Hach-Lange POLYMETRON 9611 sc Installation – page 8
Manual for Hach-Lange POLYMETRON 9611 sc Installation

Inhoudsopgave
Tabel 1 Algemene specificaties (vervolg)
Specificatie Details
Specificaties op pagina 141
Bedrijfsvochtigheid 5 tot 95% niet-condenserend
Algemene informatie op pagina 142
Opslagtemperatuur –20 tot 60 °C (–4 tot 140 °F)
Installatie op pagina 145
Maximale hoogte 2000 m (6560 ft)
Specificaties
4-20mA-uitgangen Vier; belastingsimpedantie: max. 600 Ω
Aansluiting: draad 22 tot 16 AWG, 22 tot
Specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf worden gewijzigd.
20 AWG aanbevolen, afgeschermde
twisted-pair-kabel
Tabel 1 Algemene specificaties
Uitgangen alarmrelais Vier; type: niet-bekrachtigde SPDT-relais,
Specificatie Details
elk van klasse 5 A resistief, maximaal
Afmetingen (B x D x H) 452 x 360 x 804 mm (17,8 x 14,2 x
240 V AC
31,7 inch)
Aansluiting: draad 18 tot 16 AWG,
18 AWG getwist aanbevolen
Behuizing Klasse: NEMA 4x/IP65
Materiaal: PC/ABS-behuizing, PC-deur,
Digitale ingangen Vier; aansluiting: draad 22 tot 16 AWG,
PC-scharnieren en vergrendelingen,
22 tot 20 AWG getwist (geïsoleerde DC-
316 SST-hardware
ingang of een ingang met open-
collector-/relaiscontactsluiting)
Alleen voor gebruik binnen. Niet
aanbevolen
blootstellen aan direct zonlicht.
Zekeringen Ingangsvermogen – AC: T 1,6 A, 250 V
Gewicht 20 kg (45 lb.) zonder reagentia en
AC; DC: T 6,3 A, 250 V AC
standaardoplossingen, 36,3 kg (80 lb.)
met reagentia
Ingangsvermogen – AC: T 5,0 A, 250 V
AC; DC: T 1,6 A, 250 V AC
Montage Wand, paneel of tafel
Uitgangen alarmrelais: T 5,0 A, 250 V
Beschermingsklasse I
Fittingen Monsterleiding en bypass-afvoer
monster: drukfitting met 6 mm
Vervuilingsgraad/installatiecategorie 2/II
buitendiameter voor kunststofslang
Voedingseisen AC: 100–240 V AC, 50/60 Hz
Luchtinlaat luchtzuivering: drukfitting met
Instrument: 0,5 A nominaal, 2,6 A
6 mm buitendiameter voor kunststofslang
maximaal
Chemicaliënafvoer en afvoer van
Aansluiting: draad 18 tot 16 AWG,
behuizing: 11 mm (7/16 inch) ID-
18 AWG getwist aanbevolen
schuiffitting voor zachte kunststofslang
Bedrijfstemperatuur 5 tot 45 °C (41 tot 113 °F)
Nederlands 141

Tabel 1 Algemene specificaties (vervolg)
Tabel 2 Meetspecificaties (vervolg)
Specificatie Details
Specificatie Details
Monsterdruk, -debiet en -temperatuur Druk: 2-87 psi naar vooraf ingestelde
Minimale detectielimiet LB-model: 4 µg/l, HB-model: 200 µg/l
drukregelaar
Verbruik van reagens Verbruik: 2 l van elk reagens per 90 dagen bij een
Debiet: 55-300 ml/minuut
cyclustijd van 15 minuten
Temperatuur: 5 tot 50 °C (41 tot 122 °F)
Bak: 2 l, PETE met polypropyleen doppen
Aantal monsterstromen 1, 2 of 4; programmeerbare volgorde
Standaardverbruik Verbruik: 2 l standaard per 10 kalibraties
Luchtzuivering (optioneel) 0,425 m
3
/uur (15 scfh
1
),
Bak: 2 l, PETE met polypropyleen doppen
kwaliteitsperslucht
1
De nauwkeurigheid is gebaseerd op het gebruik van uitsluitend door Hach
Certificeringen ETL-gecertificeerd conform UL- en CSA-
geleverde reagentia.
normen, CE-markering
1
standaard kubieke voet per uur
Algemene informatie
De fabrikant kan onder geen enkele omstandigheid aansprakelijk
Tabel 2 Meetspecificaties
worden gesteld voor directe, indirecte, speciale, incidentele of continue
Specificatie Details
schade die als gevolg van enig defect of onvolledigheid in deze
handleiding is ontstaan. De fabrikant behoudt het recht om op elk
Lichtbron LED (licht emitterende diode) van klasse 1M met een
moment, zonder verdere melding of verplichtingen, in deze handleiding
piekgolflengte van 480 nm (LB-model) of 880 nm
en de producten die daarin worden beschreven, wijzigingen door te
(HB-model)
voeren. Gewijzigde versies zijn beschikbaar op de website van de
Meetbereik 4–3000 µg/l voor PO
4
(LB-model); 200–50.000 µg/l
fabrikant.
voor PO
4
(HB-model)
1
Veiligheidsinformatie
Nauwkeurigheid
LB-model: ±4 µg/l of ±4% (de grotere waarde)
HB-model: ±500 µg/l of ±5% (de grotere waarde)
L E T O P
Precisie/herhaalbaarheid LB-model: ±1%, HB-model: ±500 µg/l of ±5% (de
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enige schade door onjuist toepassen of
grotere waarde)
onjuist gebruik van dit product met inbegrip van, zonder beperking, directe,
incidentele en gevolgschade, en vrijwaart zich volledig voor dergelijke schade
Responstijd Standaard 10 minuten bij 25 °C (77 °F), verandert
voor zover dit wettelijk is toegestaan. Uitsluitend de gebruiker is verantwoordelijk
met temperatuur
voor het identificeren van kritische toepassingsrisico's en het installeren van de
juiste mechanismen om processen te beschermen bij een mogelijk onjuist
Stabilisatietijd Na ingebruikname of jaarlijks onderhoud: 5 meetcycli
functioneren van apparatuur.
Na stand-by: 1 meetcyclus
Lees deze handleiding voor het uitpakken, installeren of gebruiken van
Na kalibratie: 0 meetcycli
het instrument. Let op alle waarschuwingen. Wanneer u dit niet doet,
Kalibratietijd Hellingkalibratie: 10 minuten
kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel of schade aan het instrument.
Nulpuntkalibratie: 10 minuten
142
Nederlands

