Mitsubishi Electric BC CONTROLLER CMB-P-V-F: GBDFINLEPGRRUTR

GBDFINLEPGRRUTR: Mitsubishi Electric BC CONTROLLER CMB-P-V-F

background image

31

GB D F I NL E P GR RU TR

•

Gebruik (een kleine hoeveelheid)  esterolie, etherolie of alkylbenzeen als

koelmachine-olie voor de coating van optromp- en flensverbindingen.

- De koelmachine-olie zal verslechteren indien deze met een grote hoeveel-

heid mineraalolie wordt gemengd.

•

Gebruik vloeibare koelstof om het systeem af te dichten.

- Indien gasvormige koelstof wordt gebruikt om het systeem af te dichten, zal

de samenstelling van de koelstof in de cilinder veranderen en kunnen de

prestaties verslechteren.

•

Gebruik geen andere koelstof dan R407C.

- Indien een andere koelstof (R22, enz.) wordt gebruikt, kan het chloor in de

koelstof ervoor zorgen dat de koelmachine-olie verslechtert.

•

Gebruik een vacuümpomp met een keerklep voor terugstroming.

- De olie van de vacuümpomp kan terugstromen in de koelcyclus en kan er-

voor zorgen dat de koelmachine-olie verslechtert.

•

Maak geen gebruik van het volgende gereedschap, dat wordt gebruikt bij

gangbare koelstoffen. (Gasverdeelventiel, vulslang, gaslekdetector, keer-

klep tegen terugstromen, vulslang voor koelmiddel, apparatuur voor het

terugwinnen van koelmiddel.)

- Indien de gangbare koelstof en koelmachine-olie worden gemengd met de

R407C, kan de koelstof verslechteren.

- Indien water wordt gemengd met de R407C, kan de koelmachine-olie ver-

slechteren.

- Aangezien de R407C geen chloor bevat, zullen gaslekdetectoren voor gang-

bare koelstoffen niet op deze koelstof reageren.

•

U dient geen gebruik te maken van een vulcilinder.

- Door gebruik te maken van een vulcilinder kan de koelstof verslechteren.

•

Wees uiterst voorzichtig bij het hanteren van het gereedschap.

- Indien er stof, vuil of water in de koelcyclus terecht komt, kan dit verslechte-

ring van de koelstof als gevolg hebben.

1.3. Voordat u het apparaat installeert

 Voorzichtig:

•

Installeer dit apparaat niet op een plaats waar het kan worden blootge-

steld aan ontvlambare gassen.

- Wanneer er zich een gaslekkage voordoet en dit gas zich rond het apparaat

ophoopt, kan dit een ontploffing veroorzaken.

•

Gebruik de airconditioner niet in een ruimte waar zich voedsel, dieren,

planten, precisie-instrumenten of kunstwerken bevinden.

- De kwaliteit van het voedsel enz., kan nadelig worden beïnvloed.

•

Gebruik de airconditioner niet in speciale ruimtes.

- Olie, stoom en zwavelhoudende dampen enz., kunnen de prestaties van de

airconditioner aanzienlijk verminderen of schade toebrengen aan de onder-

delen.

•

Wanneer het apparaat geïnstalleerd wordt in een ziekenhuis,

communicatiestation, enz., dient te worden gezorgd voor afdoende be-

scherming tegen geluidsoverlast.

- De airconditioner kan foutief werken of in het geheel niet werken omdat het

wordt beïnvloed door omzetapparatuur, een eigen stroomgenerator, hoog-

frequente medische apparatuur of communicatieapparatuur waarbij gebruik

wordt gemaakt van radiogolven. Omgekeerd kan de airconditioner van in-

vloed zijn op zulke apparatuur omdat het apparaat ruis produceert die een

medische behandeling of het uitzenden van beelden kan verstoren.

•

Plaats het apparaat niet zo dat er lekkage kan optreden.

- Wanneer de luchtvochtigheid in de ruimte meer dan 80 % wordt of wanneer

de afvoerbuis is verstopt, kan er condensatie van het binnenapparaat of de

BC-regulateur aflopen. Zorg, zoals vereist, tegelijk met het buitenapparaat

voor afvoering.

1.4. Voordat u het apparaat installeert (ver- plaatst) - elektrische bedrading

 Voorzichtig:

•

Het apparaat aarden.

- Sluit de aardleiding niet aan op een gasleiding, waterleiding, bliksemafleider

of aardleiding voor de telefoon. Een tekortkoming in de aarding kan elektri-

sche schokken veroorzaken.

•

Sluit het netsnoer zo aan dat er geen spanning op het snoer staat.

- Spanning kan er voor zorgen dat het snoer breekt, kan zorgen voor

oververhitting en kan brand veroorzaken.

•

Zorg dat er, zoals vereist, een stroomonderbreker wordt geïnstalleerd.

- Indien er geen stroomonderbreker wordt geïnstalleerd, kan er een elektri-

sche schok optreden.

•

Gebruik voor de elektrische aansluitingen kabels met voldoende stroom-

capaciteit.

- Kabels met een te lage capaciteit kunnen lekkage, oververhitting en brand

veroorzaken.

