Compex Systems Fit1.0 – page 8
Manual for Compex Systems Fit1.0

NL
Het hieronder afgebeelde oplaadmenu wordt automatisch weergegeven.
De duur van het opladen wordt op het scherm weergegeven. Zodra het laden gereed is, begint het
batterijpictogram te knipperen. Ontkoppel de lader. De stimulator wordt dan automatisch uitgeschakeld.
139

NL
5. PROBLEEMOPLOSSING
ELEKTRODESTORING
Het apparaat laat een toon horen en geeft afwisselend het elektrodenpaarsymbool en een pijl naar het kanaal
waarop het probleem is gedetecteerd weer. In het bovenstaande voorbeeld heeft de stimulator een fout
ontdekt op kanaal 1.
Controleer of de elektroden op dit kanaal zijn aangesloten.
Probeer het met nieuwe elektroden als de elektroden oud of versleten zijn, en/of als het contact slecht is.
Probeer de stimulatiekabel op een ander kanaal. Als de kabel nog steeds niet goed werkt, vervang deze dan
(www.compexstore.com).
STIMULATIE VEROORZAAKT NIET HET GEBRUIKELIJKE GEVOEL
Controleer of alle instellingen correct zijn en controleer of de elektroden juist geplaatst zijn.
Wijzig de positie van de elektroden enigszins.
STIMULATIE VEROORZAAKT EEN ONPRETTIG GEVOEL
De elektroden verliezen hun hechtkracht en maken niet meer voldoende contact met de huid.
De elektroden zijn versleten en moeten worden vervangen.
Wijzig de positie van de elektroden enigszins.
140

NL
DE STIMULATOR WERKT NIET
Wanneer tijdens het gebruik een foutmeldingsscherm wordt weergegeven, noteer dan het foutnummer
(in het voorbeeld is het foutnummer 1/0/0) en neem contact op met het door Compex erkende
klantenservicecentrum.
HET LADINGSNIVEAU VAN DE BATTERIJ IS ERG LAAG
Als het volgende scherm verschijnt, schakel het apparaat dan uit en sluit de lader aan.
Als het ladingsniveau van de batterij erg laag is, begint een herstelcyclus die twee minuten duurt.
141

NL
Als die gereed is en de batterij naar behoren werkt, wordt het laden gestart; in dit geval wordt ten zeerste
aanbevolen de batterij op te laden en weer te ontladen door op de knop van kanaal 4 te drukken en
deze cyclus, die maximaal 12 uur kan duren, te starten. Als er echter een defect wordt gevonden, verschijnt
het volgende scherm en moet de batterij worden vervangen.
142

NL
6. ONDERHOUD VAN HET APPARAAT
GARANTIE
Zie bijsluiter.
ONDERHOUD
Reinigen met een zachte doek en een reinigingsmiddel op alcoholbasis zonder oplosmiddelen. Gebruik bij
het reinigen van het apparaat zo weinig mogelijk vloeistof. Open de stimulator en de lader niet; ze bevatten
hoogspanningscomponenten die elektrocutie kunnen veroorzaken. Het openen moet worden uitgevoerd
door door Compex erkende monteurs of reparatiediensten. Uw stimulator hoeft niet gekalibreerd te
worden. Als uw stimulator onderdelen bevat die er versleten of defect uitzien, neem dan contact op met het
dichtstbijzijnde klantenservicecentrum van Compex.
VOORWAARDEN VOOR OPSLAG/TRANSPORT EN GEBRUIK
OPSLAG EN TRANSPORT GEBRUIK
TEMPERATUUR -20 °C tot 45 °C 0 °C tot 40 °C
MAXIMALE RELATIEVE LUCHT-
75% 30% tot 75%
VOCHTIGHEID
ATMOSFERISCHE DRUK tussen 700 hPa en 1060 hPa tussen 700 hPa en 1060 hPa
Niet gebruiken op plaatsen met explosiegevaar.
AFVOEREN
Batterijen moeten worden afgevoerd in overeenstemming met de geldende nationale regelgeving. Alle
producten met een AEEA-etiket (een doorgestreepte afvalbak met wielen) moeten gescheiden van
huishoudelijk afval worden afgevoerd en naar speciale inzamelpunten worden gebracht voor recycling en
herwinning van grondstoffen.
143