Controleer voor gebruik of het instrument niet beschadigd is. Het
Dit symbool duidt op een kans op chemisch letsel en geeft aan dat
instrument mag op geen andere wijze gebruikt worden dan als in deze
alleen personen die bevoegd en opgeleid zijn om met chemicaliën te
handleiding beschreven.
werken chemische producten mogen hanteren of
onderhoudswerkzaamheden mogen uitvoeren aan
chemicaliënleveringssystemen voor de apparatuur.
Gebruik van gevareninformatie
Dit symbool geeft aan dat er een risico op een elektrische schok en/of
G E V A A R
elektrocutie bestaat.
Geeft een potentieel gevaarlijke of dreigende situatie aan die, als deze niet kan
worden voorkomen, kan resulteren in dodelijk of ernstig letsel.
Het onderdeel waarop dit pictogram aangebracht is kan mogelijk heet
W A A R S C H U W I N G
zijn en dient niet aangeraakt te worden.
Geeft een potentieel of op handen zijnde gevaarlijke situatie aan, die als deze
niet wordt vermeden, kan leiden tot dood of ernstig letsel.
Dit symbool duidt op brandgevaar.
V O O R Z I C H T I G
Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in minder ernstig
letsel of lichte verwondingen.
Dit symbool duidt op de aanwezigheid van een sterk corrosieve of
L E T O P
andere gevaarlijke substantie en kans op chemisch letsel. Alleen
personen die bevoegd en opgeleid zijn om met chemische stoffen te
Duidt een situatie aan die (indien niet wordt voorkomen) kan resulteren in
werken, mogen de chemische producten gebruiken of
beschadiging van het apparaat. Informatie die speciaal moet worden benadrukt.
onderhoudswerkzaamheden uitvoeren aan toeleveringssystemen van
chemische stoffen die verband houden met de installatie.
Waarschuwingslabels
Opmerking: Als u wilt retourneren voor recycling, dient u contact op te nemen
met de fabrikant of leverancier van het apparaat om instructies te krijgen over het
Lees alle labels en etiketten die op het instrument zijn bevestigd. Het
op de juiste wijze retourneren van versleten apparatuur, elektrische accessoires
niet naleven van deze waarschuwingen kan leiden tot letsel of
en alle hulpmiddelen.
beschadiging van het instrument. Voor elk symbool, is aanvullende
Het is sinds 12 augustus 2005 niet meer toegestaan elektrische
informatie te vinden in de handleiding.
apparatuur, voorzien van dit symbool, af te voeren via Europese
openbare afvalverwerkingsystemen. In overeenstemming met
Dit is het symbool voor veiligheidswaarschuwingen. Volg alle
Europese lokale en nationale voorschriften (EU-richtlijn 2002/96/EG)
veiligheidsberichten op die after dit symbool staan, om mogelijk letsel
dienen Europese gebruikers van elektrische apparaten hun oude of
te voorkomen. Als u dit symbool op het apparaat ziet, moet u de
versleten apparatuur naar de fabrikant te retourneren voor kosteloze
instructiehandleiding raadplegen voor informatie over de werking of
verwerking.
veiligheid.
Dit symbool geeft aan dat u een veiligheidsbril moet dragen.
Certificering
IECS-003 certificering ten aanzien van radio-inteferentie, Klasse A:
Aanvullende informatie en testresultaten zijn via de fabrikant
verkrijgbaar.
Nederlands
143