•

Gebruik alleen een stroomonderbreker en zekeringen met de gespecifi-

ceerde capaciteit.

- Een zekering of een stroomonderbreker met een hogere capaciteit, of een

stalen of koperen draad kan een storing in het apparaat of brand veroorza-

ken.

•

De onderdelen van de airconditioner mogen niet worden gewassen.

- Het wassen van de onderdelen kan elektrische schokken tot gevolg hebben.

•

Zorg ervoor dat de installatie plaat niet wordt beschadigd door lang ge-

bruik.

- Wanneer schade niet wordt hersteld, kan het apparaat naar beneden vallen

en persoonlijk letsel of schade aan uw eigendommen veroorzaken.

•

Installeer de afvoerpijpen overeenkomstig deze installatiehandleiding,

zodat een goede afvoer is gewaarborgd. Zorg ervoor dat de pijpen

thermisch geïsoleerd zijn, om condensatie te voorkomen.

- Afvoerpijpen die niet goed zijn geïnstalleerd, kunnen waterlekkage en daar-

mee schade aan meubilair en andere eigendommen veroorzaken.

•

Wees uiterst voorzichtig bij het transport van het product.

- Omdat het product meer dan 20 kg weegt, moet het door meer dan één

persoon worden gedragen.

- Bij sommige producten worden PP-banden voor de verpakking gebruikt.

Gebruik geen PP-banden voor vervoer. Het is gevaarlijk.

- Raak de vinnen van de warmtewisselaar niet aan. Anders zou u zich kunnen

snijden.

- Bij vervoer van het buitenapparaat moet u zorgen voor ondersteuning op de

aangegeven posities aan de onderkant van het apparaat. Ondersteun het

buitenapparaat eveneens op vier punten zodat het niet opzij kan glijden.

•

Wees voorzichtig als u het verpakkingsmateriaal wegdoet.

- Verpakkingsmateriaal zoals klemmen en andere metalen of houten onder-

delen kunnen snijwonden of andere verwondingen veroorzaken.

- Verscheur plastic verpakkingszakken en doe ze weg zodat kinderen er niet

mee kunnen spelen. Als kinderen spelen met een plastic zak die niet ge-

scheurd is, kan dit verstikkingsgevaar opleveren.

1.5. Voordat u het apparaat laat proefdraaien

 Voorzichtig:

•

Zet de netspanningschakelaar ruim twaalf uur voordat u de airconditioner

gaat gebruiken aan.

- Het in gebruik nemen van het apparaat direct na het aanzetten van de hoofd-

stroomschakelaar kan leiden tot onherstelbare schade aan interne onderde-

len van het apparaat. Gedurende het seizoen waarin u het apparaat ge-

bruikt, moet u de netschakelaar altijd aan laten staan.

•

Raak schakelaars nooit met natte vingers aan.

- Het aanraken van een schakelaar met natte vingers kan een elektrische

schok veroorzaken.

•

Raak de koelstofpijpen niet met blote handen aan terwijl de airconditioner

werkt of vlak nadat deze heeft gewerkt.

- Terwijl de airconditioner werkt of vlak nadat deze heeft gewerkt, zijn de koel-

stofpijpen soms heet en soms koud, afhankelijk van de toestand van de vloei-

stof die circuleert in de pijpen, de compressor en de andere onderdelen van

de koelstofcyclus. Uw handen kunnen verbranden of bevriezen als u de koel-

stofpijpen aanraakt.

•

Gebruik de airconditioner niet wanneer de panelen en beveiligingen zijn

verwijderd.

- Roterende onderdelen, hete onderdelen en onderdelen onder hoge span-

ning kunnen lichamelijk letsel veroorzaken.

•

Zet de netspanning niet onmiddellijk na gebruik van het apparaat uit.

- Wacht altijd tenminste vijf minuten alvorens u de netspanning uit zet. Anders

kunnen lekkages of storingen ontstaan.

2. Een geschikte plaats voor montage van het apparaat uitzoeken

2.1. De montageplaats

•

De plaats mag niet blootstaan aan regen (De BC-bedieningseenheid is spe-

ciaal bedoeld voor gebruik binnenshuis.)

•

Er moet voldoende ruimte zijn om onderhoud te plegen

•

Er moet voldoende ruimte zijn om de koelleidingen volgens de specificaties te

kunnen monteren

•

De plaats mag niet blootstaan aan stralingswarmte van andere warmtebron-

nen

•

Monteer het apparaat niet in een vette, rokerige omgeving of in de buurt van

een machine die hoge frequenties ontwikkeld. Dit kan brand, defecten of

condensvorming veroorzaken

•

Het moet een plaats zijn waar zo weinig mogelijk lawaai van andere apparaten

aanwezig is

•

Het moet een plaats zijn waar water- en koelleidingen en de elektrische bedra-

ding zonder problemen gemonteerd kunnen worden

•

Vermijd plaatsen waarin brandbare en zwavelhoudende gassen kunnen ont-

staan, naar binnen kunnen komen, zich kunnen ophopen of kunnen lekken

•

Het moet een plaats zijn waarin u de afvoerleiding met een minimale helling

van 1/100ste kan monteren