLFC-foutcorrectie.

• Benader het oppervlak onder een

selecteren.

• Lijn het kalibratie-element voor

hoek van 90 graden.

• Voer alle vereiste encoderparameters

hoekcorrectie uit ten opzichte van de

• Benader het oppervlak zonder in

in.

referentieas.

de laatste 5 mm van richting te

• Kalibreer analoge encoders door de

• Meet de hoek van het element.

veranderen.

knop KAL aan te raken. TTL-encoders

Raadpleeg, indien nodig, de

• Sleep de taster niet over het

hoeven niet te worden gekalibreerd.

hoekmeetinstructies verderop in dit

oppervlak.

• Herhaal de instelling voor alle assen.

document.

• Tast geen scherpe hoekovergangen.

• Open het INSTELMENU en raak

8. Weergaveparameters instellen

daarna de menuoptie HOEKCORR.

• Raak de optie WEERGAVE in het

aan.

instelmenu aan.

• Voer de gemeten hoek in het veld

• Voer de gewenste schermresoluties

GEMETEN HOEK in en daarna in

en andere parameters in.

het veld STANDAARDHOEK de

goedgekeurde elementhoek in.

9. Taster kalibreren

• Druk op de toets FINISH om de

• Raak het pictogram

kalibratie te voltooien.

TASTERHOUDER aan

om het scherm met

de tasteropties voor de

Opmerking:

geselecteerde taster weer te

Naast de hier behandelde minimale

geven.

parameters zijn er nog vele andere

instelfuncties beschikbaar. Zie het

Onderdeel waterpassen en

• Raak de knop LEREN aan om

Gebruikershandboek van de ND 1400

kalibratie van de taster te starten.

uitlijnen

voor uitgebreide instructies.

• Tast 4 punten langs de omtrek van de

Lijn uit om meetfouten door verkeerd

kogel en daarna 1 aan de bovenzijde.

uitgelijnde onderdelen te voorkomen.

1. Onderdeel op de tafel uitlijnen

Lijn de referentiekant van het onderdeel

uit ten opzichte van een meetas.

Voorbereiden voor de meting

2. Onderdeel uitlijnen

1. ND 1400 inschakelen

• Raak het tabblad METEN aan om de

• Controleer de aansluitingen op de

pictogrammen voor 3D-metingen

ND 1400.

• Druk op de knop FINISH om kalibratie

weer te geven en raak daarna het

• Druk op de AAN/UIT-KNOP om

van de taster te beëindigen.

pictogram VLAK aan.

de ND 1400 in te schakelen. Het

scherm van de DIGITALE UITLEZING

10. Foutcorrectie

verschijnt nadat het systeem is

Er kunnen lineaire (LFC),

geïnitialiseerd.

gesegmenteerde lineaire (GLFC) en

niet-lineaire foutcorrectiemethoden

• Tast minimaal 3 punten op het

2. Machinenulpunt bepalen

(NLFC) worden toegepast om

gewenste referentievlak van het

(optioneel)

meetfouten van de encoder en

onderdeel en druk daarna op de toets

Verplaats de tafel om referentiemerken

machine te compenseren. Zie het

FINISH.

te passeren of mechanische aanslagen

Gebruikershandboek van de ND 1400

te zoeken als uw systeem is ingesteld

voor instructies.

om bij het opstarten het machinenulpunt

te bepalen.

Opmerking:

Bij gebruik van GLFC- of NLFC-

foutcorrectie is een herhaalbaar

machinenulpunt vereist. Zie het

Gebruikershandboek voor meer

informatie.

3. Maateenheid selecteren

Raak het pictogram

MAATEENHEID aan om te

• Raak de knoppen UITLIJNEN en NUL

schakelen tussen inches en

aan op het scherm van de digitale

mm.

uitlezing om het vlak op Z = 0 te

waterpassen.

3

Bediening

3. Uitlijning uitvoeren

Een projetcievlak selecteren

5. Een sleuf meten

• Raak het tabblad METEN aan om de

Projectievlakken worden door

Raak het pictogram SLEUF

pictogrammen voor 2D-metingen

de gebruiker of automatisch

aan en tast 5 punten in de

weer te geven en raak daarna het

door de ND 1400 geselecteerd.

onderstaande volgorde:

pictogram LIJN aan.

Raak de knop PROJECTIE aan

• Twee punten aan een lange

en daarna een projectievlak-

zijde

pictogram:

• Eén punt aan het dichtst

• 3D: er wordt geen

bijzijnde einde

projectievlak geselecteerd.

• Eén punt in het midden van

• Tast minimaal 2 punten op het

• XY-, YZ- of ZX-vlakken

de tweede lange zijde

vlak van de referentiehoek van het

• Auto; ND 1400 selecteert

• Laatste punt aan het andere

onderdeel en druk daarna op de toets

een projectievlak op basis

einde

FINISH.

van getaste punten.

Punten kunnen

achtereenvolgens in iedere

richting worden getast.