Dit Klasse A instrument voldoet aan alle eisen van de Canadese norm
3. Plaats het apparaat weg van het apparaat waarop de storing van
IECS-003.
toepassing is.
Cet appareil numérique de classe A répond à toutes les exigences de la
4. Verplaats de ontvangstantenne voor het apparaat dat de storing
réglementation canadienne sur les équipements provoquant des
ontvangt.
interférences.
5. Probeer verschillende combinaties van de hierbovengenoemde
suggesties.
FCC deel 15, Klasse "A" bepalingen
Aanvullende informatie en testresultaten zijn via de fabrikant
Productoverzicht
verkrijgbaar. Dit instrument voldoet aan Deel 15 van de FCC-
voorschriften. Het gebruik van dit instrument is aan de volgende
G E V A A R
voorwaarden onderworpen:
Chemische of biologische gevaren. Als dit instrument wordt gebruikt
1. Het instrument mag geen schadelijke storingen veroorzaken.
voor het sturen van een proces en/of het doseren van chemicaliën
waarvoor wettelijke voorschriften en/of eisen gelden ten aanzien van
2. Het instrument moet elke willekeurige ontvangen storing accepteren,
de volksgezondheid, de veiligheid, de productie of het verwerken van
inclusief storingen die mogelijk een ongewenste invloed kunnen
voedingsmiddelen of dranken, dient de gebruiker er zorg voor te
hebben.
dragen dat hij/zij bekend is met deze voorschriften en/of eisen en deze
na te leven. Tevens dient de gebruiker er zorg voor te dragen dat er
Door veranderingen of aanpassingen aan dit toestel die niet uitdrukkelijk
voldoende maatregelen getroffen zijn en eventueel vereist materiaal
zijn goedgekeurd door de partij verantwoordelijk voor certificering, kan
aanwezig is om aan de geldende wetten en eisen in geval van een
de certificering van dit instrument, komen te vervallen. Dit apparaat is
defect te voldoen.
getest en voldoet aan de normen voor een elektrisch instrument van
Klasse A, volgens Deel 15 van de FCC-voorschriften. Deze
De analyzer meet hoge of lage fosfaatconcentraties in water voor
voorwaarden zijn opgesteld dat ze een goede bescherming bieden tegen
energieopwekking en industrieel water . Voor metingen van een hoog
hinderlijke storingen wanneer het instrument in een bedrijfsgerelateerde
fosfaatgehalte wordt de molybdovanadaat-methode toegepast. Bij
toepassing wordt gebruikt. Dit instrument produceert, gebruikt en kan
metingen met een laag fosfaatgehalte worden lage orthofosfaatniveaus
radiogolven uitstralen. Wanneer het niet geïnstalleerd en gebruikt wordt
gemeten met behulp van de ascorbinezuur-methode. Beide methoden
*
volgens de handleiding, hinderlijke storing voor radiocommunicatie
zijn afgeleid van standaard methodes.
veroorzaken. Werking van het instrument in een huiselijke omgeving zal
Raadpleeg Afbeelding 1 voor het overzicht van de analyzer. De deuren
waarschijnlijk zorgen voor hinderlijke storing, in welk geval de gebruiker
kunnen eenvoudig worden verwijderd voor betere toegankelijkheid.
de storing dient te verhelpen. Om storingen op te lossen kan het
Raadpleeg Afbeelding 2.
volgende geprobeerd worden:
1. Ontkoppel het instrument van zijn stroombron om te controleren of
deze stroombron al dan niet de storing veroorzaakt.
2. Als het instrument op hetzelfde stopcontact is aangesloten als het
apparaat dat storing ondervindt, dient u het apparaat op een ander
stopcontact aan te sluiten.
*
Standaardmethodes voor het onderzoek van water en afvalwater, 21e editie, 2005, Centennial-editie, APHA, AWWA, WEF. Laag bereik: 4-153,
4500-P E. ascorbinezuur-methode. Hoog bereik: 4-151, 4500-P C. colorimetrische vanadium-molybdeen-fosforzuur-methode.
144 Nederlands

Afbeelding 1 Productoverzicht
Afbeelding 2 Verwijderen van de deur
Installatie
W A A R S C H U W I N G
1 Bovenste en onderste
5 Display en
9 Analysepaneel
deuren
toetsenbord
Diverse gevaren. Alleen bevoegd personeel mag de in dit deel van het
2 Trechterkap 6 SD-kaartsleuf 10 Rek voor
document beschreven taken uitvoeren.
reagensflessen
3 Invoertrechter
7 Stroomschakelaar 11 Colorimeterkap
Mechanische installatie
momentaanmonster
4 Lampje van
8 Voedings-LED (aan =
12 Ventiel voor
G E V A A R
statusindicator
analyser is aan)
momentaan monster
Gevaar van letsel of de dood. Zorg ervoor dat de wandsteun 4 keer
het gewicht van de apparatuur kan dragen.
Nederlands 145

W A A R S C H U W I N G
Afbeelding 3 Poorten voor één of twee monsterstromen
Gevaar voor persoonlijk letsel. Instrumenten of onderdelen zijn zwaar.
Schakel assistentie in bij het installeren of verplaatsen.
W A A R S C H U W I N G
Gevaar voor persoonlijk letsel. Het is een zwaar voorwerp. Bevestig
het instrument stevig aan een wand, op een tafel of op de vloer voor
een veilige werking.
Installeer de analyser op een binnenlocatie, in een niet-gevaarlijke
omgeving. Raadpleeg de documentatie die bij het bevestigingsmateriaal
wordt geleverd.
Leidingen
G E V A A R
1 Afvoerontluchting -
4 Inlaat luchtzuivering
7 Afvoer van behuizing
Brandgevaar. Dit product is niet geschikt voor gebruik in combinatie
open houden
(optioneel)
voor overloop of
met ontvlambare vloeistoffen.
lekkage
2 Niet gebruikt 5 Bypass-afvoer
8 Invoer monster 1
L E T O P
monster 1
Installeer geen reagentia totdat alle leidingen zijn aangesloten.
3 Slechts twee
6 Chemicaliënafvoer 9 Slechts twee
monsterstroom-
monsterstroom-
Zorg ervoor dat u de gespecificeerde slangmaat gebruikt.
analysers: bypass-
analysers: invoer
Toegangspoorten leidingen
afvoer monster 2
monster 2
Sluit leidingen aan op de toegangspoorten voor de leidingen. Raadpleeg
Afbeelding 3 of Afbeelding 4. Zorg dat de leidingpoorten die niet worden
gebruikt zijn afgestopt om de veiligheidsklasse van de behuizing te
behouden.
Raadpleeg bij het gebruik van een externe luchtzuivering de instructies
die zijn meegeleverd met de luchtzuiveringskit, om het ventilatorfilter te
verwijderen en te vervangen door een stop. Raadpleeg de
bedieningshandleiding voor de instructies voor het inschakelen van de
luchtzuivering. Zie de handleiding voor onderhoud en probleemoplossing
voor het onderdeelnummer van de luchtzuiveringskit.
146 Nederlands