NL
7. TECHNISCHE SPECIFICATIES
ALGEMENE INFORMATIE
94121x oplaadbare nikkel-metaalhydridebatterij (NiMH) (4,8 V / ≥ 1200 mA/h).
Batterijladers: alleen laadapparaten met onderdeelnummer 6830xx mogen worden gebruikt om de met de
stimulator meegeleverde batterijen op te laden.
NEUROSTIMULATIE
Alle opgegeven elektrische specificaties gelden bij een weerstand van 500 tot 1000 ohm per kanaal.
Kanalen: vier onafhankelijke en individueel instelbare kanalen, elektrisch van elkaar geïsoleerd.
Impulsvorm: constante rechthoekstroom met pulscompensatie voor het elimineren van
gelijkspanningscomponenten, om restpolarisatie op huidniveau te voorkomen.
Maximale pulsintensiteit: 120 mA.
Verhoging van de pulsintensiteit: handmatige instelling van stimulatie-intensiteit tussen 0 en 999 (energie) in
stappen van minimaal 0,5 mA.
Pulsamplitude: tussen de 60 en 400 μs.
Maximale elektrische lading per puls: 96 microcoulomb (2 x 48 μC, gecompenseerd).
Standaard pulsstijgtijd: 3 μs (20%-80% van de maximale stroom).
Pulsfrequentie: 1 tot 150 Hz.
INFORMATIE OVER ELEKTROMAGNETISCHE COMPATIBILITEIT (EMC)
DE stimulator is ontworpen voor gebruik in normale woonomgevingen, goedgekeurd in overeenstemming
met veiligheidsnorm EMC EN 60601-1-2.
Dit apparaat zendt slechts zeer zwakke golven in het radiospectrum (RF) uit en de kans op storing van
nabijgelegen elektronische apparatuur (radio’s computers, telefoons, enz.) is gering.
De stimulator is ontworpen om weerstand te bieden aan gebruikelijke storingen door elektrostatische
ontlading, magnetische velden van de stroomvoorziening en apparaten die radiogolven uitzenden.
Het is echter niet mogelijk om te garanderen dat de stimulator geen invloed ondervindt van krachtige RF
(radiofrequente) velden van bijvoorbeeld mobiele telefoons.
Neem contact op met Compex voor meer gedetailleerde informatie over elektromagnetische emissies en
immuniteit.
144

NL
NORMEN
Om uw veiligheid te waarborgen, is de stimulator ontworpen, gefabriceerd en gedistribueerd in
overeenstemming met de voorwaarden van de geamendeerde Europese Richtlijn 93/42/EEG betreffende
medische hulpmiddelen.
De stimulator voldoet tevens aan de normen IEC 60601-1 betreffende de algemene veiligheid van medisch-
elektrische hulpmiddelen, IEC 60601-1-2 betreffende elektromagnetische compatibiliteit en IEC 60601-2-10
betreffende speciale veiligheidseisen voor zenuw- en spierstimulatoren
In overeenstemming met de geldende internationale normen moet een waarschuwing worden gegeven over
het aanbrengen van elektroden op de borst (verhoogde kans op hartfibrillatie).
De stimulator voldoet tevens aan Richtlijn 2002/96/EEG betreffende afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (AEEA).
145