6. Een hoek meten

Elementen meten

Raak het pictogram HOEK

Elementen worden gemeten door een

aan en tast minimaal 2 punten

elementpictogram of het pictogram

aan ieder been van de hoek.

MEASURE MAGIC op het tabblad 2D-

Druk na ieder been op de toets

of 3D-METEN aan te raken, punten te

FINISH.

tasten en daarna de toets ENTER en

FINISH in te drukken.

• Raak de knop UITLIJNEN op het

scherm van de DIGITALE UITLEZING

1. Een punt meten

aan om de referentiehoek uit te lijnen.

Raak het pictogram PUNT aan

7. Een afstand meten

en tast een punt.

Raak het pictogram AFSTAND

Een nulpunt creëren

aan en tast 1 punt aan de beide

Tast, construeer of creëer een

2. Een lijn meten

uiteinden van de afstand.

referentiepunt en druk op de knoppen

Raak het pictogram LIJN aan

NUL voor elke as op het scherm van de

en tast minimaal 2 punten.

DIGITALE UITLEZING.

Nulpunt voorinstellen

8. Een kogel meten

Tast, construeer of creëer een

Raak het pictogram KOGEL aan

referentiepunt, raak de aswaarden op

en tast minimaal 4 punten in

3. Een cirkel meten

het scherm van de DIGITALE UITLEZING

een willekeurige volgorde langs

Raak het pictogram CIRKEL aan

aan en voer de voorinstelwaarden in

het oppervlak.

en tast minimaal 3 punten in

met het numerieke toetsenbord.

een willekeurige volgorde langs

de omtrek.

Het referentieframe opslaan

Het referentieframe voor metingen

moet worden opgeslagen wanneer het

onderdeel is gewaterpast en uitgelijnd

4. Een boog meten

en er een nulpunt is vastgelegd.

Raak het pictogram CIRKEL

• Raak het pictogram

één keer aan om het pictogram

9. Een vlak meten

REFERENTIEFRAME

BOOG weer te geven, raak

Raak het pictogram VLAK aan

aan en daarna het

daarna het pictogram BOOG

en tast minimaal 3 punten op

pijlpictogram OPSLAAN.

aan en tast achtereenvolgens

het vlak.

Het referentieframe wordt

minimaal 3 punten van het

opgeslagen en er wordt een

begin naar het einde van de

nummer aan toegekend.

boog.

4

Bediening

10. Een cilinder meten

Elementen creëren

Meetgegevens bekijken

Raak het pictogram CILINDER

U kunt elementen creëren door het te

Getaste gegevenspunten met

aan en tast 3 punten langs de

creëren elementtype te selecteren, de

vormfouten kunt u bekijken door een

omtrek van het ene uiteinde,

vereiste gegevens van het element in te

element in de lijst met elementen te

3 punten langs de omtrek van

voeren en daarna op de toets FINISH te

selecteren en de knop VIEW aan te

het andere uiteinde en daarna

drukken.

raken.

eventueel extra punten, indien

gewenst.

1. Elementtype specificeren

1. Element selecteren

Raak het tabblad METEN aan en

Raak het gewenste element aan in de

daarna een meetpictogram om het

lijst met elementen.

elementtype op te geven dat u wilt

creëren.

2. Druk op de knop VIEW

Vormfouten worden

weergegeven als lijnen die

11. Een conus meten

van de gegevenspunten

Raak het pictogram CONUS

naar het element lopen. De

aan en tast 3 punten langs de

2. Gegevens van het element

twee grootste vormfouten

omtrek van het ene uiteinde,

invoeren

worden rood aangegeven.

3 punten langs de omtrek van

Raak het pictogram GEGEVENS

het andere uiteinde en daarna

INVOEREN aan en voer daarna

eventueel extra punten, indien

gegevens in de velden op het

Toleranties toepassen

gewenst.

scherm in.

U kunt toleranties toepassen wanneer

u een element selecteert, de knop TOL

3. Creëren voltooien

aanraakt, een tolerantietype selecteert

Druk op de toets FINISH om het creëren

en tolerantiegegevens invoert.

van het element te voltooien. Het

gecreëerde nieuwe element wordt in de

1. Element selecteren

12. Functie Measure Magic

lijst met elementen getoond.

Raak het gewenste element aan in de

gebruiken

lijst met elementen.

Raak het pictogram MEASURE

MAGIC aan en tast punten van

Elementen construeren

2. Druk op de knop TOL

een element. Het elementtype

U kunt elementen construeren door

De tolerantietypes

wordt bepaald aan de hand

het te construeren elementtype te

worden onderaan het

van het patroon en de volgorde

selecteren, de hoofdelementen te

scherm getoond als

waarin punten worden getast.

selecteren en daarna op de toets

tolerantiepictogrammen.

FINISH te drukken.

3. Tolerantie selecteren

1. Elementtype specificeren

Raak een tolerantiepictogram aan

Raak het tabblad METEN aan en

om het gewenste tolerantietype te

daarna een meetpictogram om het

selecteren en raak daarna het woord

elementtype op te geven dat u wilt

TOLERANTIE aan in de linkerbovenhoek

construeren.

van het scherm om een specifieke

tolerantie te selecteren.