Afbeelding 4 Poorten voor vier monsterstromen
L E T O P
Sluit de afvoerleidingen niet aan op andere leidingen, dit kan namelijk leiden tot
tegendruk of beschadiging van de analyzer. Zorg ervoor dat de afvoerleidingen
niet luchtdicht zijn.
L E T O P
Zorg ervoor dat de analyser hoger staat dan de gebruikte afvoeren en dat de
afvoerleiding onder een constante hoek schuin naar beneden loopt, om
tegendruk en beschadiging van de analyzer te voorkomen.
L E T O P
De drukregelaar is ingesteld op een vaste drukwaarde en deze kan niet worden
gewijzigd.
Gebruik de meegeleverde slangen (6 mm), Y-zeef met filter en
drukregelaar om de afvoerleiding en monsterleiding aan te sluiten op de
1 Niet gebruikt 5 Bypass-afvoer
9 Invoer monster 1
monster 2
analyser. Raadpleeg Afbeelding 5. De slang van de monsterleiding die
naar de toegangspoorten loopt, moet een slang van 6 mm zijn. Er
2 Bypass-afvoer
6 Bypass-afvoer
10 Invoer monster 2
mogen slangen van 6,35 mm (1/4 inch) worden gebruikt voor de
monster 4
monster 1
monsterleiding naar het ventiel/de y-zeef, maar niet naar de
3 Bypass-afvoer
7 Chemicaliënafvoer 11 Invoer monster 3
toegangspoorten van de analyser.
monster 3
4 Inlaat luchtzuivering
8 Afvoer van behuizing
12 Invoer monster 4
(optioneel)
voor overloop of
lekkage
Monster- en afvoerleidingen aansluiten
V O O R Z I C H T I G
Explosiegevaar. Gebruik uitsluitend de door de fabrikant geleverde
regelaar.
V O O R Z I C H T I G
Gevaar van blootstelling aan chemicaliën. Chemicaliën en afval dienen
te worden afgevoerd in overeenkomst met de lokale, regionale en
nationale voorschriften.
Nederlands 147

Afbeelding 5 Monster- en afvoerleidingen
Richtlijnen voor monsterleidingen
Selecteer een goed, representatief monsternamepunt voor de beste
prestaties van het instrument. Het monster moet representatief zijn voor
het hele systeem.
Om onregelmatige metingen te voorkomen:
• Neem monsters van locaties die zich op voldoende afstand bevinden
van punten waar chemische stoffen aan de processtroom worden
toegevoegd.
• Zorg ervoor dat de monsters voldoende worden gemengd.
• Zorg ervoor dat alle chemische reacties uitgewerkt zijn.
Monsterstroom aansluiten
Installeer elke monsterleiding in het midden van een grotere
verwerkingsbuis om interferentie van luchtbellen of afzetting op de
bodem te minimaliseren. Afbeelding 6 toont voorbeelden van goede en
slechte installaties.
Houd de monsterleidingen zo kort mogelijk om afzetting op de bodem te
voorkomen. De afzetting kan een deel van de analiet in het monster
absorberen en lage meetwaarden veroorzaken. De afzetting kan de
analiet later weer vrijgeven en hoge meetwaarden veroorzaken. Deze
uitwisseling met de afzetting kan ook voor een vertraagde reactie zorgen
wanneer de concentratie analiet in het monster toe- of afneemt.
1 Monster in (enkele
4 Niet-instelbare
7 Afvoer van behuizing
stroming)
drukregelaar
(ingesteld op 4 psi om
de analyser te
beschermen)
2 Afsluiter 5 Bypass-
monsterafvoer
3 Y-zeef met filter 6 Chemicaliënafvoer
148 Nederlands

Afbeelding 6 Bemonsteringsmethodes
Afbeelding 7 Wijziging bypass-debiet - één stroom
Afbeelding 8 Wijziging bypass-debiet - meerdere stromen
1 Lucht 2 Monsterstroom
Bypass-debiet instellen
L E T O P
Draai voor de multi-stream-optie de schroef niet meer dan 4 slagen los.
Het bypass-debiet kan worden aangepast wanneer de analyzer in de
uitschakelmodus staat. Wijzig het debiet van de bypass-leiding voor het
monster met het stromingsventiel zoals getoond in Afbeelding 7 of
Afbeelding 8. Raadpleeg Specificaties op pagina 141 voor het bereik van
het monsterdebiet. Gebruik een externe meter om het debiet van de
bypass-leiding voor het monster te meten. Verhoog het debiet van de
bypass-leiding voor het monster wanneer de processtroom ver van de
analyzer is verwijderd, voor een snellere reactie op wijzigingen in de
processtroom.
Nederlands 149