NL
8. TABEL EMC
De Compex vereist bijzondere voorzorgen met betrekking tot de EMC en moet geïnstalleerd en in
dienst gesteld worden volgens de in deze handleiding verstrekte informatie over de EMC. Alle draadloze
zendapparaten met RF kunnen de Compex beïnvloeden.
Het gebruik van andere dan door de fabrikant aanbevolen accessoires, sensors en kabels kan de emissies
versterken of de immuniteit van de Compex verminderen. De Compex mag niet gebruikt worden op of naast
een ander apparaat.
Als het gebruik op of naast een ander apparaat onvermijdelijk is, moet men de goede werking van de
Compex in deze configuratie controleren.
AANBEVELINGEN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANT ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIE
De Compex is ontworpen voor gebruik in de hierna vermelde elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de
Compex moet zich ervan verzekeren dat hij in een dergelijke omgeving gebruikt wordt.
ELEKTROMAGNETISCHE OMGEVING
EMISSIETEST CONFORMITEIT
- GIDS
CISPR 11
De Compex gebruikt RF-energie
Groep 1
Emissies RF
uitsluitend voor zijn interne werking. Hij
geeft dan ook uiterst weinig straling af
CISPR 11
en kan geen storing veroorzaken in een
Klasse B
Emissies RF
naburig elektronisch apparaat.
Harmonische emissies
De Compex is geschikt voor gebruik
Klasse A
IEC 61000-3-2
in alle instellingen, met inbegrip van
privéwoningen en plaatsen die direct
Spanningsschommelingen
aangesloten zijn op het openbare
/ emissieschommelingen
Complies
laagspanningselektriciteitsnet dat
IEC 61000-3-3
residentiële gebouwen voedt.
146

NL
AANBEVELINGEN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANTOPMERKING- ELEKTROMAGNETISCHE IMMUNITEIT
De Compex is ontworpen voor gebruik in de hierna vermelde elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de
Compex moet zich ervan verzekeren dat hij in een dergelijke omgeving gebruikt wordt.
TESTNIVEAU
ELEKTROMAGNETISCHE
IMMUNITEITSTEST
NALEVINGSNIVEAU
IEC 60601
OMGEVING - GIDS
Electrostatic
De vloeren moeten van hout, beton of
± 6 kV bij contact
± 6 kV bij contact
discharges
ceramische tegels zijn. Als de vloeren met
immunity tests
kunststof bekleed zijn, moet de relatieve
± 8 kV in de lucht
± 8 kV in de lucht
CEI 61000-4-2
luchtvochtigheid minimum 30% bedragen.
± 2 kV voor
Electrical fast
elektrische
±2kV (power lines)
De kwaliteit van het stroomnet moet
transient/burst
voedingslijnen
overeenkomen met die van een typische
immunity test
Not Applicable
commerciële of ziekenhuisomgeving.
CEI 61000-4-4
± 1 kV voor
(I/O lines)
ingangs/uitgangslijnen
± 1 kV
differentiaalmodus
±1kV Line to Line
De kwaliteit van het stroomnet moet
Surge immunity test
overeenkomen met die van een typische
CEI 61000-4-5
± 2 kV
Not Applicable
commerciële of ziekenhuisomgeving.
gemeenschappelijke
(Line to Earth)
modus
<5% UT (dalen > 95%
<5% UT (dalen > 95%
van UT) gedurende 0,5
van UT) gedurende 0,5
cyclus
cyclus
De kwaliteit van het stroomnet moet
<40% UT (dalen >
<40% UT (dalen >
overeenkomen met die van een typische
Voltage dips, short
60% van UT)
60% van UT)
commerciële of ziekenhuisomgeving.
interruptions and
gedurende 5 cycli
gedurende 5 cycli
Indien men de Compex wil blijven gebruiken
voltage variations
tijdens stroomonderbrekingen, is
immunity test
<70% UT (dalen >
<70% UT (dalen >
het aanbevolen de Compex met een
CEI 61000-4-11
30% van UT)
30% van UT)
beveiligde stroomvoorziening of met
gedurende 25 cycli
gedurende 25 cycli
batterijen te voeden.
<5% UT (dalen > 95%
<5% UT (dalen > 95%
van UT)
van UT)
gedurende 5 cycli
gedurende 5 cycli
Power frequency
De magnetische velden met de frequentie van
magnetic field
het stroomnet moeten de kenmerken bezitten
3 A/m 3 A/m
immunity test (50/60
van een representatieve plaats in een
Hz) CEI 61000-4-8
typische commerciële of ziekenhuisomgeving.
OPMERKING:: UT is de wisselspanning van het net voor de toepassing van een testniveau.
147