4. Tolerantiegegevens invoeren

Voer NOMINALE en

2. Hoofdelementen selecteren

TOLERANTIEgegevens in de velden op

Raak de gewenste contourelementen

het tolerantiescherm in.

aan in de lijst met elementen. Naast de

hoofdelementen verschijnt een vinkje.

5. Resultaat bekijken

Groene vierkantjes naast de elementen

3. Construeren voltooien

in de lijst duiden op goede toleranties.

Druk op de toets FINISH om het

Rode vierkantjes en omkaderde tekens

construeren te voltooien. Het

op het scherm van de digitale uitlezing

geconstrueerde nieuwe element wordt

duiden op foute toleranties.

in de lijst met elementen getoond.

5

Bediening

Programmeren

Programma's opslaan

Resultaten rapporteren

Programma's bestaan uit opgenomen

Programma's kunnen op een USB-drive

Resultatenrapporten kunnen naar

meetreeksen en andere handelingen

worden opgeslagen.

een USB-printer, USB-flashdrive of pc

van de operator die door de ND 1400

• Steek een lege USB-drive in de USB-

worden verzonden. Het rapporttype en

zijn opgeslagen om later te kunnen

poort aan de zijkant van de ND 1400.

de bestemming staan vermeld in het

worden afgespeeld bij de controle van

• Raak het tabblad PROGRAMMA en

instelscherm AFDRUKKEN.

identieke onderdelen. In deze beknopte

de programmanaam aan.

handleiding wordt het opnemen,

• Raak het pictogram

uitvoeren, opslaan, laden en wissen van

PROGRAMMA KOPIËREN

Opmerking:

programma's behandeld.

aan.

Zie voor meer gegevens het

• Druk op de toets FINISH om terug te

gebruikershandboek van de ND 1400 op

keren naar de DIGITALE UITLEZING.

onze website: www.heidenhain.de.

Opmerking:

Programma's kunnen ook worden

Programma's laden

• Druk op de toets

gekopieerd en bewerkt. Zie het

Programma's kunnen vanaf een USB-

VERZENDEN om resultaten

Gebruikershandboek voor meer

drive worden geladen.

te rapporteren.

informatie.

• Steek de USB-drive in de USB-poort

1. Een programma opnemen

aan de zijkant van de ND 1400.

• Raak het tabblad PROGRAMMA aan.

• Raak het pictogram C: DRIVE

aan om een andere drive

te kiezen. Het pictogram A:

(USB) DRIVE en een lijst met

programma's die op de USB-

• Raak het ronde rode pictogram

drive zijn opgeslagen, wordt

OPNEMEN aan.

getoond.

• Voer een programmanaam in en druk

• Raak de gewenste

op de toets FINISH om te beginnen

programmanaam in de

met opnemen.

lijst aan en raak daarna het

• Voer de meting en andere stappen op

pictogram PROGRAMMA

de gebruikelijke manier uit. Het opne-

LADEN aan. Het oplichtende

men van een programma wordt met

programma wordt naar de

een rode programmatab aangegeven.

lokale (C:) drive geladen.

• Om het opnemen te beëindigen,

• Raak het pictogram DRIVE

drukt u op het tabblad PROGRAMMA

aan. De C: DRIVE wordt

en drukt u daarna op het vierkante

getoond waarbij het geladen

zwarte pictogram STOP. Het nieuwe

programma is opgenomen

programma wordt opgeslagen.

in de programmalijst van de

C: DRIVE.

Het geladen programma kan nu worden

geselecteerd en uitgevoerd.

• Druk op de toets FINISH om de

programmeersessie af te sluiten en

3. Een programma verwijderen

terug te keren naar de DIGITALE

• Raak het tabblad PROGRAMMA aan.

UITLEZING.

• Raak een programmanaam aan.

2. Programma uitvoeren

• Druk op de toets ANNULEREN. Het

• Raak het tabblad PROGRAMMA aan.

programma wordt verwijderd.

• Raak een programmanaam aan.

• Druk op het zwarte driehoekige

pictogram UITVOEREN. Het

Opmerking:

elementtype en getaste punten

Ga voorzichtig te werk bij het wissen

worden weergegeven zodra er

van programma's en maak eerst een

punten worden getast.

backup van het programma. Verwijderde

• Nadat er een referentieframe is vast-

programma's kunnen niet worden

gesteld, drukt u op de softkey VIEW

teruggezet.

om tijdens het tasten het benaderen

van de tastposities te bekijken.

• Druk op de toets FINISH om de

• Het programma stopt automatisch

programmeersessie af te sluiten en

wanneer alle programmastappen

terug te keren naar de DIGITALE

zijn afgespeeld. Er verschijnt een

UITLEZING.

berichtenvakje.

• Raak het berichtenvakje aan om de

programmeersessie af te sluiten en

terug te keren naar de DIGITALE

UITLEZING.

6