Elektrische installatie
W A A R S C H U W I N G
G E V A A R
Gevaar van elektrische schokken en brandgevaar. Voor montage van
kabelgoten is een lokale onderbreker vereist.
Elektrocutiegevaar. Gebruik een hoog voltage (meer dan 30 V RMS en
42,2 V PIEK of 60 V DC) of een laag voltage (minder dan 30 V RMS
en 42,2 V PIEK of 60 V DC). Gebruik niet een combinatie van een
W A A R S C H U W I N G
hoog en laag voltage.
Gevaar van elektrische schokken en brandgevaar. Identificeer de
G E V A A R
lokale onderbreker voor montage van de kabelgoten duidelijk.
Elektrocutiegevaar. Koppel altijd het instrument los van de netvoeding
voordat u elektrische aansluitingen tot stand brengt.
W A A R S C H U W I N G
Gevaar van elektrische schokken en brandgevaar. Zorg ervoor dat het
G E V A A R
instrument, indien aangesloten met een snoer, zodanig is geïnstalleerd
dat de stekker op een eenvoudige manier uit het stopcontact kan
worden gehaald.
Elektrocutiegevaar. Sluit een instrument dat gelijkstroomvoeding nodig
heeft niet aan op een wisselstroombron.
L E T O P
Zorg ervoor dat de apparatuur conform lokale, regionale en nationale vereisten is
G E V A A R
aangesloten op het instrument.
Elektrocutiegevaar. Als dit apparaat buiten of op mogelijk natte locaties
Doppen van de toegangspoorten verwijderen
wordt gebruikt, dient de hoofdstroomvoorziening van het instrument te
zijn voorzien van een aardlekschakelaar.
Installeer de kabels en kabelbuis in de elektrische toegangspoorten.
Raadpleeg Afbeelding 9. Verwijder de rubberen afdichtingsstoppen door
G E V A A R
ze van binnenuit de behuizing naar buiten te duwen om de afsluiting te
openen, en verwijder ze vervolgens volledig door ze van buitenaf naar
Elektrocutiegevaar. Een verbinding met beschermende aarding is
buiten te trekken. Verwijder indien nodig met een hamer en
vereist.
schroevendraaier de uitbreekpoorten van de elektrische toegangsplaat.
Zorg dat de poorten die niet worden gebruikt zijn afgestopt, om de
veiligheidsklasse van de behuizing te behouden.
G E V A A R
Elektrocutiegevaar. Gebruik alleen aansluitingen die overeenkomen
met de gespecificeerde kwaliteit van de behuizing. Volg de vereisten
op uit het hoofdstuk Specificaties.
W A A R S C H U W I N G
Gevaar van elektrische schokken. Extern aangesloten apparatuur
moet in het betreffende land beoordeeld worden op veiligheid.
150 Nederlands

Afbeelding 9 Elektrische toegangspoorten
Toegangsklep verwijderen
Verwijder de toegangsklep om de bedradingsklemmen aan te sluiten.
Raadpleeg Afbeelding 10.
Afbeelding 10 Verwijderen van de toegangsklep
1 Voeding in (alleen netsnoer), geen
3 Communicatie- en netwerkmodules
aardingsplaat Niet voor wartel
(8x)
gebruiken.
2 Communicatie- en netwerkmodules
4 Voeding in of uit (wartel of
(3x)
netsnoer), aardingsplaat,
communicatie- en netwerkmodules
(8x)
Overzicht van bedradingsaansluitingen
Afbeelding 11 toont alle mogelijke bedradingsaansluitingen. Gebruik de
draadmaat die is gespecificeerd voor de aansluiting (raadpleeg
Specificaties op pagina 141).
Nederlands
151

Afbeelding 11 Aansluitingen op de hoofdprintplaat
Aansluiten op de voeding
W A A R S C H U W I N G
Elektrocutiegevaar. Maak voor de aansluiting van de
hoofdveiligheidsaarde gebruik van een krimpringaansluiting.
W A A R S C H U W I N G
Gevaar van elektrische schokken en brandgevaar. Zorg ervoor dat het
meegeleverde snoer en de niet-geborgde stekker in overeenstemming zijn met
de van toepassing zijnde voorschriften van het land..
W A A R S C H U W I N G
Elektrocutiegevaar. Zorg ervoor dat de veiligheidsaardegeleider een
aansluiting met een lage impedantie (lager dan 0,1 ohm) heeft. De
aangesloten draadgeleider moet dezelfde stroomsterktewaarde
hebben als de geleider van de AC-netvoedingsleiding.
L E T O P
Het instrument wordt alleen gebruikt voor een eenfasige aansluiting.
Installatie met netsnoer: de fabrikant adviseert het gebruik van het
optionele snoer en de optionele afdichtingswartel. Raadpleeg de
onderhoudshandleiding voor de lijst met reservedelen. Bij een door de
klant geleverd snoer zijn drie geleiders van maat 18 vereist, en het snoer
moet korter zijn dan 3 meter (10 ft). Gebruik een trekontlasting met
1 Aansluiting voor
4 Digitale ingangen 7 Voeding uit
afdichting om de milieuklasse van het instrument te behouden.
dubbele monitor
Raadpleeg Specificaties op pagina 141. Raadpleeg Tabel 3 of Tabel 4
2 Aansluiting voor
5 Voeding in 8 LED voeding uit (aan
en Afbeelding 12om het instrument aan te sluiten op de voeding.
slimme sensor
= voeding is
aangesloten op de
analyser)
3 4-20mA-uitgangen 6 Stroomschakelaar en
9 Relais
voedings-LED (aan =
analyser is aan)
152 Nederlands

Tabel 3 Informatie over AC-bedrading (uitsluitend AC-modellen)
Afbeelding 12 Stroomvoorziening
Klem Beschrijving Kleur – Noord-
Kleur – EU
Amerika
1 Veiligheidsaarde (PE) Groen Groen met gele
streep
2 Neutraal (N) Wit Blauw
3 Warm (L1) Zwart Bruin
Tabel 4 Informatie over DC-bedrading (uitsluitend DC-modellen)
Klem Beschrijving Kleur – Noord-
Kleur – EU
Amerika
1 Veiligheidsaarde (PE) Groen Groen met gele
streep
2 24 V DC retour (–) Zwart Zwart
3 24 V DC (+) Rood Rood
Nederlands 153