NL
AANBEVELINGEN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANTOPMERKING- ELEKTROMAGNETISCHE IMMUNITEIT
De Compex is ontworpen voor gebruik in de hierna vermelde elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de
Compex moet zich ervan verzekeren dat hij in een dergelijke omgeving gebruikt wordt.
TESTNIVEAU
ELEKTROMAGNETISCHE OMGEVING -
IMMUNITEITSTEST
NALEVINGSNIVEAU
IEC 60601
AANBEVELINGEN
Draagbare en mobiele
communicatietoestellen met RF mogen
niet in de omgeving van de Compex en
zijn kabels gebruikt worden op een afstand
die kleiner is dan een aanbevolen afstand,
berekend aan de hand van de formule die
overeenkomt met de frequentie van de
zender. Aanbevolen afstand
d = 1.2 √P
3 Vrms
d = 1.2 √P 80 MHz tot 800 MHz
RF geleid
150 kHz tot 80 MHz
3Vrms
d = 2.3 √P 800 MHz tot 2,5 GHz
IEC 61000-4-6
3 V/m
3V/m
Waarin P het maximale spanningsdebiet van
80 MHz tot 2.5 GHz
de zender in Watt (W) is, zoals opgegeven
RF gestraald
door de fabrikant, en d de aanbevolen afstand
IEC 61000-4-3
10 V/m
10V/m
in meter (m) is. De intensiteit van het veld
26 MHz tot 1 GHz
van vaste RF-zenders, zoals bepaald door
een elektromagnetisch onderzoeka moet
lager zijn dan het nalevingsniveau binnen elk
frequentiebereik b. Parasietstoringen kunnen
optreden in de nabijheid van elk toestel dat
door het volgende symbool
geïdentificeerd wordt:
OPMERKING 1: Bij 80 MHz en bij 800 MHz is de hoogfrequentie-amplitude van toepassing.
OPMERKING 2: Deze richtlijnen kunnen ongeschikt zijn voor bepaalde situaties. De elektromagnetische
voortplanting wordt gewijzigd door de absorptie en de weerkaatsing door gebouwen, voorwerpen en mensen.
a
De intensiteit van het veld dat wordt opgewekt door vaste zenders, zoals het basisstation van een radiotelefoon (gsm/
draadloze telefoon), een draagbare radio, een amateurradio, AM- en FM-radiouitzendingen en TV-uitzendingen, is niet
nauwkeurig te voorspellen. Het is mogelijk dat men de elektromagnetische omgeving van de plaats moet analyseren om de
elektromagnetische omgeving te berekenen die door vaste RF-zenders wordt geschapen. Als de intensiteit van het gemeten
veld in de omgeving waar de Compex zich bevindt groter is dan het bovenvermelde geschikte RF-niveau, moet men de goede
werking van de Compex controleren. Bij een abnormale werking kan het nodig zijn andere maatregelen te nemen, zoals een
andere oriëntatie of het verplaatsen van de Compex.
b
Boven de frequentiebreedte van 150 kHz tot 80 MHz moet de intensiteit van de velden lager zijn dan 3 V/m.
148