Een dubbele monitor aansluiten
Afbeelding 13 Apparatuur aansluiten
Er kan een externe sc-controller worden aangesloten op de analyzer.
Sluit een Hach-kabel 6789400 aan op de externe sc-controller en de
analyser-aansluiting voor een dubbele monitor. Raadpleeg Overzicht
van bedradingsaansluitingen op pagina 151.
Optionele apparatuur aansluiten
Bevestig de kabels voor ingangs- en uitgangsapparatuur zoals getoond
in Afbeelding 13. Gebruik de draadmaat die is gespecificeerd voor deze
aansluiting. Raadpleeg Specificaties op pagina 141. Zie de
gebruikershandleiding voor de configuratie van apparatuur.
154 Nederlands

Aansluiten op de relais
Raadpleeg Overzicht van bedradingsaansluitingen op pagina 151 om
het apparaat aan te sluiten. Raadpleeg Specificaties op pagina 141 voor
G E V A A R
de specificaties van de bedrading en belastingsimpedantie.
Elektrocutiegevaar. Haal hoogspanning en laagspanning niet door
Opmerking: De 4-20mA-uitgangen kunnen niet worden gebruikt om stroom aan
elkaar. Zorg ervoor dat alle relaisaansluitingen ofwel AC-
een 2-dradige zender (met gesloten lus) te leveren.
hoogspanningsaansluitingen ofwel DC-laagspanningsaansluitingen
zijn.
Aansluiten op de digitale ingangen
De analyser kan een digitaal signaal van een extern apparaat
V O O R Z I C H T I G
ontvangen, zoals een debietmeter om de metingen te stoppen wanneer
Brandgevaar. Relaisbelastingen moeten resistent zijn. Beperk de
de doorstroom stopt. Elke afzonderlijke ingang wordt gebruikt om het
stroom naar het relais altijd met een externe zekering of onderbreker.
bijbehorende monsterkanaal in of uit te schakelen.
Volg de classificeringen voor relais op uit het hoofdstuk Specificaties.
Elke digitale ingang kan als een geïsoleerde digitale ingang van het TTL-
type of als een ingang van het relais/open-collector-type worden
V O O R Z I C H T I G
geconfigureerd. Raadpleeg Afbeelding 14. De draadbruggen worden
standaard ingesteld voor een geïsoleerde digitale ingang van het TTL-
Gevaar van blootstelling aan chemicaliën. Volg alle laboratorium
type. Raadpleeg Overzicht van bedradingsaansluitingen op pagina 151
technische veiligheidsvoorschriften op en draag alle persoonlijke
om het apparaat aan te sluiten.
beschermingsuitrustingen die geschikt zijn voor de gehanteerde
chemicaliën. Raadpleeg de huidige veiligheidsinformatiebladen
(MSDS/SDS) voor veiligheidsprotocollen.
L E T O P
Draadmaten van minder dan 18 AWG worden niet aanbevolen.
De analyzer bevat relais voor monsterconcentratie-alarmen (2x),
waarschuwing van het analysersysteem en uitschakeling van het
analysersysteem. Raadpleeg Overzicht van bedradingsaansluitingen
op pagina 151 om een apparaat aan te sluiten (NO = normaal open
(maakcontact), COM = gemeenschappelijk, NC = normaal gesloten
(verbreekcontact)).
Aansluiten op de 4–20mA-uitgangen
Gebruik een afgeschermde twisted-pair-kabel voor de aansluitingen van
de 4–20mA-uitgangen. Sluit de afscherming aan op het recorder-
uiteinde of het analyser-uiteinde. Verbind de afscherming niet aan beide
uiteinden van de kabel. Gebruik van een niet-afgeschermde kabel kan
zorgen voor storingen en een hoger dan toegestane gevoeligheid.
Nederlands 155

Afbeelding 14 Geïsoleerde digitale ingang van het TTL-type
Analyserflessen installeren
V O O R Z I C H T I G
Gevaar van blootstelling aan chemicaliën. Volg alle laboratorium
technische veiligheidsvoorschriften op en draag alle persoonlijke
beschermingsuitrustingen die geschikt zijn voor de gehanteerde
chemicaliën. Raadpleeg de huidige veiligheidsinformatiebladen
(MSDS/SDS) voor veiligheidsprotocollen.
Raadpleeg Afbeelding 15 om de analyzerflessen te installeren.
Identificeer alle flessen en plaats op iedere fles de bijbehorende dop.
Afbeelding 15 Installatie van analyserflessen
1 Draadbrug (12x) 3 Geïsoleerde digitale ingang van het
TTL-type
2 Connectoren digitale ingang 4 Ingang van het relais/open-
collector-type
Extra modules installeren
Modules kunnen worden toegevoegd voor extra uitgangen, relais of
communicatie-opties. Raadpleeg de documentatie die bij de module
wordt geleverd.
156 Nederlands

Roerstaaf plaatsen
Afbeelding 17 Installatie van de roerstaaf
Er is een roerstaaf meegeleverd met de installatiekit. Verwijder vóór de
installatie de trechterkap, de trechter en de kap van de colorimeter.
Raadpleeg Afbeelding 16. Plaats de roerstaaf in de monsterkuvet van de
colorimeter, zoals weergegeven in de geïllustreerde stappen. Raadpleeg
Afbeelding 17.
Afbeelding 16 Trechter en kap van de colorimeter verwijderen
Voorbereidingen voor gebruik
De fysieke installatie is nu voltooid. Raadpleeg de bedieningshandleiding
om de analyser voor het eerste gebruik in te stellen.
Nederlands 157

Spis treści
Tabela 1 Ogólne parametry techniczne (ciąg dalszy)
Specyfikacja Szczegóły
Specyfikacje na stronie 158
Wilgotność robocza 5 do 95 % niekondensująca
strona 159
Temperatura
-20 do 60 °C (-4 do 140 °F)
Instalacja na stronie 162
przechowywania
Maksymalna wysokość nad
2000 m (6560 stóp)
Specyfikacje
poziomem morza
Dane techniczne mogą zostać zmienione bez wcześniejszego
Wyjścia 4–20 mA Cztery, impedancja: wartość maksymalna 600 Ω
powiadomienia.
Przyłącze: przewód 22 do 16 AWG, zalecana
skrętka dwużyłowa ekranowana 22 do 20 AWG
Tabela 1 Ogólne parametry techniczne
Alarmowe wyjścia
Cztery; typu: przekaźniki SPDT bez zasilania,
Specyfikacja Szczegóły
przekaźnikowe
każdy o rezystancji znamionowej 5 A, wartość
Wymiary (szer. x głęb.
452 x 360 x 804 mm (17.8 x 14.2 x 31.7 cal.)
maksymalna 240 VAC
x wys.)
Przyłącze: przewód 18 do 16 AWG, zalecana
plecionka 18 AWG
Obudowa Kategoria: NEMA 4x/IP65
Materiał: obudowa PC/ABS, drzwi PC, zawiasy
Cyfrowe wejścia Cztery; przyłącze: przewód 22 do 16 AWG,
i zamki PC, osprzęt 316 SST
zalecana plecionka 22 do 20 AWG (izolowane
wejście napięciowe DC lub wejście typu kolektor
Wyłącznie do użytku w pomieszczeniach Nie
otwarty/przekaźnik styki normalnie zamknięte)
wystawiać na bezpośrednie działanie promieni
słonecznych.
Bezpieczniki Moc wejściowa—AC: T 1.6 A, 250 VAC; DC:
T 6.3 A, 250 VAC
Masa 20 kg (45 lb) bez reagentów i wzorców,
36.3 kg (80 lb) z reagentami
Moc wyjściowa—AC: T 5.0 A, 250 VAC; DC:
T 1.6 A, 250 VAC
Montaż Na ścianie, panelu lub stole
Alarmowe wyjścia przekaźnikowe: T 5.0 A, 250 V
Klasa ochrony I
Złączki Przewód próbki i odpływ omijający próbkę:
średnica zewnętrzna 6 mm złączki nasuwanej
Stopień
2/II
na rurki plastikowe
zanieczyszczeń/kategoria
instalacji
Wlot powietrza do oczyszczania: średnica
zewnętrzna 6 mm złączki nasuwanej na rurki
Wymagania dotyczące
AC: 100–240 VAC, 50/60 Hz
plastikowe
zasilania
Urządzenie: 0.5 A nominalny, 2.6 A maksymalny
Odpływ obudowy i substancji chemicznych:
11 mm (7/16 cala) Średnica wewnętrzna
Przyłącze: przewód 18 do 16 AWG, zalecana
nasuwanej złączki dla miękkich rurek plastikowych
plecionka 18 AWG
Temperatura robocza Od 5 do 45°C (od 41 do 113°F)
158 Polski

Tabela 1 Ogólne parametry techniczne (ciąg dalszy)
Tabela 2 Specyfikacje pomiaru (ciąg dalszy)
Specyfikacja Szczegóły
Specyfikacja Szczegóły
Ciśnienie próbki, prędkość
Ciśnienie: 2–87 psi do ustawienia regulatora
Minimalny limit wykrywania Model LR: 4 µg/L, model HR: 200 µg/L
przepływu i temperatura
ciśnienia
Korzystanie z odczynników Sposób użycia: 2 L każdego odczynnika co 90 dni
Prędkość przepływu: 55––300 mL/minutę
w cyklu 15 minutowym
Temperatura: 5 do 50 °C (41 do 122 °F)
Pojemnik: 2 L, PETE z zatyczkami z polipropylenu
Liczba strumieni próbki 1, 2 lub 4; możliwość programowania kolejności
Korzystanie z wzorców Sposób użycia: 2 L wzorca dla każdych
Oczyszczanie powietrza
0.425 m
3
/godzinę (15 scfh
1
10 kalibracji
), jakość powietrza
(opcjonalnie)
urządzenia
Pojemnik: 2 L, PETE z zatyczkami z polipropylenu
Certyfikaty Certyfikat ETL z UL oraz wzorce CSA, znak CE
1
Dokładność dotyczy reagentów dostarczonych wyłącznie przez firmę Hach.
1
normalne stopy sześcienne na godzinę
Tabela 2 Specyfikacje pomiaru
Specyfikacja Szczegóły
Informacje dotyczące bezpieczeństwa
Źródło światła Dioda klasy 1M ze szczytową długością fali
P O W I A D O M I E N I E
480 nm (model LR) lub 880 nm (model HR)
Producent nie ponosi odpowiedzialności za ewentualne szkody wynikłe
Zakres pomiaru 4–3000 µg/L dla PO
4
(model LR); 200–50,000 µg/L
z niewłaściwego stosowania albo użytkowania tego produktu, w tym, bez
dla PO
4
(model HR)
ograniczeń za szkody bezpośrednie, przypadkowe i wtórne, oraz wyklucza
odpowiedzialność za takie szkody w pełnym zakresie dozwolonym przez
Dokładność
1
Model LR: ±4 µg/L lub ±4% (większa wartość)
obowiązujące prawo. Użytkownik jest wyłącznie odpowiedzialny
Model HR: ±500 µg/L lub ±5% (większa wartość)
za zidentyfikowanie krytycznych zagrożeń aplikacji i zainstalowanie
odpowiednich mechanizmów ochronnych procesów podczas ewentualnej awarii
Dokładność//Powtarzalność Model LR: ±1%, model HR: ±500 µg/L lub ±5%
sprzętu.
(większa wartość)
Prosimy przeczytać całą niniejszą instrukcję obsługi przed
Czas reakcji W normalnych warunkach 10 minut przy 25 °C
rozpakowaniem, ustawieniem lub obsługą tego urządzenia. Należy
(77 °F), zależy od zmiany temperatury
zwrócić uwagę na wszystkie uwagi dotyczące niebezpieczeństwa
i kroków zapobiegawczych. Niezastosowanie się do tego może
Czas stabilizacji Po pierwszym uruchomieniu lub konserwacji
spowodować poważne obrażenia obsługującego lub uszkodzenia
po roku: 5 cykli pomiarowych
urządzenia.
Po przerwie: 1 cykl pomiarowy
Należy upewnić się, czy systemy zabezpieczające wbudowane
Po kalibracji: 0 cykli pomiarowych
w urządzenie pracują prawidłowo. Nie używać ani nie instalować tego
Czas kalibracji Kalibracja zbocza: 10 minut
urządzenia w inny sposób, aniżeli podany w niniejszej instrukcji.
Kalibracja zera: 10 minut
Polski
159