NL
AANBEVOLEN RUIMTE TUSSEN EEN DRAAGBAAR COMMUNICATIETOESTEL EN DE COMPEX
De Compex is ontworpen voor een elektromagnetische omgeving met gecontroleerde RF-stralingsturbulenties. De koper of
de gebruiker van de Compex kan bijdragen tot het voorkomen van elektromagnetische parasieten door een minimale afstand
te bewaren tussen draagbare communicatietoestellen en mobiele RF-zenders en de Compex, volgens de onderstaande tabel
met aanbevelingen en afhankelijk van het maximale elektrische debiet van het telecommunicatietoestel.
AFSTAND AFHANKELIJK VAN DE FREQUENTIE VAN DE ZENDER MCISPR 11
MAXIMAAL
80 MHZ TOT 800
ELEKTRISCH DEBIET
150 KHZ TOT 80 MHZ
800 MHZ TOT 2,5 GHZ
MHZ
VAN DE ZENDER W
D = 1.2 √P
D = 2.3 √P
D = 1.2 √P
0,01 0,12 0,12 0,23
0,1 0,38 0,38 0,73
1 1,2 1,2 2,3
10 3,8 3,8 7,3
100 12 12 23
In het geval van zenders waarvan het maximale elektrische debiet niet in de bovenstaande tabel voorkomt, kan men de
aanbevolen afstand in meter (m) berekenen met behulp van de formule die overeenkomt met de frequentie van de zender,
waarin P het maximale elektrische debiet van de zender in Watt (W) is, zoals opgegeven door de fabrikant van de zender.
OPMERKING 1: Bij 80 MHz en bij 800 MHz is de afstand van de hoogfrequentiebreedte van toepassing.
OPMERKING 2: Deze richtlijnen kunnen ongeschikt zijn voor bepaalde situaties. De elektromagnetische voortplanting wordt
gewijzigd door de absorptie en de weerkaatsing door gebouwen, voorwerpen en mensen.
© 2014 DJO, LLC - 4528181 - V.1
149

Instruções

PT
ÍNDICE
1. Explicação dos símbolos 152
2. Como funciona a electroestimulação? 153
3. Como funciona a tecnologia MI (Muscle Intelligence)? 155
4. Função do dispositivo 156
Conteúdos dos kits e acessórios 156
Descrição do dispositivo 157
Inserção da bateria 158
Ligações 159
Definições preliminares 159
Escolher uma categoria 159
Seleccionar um programa 160
Teste MI-scan 161
Ajustar as intensidades de estimulação 161
Progresso do programa 162
Final de um programa 163
Nível e carregamento da bateria 163
5. Resolução de problemas 165
6. Manutenção do dispositivo 168
7. Especificações técnicas 169
8. Tabela CEM 171
Recomenda-se vivamente que leia atentamente estas instruções, as contra-indicações e as
medidas de segurança antes de utilizar o estimulador.
151

PT
1. EXPLICAÇÃO DOS SÍMBOLOS
Consulte as instruções
O estimulador é um dispositivo de categoria II com fonte de alimentação integrada e peças
aplicadas do tipo BF.
Nome e morada do fabricante e data de fabrico
Nome e morada do representante autorizado na União Europeia
Este dispositivo deve ser separado do lixo doméstico e enviado para instalações de recolha
especiais para reciclagem e recuperação
O botão de modo em espera é multi-funcional
Proteja da luz solar
Conserve em local seco
Trata-se de uma indicação de protecção contra a entrada de água e partículas. A marca IP20 na
IP20
unidade significa que esta está protegida contra objectos estranhos sólidos com um diâmetro
unidade
igual ou superior a 12,5 mm. Não está protegida contra a entrada de água.
IP02
IP02 na mala de transporte significa que a unidade está protegida contra a entrada de gotas de
mala
água da chuva.
Sem látex
Número de referência
Número de lote
152

PT
2. COMO FUNCIONA A ELECTROESTIMULAÇÃO?
A electroestimulação implica estimular as fibras nervosas através de impulsos eléctricos transmitidos
por eléctrodos. Os impulsos eléctricos produzidos pelos estimuladores Compex são impulsos de alta
qualidade seguros, confortáveis e eficazes, que estimulam vários tipos de fibras nervosas:
1. Os nervos motores, de forma a estimular uma resposta muscular, o que se designa por
electroestimulação muscular (EEM).
2. Determinados tipos de fibras nervosas sensíveis, de forma a obter efeitos analgésicos ou o alívio
da dor.
1. ESTIMULAÇÃO DOS NERVOS MOTORES (EEM)
Com a actividade voluntária, o cérebro instrui os músculos no sentido de se contraírem, sendo enviado
um comando para as fibras nervosas sob a forma de sinal eléctrico. Este sinal é então enviado para
as fibras musculares, que se contraem. O princípio da electroestimulação reproduz precisamente o
processo implícito numa contracção voluntária. O estimulador envia um impulso eléctrico para as
fibras nervosas para as excitar. Esta excitação é então transmitida às fibras musculares e resulta numa
resposta mecânica básica (= um espasmo). Este é o requisito básico para a contracção muscular. A
resposta muscular é, para todos os efeitos, idêntica ao trabalho muscular controlado pelo cérebro. Por
outras palavras, o músculo não distingue entre um comando enviado pelo cérebro ou pelo estimulador.
As definições do programa (número de impulsos por segundo, duração da contracção, tempo de
repouso, duração total do programa) sujeitam o músculo a vários tipos de trabalho, dependendo da fibra
muscular. Os vários tipos de fibras musculares podem ser identificados de acordo com as respectivas
velocidades de contracção: fibras baixas, intermédias e rápidas. Um corredor de fundo tem claramente
mais fibras rápidas e um maratonista tem mais fibras lentas. Com os conhecimentos de fisiologia
humana adequados e um controlo total das definições de estimulação dos vários programas, o trabalho
muscular pode ser especificamente direccionado para atingir o objectivo pretendido (reforço muscular,
aumento da circulação sanguínea, tonicidade, etc.).
2. ESTIMULAÇÃO DOS NERVOS SENSORIAIS
Os impulsos eléctricos também podem excitar as fibras nervosas sensoriais de forma a obter efeitos
analgésicos ou o alívio da dor. A estimulação de fibras nervosas sensoriais tácteis bloqueia a transmissão
da dor ao sistema nervoso. A estimulação de outro tipo de fibra sensorial aumenta a produção de
endorfinas e, como tal, reduz a dor. Com os programas de alívio da dor, a electroestimulação pode ser
utilizada para tratar a dor muscular e dor localizada aguda ou crónica.
153

PT
Atenção: Não utilize programas de alívio da dor durante um período prolongado sem consultar um
médico.
BENEFÍCIOS DA ELECTROESTIMULAÇÃO
A electroestimulação é um método muito eficaz para fazer com que os músculos funcionem:
• com uma melhoria significativa em diversas qualidades musculares;
• sem fadiga cardiovascular ou mental;
• exercendo tensão limitada em articulações e tendões. Consequentemente, a electroestimulação
permite um maior trabalho muscular do que a actividade voluntária.
Para optimizar os resultados, a Compex recomenda que as suas sessões de electroestimulação sejam
complementadas com outros compromissos, tais como:
• exercício físico regular;
• uma dieta saudável e equilibrada;
• um estilo de vida equilibrado.
154

PT
3. COMO FUNCIONA A TECNOLOGIA MI
(MUSCLE INTELLIGENCE)?
Para aceder às funções MI, é necessário que o cabo MI-sensor (não disponível em todos os dispositivos)
esteja ligado ao estimulador.
MI-SCAN
Antes de iniciar uma sessão de trabalho, a função MI-scan analisa o grupo muscular seleccionado e ajusta
automaticamente as definições do estimulador para a excitabilidade dessa zona do corpo, dependendo da
sua fisiologia.
Esta função resulta numa breve sequência de teste no início do programa, durante a qual são efectuadas
medições.
No final do teste, é necessário aumentar a intensidade para iniciar o programa.
MI-TENS
A função MI-tens limita as contracções musculares indesejadas em áreas doridas.
A cada aumento de intensidade aplicado pelo utilizador, ocorre uma fase de teste e, se for detectada uma
contracção muscular, o dispositivo reduz automaticamente a intensidade de estimulação.
Esta função só está acessível nos programas de TENS, epicondilite e tendinite.
MI-RANGE
A função MI-range indica o intervalo ideal de ajuste da intensidade de estimulação a observar nos seguintes
programas: recuperação, massagem, capilarização ou mesmo dor muscular.
Quando o dispositivo tiver detectado o intervalo de intensidade ideal, será apresentada uma marca de
verificação no ecrã. A intensidade deverá manter-se dentro deste intervalo para optimizar o trabalho.
Nem todos os dispositivos dispõem de tecnologia MI. A tabela que se segue indica as funções que estão
disponíveis em cada dispositivo.
SP 2.0 SP 4.0 FIT 1.0 FIT 3.0
MI-SCAN
✓ ✓
-
✓
MI-TENS -
✓
-
-
MI-RANGE -
✓
-
-
155