Korzystanie z informacji o zagrożeniach
Ten symbol ostrzega o niebezpieczeństwie natury chemicznej
i informuje, że jedynie osoby odpowiednio wykwalifikowane
N I E B E Z P I E C Z E Ń S T W O
i przeszkolone do pracy z substancjami chemicznymi powinny mieć
styczność z takimi substancjami i wykonywać prace konserwacyjne
Wskazuje potencjalnie lub bezpośrednio niebezpieczną sytuację, która – jeśli się
przy systemach doprowadzania substancji chemicznych
jej nie uniknie – doprowadzi do śmierci lub poważnych obrażeń.
do urządzenia.
O S T R Z E Ż E N I E
Ten symbol wskazuje niebezpieczeństwo szoku elektrycznego i/lub
porażenia prądem elektrycznym.
Wskazuje na potencjalną lub bezpośrednią niebezpieczną sytuację, która, jeżeli
się jej nie uniknie, może doprowadzić do śmierci lub ciężkich obrażeń.
U W A G A
Ten symbol wskazuje, iż oznaczony element może być gorący i nie
powinien być dotykany bez odpowiedniego zabezpieczenia rąk.
Wskazuje na potencjalnie niebezpieczną sytuację, która może doprowadzić
do mniejszych lub średnich obrażeń.
P O W I A D O M I E N I E
Ten symbol informuje o istnieniu zagrożenia pożarem.
Wskazuje sytuację, która – jeśli się jej nie uniknie – może doprowadzić
do uszkodzenia urządzenia. Informacja, która wymaga specjalnego podkreślenia.
Ten symbol informuje o obecności substancji silnie korozyjnych lub
Etykiety ostrzegawcze
innych niebezpiecznych substancji i ostrzega o niebezpieczeństwie
natury chemicznej. Tylko osoby wykwalifikowane i przeszkolone
Należy przeczytać wszystkie etykiety i przywieszki dołączone
do pracy z chemikaliami powinny pracować z chemikaliami lub
do urządzenia. Nieprzestrzeganie tych instrukcji może spowodować
przeprowadzać prace konserwacyjne na chemicznych systemach
obrażenia ciała lub uszkodzenie przyrządu. Jeżeli na urządzeniu jest
zasilających związanych z urządzeniem.
widoczny pewien symbol, będzie on uwzględniony w instrukcji obsługi
wraz z uwagą dotyczącą niebezpieczeństwa lub kroków
Uwaga: Aby zwrócić urządzenie do recyclingu, prosimy skontaktować się
z producentem sprzętu lub jego dostawcą odnośnie instrukcji w jaki sposób
zapobiegawczych.
zwrócić zużyty sprzęt, akcesoria elektryczne dostarczone przez producenta oraz
wszystkie inne przedmioty pomocnicze w celach utylizacji.
Ten symbol ostrzega o niebezpieczeństwie. Dla uniknięcia obrażeń
Od 12 sierpnia 2005 na terenie Unii Europejskiej oznaczonych tym
ciała należy przestrzegać wszelkich instrukcji, którym towarzyszy ten
symbolem urządzeń elektrycznych nie można usuwać przy użyciu
symbol. Jeśli ten symbol jest umieszczony na urządzeniu, należy
publicznych systemów utylizacji odpadów. Zgodnie z lokalnymi
zapoznać się z informacjami o bezpieczeństwie użytkowania
i krajowymi przepisami, obowiązującymi na terenie Unii Europejskiej
zamieszczonymi w instrukcji obsługi urządzenia.
(Dyrektywa 2002/96/WE), użytkownicy urządzeń elektrycznych
Ten symbol informuje o konieczności zastosowania środków ochrony
są zobowiązani do zwrotu starych lub wyeksploatowanych urządzeń
indywidualnej w obrębie oczu.
producentowi, który je zutylizuje. Użytkownicy nie ponoszą żadnych
kosztów związanych z tą operacją.
Certyfikaty
Kanadyjska regulacja prawna dotycząca sprzętu powodującego
zakłócenia odbioru radiowego, IECS-003, klasa A:
160
Polski