PT
4. FUNÇÃO DO DISPOSITIVO
CONTEÚDOS DOS KITS E ACESSÓRIOS
SP 2.0 SP 4.0 FIT 1.0 FIT 3.0
REF. QTD. REF. QTD. REF. QTD. REF. QTD.
ESTIMULADOR 001096 1 001095 1 001098 1 001097 1
CARREGADOR 6830XX 1 6830XX 1 6830XX 1 6830XX 1
CONJUNTO DE 4 CABOS
001119 1 001119 1 001119 1 001119 1
DE ENCAIXE
CABO MI-SENSOR 601160 1 601160 1 N/A N/A 601160 1
SACO DE ELÉCTRODOS
42215 2 42215 2 42215 2 42215 2
5X5 PEQUENOS
SACO DE ELÉCTRODOS
42216 2 42216 2 42216 2 42216 2
5X10 GRANDES
INSTRUÇÕES EM CD-ROM 880053 1 880053 1 880053 1 880053 1
GUIA RÁPIDO 885624 1 885624 1 885624 1 885624 1
MALA DE TRANSPORTE 680029 1 680029 1 680029 1 680029 1
UNIDADE DE BATERIA 94121X 1 94121X 1 94121X 1 94121X 1
Utilize este dispositivo apenas com cabos, eléctrodos, bateria, adaptador de alimentação e
acessórios recomendados pela Compex.
156

PT
DESCRIÇÃO DO DISPOSITIVO
H
A
DE
G
F
C
B
A Botão para ligar/desligar
B Entradas para os 4 cabos de estimulação
C Cabos de estimulação
D Botões +/- para os 4 canais de estimulação
E Botão I, que permite:
• Aumentar as intensidades em vários canais ao mesmo tempo
• Aceder aos últimos 5 programas utilizados
E Entrada do carregador (deslize a tampa vermelha para a direita para descobrir o conector do carregador)
F Compartimento da bateria
G Entrada para mola de cinto
157

PT
INSERÇÃO DA BATERIA
Abra a tampa do compartimento da bateria e insira esta com a etiqueta virada para cima de forma que os
terminais + e - fiquem contra os contactos do dispositivo. Em seguida, volte a colocar a tampa. Se não
pretender utilizar o dispositivo durante mais de 3 meses, certifique-se de que a bateria está completamente
carregada. Se não pretender utilizar o dispositivo durante mais de 6 meses, certifique-se de que a bateria
está completamente carregada e retire-a do estimulador. Desligue o estimulador antes de retirar a bateria.
LIGAÇÕES
LIGAÇÃO DO CARREGADOR
COMPEX
Retire todos os cabos de estimulacao do estimulador antes de o recarregar. Ligue o carregador a uma
tomada de parede e ligue o estimulador deslizando a tampa vermelha para a direita para descobrir o
conector do carregador. Recomenda-se vivamente que a bateria seja completamente carregada antes da
primeira utilização para melhorar o seu desempenho e vida útil.
LIGAÇÃO DOS CABOS
Os cabos do estimulador ligam-se às 4 entradas da parte dianteira do dispositivo. O cabo MI-sensor (se
estiver disponível com o dispositivo) pode ser ligado a qualquer entrada do estimulador.
COMPEX
158